Zoek op de website

11.5	Alles naar Niezijl

Relaas over het ‘staf’ worden van de zijlen bij Ypegat Relaas over het ‘staf’ worden van de zijlen bij Ypegat

Het zojuist vermelde relaas over het ‘staf’ worden van de Sloter- en Niekerksterzijlen vinden we in het al vaak geciteerde manuscript met afschriften van stukken over het ‘dijkrecht van Humsterland’."38" Alvorens dit verhaal na te lopen moeten we duidelijkheid scheppen in de verwarring die is ontstaan doordat de bronnen zoveel verschillende benamingen gebruiken voor de betrokken organisaties, watergangen en zijlen.

  • Door de oostelijke zijl bij Ypegat loosde het gebied dat ik steeds Oost-Vredewold heb genoemd. In de bronnen heet de bedoelde zijl Sloterzijl, Midwold(em)erzijl, Vredewold(em)erzijl en Oxwerderzijl, en het zijlvest Sloterzijlvest of – na 1563 – Nijesloterzijlvest.
  • De westelijke zijl werd gebruikt door Oost-Langewold, bestaande uit Niekerk en Faan en ook Oldekerk. De zijl heet Niekerkerzijl of Niekerksterzijl, het zijlvest Oxwerderzijl. Het Oxwerderzijlvest waterde dus niet door de Oxwerderzijl uit!

Volgens het verhaal in het Humsterlandse dijkboekje zijn in het jaar 1554 tegelijkertijd twee zijlen aan de zuidzijde van de Oude Riet dichtgeslijkt: de Sloterzijl en de Niekerksterzijl. De twee zijlen lagen dicht bij elkaar. Zowel de zijlen als de buitendijkse beddingen slibden vol met zand en slijk. Dat was een wonderlijk verschijnsel, want in 80-90 jaar was het niet voorgekomen dat deze zijlen last hadden van opslibbing. De ingelanden deden alle moeite om een nieuwe buitendijkse bedding te graven en ook om de oude bedding op te schonen. Maar wat ze ook deden, het mocht niet baten.

Deze voor de tijdgenoten onverwachte en ook onverklaarbare gang van zaken dwong de ingelanden van de oostelijke delen van Langewold en Vredewold hun afwatering te herzien, waarna ook die van de Pompelanden moest worden omgelegd.

       Kaartje 1 laat de situatie zien zoals ze omstreeks 1550, dus vóór het dichtslibben van de twee genoemde zijlen, is geweest.

Daarom groeven de Niekerksters – aldus nog altijd het verhaal in het dijkrechtboekje van Humsterland – hun zijl uit de grond en herplaatsten hem bij de Bomsterzijl, waarlangs zowel Sebaldeburen en Oldekerk, als ook West-Vredewold loosden. Maar dat bleek geen succes. Daarom werd hij spottenderwijs ‘Peperzijl’ genoemd. Tenslotte sloten ze zich bij het Bomsterzijlvest aan en kregen toen een goede uitwatering.

Mogelijk heeft de Peperzijl even ten oosten van het huidige Niezijl gelegen. Het is begrijpelijk dat die niet werkte: het Oost-Langewolder water kwam uit in de bedding van de Riet, die allang geen echte rivier meer was, maar alleen nog water van de Pompelanden en Oost-Vredewold afvoerde. De hele zaak moet spoedig dichtgeslibd zijn.

Het verhaal vertelt niet met zoveel woorden hoe het Oost-Langewolder water naar de Peperzijl werd geleid, maar uit het latere verloop van de geschiedenis wordt duidelijk dat het gaat om het Niezijlsterdiep, dat in een tekst uit 1563 ‘Oxwerderdiep’ wordt genoemd."39"

      Op kaartje  2 is het Oxwerderdiep, later Niezijlsterdiep, aangegeven met het cijfer 5. Wellicht is voor de aanleg hiervan weer gebruik gemaakt van bestaande watergangen.

Omdat de uitwatering via de ‘Peperzijl’ niet werkte, aldus het relaas in het Humsterlandse manuscript, sloten de Niekerksters (het Oxwerderzijlvest) zich aan bij de zijlvesten van de Bomsterzijl. Aansluiting bij het Bomsterzijlvest zorgde voor een groter debiet, minder opslibbing buitendijks en oplossing van het probleem.

       Kaartje 3 laat de watergangen (6) zien waarlangs het water uit het oostelijke deel van Langewold naar het Bomsterzijlvest kan zijn geleid.

Tot dusver ging het verhaal alleen over de westelijke zijl bij Ypegat, de Niekerksterzijl. Maar ook de sluis van de Oost-Vredewolders, de Sloter- of Oxwerderzijl, was in 1554 dichtgeslibd. Volgens de tekst in het Humsterlandse dijkboekje slaagden de Oost-Vredewolders erin een akkoord te bereiken met het Aduarderzijlvest. Het Oost-Vredewolder water zou via de Gave en het Aduarderdiep naar de Aduarderzijl mogen stromen. De stukken over de inlating van

Oost-Vredewold in het Aduarderzijlvest waren al opgemaakt, maar toen kwam er een kink in de kabel en de documenten werden weer verscheurd.

Tenslotte haalden ook de ingelanden van de Oost-Vredewolders in het jaar 1561 hun zijl weg en installeerden hem in 1563 bij de Bomsterzijl. Ook nu vertelt het verhaal niet hoe het Oost-Vredewolder bij de nieuwe zijl kwam, maar er is een ander document bewaard gebleven waaruit dat duidelijk wordt. Daarop kom ik later terug. Vanaf Noordhornerga werd het Oost-Vredewolder water via een waarschijnlijk reeds bestaande maar voor dit doel aangepaste watergang naar het kanaal gegraven dat de Oxwerders eerder hadden aangelegd om hun water naar de Peperzijl te leiden (5), maar waarvan het belang was vervallen toen zij zich bij het Bomsterzijlvest hadden aangesloten. Even ten zuiden van het huidige Niezijl moest ook een nieuw stukje zijltocht worden gegraven om het Oost-Vredewolder water naar de nieuwe Nijesloterzijl te brengen.

       Op kaartje 4 zijn de twee nieuwe stukken kanaal aangegeven met het cijfer 7.

Kaartje 1: de afwatering van Langewold c. 1550 Kaartje 1: de afwatering van Langewold c. 1550

Op het kaartje zijn de belangrijkste watergangen aangegeven:

1.  Het Hoerediep waarlangs West-Vredewold, Sebaldeburen en Oldekerk lozen

2.  Het Kleine- of Lutjediep, afwatering van Oldekerk, waarlangs wellicht ook West-Vredewolder water stroomde

3.  De Katerhals, afwatering van Niekerk en Faan (het Oxwerderzijlvest)

4.  De Oost-Vredewoldertocht met Stillediep

Kaartje 2: de afwatering van Oost-Langewold (het Oxwerderzijlvest) na 1554 Kaartje 2: de afwatering van Oost-Langewold (het Oxwerderzijlvest) na 1554

5.  Het Oxwerderdiep, later Niezijlsterdiep genoemd, waarlangs het water van Niekerk en Faan naarde ‘Peperzijl’ werd geleid

Kaartje 3: het Oxwerderzijlvest sluit zich aan bij het Bomsterzijlvest (1560) Kaartje 3: het Oxwerderzijlvest sluit zich aan bij het Bomsterzijlvest (1560)

6.  Watergang waardoor het water van het Oxwerderzijlvest, bestaande uit de Oost-Langewolder kerspelen Niekerk en Faan, naar de Bomsterzijl werd geleid.

7.  Ook de Matsloot speelde wellicht een rol bij de aansluiting van het Oxwerderzijlvest bij het Bomsterzijlvest.

Kaartje 4: een nieuwe afwatering voor Oost-Vredewold (1563) Kaartje 4: een nieuwe afwatering voor Oost-Vredewold (1563)

8.  Watergangen waardoor het water van het Oost-Vredewolder of Nijesloterzijlvest naar de nieuwe Nijesloterzijl werd geleid.

In het relaas over het ‘staf’ worden van de zijlen bij Ypegat werd verteld dat de Oost-Vredewolders hun best hebben gedaan om aansluiting te krijgen bij het Aduarderzijlvest. Er zijn enkele bronnen bewaard gebleven die aanleiding geven tot een nadere beschouwing van dat thema. Meer daarover volgt in het laatste hoofdstuk van dit deel.

Dit hoofdstuk sluit ik af met enkele plaatjes waarin we stukken kanaal en situaties zien die het bovenstaande verhaal illustreren.

Oxwerder- of Niezijlsterdiep vanaf de Scheeftil ten noorden van het Van Starkenborghkanaal, gezien  in noordwestelijke richting Oxwerder- of Niezijlsterdiep vanaf de Scheeftil ten noorden van het Van Starkenborghkanaal, gezien in noordwestelijke richting

Dit kanaal (nr. 5 op de kaartjes 2-4) is omstreeks 1554 gegraven ten behoeve van de afwatering van het lage oostelijke deel van Langewold (het Oxwerderzijlvest bestaande uit Niekerk en Faan). Na het onbruikbaar raken van de Niekerksterzijl bij Ypegat werd het water via dit nieuwe kanaal naar de ‘Peperzijl’ geleid. Volgens het relaas in het dijkboekje van Humsterland werd de bodem van de zijl erg hoog gelegd. Hierdoor bleef de waterstand binnendijks hoog. Gezegd werd dat dit gebeurde omdat de heer van Nienoord, Wigbold van Ewsum, de zijltocht wilde gebruiken om met grote schepen turf af te voeren die gestoken was in de Nienoordse venen. Dat was tegen de zin van de ingezetenen, want daartoe moesten over de tocht zulke grote en hoge bruggen gebouwd worden, dat het gevaarlijk was om die met wagenspannen te gebruiken. ‘Dat kan in de toekomst nog veel ellende veroorzaken. Als God het wil zou het eigenlijk anders moeten.’"40"

In 1563 – het Oxwerderzijlvest had enkele jaren eerder aansluiting gevonden bij het Bomsterzijlvest – werd het Oxwerderdiep overgenomen door het Oost-Vredewolder of Nijesloterzijlvest. Vanaf Noordhornerga werd toen een sloot gegraven om het water uit de Oost-Vredewoldertocht naar het Niezijlsterdiep te leiden, waarna het even ten oosten van de Bomsterzijl via een nieuwe Nijesloterzijl in zee uitkwam (zie nr. 7 op kaartje 4).

De overname van het Oxwerder- of Niezijlsterdiep door het Oost-Vredewolder- of Sloterzijlvest heeft tot onenigheden geleid die door de Hoofdmannenkamer zijn beslecht met een uitspraak van 8 mei 1563."41" De inhoud van dit stuk bevestigt het verhaal over het staf worden van de Sloterzijl bij Ypegat en de mislukte poging van het Oost-Vredewolderzijlvest om via het Aduarderzijlvest te gaan uitwateren. De Sloterzijlvesten – aldus deze tekst – zijn in onderhandeling gegaan met het Oxwerderzijlvest om gebruik te mogen maken van het door hen gegraven nieuwe Oxwerderdiep (nu Niezijlsterdiep), dat het Oxwerderzijlvest niet meer nodig had omdat Oldekerk, Niekerk en Faan hun water via de Bomsterzijl mochten lozen. Wanneer het Sloterzijlvest het diep overnam zou het aan de zuidkant van het kanaal een nieuwe wal maken om het lage land van de Oxwerderzijlvesten te beschermen.

De partijen hebben onderling afspraken gemaakt, maar op de punten waarover ze geen overeenstemming konden bereiken, hebben Stadhouder en Hoofdmannen de nodige regelingen getroffen. Ofschoon we hiermee wel heel diep in de details afdalen zijn er twee redenen om de inhoud ervan toch puntsgewijs weer te geven. In de eerste plaats is – voor zover mij bekend – dit stuk niet door eerdere onderzoekers gebruikt, en in de tweede plaats mag het een bijzonderheid genoemd worden dat we hier een tekst hebben waarvan de interpretatie geen enkel probleem oplevert.

Zo volgen hier de punten van de uitspraak die Stadhouder en Hoofdmannen op 8 mei 1563 deden ter beslechting van de onenigheden tussen het Bomsterzijlvest en het Nijesloterzijlvest.

  1. Oldekerk, Niekerk en Faan moeten het door hen gegraven kanaal aan de Sloterzijlvesten overdragen, die de aanlegkosten daarvan moeten betalen, inclusief de kosten voor de aankoop van de binnendijkse landerijen.
  2. De Sloterzijlvesten moeten op de zuidzijde van het kanaal een wal leggen en onderhouden met een hoogte en dikte naar de zin van de Oxwerderzijlsters.
  3. De wal zal worden geschouwd door de Oxwerders, in het bijzijn van een door de Sloterzijlsters gekozen borg, die woonachtig moet zijn in het gebied van de Oxwerders.
  4. Wanneer een gebrek wordt vastgesteld moeten de Oxwerders de afgekeurde plek laten repareren en de dubbele kosten in rekening brengen bij de Sloterzijlsters.
  5. Indien er aan de wal een spoedreparatie moet worden verricht worden de kosten op de Sloterzijlster borg verhaald.
  6. Als iemand de wal doorsteekt mogen de Oxwerders de dader straffen zoals het behoort.
  7. De Oxwerderzijlvesten zijn belast met het onderhoud van de waterpendingen van Enumatil tot aan het Niezijlsterdiep. Hiervoor betalen de Sloterzijlsters een eenmalige subsidie van 10 emder gulden.
  8. Die van Sloterzijl moeten een nieuw kanaal graven en het daarvoor benodigde land kopen, waarlangs de Oxwerders hun water naar de Bomsterzijl kunnen brengen. NB Mogelijk is hier de watergang bedoeld die op kaartje 4 met het nummer 8 is gemerkt. 
  9. Zolang Oldekerk, Niekerk en Faan door de Bomsterzijl uitwateren zullen ze half zijlschot geven.
  10. De scheidsrechters reserveren voor zich de beslissing over de vraag of en zo ja wat voor verbinding er moet zijn tussen het Oxwerderzijlvest en het Sloterzijldiep. Dat geldt ook voor andere kwesties die uit deze regeling kunnen voortkomen.
Van Starkenborghkanaal tussen Scheeftil en Noordhornertolhek Van Starkenborghkanaal tussen Scheeftil en Noordhornertolhek

Halverwege de zeventiende eeuw werd het kanaalvak Noordhornertolhek-Scheeftil opgenomen in de nieuwe, verbeterde vaarroute tussen Groningen en Friesland."42" In de jaren dertig van de vorige eeuw is het onderdeel geworden van het Van Starkenborghkanaal.

 

Scheeftil Scheeftil

De Scheeftil werd halverwege de zeventiende eeuw gelegd op de plaats waar het Niezijlsterdiep noordwaarts aftakte van de nieuwe trekvaart naar Friesland. De til was nodig omdat het trekpad hier het Niezijlsterdiep kruiste.

De plaats van de Bomsterzijl in Niezijl De plaats van de Bomsterzijl in Niezijl

De westelijke sluis in Niezijl was de Bomsterzijl. Hierlangs waterden West-Vredewold en Langewold af. Een kleine 250 meter ten oosten van deze zijl ligt de Nijesloterzijl.

De plaats van de Nijesloterzijl in Niezijl De plaats van de Nijesloterzijl in Niezijl

De oostelijke sluis te Niezijl is de Nijesloterzijl. Via deze zijltocht waterde het Nijesloterzijlvest (Oost-Vredewold en de omgeving van Roderwolde en Leutingewolde) af.

De Opslag bij Kommerzijl De Opslag bij Kommerzijl

De Opslagster- of Kommerzijl is pas aan het einde van de zestiende eeuw gelegd."43" Hier had Wigbold van Ewsum zijn zoutziederij. Via het Niezijlsterdiep werd turf uit de Nienoordse venen aangevoerd. De onderneming mislukte jammerlijk door de ongunst der tijden (Tachtigjarige Oorlog!).

 


[1]         W.J. Formsma Grijpskerk. De geschiedenis van een Groninger gemeente (Groningen 1986) 52.

Afleiding van het water van de Pompelanden Afleiding van het water van de Pompelanden

Bewerkte uitsnede uit een zeventiende-eeuwse manuscriptkaart (GrA T817-1052); op deze kaart zijn de zijlen aangegeven met een geel blokje. Het Ypegat is weergegeven als een flinke poel.
De afleiding van de Pompelanden is lichtblauw gemarkeerd.

Doordat er na 1563 direct ten westen van de Nijeslachte geen zijlen meer waren, voerde de Oude Riet alleen nog het water van de Pompelanden af. Dat was veel te weinig om de geul op diepte te houden. Versnelde opslibbing in de Oude Riet zal weldra de uitwatering van de Pompelanden zo goed als onmogelijk hebben gemaakt.

In 1571 vroegen en kregen de ingelanden van de Pompelanden toegang tot het Nijesloterzijlvest."44" Daartoe moest ten oosten van de Nijeslachte een duiker onder de weg tussen Noordhorn en de Bomsterzijl (de Langewolderzeedijk) worden gemaakt ter wijdte van 1 voet. Het water van de Pompelanden stroomde dan door het Stillediep zuidwaarts naar het Niezijlsterdiep en daarlangs in noordwestelijke richting naar de Nijesloterzijl (de oostelijke zijl in Niezijl).

Op de kaart is vlak onder de kerk van Noordhorn nog een tweede waterlossing van de Pompelanden te zien. Daarbij staat geschreven: ‘uitwaeteringe van de Hamster pompelanden’. Ik heb geen document gevonden waaruit blijkt wanneer deze watergang precies is aangelegd. Maar er is wel een aanwijzing. Op 23 september 1640 hebben de kerspellieden van Noordhorn tijdens een bijeenkomst in de kerk aldaar een besluit genomen over de manier waarop de werkzaamheden aan de straat in hun dorp zouden worden verdeeld. Het besluit hebben ze laten aantekenen op de secretarie van de Hoge Justitiekamer in Groningen, omdat die instantie de schouw over deze weg uitvoerde."45" Bij die gelegenheid was afgesproken dat de ´buitenburen´ met hun paard-en-wagens de vlinten die bij de Noordhornertil lagen op hun plek moesten brengen en ook het zand vervoeren. De ´binnenburen´ moesten dan zand graven en de weg egaliseren. De hier genoemde vlinten zullen de zwerfstenen zijn die tevoorschijn zijn gekomen bij het graven van de uitwatering van de Pompelanden die dwars door de Gast gaat, en met de Noordhornertil is ongetwijfeld de brug bedoeld die over die watergang is gelegd. De uitgegraven stenen lagen blijkbaar nog vlak bij de plek waar ze waren uitgegraven. De verdeling van het werk was waarschijnlijk nodig vanwege de nieuwe situatie die was ontstaan door de nieuwe afleiding van het water van de Pompelanden van Den Ham. Er is dus een goede reden om aan te nemen dat deze nieuwe watergang in of kort voor 1640 is gegraven.

Afwatering van de Pompelanden (1571-c. 1640) Afwatering van de Pompelanden (1571-c. 1640)

Beide uitwateringen van de Pompelanden zijn in beeld gebracht. Ten zuiden van Noordhorn loopt de watergang van de Hamster Pompelanden, via de duiker bij Ypegat waterden de landen af die tussen Humsterland en Noordhorn gelegen waren.

De afwatering van de Hamster Pompelanden is vandaag de dag nog maar met moeite terug te vinden. De watergang is in stukjes geknipt door de aanleg van latere infrastructurele elementen zoals de spoorweg, het Van Starkenborghkanaal en het bedrijventerrein Mokkenburg in Noordhorn. Hier volgen een paar plaatjes die de schamele overblijfsels van deze waterlossing laten zien.

De afwatering van de Hamster Pompelanden tussen de Rijksstraatweg en de Industrieweg in Noordhorn De afwatering van de Hamster Pompelanden tussen de Rijksstraatweg en de Industrieweg in Noordhorn

Tussen de plek op het rechterplaatje en de Mokkenburgweg is de waterloop verdwenen, maar de Noordhorner Schipsloot die parallel loopt aan de Mokkenburgweg is een onderdeel van de waterlossing. De Noordhorner Schipsloot, die aan het einde van de Schipperstraat begon, sloot op deze waterlossing aan.

De Noordhorner Schipsloot langs de Mokkenburgweg in Noordhorn De Noordhorner Schipsloot langs de Mokkenburgweg in Noordhorn

Tussen de spoorbaan en het Van Starkenborghkanaal Tussen de spoorbaan en het Van Starkenborghkanaal

Dit gedeelte van de waterlossing (en Schipsloot) heet tegenwoordig ‘Vledderboschtocht’.

Het zuidelijke uiteinde van de waterlossing van de Hamster Pompelanden Het zuidelijke uiteinde van de waterlossing van de Hamster Pompelanden

De foto is genomen vanaf het Van Starkenborghkanaal Zuidzijde. De bosschages aan de rechterkant staan op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Dit laatste stuk van de Pompelandster waterlossing ligt tussen het Van Starkenborghkanaal Zuidzijde en Hoendiep Oostzijde.

38.

GrA T713-2 fol. 143-144v.

39.

GrA T657-148.

40.

GrA T713-2 fol. 144-144v.

41.

GrA T657-148 (1563 en 1567).

42.

Zie hiervoor G&DW 10, Tussen Aduard en Grijpskerk 1, 10.3 ‘Oost-Vredewoldertocht’.

43.

W.J. Formsma Grijpskerk. De geschiedenis van een Groninger gemeente (Groningen 1986) 52.

44.

GrA T715-13 (1 mei 1571).

45.

GrA T136-2305 (25 september 1640).