Zoek op de website

5.1 	Sporen

In het vierde deel van ‘Groningen en het Drentse water’ hebben we gezien dat in 1365 is besloten om bij Harssens zijlen te bouwen die de vloed op afstand moesten houden. Het doel daarvan was de laaggelegen delen van Drenterwolde en ook Innersdijk ruimte te geven voor het lozen van hun water.

Enkele jaren daarvóór is het klooster Aduard betrokken geweest bij een andere grote infrastructurele onderneming, slechts een klein eindje verder naar het westen. Het is zelfs zeer waarschijnlijk dat het klooster daar de initiërende en regelende instantie was.

Alvorens dat verhaal te kunnen vertellen moeten we ons eerst bezig houden met eerdere ontwikkelingen aan de westzijde van de Hondsrug.

 Waterschap de Verbetering  Het bovenstaande plaatje is een uitsnede uit de polderkaart van C.C. Geertsema uit 1910. Waterschap de Verbetering Het bovenstaande plaatje is een uitsnede uit de polderkaart van C.C. Geertsema uit 1910.

De oudste schriftelijke bronnen voor de landschapsgeschiedenis ten westen van de Hondsrug dateren van de eerste decennia van de veertiende eeuw. Maar dan is er al veel gebeurd. Voor de oudere periode zijn we dus aangewezen op niet-geschreven bronnen: kavelstructuren, het reliëf, bodemsoorten. Sommige van die sporen zijn in verband te brengen met jongere bronnen, zoals teksten of kaarten. Maar dat is lang niet altijd het geval. Een voorbeeld daarvan zijn de kronkels in de polder ‘de Verbetering’.

Tussen Hoogkerk en de Wolvedijk Tussen Hoogkerk en de Wolvedijk

Boven zien we het Hoendiep, links Hoogkerk-Zuid met de Ruskenveenseplas (die voor een deel is uitgegraven in een wat hogere strook waarin zand aan de oppervlakte ligt), rechts de Wolvedijk en onder de Peizerweg. Een groot deel van het terrein wordt ingenomen door de tarraberging van de inmiddels verdwenen suikerfabriek.

De bodem bestaat hier uit een moerige bovenlaag op een klei-achtige ondergrond. In dit wat rommelige gebied vindt men nog vele sporen van waterlopen die niet passen bij de verkaveling, die tijdens de ‘tweede occupatiefase’ tot stand is gekomen en die – ondanks de verstoring gedurende vooral de voorbije eeuw – nog overal herkenbaar is.

 Polder ‘de Verbetering’  We kijken vanaf de Johan van Zwedenlaan in oostelijke richting. Polder ‘de Verbetering’ We kijken vanaf de Johan van Zwedenlaan in oostelijke richting.

Van de polder ‘de Verbetering’ is nog maar een klein stukje over. Hij besloeg het hele gebied tussen het Peizerdiep (Koningsdiep), het Hoendiep, het Noord-Willemskanaal, de Onlandsedijk en het Eelderdiep (Avingesloot).

Sporen tussen Hoogkerk en de Wolvedijk Sporen tussen Hoogkerk en de Wolvedijk

De waterloopjes waarvan de sporen op dit Google-beeld duidelijk zichtbaar zijn, dateren vermoedelijk uit de tijd dat dit gebied met veen was bedekt. Kolonisten hebben het veen ontwaterd en er landbouw bedreven. Daardoor daalde de bodem en ontstonden afwateringsproblemen.

Het gebied kreeg bovendien steeds meer last van het water dat door het Eelderdiep (en de ten oosten daarvan stromende Woldsloot?) vanuit Noord-Drenthe werd aangevoerd. Wanneer men dit gebied toch in gebruik wilde nemen, was het in elk geval noodzakelijk om het Drentse water af te leiden.

Nog meer sporen tussen Hoogkerk en de Wolvedijk Nog meer sporen tussen Hoogkerk en de Wolvedijk

In het veld achter de huizen aan de Peizerweg en de Wolvedijk bevinden zich minuscule kronkeltjes, die op het Google-beeld (links) niet zo goed zichtbaar zijn, maar voor de dag komen bij een schuine belichting (rechts).

Ook ten westen van De Held, ten zuiden van de Leegeweg, zijn fraaie kronkels te zien uit een periode die dateert van vóór de verkaveling. Deze lussen zijn op Google-Earth goed zichtbaar, maar als je ze op de AHN-kaart probeert terug te vinden, lukt dat niet of nauwelijks. Maar ook het omgekeerde komt voor.

 Kronkel ten noorden van De Held en Vinkhuizen Kronkel ten noorden van De Held en Vinkhuizen

Op de hoogtekaart is duidelijk een oude kronkel te zien, maar op Google-Earth niet! Je moet dus allerlei bronnen naast elkaar gebruiken.

Mogelijk gaat het in dit geval om een oude bedding van het Eelderdiep of van een voorganger van de Woldsloot. Men kan zich voorstellen dat stroompjes als deze zich min of meer verloren in de ‘zinkput’ die het rietmoeras ten noordwesten van Groningen was.

Bij dit plaatje moet worden aangetekend dat het inmiddels verouderd is. De nieuwe stadswijken Reitdiep en Gravenburg staan er niet (helemaal) op.

 Vroege ‘correcties’ Vroege ‘correcties’

Op dit plaatje zien we twee plaatsen waar afgesneden rivierkronkels zich als laagten op de hoogtekaart aftekenen. Linksboven de Baatjeborg-kronkel ten westen van Winsum die we in het vorige deel hebben bekeken, en rechtsonder de twee grote lussen in de Koningslaagte. Het lage bodemniveau in deze oude kronkels is toe te schrijven aan het feit dat hier geen opslibbing heeft plaatsgevonden. En dat wijst er weer op dat deze lussen relatief vroeg zijn afgesneden. Schriftelijke aanwijzingen voor deze ingrepen zijn er niet.

Selwerd. Links begraafplaats Selwerderhof, in het midden ‘de Huppels, rechts het Van Starkenborghkanaal. Boven is nog de Paddepoelsterweg zichtbaar Selwerd. Links begraafplaats Selwerderhof, in het midden ‘de Huppels, rechts het Van Starkenborghkanaal. Boven is nog de Paddepoelsterweg zichtbaar

Het terrein ‘De Huppels’, gelegen ten noorden van de begraafplaats Selwerderhof en ten zuiden van het Van Starkenborghkanaal, is een mooi voorbeeld van sporen die in verband gebracht kunnen worden met gegevens uit latere tijd en uit andere bronnen: hier heeft het kasteel Selwerd gestaan, dat in de veertiende eeuw is gesloopt. Het was een van de burchten die in handen waren van de ‘borgmannen’ wier zeggenschap in dit gebied was afgeleid van overheidsmacht waarmee de bisschop van Utrecht was bekleed. Halverwege de veertiende eeuw werden de laatste restanten daarvan opgeruimd

Kaartje van het landje Selwerd met het kasteel uit de Groninger Volks-almanak voor 1840 Kaartje van het landje Selwerd met het kasteel uit de Groninger Volks-almanak voor 1840

De Huppels bij Selwerderhof De Huppels bij Selwerderhof

De schriftelijke bronnen zijn zo vaag, dat we daaruit niet kunnen opmaken waar het kasteel precies heeft gestaan. Dank zij de sporen in het veld weten we dat wel: het bevindt zich tussen de begraafplaats Selwerderhof en het Van Starkenborghkanaal, ten zuiden van het terrein van het voormalige klooster Selwerd.

 ‘Zernike’.  Links het Van Starkenborghkanaal, rechts het Reitdiep; middenboven begraafplaats ‘Selwerderhof’. ‘Zernike’. Links het Van Starkenborghkanaal, rechts het Reitdiep; middenboven begraafplaats ‘Selwerderhof’.

De wat afgelegen en lege uithoek die het ‘universiteitsterrein Paddepoel’ in het noorden van de stad Groningen vijftig jaar geleden was, is tegenwoordig grotendeels volgebouwd. Op het huidige ‘Zernike-complex’ vindt men niet alleen gebouwen van onderwijsinstellingen zoals de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool, maar ook accomodaties voor studentenvoorzieningen en kennis-gerelateerde bedrijven.

Vroeger vertoonde het gebied massa’s sporen: we zien waterloopjes, burchten (?) en boerderijen. Sommige passen wél, andere niet in de verkaveling. Lang niet al deze sporen zijn in verband te brengen met jongere bronnen.

Misschien heeft hier de burcht gestaan van de veertiende-eeuwse ‘roofridder’ Roelof Predeker)."1"

Linksboven, tussen het Van Starkenborghkanaal en de begraafplaats Selwerderhof, zien we ook nog de sporen van het kasteel Selwerd. De noordelijke tand van de ‘vork‘ waarmee de Penningsdijk op de Paddepoelsterweg aansluit, loopt recht naar het kasteelterrein! Op het volgende kaartje is dat beter te zien.

Penningsdijk en kasteel Selwerd Penningsdijk en kasteel Selwerd

De Penningsdijk was de grens tussen de Groninger stadstafel en Selwerd. Het driehoekige landje dat wordt ingesloten tussen de beide takken van de Penningsdijk en de noord-zuid lopende Paddepoelsterweg, heet het ‘Galgeveldje’. Deze naam past bij de locatie: daar waar een hoofdweg vanuit de Ommelanden het gebied binnenkwam waar het Groninger stadsrecht gold. De galg – met de daaraan bungelende resten van opgehangen booswichten – maakte de reiziger duidelijk dat hij hier een gebied betrad waar orde en recht met strenge hand werden gehandhaafd.

 ‘Galgeveldje’ aan de Penningsdijk en Paddepoelsterweg Links de zuidelijke tak van de Penningsdijk, de rietkraag voor de bomen op de achtergrond is de noordelijke, die rechtstreeks naar het terrein van kasteel Selwerd loopt.  ‘Galgeveldje’ aan de Penningsdijk en Paddepoelsterweg Links de zuidelijke tak van de Penningsdijk, de rietkraag voor de bomen op de achtergrond is de noordelijke, die rechtstreeks naar het terrein van kasteel Selwerd loopt.

De Paddepoelsterweg was een van de zeven grote landwegen die de stad met de buitenwereld verbonden: de Hereweg naar het zuiden, de Hoogeweg en Leegeweg naar het westen, de Paddepoelsterweg en Adorperweg naar het noorden en de Stadsweg en Hinkemahornsterweg naar het oosten.

Nog eens: de burchten bij Groningen

  1. ‘Zernikeburcht’
  2. Kasteel Selwerd
  3. Cortinghuis
  4. ‘Elba’
  5. Ulgersmaborg
  6. Verydemaburcht
  7. Gronenburg

De ligging van de ‘Zernikeburcht’ en het Cortinghuis komt met elkaar overeen: in tegenstelling tot de andere liggen deze sterkten buiten de prefectuur en binnen gebieden die door waterstaatkundige ingrepen zijn afgesneden van de Friese Ommelanden. In het geval van de Zernikeburcht gaat het om de kanalisatie van de Drentse A (het Groningerdiep, Westerdiep of Stadsdiep), in dat van het Cortinghuis om de aanleg van het Nieuwe Gat. In beide gevallen zijn een soort ‘overhoeken’ ontstaan. Mogelijk hebben burchtheren hierop claims gelegd ten koste van de Friese buren!

Sporen bij Dorkwerd

  1. boerderij ‘De Vennen’
  2. Oude Woltgraft
  3. wierde van Dorkwerd
  4. Hoogeweg/E.H. Woltersweg
  5. boerderij Kolde Ovent
  6. Reitdiep
  7. baggerdepot
  8. Van Starkenborghkanaal

Sporen bij Dorkwerd

Ook bij Dorkwerd zien we sporen die om interpretatie vragen. Samenhang met schriftelijke bronnen is er niet. De uitdaging is dan om te kijken of er een verhaal te construeren is waarin de opvallende dingen in het landschap een zinvolle plaats krijgen.

De landschapselementen die ik wil bespreken zijn een paar sloten bij Dorkwerd, met inbegrip van enkele die er niet zijn, maar die je op grond van het kaartbeeld en de bodemhoogten wel zou verwachten.

 Huidige sloten [Bij Dorkwerd Huidige sloten [Bij Dorkwerd

Enkele bestaande sloten zijn hier blauw aangezet. Er zijn aanwijzingen dat zij onderdeel zijn geweest van grotere patronen. Het gaat hierbij om twee verschillende systemen. De eerste sloot past in de verkaveling en is zuidwest-noordoost georiënteerd. De tweede watergang past niet in de verkaveling en loopt zowat exact zuid-noord. Deze sloot is bij het Noorderzijlvest bekend als ‘Oude Woldgraft’.

Sinds wanneer en waarom deze watergang zo heet is mij niet bekend. In de middeleeuwen is er in Lieuwerderwolde wel een watergang geweest die Woldgraft of Woltgraft heette, maar die heeft met deze sloot niets te maken. De Woldgraft liep aan de zuidzijde parallel aan de Leegeweg en mondde in het Oudemaar of Brundekemaar uit. Hij wordt in akten van het Groninger Heilige Geest Gasthuis herhaaldelijk genoemd als begrenzing van stukken land."2"

Het eerste spoor

We kijken eerst naar de zuidwest-noordoost lopende sloot en beginnen met een foto, genomen vanaf de noordzijde van het Reitdiep.  

Op de foto zien we de zuidwest-noordoost lopende sloot zoals die nu enkele meters ten oosten van boerderij Kolde Ovent (rechts) tegen de Reitdiepsdijk doodloopt. Zichtbaar is dat de sloot niet helemaal doorloopt. Aan de westzijde van de E.H. Woltersweg ontbreekt een stukje. Op de achtergrond is boerderij ‘De Vennen’nog net zichtbaar.

Deze in december 2012 genomen foto voegt geen informatie toe, maar is te aardig om hem niet te gebruiken. Deze in december 2012 genomen foto voegt geen informatie toe, maar is te aardig om hem niet te gebruiken.

We kijken nu nog eens naar het Google-beeld. De tegenwoordig ontbrekende stukken van de zuidwest-noordoost lopende sloot zijn hier blauw aangezet en van een wit randje voorzien.

 Reconstructie van de eerste sloot Reconstructie van de eerste sloot

De twee stukjes sloot die tegenwoordig ontbreken hebben hun eigen geschiedenis.

  • Het zuidelijke stuk (bij boerderij De Vennen, op het plaatje linksonder) ontbreekt nog niet zo lang. Die sloot is nog te zien op de oude kadasterkaart. Zelfs op de topografische kaart van dertig jaar geleden staat hij nog. Deze watergang heeft zijn functie verloren en is gedempt om een groter perceel te verkrijgen.
  • Het noordelijke stukje sloot dat een driehoekig stukje land afsnijdt, bestond toen allang niet meer.
De situatie volgens het kadaster van 1832 De situatie volgens het kadaster van 1832

Nog duidelijker dan Google laat de oude kadasterkaart zien dat hier een doorgaande watergang heeft gelopen. Maar ook op de kadasterkaart ontbreekt reeds het stukje sloot dat een driehoekig snippertje land zou hebben afgesneden.

De zuidwest-noordoost lopende sloot past in de verkaveling van het zuidwestelijke deel van het kerspel Wierum en is om die reden vermoedelijk oud. Dat is op deze uitsnede niet goed te zien, maar als we een groter gebied bekijken wordt het duidelijker. Dan lijkt het zelfs of hij aan de andere kant van het Reitdiep doorloopt.

De sloot past in het verkavelingspatroon van Wierum De sloot past in het verkavelingspatroon van Wierum

Op deze ruimere uitsnede van de kadasterkaart is beter te zien dat de sloot – althans de richting ervan – past in de kavelstructuur van het zuidelijke deel van het oude kerspel Wierum, dat met een rood kleurtje is gemarkeerd. Maar er is wel iets raars mee: aan de noordzijde loopt een parallel-sloot, die een veel minder strakke loop vertoont.

In het noordoosten loopt de sloot dood tegen de wierden van Enens, maar aan de andere kant ervan lijkt dezelfde watergang toch weer door te lopen tot aan de bedding van de Hunze (Selwerderdiepje).

Bij de wierden van Enens in de Paddepoel Bij de wierden van Enens in de Paddepoel

Linksonder zien we de grondberging langs het Van Starkenborghkanaal, rechts veehouderij Zwakenberg en links daarvan boerderij ‘De Paddepoel’ en de wierde Enens.

De van de Paddepoelsterweg naar het westen aftakkende weg loopt aan de zuidzijde langs Enens en leidde eertijds naar het veer over het Reitdiep bij het Platvoetshuis.

De pijl wijst in de kijkrichting van de volgende foto.

Enens en boerderij ‘De Paddepoel’ vanaf het Van Starkenborghkanaal Enens en boerderij ‘De Paddepoel’ vanaf het Van Starkenborghkanaal

De kruin van de grote, onbehuisde wierde van Enens ligt ruim 3 meter boven NAP. De hoogte dateert van het begin van de jaartelling en wordt beschouwd als een voormalige dorpswierde. Ten oosten daarvan staat boerderij De Paddepoel. De boerderij staat ook op een wierde, maar deze is wat lager en vermoedelijk van later datum.

Tussen Enens en het Van Starkenborghkanaal  De foto’s zijn genomen vanaf de – nu doodlopende – weg van Paddepoel naar het Platvoetshuis. Tussen Enens en het Van Starkenborghkanaal De foto’s zijn genomen vanaf de – nu doodlopende – weg van Paddepoel naar het Platvoetshuis.

Bij boerderij De Paddepoel laat de Stichting Het Groninger Landschap tegenwoordig de uit de potstal van de ‘Buitenplaats Reitdiep’ afkomstige mest rijpen.

 Een vierkant bultje tussen Enens en het van Starkenborghkanaal Een vierkant bultje tussen Enens en het van Starkenborghkanaal

In een perceel groenland tussen de wierde Enens en het Van Starkenborghkanaal, vlak bij de plaats waar de vorige foto is genomen, bevindt zich in het veld nog een ander opmerkelijk spoor: een vierkant bultje omringd door een carré van slootsporen. Het geheel is ongeveer ¼ ha groot. Archeologisch onderzoek heeft hier nog niet plaatsgevonden.

Zou dit een overblijfsel kunnen zijn van een oude versterking die samenhangt met de langgerekte, zuidwest-noordoost lopende laagte die we hier onder de loep nemen? Of hebben we hier te maken met een van de vijf kleine wachtposten die het stadsbestuur van Groningen in mei 1591 op verschillende plaatsen ten noorden van de stad heeft laten bouwen om te verhinderen dat Staatse benden daar vee weghaalden? Volgens een post in de stadsrekening van 1591 had een schans aan de Paddepoelsterweg een omtrek van 21 roeden, omgerekend een kleine 86 meter."3" Die maat lijkt overeen te komen met de omtrek van de hoogte binnen de slootsporen. De plek is weloverwogen gekozen: vanuit het schansje was het mogelijk niet alleen het verkeer over de Paddepoelsterweg in de gaten te houden, maar ook een oogje te houden op vaartuigen die het Reitdiep bevoeren.

Het perceel heeft op de gemeentelijke cultuurwaardenkaart geen bijzondere vermelding.

Boerderij De Paddepoel vanuit het noorden Boerderij De Paddepoel vanuit het noorden

Links: tussen de Paddepoelsterweg en de wierden van Enens; de sloot op de foto ligt in het verlengde van de laagte ten zuiden van Enens.
Rechts: tussen de Paddepoelsterweg en Harssensbosch; de sloot van het linker plaatje kruist de Paddepoelsterweg en komt ten zuiden van Harssensbosch in het Selwerderdiepje uit

 Tussen Enens en Harssensbosch Tussen Enens en Harssensbosch

Op Google zijn wel de sloten zichtbaar, maar niet dat ze in een bredere laagte liggen. Wat dat betreft biedt combinatie met de hoogtekaart meer duidelijkheid. De volgende afbeelding laat dat zien.

Reliëf tussen Dorkwerd en Harssens Reliëf tussen Dorkwerd en Harssens

De lineaire sporen die we zojuist zagen corresponderen met het reliëf in dit gebied.

 Sporen van een kanaal? Sporen van een kanaal?

Kunnen de sporen wijzen op een reeds lang verdwenen watergang?

Kerspelgrens tussen Wierum en Dorkwerd Het rood-gekleurde land linksonder is van Aduard, het geel gekleurde behoort aan Selwerd. Kerspelgrens tussen Wierum en Dorkwerd Het rood-gekleurde land linksonder is van Aduard, het geel gekleurde behoort aan Selwerd.

Behalve het feit dat de sloot bij Dorkwerd in de kavelstructuur past, is er nog een andere aanwijzing voor de ouderdom van dit element.

Al eeuwenlang vormt de sloot – met uitzondering van het rare driehoekje – de kerspelgrens tussen Wierum en Dorkwerd (de gele lijn). De driehoekige uitstulping van het dorpsgebied van Dorkwerd moet het gevolg zijn van een latere ontwikkeling. Daarover straks meer.

De sloot vormt bovendien de scheiding tussen het grondbezit van Aduard (rood) en Selwerd (geel).

De hoogtekaart bevestigt de ouderdom van dit landschapselement, maar laat ook nog iets anders zien.

Het reliëf bij Dorkwerd.  Op de hoogtekaart zien we parallel aan de sloot een langgerekte hoogte. Het reliëf bij Dorkwerd. Op de hoogtekaart zien we parallel aan de sloot een langgerekte hoogte.

De inventarisatoren van de Provinciale Planologische Dienst interpreteerden deze rug destijds als een dijk. Dat is een voor de hand liggende veronderstelling. De dijk vormt, samen met de zuidwest-noordoost lopende sloot de grens van een gebied met een samenhangende verkaveling. Hij zou dus best deel kunnen uitmaken van een oude omdijking van het zuidelijke deel van Middag.

Maar deze rug zou ook het resultaat kunnen zijn van het herhaaldelijk uitgraven van de naastgelegen watergang, van pogingen dus om het kanaal op diepte te houden.

Overigens sluiten deze twee verklaringen elkaar niet uit.

Zou het ook nog van betekenis zijn dat de hoogte aan de Wierumer kant van de sloot ligt?

Een verbinding tussen Hunsinge (linksonder)en Hunze (rechtsboven)? Een verbinding tussen Hunsinge (linksonder)en Hunze (rechtsboven)?

Op de kadasterkaart zagen we (ongeveer) in het verlengde van de zwetsloot tussen Wierum en Dorkwerd een sloot die ten noorden van het Reitdiep tussen de wierden van Enens lijkt door te lopen en in de gecombineerde benedenloop van A en Hunze uitkomt. Kan het zijn dat de sloot bij Dorkwerd een onderdeel is van een oude verbinding tussen de Hunsinge en de Hunze?

Dit idee lijkt te worden weersproken door de ligging van de wierde Enens. De besproken sloot loopt immers dood op deze wierde. Maar het is nog maar de vraag hoe ernstig dit bezwaar is. De wierde Enens wordt – zoals gezegd – gedateerd op het begin van onze jaartelling. Maar hoe groot deze hoogte in eerste aanleg was en wat voor veranderingen ze in de loop der eeuwen heeft ondergaan is moeilijk vast te stellen. Ook nadat grote delen van Groningerland al door dijken waren omringd, stond dit gebied nog lange tijd open voor de invloed van de zee. Dat betekende dat het – mede als gevolg van de opstuwing in deze zeearm – vaak onder water stond. In een dergelijke situatie is het goed denkbaar dat de mensen die Enens en de lagere wierde van De Paddepoel gebruikten, de beide hoogten met elkaar hebben verbonden nadat het verbindingskanaal tussen Hunsinge en Hunze zijn functie al had verloren.

Wanneer er een verbinding is geweest tussen de Hunsinge en de ‘Kliefslootgeul’ die oostelijk van Aduard liep, zou onze sloot twee functies gehad kunnen hebben. Hij kan:

  • (een deel van) het door het Peizerdiep aangevoerde water hebben afgeleid naar de Hunzebedding in de Paddepoel
  • gediend hebben als onderdeel van een vaarroute tussen Aduard en de Hunze!
 Een verbinding tussen Aduard en de Hunze? Een verbinding tussen Aduard en de Hunze?

Dit is wat je tegenwoordig vanaf de Evert Harm Woltersweg kunt zien van de watergang die mogelijk lang geleden heeft dienst gedaan als afvoerkanaal en vaarroute tussen Aduard en de Hunze. De boerderij ‘De Vennen’ staat zowat in de bedding van de veronderstelde watergang.

Voor dit moment hebben we voldoende aandacht besteed aan de zuidwest-noordoost lopende sloot. In hoofdstuk 5.3 ‘Eerste ingrepen’ kom ik op dit thema terug en zullen we zien dat er ook bij Aduard aanwijzingen zijn die het vermoeden van zo’n vaarweg bevestigen.

We gaan nu kijken naar het andere spoor dat ik bij Dorkwerd heb gesignaleerd.

Het andere spoor

Huidige sloten De pijl wijst in de kijkrichting van de volgende foto. Huidige sloten De pijl wijst in de kijkrichting van de volgende foto.

Bij het tweede spoor gaat het om een vanuit het zuiden naar het noorden lopende watergang. Deze sloot, ‘Oude Woldgraft’ geheten, vormt met de E.H. Woltersweg een scherpe hoek.

De ‘Oude Woldgraft’ ten noordwesten van Dorkwerd. We staan op de E.H. Woltersweg en kijken in zuidelijke richting. De bosschages links behoren bij Dorkwerd. De ‘Oude Woldgraft’ ten noordwesten van Dorkwerd. We staan op de E.H. Woltersweg en kijken in zuidelijke richting. De bosschages links behoren bij Dorkwerd.

De zuid-noord lopende sloot (Oude Woldgraft) maakt met de E.H. Woltersweg een scherpe hoek. We hebben al gezien dat de kerspelgrens (de gele lijn op het rechter plaatje) die scherpe hoek volgt. Hierdoor springt het kerspelgebied van Dorkwerd op een rare manier naar het noordwesten uit. Maar ten noorden van de weg zien we het vage spoor van een oude, sinds lang gedempte sloot. Een dergelijk spoor zien we ook – maar dan veel duidelijker – op de hoogtekaart.

Een gedempte sloot bij de ‘Kolde Ovent’ Een gedempte sloot bij de ‘Kolde Ovent’

De hoogtekaart laat in het verlengde van de sloot weliswaar een laagte zien in het ten zuidwesten van boerderij de Kolde Ovent gelegen perceel, maar de sloot die hier moet hebben gelopen blijkt al in een ver verleden te zijn gedempt.

De sloot bij Kolde Ovent ontbreekt al op de kadasterkaart van 1832… De sloot bij Kolde Ovent ontbreekt al op de kadasterkaart van 1832…

... maar staat wel op deze kaart uit 1789

Uitsnede uit een plattegrond waarvan de beschrijving als volgt luidt:

‘Kaart van de Ommelander plaats de Koldehoeve met de daarbij behorende heemstede van Platvoetshuis onder Wierum aan de linkeroever van het Reitdiep vlak ten noorden van Dorkwerd, groot 52 grazen 220 roeden’.

Deze manuscriptkaart is ingevolge een besluit van Gecommitteerde Raden der Ommelanden van 5 augustus 1789 getekend door S.C. Buwama Aardenburg."4"

De vreemde oriëntatie van de plattegrond – het noorden is rechtsonder – maakt het wat moeilijk om de situatie te herkennen. De nu Oude Woltgraft geheten sloot loopt van linksboven naar middenonder, kruist de ‘Heerweg’ (nu E.H. Woltersweg) en loopt dood tegen de Reitdiepsdijk, die daar een merkwaardige kromming maakt. Deze is wellicht te verklaren door aan te nemen dat hier een dijkdoorbraak heeft plaatsgehad, waarna men een nieuwe dijk om het uitgespoelde dijkgat heen heeft moeten leggen. Het stukje buitendijks land tussen de kromme dijk en de Reitdiepsbedding staat in de legenda aangeduid als ‘quelder’.

Landmeter Buwama heeft het kaartje in 1793 aangevuld door het opplakken – links boven – van een stukje perkament, waarop een stuk land van 13 grazen en 96 roeden is getekend, dat door aankoop aan de heerd was toegevoegd.

Op het kaartje zijn onderaan de twee genoemde boerderijen met rode inkt ingetekend, links de Kolde Ovent (in de beschrijving half verhollandst tot Koldehoeve), rechts het nu verdwenen Platvoetshuis.

Om de zaak wat duidelijker te maken draaien we de plattegrond 135o tegen de klok in en zoomen we in op de E.H. Woltersweg, de sloot en de Kolde Ovent.

De ‘quelderdijk’ bij Dorkwerd.  De foto is genomen vanuit het noorden, vanaf de plaats van het voormalige Platvoetshuis. De ‘quelderdijk’ bij Dorkwerd. De foto is genomen vanuit het noorden, vanaf de plaats van het voormalige Platvoetshuis.

Tegenwoordig is de voormalige sloot ook in het veld nog enigszins zichtbaar, zeker als het veel geregend heeft. Maar het duidelijkste spoor ervan zien we in de Reitdiepsdijk. Op de plek waar die dijk de voormalige watergang kruiste, is de dijkvoet zichtbaar verzakt.

Een verzakte dijk bij de Dorkwerder sluis Een verzakte dijk bij de Dorkwerder sluis

De sloot doorgetrokken De sloot doorgetrokken

Wat betekent dit? Het is wel duidelijk dat de sloot ten westen van Dorkwerd aan de noordkant van de weg heeft doorgelopen. Maar waar liep hij heen? Mondde hij uit in het Reitdiep? Of is deze watergang ouder dan het Reitdiep en liep hij verder naar het noorden?

Ook tot deze vragen keren we in het vervolg terug."5"

Eerst kijken we nu naar het gebied ten westen van de Hondsrug als geheel. Vervolgens bespreken we de verschillende natuurlijke watergangen.

1.

Zie Van den Broek, Groningen, een stad apart, 294, 304 en 375.

2.

Van den Broek, Groningen, een stad apart, 281 en elders.

3.

Stadsrekening over 1591 (GrA T2100.7.50 fol. 525).

4.

GrA T817-1187.2.

5.

Zie hiervoor G&DW 6, Arbere en het Aduarderdiep, hoofdstuk 6.3 ‘Een nieuwe zijl bij Wierum (1360)’.