Zoek op de website

3.4		Het Nieuwe Gat later

Tot slot van dit deel bekijken we een aantal plaatjes van het Nieuwe Gat.

Boerderij Koekoek met directe omgeving Boerderij Koekoek met directe omgeving

Op de plek van de zijlen ligt nu een duiker onder de toegangsweg tot het erf van boerderij Koekoek.
Ten noorden ervan loopt het fietspad (‘Walfriduspad’) dat vanaf de (huidige) Walfridusbrug naar de Oude Adorperweg leidt.

Het westelijke uiteinde van het Nieuwe Gat in 2011 Het westelijke uiteinde van het Nieuwe Gat in 2011

De duiker ligt op de plaats waar eens een zeesluis was. We kijken vanaf de Adorperweg in oostelijke richting, naar de spoordijk. De duiker gaat onder de toegangsweg tot het erf van boerderij Koekoek door, tegenwoordig het bedrijf van de Maatschap Stoel. Ten noorden ervan – links op de foto – zien we nog net een stukje van het fietspad dat vanaf de Walfridusbrug naar de Oude Adorperweg loopt.

De plaats waar het Nieuwe Gat in de Hunze uitmondde De plaats waar het Nieuwe Gat in de Hunze uitmondde

Detail van een plattegrond van de provinciale landerijen tussen het Selwerderdiep en de Wolddijk, in 1734 getekend door Hendrik Teijsinga."23"
De op dit blad uit de Provinciale Atlas van Groningen afgebeelde landerijen liggen in de buurt van het klooster Selwerd en zijn ook eigendom van dat klooster geweest.

De percelen 61 en 62 vormen het westelijke deel van de Geuzenweg. Deze loopt over de dijk die het Nieuwe Gat aan de noordzijde flankeert.

De zijltocht had ten tijde van het maken van Teijsinga´s kaart geen functie meer en is daarom op dezelfde manier aangegeven als de andere sloten in het gebied. De watergang mondde tussen de ‘(Nieuwe) Nadorst’ (nu ‘Koekoek’, in het zuiden) en de ‘(Oude) Nadorst’ (in het noorden) in de Hunze uit.

De Hunze vanaf de voormalige uitmonding van het Nieuwe Gat De Hunze vanaf de voormalige uitmonding van het Nieuwe Gat

Het rode pijltje op de kaart van Teijsinga geeft de plaats aan waar deze foto is genomen.
We zien ook dat het door Teijsinga getekende hek er nog altijd staat!

Aan de horizon tussen het geboomte staat boerderij Nadorst (de Oude Nadorst op de kaart van Teijsinga). Daar lag een brug over de oude Hunze (Selwerderdiepje) die hier de grens vormde tussen Selwerd en het kerspel Harssens en ook in waterstaatkundige zin een scheidslijn was. Aan de westzijde lag het Dijkrecht van Wierum en Paddepoel, ten oosten van de Hunze lag het Wetsingerzijlvest.

De brug over de Hunze heette Wirckerbrug of Wilkerbrug. Beide namen staan in het Cartularium van het klooster Selwerd."24" Op de kaart van Henricus Teijsinga waarvan we zojuist een stukje zagen, ligt een kleine 600 meter ten noordoosten van de brug een kloosterboerderij met de naam Wilkershuis.

Tegenwoordig ligt op de bewuste plek geen brug meer. De moderne weggebruiker merkt niet eens dat hij de oude Hunze kruist. De Hunze heet hier nu Selwerderdiepje en gaat via een duiker onder de weg door.

Bij de Wilkerbrug Bij de Wilkerbrug

Op de foto zien we de bedding van de Hunze (Selwerderdiepje) vanaf de Wilkerbrug naar het Hemelrijk.
De hoge oeverwal links wordt door archeologen geïnterpreteerd als de locatie van een middeleeuwse steenoven.

Het Nieuwe Gat vanaf de spoorlijn in oostelijke richting Het Nieuwe Gat vanaf de spoorlijn in oostelijke richting

De geknikte loop van het Nieuwe Gat is aangegeven met een gele lijn.

De Geuzenweg loopt over de dijk langs het Nieuwe Gat De Geuzenweg loopt over de dijk langs het Nieuwe Gat

Aan de noordzijde van het ‘Nieuwe Gat’ werd in 1321-1322 een dijk gelegd die de landerijen van de Koningslaagte moest beschermen. Deze dijk is in het landschap nog altijd herkenbaar als een langgerekte rug en wordt Geuzenweg genoemd.

De naam ‘Geuzenweg’ heeft niets te maken met de aanleg of oorspronkelijke betekenis van deze dijk of weg. Hij stamt uit de tijd dat de ‘Geuzen’ of staatsgezinden gebruik maakten van deze toen al twee en en halve eeuw bestaande weg. Na zijn overwinning bij Heiligerlee (23 mei 1568) wilde graaf Lodewijk van Nassau zich meester maken van de stad Groningen. In die tijd diende de weg als verbindingsroute tussen zijn bases in Selwerd, Noorderhoogebrug en Euvelgunne.

Ook in de jaren 1579-1581 hebben de Staatsgezinden enkele maanden lang de stad Groningen belaagd. Ook toen hebben ze deze route gebruikt, omdat ze hier buiten het bereik van het Groninger vestinggeschut waren.

Nieuwe Gat en Geuzenweg op de AHN

  1. Nadorst
  2. Koekoek
  3. Van Starkenborghkanaal
  4. Nieuwe Gat en Geuzenweg
  5. ‘Buitenplaats Reitdiep’
  6. Wolddijk
  7. Noordzeeweg (N370)
  8. Boterdiep

Op gewone foto’s komt het reliëf niet zo goed uit, op de hoogtekaart zoveel te beter. De donkerblauwe vlekken zijn afgetichelde percelen. Op dit plaatje is goed te zien dat de verkaveling van het gebied ten noorden van de Geuzenweg secundair is ten opzichte van het Nieuwe Gat.

Het oostelijke uiteinde van het Nieuwe Gat in Noorderhoogebrug Het oostelijke uiteinde van het Nieuwe Gat in Noorderhoogebrug

We kijken in westelijke richting.
Op de achtergrond zien we de bomen bij Nadorst en het Hemelrijk aan de Adorperweg.

Het Nieuwe Gat als onderdeel van het Nieuwe Kanaal (1910). Uitsnede uit kaart 6 bij Geertsema’s overzichtswerk over de Groninger waterschappen. Het Nieuwe Gat als onderdeel van het Nieuwe Kanaal (1910). Uitsnede uit kaart 6 bij Geertsema’s overzichtswerk over de Groninger waterschappen.

Het ‘Nieuwe kanaal’ liep tussen de Paddepoelsterweg en het Boterdiep en bestond uit stukken watergang die elk een eigen geschiedenis hadden. Aan de westzijde sloot het kanaal aan bij de Wierumertocht die aan de binnenkant langs de Reitdiepsdijk noordwaarts liep. Tussen de Paddepoelsterweg en de Reitdiepsdijk volgt de sloot de watergang die in 1435 naar de zogenaamde ‘Grondzijl’ liep en het water van Selwerd onder het Reitdiep door, via Lieuwerderwolde naar het Aduarderdiep bracht. We komen daar later nader over te spreken."25"

Links: het geknikte tracé van het Nieuwe Gat is nog altijd een opvallend landschapselement Rechts: het Groninger Landschap heeft een wandelroute uitgezet. In de witte cirkel ligt ‘Buitenplaats Reitdiep’ van het Groninger Landschap. Links: het geknikte tracé van het Nieuwe Gat is nog altijd een opvallend landschapselement Rechts: het Groninger Landschap heeft een wandelroute uitgezet. In de witte cirkel ligt ‘Buitenplaats Reitdiep’ van het Groninger Landschap.

Bordje wandelroute Koningslaagte

De ‘Buitenplaats Reitdiep’ – een oude kloosterboerderij van Selwerd - staat zowat in de Hunze!

Ook dit plaatje is afkomstig van de kaart die Hendrik Teijsinga in 1734 maakte van de landerijen van het voormalige klooster Selwerd."26"
Het erf en de heerd zijn aangegeven met de letters E en F.

‘Buitenplaats Reitdiep’ nu ‘Buitenplaats Reitdiep’ nu

 Het oostelijke uiteinde van het Nieuwe Gat Het oostelijke uiteinde van het Nieuwe Gat

De wandelroute loopt vanaf de kop van de Wolddijk langs het Nieuwe Gat en dan noordwaarts naar de ‘Buitenplaats Reitdiep’.

Het Nieuwe Gat richting Hemelrijk Het Nieuwe Gat richting Hemelrijk

Dit (oostelijke) gedeelte van het Nieuwe Gat is op Wierum geraaid. In het huidige landschap is dat oriëntatiepunt niet te zien.

Het op Wierum geraaide deel van het Nieuwe Gat
We kijken hier vanaf de knik in zuidoostelijke richting.

Op de Geuzenweg Op de Geuzenweg

Op de wandelroute van het Groninger Landschap kom je niet veel wandelaars tegen. Kalfjes des te meer!

Het Nieuwe Gat wordt overbodig   Het Nieuwe Gat wordt overbodig  

Hoe lang het Nieuwe Gat als afwateringskanaal voor het Woldgebied heeft gefunctioneerd weten we niet precies. We zagen eerder dat het bodemniveau bij Wierum tegenwoordig veel hoger ligt dan dat in Innersdijk. Rond 1300 was dat verschil wellicht minder groot.

Op het nevenstaande kaartje is (linksonder) goed te zien dat de Hunze in de Paddepoel over een bult heen moest. Dat komt door de opslibbing in dat gebied. Ook al zijn de toenmalige bodemhoogten niet bekend, duidelijk is wel dat de Hoge Paddepoel voor het afstromen van de Hunze een steeds ernstiger obstakel werd.


Dat betekent dat Innersdijk waarschijnlijk niet lang plezier heeft gehad van het Nieuwe Gat. We zullen later zien dat Noorddijk in 1408 werd ‘ingelaten’ in het Winsumerzijlvest. Dat betekent dat het Noorddijkster water vanaf 1408 onder meer via Innersdijk naar het noorden mocht afstromen, in de richting van het Winsumerdiep."27" Dit veronderstelt dat Innersdijk zelf zich voor zijn afwatering al eerder naar het noorden heeft gewend. Mogelijk heeft men gebruik gemaakt van het scheepvaartkanaal dat (vermoedelijk in de veertiende eeuw) is gegraven tussen de Beijumerzuidwending en de buurtschap Plattenburg ter hoogte van Noordwolde. De geschiedenis van dit deel van het Boterdiep is een verhaal apart. Ook daarop kom ik bij een latere gelegenheid terug."28"

Koningslaagte bij de Wolddijk Koningslaagte bij de Wolddijk

De lage landen van de Koningslaagte maken deel uit van het stroomgebied van de Hunze, die hier wijde lussen maakte. Het is niet bekend wanneer deze zijn afgesneden. Het feit dat hier geen opslibbing heeft plaatsgevonden – terwijl dat overal elders bij de bedding van de rivier wél het geval is – wijst erop dat deze kronkels al relatief vroeg moeten zijn afgesneden. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de laagte op de foto een gevolg is van menselijk handelen. Buiten de eigenlijke rivierbedding is de bovenlaag afgegraven ten behoeve van de baksteenproductie.

De Borgham afgesneden De Borgham afgesneden

Zoals we zagen is het Nieuwe Gat niet gegraven om de grote rivierbocht om de Borgham af te snijden en de loop van het Drentse water te verkorten. Het Nieuwe Gat sneed niet de rivier af, maar wel een deel van het kerspel Beijum, later Zuidwolde. Het land van de Borgham was oudtijds deel geweest van Hunsingo. We zien dus dat het Cortinghuis (op het plaatje aangegeven met een rood kasteeltje) op een plaats stond die vergelijkbaar is met die van de ‘Zernikeburcht’. Ook die burcht was gelegen buiten de prefectuur, maar was wel in handen van een Utrechtse ‘borgman’.

Links: de Borgham (donkergroen) als onderdeel van de gemeente Noorddijk (lichter groen) Rechts: de stadstafel (rood) en prefectuur (lichter rood) Links: de Borgham (donkergroen) als onderdeel van de gemeente Noorddijk (lichter groen) Rechts: de stadstafel (rood) en prefectuur (lichter rood)

Bij de vorming van de Groninger gemeenten werd de Borgham losgemaakt van Zuidwolde en bij de gemeente Noorddijk gevoegd. Het gebiedje vormde een corridor tussen Selwerd en het noordelijk deel van Drenterwolde. Oorspronkelijk waren deze delen van de prefectuur niet met elkaar verbonden geweest. Selwerd was een apart landje en de kerspels aan gene zijde van de Hunze waren kolonies geweest.

Noorderhoogebrug op HisGIS
Wanneer we de gemeenten een kleurtje geven wordt de vreemde situatie duidelijker.

Rood:      Bedum
Geel:       Noorddijk
Groen:    Groningen

De herberg ‘Stad en Land’ (het perceel ten westen van de brug over het Boterdiep, hier voorzien van een zwarte contourlijn) vormde – met het bijbehorende erf – de schakel tussen het westelijke en het oostelijke deel van het grondgebied van die gemeente. Merkwaardigerwijs hoort de weg tussen de herberg en het Boterdiep bij de gemeente Groningen, zodat deze de beide delen van Noorddijk van elkaar scheidt.

Herberg, brug en molen te Noorderhoogebrug Herberg, brug en molen te Noorderhoogebrug

Naar een tekening door J.Bulthuis uit 1773 (collectie Groninger Museum)."29"


Het plaatje toont de Noorderhoogebrug over het Boterdiep dat rechts in de richting van de stad loopt.
Over de ingewikkelde geschiedenis van waterlopen bij Noorderhoogebrug volgt later meer."30"

De voormalige herberg ‘Stad en Land’ te Noorderhoogebrug De voormalige herberg ‘Stad en Land’ te Noorderhoogebrug

Op de voorgrond liep tot de jaren 30 van de vorige eeuw het Boterdiep.

23.

GrA T817-1047 nr. 57.

24.

GrA T172-20 fol. 80-80v (reg.nr. 778); de brug wordt genoemd in een akte van 14 oktober 1489.

25.

Zie G&DW 8, Alle kanten op, hoofdstuk 8.4 ‘Selwerd en Paddepoel’.

26.

GrA T817-1047 nr. 57.

27.

G&DW 8, Alle kanten op, hoofdstuk 8.2, ‘Noorddijk, Wetsingerzijl en Westerdijk’.

28.

G&DW 7, De Hunze omgeleid, hoofdstuk 7.3, ‘Tillen, Kleisloot en Boterdiep’.

29.

GrA T818-11107.

30.

Zie G&DW 9, Kleisloot, Selwerderdiep en Boterdiep, hoofdstuk 9.3, ‘Noorderhoogebrug’.