Zoek op de website

4.3 	Het Winsumerzijlvest

Het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest naar Kooper met de locatie van Garsthuizen Het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest naar Kooper met de locatie van Garsthuizen

We laten het Drentse water even voor wat het is en maken een zijsprong om een verklaring te zoeken voor een merkwaardig detail uit een van de beide akten van 1323 die we in het vorige hoofdstuk hebben bekeken. Zoals we zagen blijkt uit akte A dat er in 1323 al een ‘gemeenschap van de zijlen in Winsum’ was. Verder lezen we dat de initiatiefnemers beloofden de westelijke zijl in Gershusum te zullen onderhouden, ‘zoals ze verplicht waren te doen’.

De naam Gershusum of Gershusen (Fries voor ‘Grashuizen’) komt vaker in veertiende-eeuwse stukken voor en betekent dan gewoon ‘Garsthuizen’."15" De geciteerde bepaling roept de vraag op wat de initiatiefnemers van 1323 en het Winsumerzijlvest te maken kunnen hebben gehad met eventuele sluizen bij dat Fivelgoër dorp. Voor de beantwoording van die vraag moeten we ons buigen over de ontwikkeling van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest.

We zijn dit hoofdstuk begonnen met een plattegrond van het zijlvest, gebaseerd op de zijlvestenijenkaart van Kooper. Het blauw-gearceerde deel lag ten oosten van het Kardingermaar, hoorde bij Fivelgo en omvatte het gebied van de kerspelen Stedum en Lellens, en het oostelijke deel van het door de Wolddijk omsloten Woldland, dat ‘Vierendeel’ werd genoemd.

De zijlen bij ‘Gershusum’ De zijlen bij ‘Gershusum’

Garsthuizen ligt wel heel ver weg van Essen! Later ressorteert het kerspel onder het grote zijlvest van de Drie Delfzijlen.

Garsthuizen en omgeving volgens P.M. Bos  De groene lijnen geven dijken aan. Garsthuizen ligt linksonder op het kaartje. 1.  Wilkemazijl 2.  Fivelzijl’ Garsthuizen en omgeving volgens P.M. Bos De groene lijnen geven dijken aan. Garsthuizen ligt linksonder op het kaartje. 1. Wilkemazijl 2. Fivelzijl’

We kijken eerst naar de directe omgeving van Garsthuizen. We doen dat aan de hand van een uitsnede uit de kaart van P.M. Bos.

In Garsthuizen zelf zijn geen zijlen, maar ten noorden van het dorp zijn er twee: links, bij 1, de ‘Wilkemazijl’ op de plaats waar het Startenhuistermaar door de dijk (Dijkumerweg) gaat, en rechts, bij 2, een zijl die de Fivel afsloot (de ‘Fivelzijl’). De Wilkemazijl lijkt me de enige die in 1323 kan zijn aangeduid als ‘de westelijke zijl in Gershusum’.

De zijlen bij Garsthuizen met de AHN erbij  1.  Oldenzijl 2.  Oude Maar 3.  Startenhuistermaar 4.  Fivel De zijlen bij Garsthuizen met de AHN erbij 1. Oldenzijl 2. Oude Maar 3. Startenhuistermaar 4. Fivel

Op Google Earth zijn de grote bochten van de Fivel nog wel enigszins herkenbaar, maar de loop van het Startenhuistermaar is nauwelijks te onderscheiden. Maar wanneer we de hoogtekaart erbij nemen is de kronkelende loop van het Startenhuistermaar beter zichtbaar.

Er lopen ten noorden van Garsthuizen verschillende watergangen in oostelijke richting. Het meest noordelijk zien we het spoor van een voormalige waterloop langs de huidige Zuiderweg tussen Eppenhuizen en Oldenzijl (1). Ten zuiden daarvan ligt een opvallend rechte watergang: het Oude Maar (2), de oostelijke voortzetting van het Eppenhuistermaar. Dan volgen de ingewikkelde bedding van het Startenhuistermaar (3) en de grote bochten van de Fivel (4).

Aan de Dijkumerweg We staan op de Dijkumerweg en kijken in westelijke richting. Aan de Dijkumerweg We staan op de Dijkumerweg en kijken in westelijke richting.

Hoe de zaak hier precies heeft gezeten weet ik niet, maar het lijkt erop dat we ook sporen zien van de situatie zoals die heeft bestaan vóórdat de dijk werd gelegd waarop nu de Dijkumerweg ligt en waarin de Wilkemazijl is gebouwd.

Het gebied vertoont ook nu nog een opvallend reliëf.

Tussen Eenrum en Godlinze

In de cirkel ligt Garsthuizen. De belangrijkste buitenzijlen zijn:

  1. Schaphalsterzijl; in 1459 gebouwd vanwege de te geringe capaciteit van de oude Winsumerzijl;
  2. Winsumerzijl of Winsumer Oldenzijl; na de inlating van het ten oosten van de wierdenrij Usquert-Middelstum gelegen gebied in het Winsumerzijlvest (1457) bleek de capaciteit van deze zijl niet toereikend. De zijl is na 1630 vervangen door een zijl naast de Schaphalsterzijl;
  3. Oldenzijl aan het einde van het Holwindermaar/Meedstermaar;
  4. ‘Wilkemazijl’ (de ‘westelijke zijl bij Garsthuizen’), die het Startenhuistermaar afsloot;
  5. ‘Fivelzijl’ (de ‘oostelijke zijl bij Garsthuizen’?);
  6. Oosterniezijl; hiervan wordt verondersteld dat hij in 1317 is gebouwd.

Andere opvallende zaken:

  • de extreem lage ligging van het Centrale Woldland en Duurswold;
  • de op vogelveren lijkende kwelderruggen bij Roodeschool;
  • de opslibbing buiten de dijk tussen Kolhol en Godlinze die mogelijk in 1444 is gelegd;
  • afgetichelde percelen in de buurt van het Winsumerdiep ten oosten van Winsum, ten westen van Middelstum en bij Rottum, ten zuiden van Usquert.
Wilkemaweg en Wilkemaheerd vanaf de Dijkumerweg Zowel links (ten zuiden) als rechts (ten noorden) van de Wilkemaheerd hebben watergangen gelopen. Wilkemaweg en Wilkemaheerd vanaf de Dijkumerweg Zowel links (ten zuiden) als rechts (ten noorden) van de Wilkemaheerd hebben watergangen gelopen.

Als de ‘Wilkemazijl’ inderdaad de in oorkonde A bedoelde ‘westelijke zijl in Gershusum’ is, levert dat wel een probleem op. Algemeen wordt immers aangenomen dat de kwelder ten oosten van de ‘Wilkemazijl’ in 1317 is bedijkt."16" Als dat klopt, kan de Wilkemazijl in 1323 geen functie meer gehad hebben. De vraag is dan waarom Essen en zijn partners in dat jaar nog moesten beloven dat ze die zijl naar behoren zouden onderhouden.

Het jaartal 1317 is ontleend aan een akte van 25 juli 1317."17" Op grond van die tekst wordt verondersteld dat de dijk tussen Oosternieland en het Zandstervoorwerk (2,2 km ten oosten van de Wilkemazijl) in 1317 is gelegd. Bij die gelegenheid zou de functie van de Wilkemazijl zijn overgenomen door de Oosterniezijl (nr. 6 op het kaartje op de vorige bladzijde). Maar dat staat niet met zoveel woorden in de akte van 25 juli 1317! In de aanhef van dat document wordt alleen melding gemaakt van het plan om een nieuwe dijk te leggen in de aanwassen en worden afspraken vastgelegd over de organisatie van het werk. Het is dus best mogeljk dat de uitvoering van de werkzaamheden op zich heeft laten wachten. Het is ook denkbaar dat de bewuste indijking een ander gebied betreft dan men tot nu toe heeft aangenomen. Om hierin duidelijkheid te krijgen is een diepgaande studie naar de inpoldering van de Fivelboezem noodzakelijk.

Voor ons verhaal doen die details er niet toe. Wij willen een antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat het nonnenklooster in Essen c.s. in 1323 verplichtingen kon hebben ten aanzien van een zijl bij Garsthuizen.

Men gaat ervan uit dat de wierdenrij tussen Usquert en Middelstum een waterscheiding was."18" Dat zou volgen uit een akte uit 1458, waarin het Groninger stadsbestuur als gevolmachtigd scheidsgerecht een geschil beslechtte dat was ontstaan nadat gebieden ten oosten van die lijn (een drietal schepperijen van het Oosterniezijlvest) het jaar tevoren waren ‘ingelaten’ in het Winsumerzijlvest."19" Het gebied ten westen van de waterscheiding loosde via de Winsumerzijl op de benedenloop van de Hunze, het land ten oosten ervan waterde via een drietal zijlen af op de Fivelboezem. Het dichtslibben daarvan dwong de ingelanden halverwege de vijftiende eeuw hun afwatering naar het westen te verleggen."20"

Dit verhaal is ongetwijfeld juist, maar het is nog maar de vraag of de wierdenrij Usquert-Middelstum voordien altijd een waterscheiding is geweest. Ooit moet ook het gebied tussen Winsum, Warffum en Middelstum bedekt zijn geweest met veen. Er zijn twee toponiemen die daaraan herinneren: Stitswerderwold ten noorden van Stitswerd en Rodewolt ten noordwesten van Onderdendam. Ook hier is het veen als gevolg van de ontginning verdwenen.

Het veengebied waterde oorspronkelijk in verschillende richtingen af: naar het Wad (bij Warffum), naar de Deel (bij Onderdendam) en zeer waarschijnlijk ook in oostelijke richting, tussen de wierden op de lijn Usquert-Middelstum door. De hoogtekaart laat duidelijk zien dat daar enkele natuurlijke laagten waren waarlangs het water oostwaarts kon stromen.

Wierden en maren ten westen van de Fivel
Bewerking van een kaartje dat is gemaakt door de archeoloog Piet Kooi.

We zien hier hoe een aantal watergangen ter weerszijden van de lijn Usquert-Middelstum (Westerwijtwerd) doorloopt.

In de eerder vermelde ‘inlatingsakte’ van 1458"21" worden vijf plaatsen genoemd waarlangs het water vanuit het oosten naar het westen zou mogen stromen. Van noord naar zuid zijn dat

  • het Usquerdermaar-Helwerdermaar-Holwindermaar (kruising Helwerderweg)
  • het Koksmaar-Eelswerdermaar (later vergraven tot Boterdiep)
  • het Startenhuistermaar (‘Kantensermaar’)
  • het Hoogepandstermaar (‘In den Oert’) bij Toornwerd
  • het Huizingermaar bij ‘Wijtwerderhorne’ of De Pomp
Eelswerdermaar of Boterdiep (2012) Eelswerdermaar of Boterdiep (2012)

Het Eelswerdermaar is later onderdeel geworden van het Boterdiep.
Bij Eelswerd – de fabrieksschoorstenen van de voormalige steenfabriek Ceres staan ten noordoosten van de wierde Eelswerd – kruiste dit maar de wierdenrij Middelstum-Usquert en vond aan de westzijde voortzetting in het Koksmaar.

Hoogepandstermaar Hoogepandstermaar

Het Hoogepandstermaar komt tussen Toornwerd en Middelstum in het huidige Boterdiep uit. Op deze foto zien we het Hogepandstermaar vanaf het Boterdiep in oostelijke richting.

Het stuk Boterdiep tussen het Hoogepandstermaar en de zuidwestrand van Middelstum heeft ongetwijfeld een natuurlijke oorsprong. Bij de aanleg van de trekvaart Groningen-Uithuizen (het huidige Boterdiep) is hier gebruik gemaakt van een bestaande watergang.

Het Boterdiep tussen Middelstum en Toornwerd Het Boterdiep tussen Middelstum en Toornwerd

Zoals we zagen werd in 1458 bepaald dat het water vanuit het Oosterniezijlvest op vijf plaatsen het Winsumerzijlvest mocht binnenkomen. Het gaat hierbij om watergangen die in de periode vóór de inlating van het noordelijke deel van het Oosterniezijlvest in het Winsumerzijlvest afgesloten waren geweest.

Bij de Helwerderweg moest een schotdeur van 7 voet breed komen. Deze mocht van 1 november tot 12 maart geopend worden voor het doorlaten van vaartuigen. De rest van het jaar moest de deur gesloten blijven, met dien verstande dat er wel een vierkante opening mocht blijven ter breedte van twee voet. Hetzelfde was het geval bij het Eelswerdermaar (later is daar het Boterdiep in de richting van Doodstil en Uithuizen gegraven). Bij Kantens, Toornwerd en Westerwijtwerderhorn (‘de Pomp’) mocht de opening niet groter zijn dan 1,5 voet. Daar was dus geen sprake van scheepvaart.

Maar waarvoor diende de bepaling dat de schotdeuren in het zomerhalfjaar gesloten moesten blijven? Naar het antwoord op die vraag moeten we gissen. Het kan zijn dat men op deze manier wilde voorkomen dat er gedurende de zomermaanden teveel water uit het Hogeland wegstroomde. Maar dat past niet bij de algemene strekking van de akte. Die is erop gericht de lage delen van het Winsumerzijlvest tegen wateroverlast te vrijwaren. De achterliggende problematiek is immers duidelijk: door de inlating van het relatief hoog gelegen noordelijke deel van het Oosterniezijlvest was een nieuwe situatie ontstaan. De lage landen die het kerngebied van het Winsumerzijlvest vormden, kregen nu vreemd water te verwerken dat vóór 1457 naar elders werd geloosd. De bepaling over het ’s zomers gesloten houden van de schotdeuren moet dus in het voordeel van de lage landen zijn geweest. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat de lage delen van het Winsumerzijlvest alleen in het zomerhalfjaar droog genoeg waren om als wei- en hooiland nut op te leveren. Gedurende die periode moest dan ook al het mogelijke worden gedaan om vreemd water buiten te houden. In het najaar en de winter stond alles onder water, zodat het niet uitmaakte of er van het Hogeland nog wat meer bij kwam. Dan mochten de schotdeuren in de voormalige waterscheiding worden geopend en kon er gevaren worden.

 Boterdiep ten oosten van Eelswerd Boterdiep ten oosten van Eelswerd

Van de gelegenheid maak ik gebruik om even in te zoomen op het Boterdiep dat bij Eelswerd een haakse bocht maakt naar het oosten. Bij de aanleg van het Boterdiep heeft men het hier lopende Eelswerdermaar gekanaliseerd. De uitgegraven aarde is op de hoogtekaart ter weerszijden van het kanaal herkenbaar.

Het oude landschap Hunsingo Het oude landschap Hunsingo

De gebieden ten oosten van de lijn Usquert-Middelstum (de latere schepperijen Uithuizen, Zandeweer en Overmaringe; hier rood gearceerd) hoorden weliswaar bij het oude landschap Hunsingo, maar waterden aanvankelijk in oostelijke richting, naar de Fivelboezem, af.

Er waren vele landeigenaren die aan weerszijden van de lijn Usquert-Middelstum grond bezaten en dus zijlvesten van de Winsumerzijl waren, maar tegelijkertijd ook belang hadden bij de afwatering naar het oosten. Tot die landeigenaren behoorden de kloosters Wijtwerd, Rottum, Warffum, Sint Annen en ook (vanwege een klein stukje land bij Toornwerd) Essen!

Nieuwe zijlen bij Oosternieland, ingetekend op de kaart van P.M. Bos Nieuwe zijlen bij Oosternieland, ingetekend op de kaart van P.M. Bos

Zojuist is al even melding gemaakt van de landaanwinningswerken die de Hunsingoërs van Uithuizen, Zandeweer en Overmaringe samen met hun Fivelgoër buren in de eerste helft van de veertiende eeuw in de kwelders van de Fivelboezem ondernamen. In dat verband moesten nieuwe zijlen worden gebouwd. Volgens P.M. Bos gaat het om de Oosterniezijl in Oosternieland en een naamloze zijl tussen Zijldijk en het Zandstervoorwerk. De plaatsen daarvan zijn op het bovenstaande kaartje (een uitsnede van de kaart van Bos) met gele cirkels aan gegeven.

Het Oosterniezijlvest Het Hunsingoër deel van het zijlvest is gearceerd Het Oosterniezijlvest Het Hunsingoër deel van het zijlvest is gearceerd

Voor het beheer van de nieuwe zijlen vormden de drie Hunsingoër schepperijen Uithuizen, Zandeweer en Overmaringe samen met hun Fivelgoër buren (de dorpen Westeremden, Garsthuizen en delen van Zeerijp en ’t Zandt) een nieuwe organisatie: het Oosterniezijlvest.

Doordat de voortschrijdende opslibbing in de Fivelboezem de afwatering in oostelijke richting bemoeilijkte, wendden de ingelanden van het noordelijke (Hunsingoër) deel van het Oosterniezijlvest zich in 1457 naar het westen. Ze vroegen en kregen aansluiting bij het Winsumerzijlvest."22" Enkele jaren later, in 1464,"23" vonden ook de aangrenzende Fivelgoër gebieden – het zuidelijke deel van het Oosterniezijlvest – aansluiting bij een ander zijlvest: het Slochterzijlvest, dat deel uitmaakte van het Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen.

 Esser land in Hunsingo Esser land in Hunsingo

Het klooster Essen was één van de landeigenaren die zowel naar het westen als het oosten afwaterden. Naast flinke stukken land ten noorden en noordwesten van Onderdendam en ten westen van Middelstum (Anderwereld) bezat het klooster ook enig land ten noorden van Toornwerd.

In het bijzonder dit laatste bezit moet de basis zijn geweest van de verplichtingen die Essen met betrekking tot de sluis in Garsthuizen heeft gehad. Essen hoorde bij de landeigenaren die niet alleen belang hadden bij de Winsumerzijl, maar ook naar het oosten afwaterden. Overigens laat dit plaatje zien dat het klooster Essen zelf in 1594 een van de grotere ingelanden van de Winsumerzijl was.

Vermeldenswaard is nog dat halverwege de vijftiende eeuw sprake is geweest van een ‘nieuwe zijl bij Warffum’. We lezen dan dat deze niet meer functioneerde – als gevolg van opslibbing op de kwelder? – en mocht worden uitgegraven om elders herplaatst te worden."24" Dit wijst erop dat er tot kort voordien nog een uitwateringsmogelijkheid bestond in noordelijke richting, naar het Wad. Het ligt voor de hand hierbij te denken aan de Oude Delthe ten oosten van Warffum.

De Schaphalsterzijl gelegd De Schaphalsterzijl gelegd

Toen de voortschrijdende opslibbing langs de waddenkust de uitwegen naar het noorden en oosten halverwege de vijftiende eeuw onbruikbaar had gemaakt, loste men het afwateringsprobleem op door het Winsumerdiep in westelijke richting door te trekken en het leggen van de Schaphalsterzijl (1459)."25" Op het kaartje is de ligging van deze nieuwe zijl aangegeven met een rood pijltje.

Overigens werd toen reeds voorzien dat het in de toekomst nodig zou kunnen zijn om ter plaatse nog een tweede zijl te leggen. Deze is pas gebouwd toen de oude Winsumerzijl onbruikbaar geworden was door de afsnijding van de Raken (1629). De bouw van de nieuwe Winsumerzijl vond plaats in de jaren 1630-1638. Dat is een interessant verhaal, niet alleen uit waterstaatkundig gezichtspunt, maar ook vanwege de rol die het stadsbestuur van Groningen in deze Ommelander zaak speelde. Omdat we ons daarmee wel erg ver zouden verwijderen van ons thema ‘Groningen en het Drentse water’, laten we dat onderwerp voor wat het is.

Gemaal Schaphalsterzijl Gemaal Schaphalsterzijl

De bodemdaling als gevolg van de aardgaswinning verstoort de waterhuishouding, zodat corrigerende maatregelen nodig zijn. Op verschillende plaatsen zijn in dit verband gemalen gebouwd. Eén daarvan is het gemaal Schaphalsterzijl dat in 2005 is voltooid, tegelijk met de restauratie van het sluizencomplex.

Winsumer- en Schaphalsterzijl anno 2012 Winsumer- en Schaphalsterzijl anno 2012

Links op de foto zien we de Schaphalsterzijl van 1459, rechts de Winsumerzijl van 1638. Tussen beide zijlen bevond zich een eilandje. Dat is in 1890 ten behoeve van de scheepvaart vervangen door een schutsluis. Sindsdien lagen er drie sluizen naast elkaar.

Waarhuis bij de Winsumer- en Schaphalsterzijl Het sluizencomplex en dit waarhuis zijn aangemerkt als Rijksmonument. Waarhuis bij de Winsumer- en Schaphalsterzijl Het sluizencomplex en dit waarhuis zijn aangemerkt als Rijksmonument.

In dit hoofdstuk ging het erom een verklaring te zoeken voor de verplichting die Essen had met betrekking tot een zijl in Garsthuizen. Aan het einde ervan moeten we vaststellen dat we weliswaar een antwoord hebben gevonden, maar dat er ook een nieuwe vraag is gerezen.

De vraag naar de reden waarom het klooster Essen verplicht was bij te dragen aan het onderhoud van de westelijke sluis in Garsthuizen, kunnen we beantwoorden door te wijzen op een klein stukje land – het is nog geen 9 hectare groot – dat het klooster ten noorden van de wierde van Toornwerd bezat. Deze percelen hebben via het Hogepandstermaar en de Wilkemazijl naar de Fivelboezem afgewaterd.

De nieuwe vraag luidt: hoe is het mogelijk dat de westelijke sluis bij Garsthuizen, gesteld dat het inderdaad om de Wilkemazijl gaat, in 1323 nog onderhouden moest worden wanneer het buitendijkse land ten oosten ervan al in 1317 is ingepolderd zoals algemeen wordt aangenomen?

15.

Volgens Meindert Schroor zou met het Gershusum van onze akte misschien Garnwerd (Gernewerd) zijn bedoeld (Meindert Schroor, ‘De waterstaat van de gemeente Winsum en omstreken, 1350-1850’, in: Redmer Alma e.a. (red.) Winsum 1057-2007 (Winsum 2007), aldaar 107-124), aldaar 110).

16.

Zie (onder meer) Kooper, Waterstaatsverleden, 46, 150-151; Meindert Schroor en Jan Meijering, Golden Raand. Landschappen van Groningen (Assen 2007) 191, Duijvendak e.a. (red.), Geschiedenis van Groningen I, kaartje op p. 196.

17.

OGD I 254 (GrA T708-59 fol. 1, reg.nr. 3).

18.

Siemens, Dijkrechten en zijlvesten, 43.

19.

GrA T136-2499 fol. 27-29.

20.

Meer over het Oosterniezijlvest volgt in het vervolg van dit hoofdstuk.

21.

GrA T136-2499 fol. 27-29.

22.

GrA T136-2499 fol. 23v.

23.

GrA T708 regest 34.

24.

GrA T2043-24 (c. 25 juli 1458).

25.

GrA T172-42 reg.nr. 397.