Zoek op de website

5.2 	Verschillende rivieren

Ook ten westen van de Hondsrug heeft een veenpakket gelegen Ook ten westen van de Hondsrug heeft een veenpakket gelegen

In het gebied ten westen van Groningen deden zich soortgelijke problemen voor als aan de noord- en oostzijde van Groningen.

Peizerdiep, Eelderdiep, Woldsloot en Drentse A Peizerdiep, Eelderdiep, Woldsloot en Drentse A

Ten westen van de Hondsrug waren er maar liefst vier rivieren en riviertjes die vanaf het Drentse plateau water in noordelijke richting afvoerden: de Drentse A, de Woldsloot, het Eelderdiep en het Peizerdiep. Dat laatste wordt – nogal verwarrend – in de bronnen ook wel Hunsinge genoemd. De Woldsloot ontspringt in de venen bij Eelderwolde en gaat door de huidige Piccardthofplas. De naam ‘sloot’ wijst op een gegraven watergang, maar waarschijnlijk gaat het hier om een natuurlijke waterloop die op enig moment is gekanaliseerd.

Net zoals aan de andere kant van de Hondsrug waren hier ook voormalige veengebieden waar – na een eerste cultuurperiode – bodemdaling en vernatting waren opgetreden die het nodig maakten het land opnieuw in te richten. Maar die nieuwe maatregelen zorgden zelf ook weer voor verdere daling van de bodem, zodat het voor de landgebruikers steeds moeilijker werd om hun water kwijt te raken.

Monomawalde en Lieuwerderwolde Monomawalde en Lieuwerderwolde

Dit kaartje geeft de oude situatie weer met Peizerdiep-Hunsinge, Eelderdiep, Woldsloot en Drentse A ten westen van de Hondsrug, en de Hunze aan de oostkant. De exacte loop van de ingetekende riviertjes is niet (volledig) bekend en is daarom soms alleen schematisch aangegeven.

Ik doel hier in het bijzonder op Lieuwerderwolde (het bij de kerspelen Hoogkerk en Leegkerk behorende land) en het gebied van Dorkwerd, denkelijk de belangrijkste wierde in een streek die Monomawalde werd genoemd. Deze gebieden hoorden in de middeleeuwen tot het Hunsingoër district Middag.

De laagte tussen de Groninger stadswijk Vinkhuizen en Hoogkerk lijkt het dal van het Eelderdiep te zijn, dat eens bedekt is geweest met een laag veen. De naam ‘Vinkhuizen’ herinnert daaraan. Hij is afgeleid van het oude woord finke, dat lichte en slechte turf betekent. We komen het element vink- in deze betekenis ook tegen in de plaatsnamen Vinkeveen (Utrecht), Vinkega of Finkegea (Fr.) en waarschijnlijk ook in het eveneens Friese Finkeburen of Finkebuorren."6"

Tussen Groningen en de Hunsinge lag een moerassig gebied dat Reitland genoemd werd (op het kaartje groen gearceerd). Dit Reitland is wellicht in de twaalfde of dertiende eeuw opnieuw in cultuur gebracht.

De op het kaartje zichtbare hoogteverschillen zijn die van nu. Waarschijnlijk was de Paddepoel nog niet zo hoog opgeslibd. Opmerkelijk is ook de relatieve hoogte van de streek ten westen van Hoogkerk. Mogelijk is hier sprake van inversie: een voormalige laagte die zich later juist als een rug manifesteert. De pleistocene ondergrond vertoont hier een vanuit het zuidwesten komende laagte, die als een smeltwaterdal moet worden geïnterpreteerd. We zullen nog de gelegenheid krijgen om dit verschijnsel nader te bekijken.

We zullen nu de verschillende rivieren apart onder de loep nemen en beginnen in het oosten met de Drentse A.

Drentse A

 Drentse A ten zuiden van de Meerweg Drentse A ten zuiden van de Meerweg

De Meerweg in de gemeente Haren heette vroeger Eelderdijk. Het was een ‘zuidwending’: een dwars op een rivierbed gelegen dijk.

De oude loop van de Drentse A en het ‘onland’ ten westen daarvan 1.  Pishorn 2.  Donghorn De oude loop van de Drentse A en het ‘onland’ ten westen daarvan 1. Pishorn 2. Donghorn

Tussen Hoogkerk en Eelde ligt een lage streek. Deze strekt zich ver naar het westen uit, tot aan Midwolde en Leek. Het gebied was bedekt met veen. Er zijn ongeveer 200 ‘veenterpen’ aangetroffen, die – te oordelen naar de archeologische vondsten die er zijn gedaan – in de periode 1200-1400 zijn gebruikt. Kortgeleden is daar nieuwe natuur gecreëerd (de Onlanden, Matsloot). Het hele gebied dient nu als waterberging.

Een opvallende bocht in de Drentse A, even ten zuiden van de A7, heette in de middeleeuwen ‘Pishorn’."7"

Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de A ten zuiden van de huidige binnenstad een flinke bocht in oostelijke richting maakte. De rivier is niet naar de stad geleid, zoals sommige onderzoekers hebben gedacht. Het tegendeel is eerder het geval: de Groningers hebben de stroom een eindje naar het westen verlegd. Het gebied tussen de Brugstraat en de Munnekeholm is kunstmatig opgehoogd.

De bodemkundige A.E. Clingenborg hield het voor mogelijk dat de rivier zich vanaf Donghorn door de huidige stadswijken Paddepoel en Selwerd naar de Hunze kronkelde. Zijn idee is inmiddels bevestigd door archeologisch onderzoek aan de Bessemoerstraat en bij het zwembad de Parrel, op de grens tussen de stadswijken Selwerd en Paddepoel."8"

Uit onderzoek van de Reitdiepsdijk in verband met de aanleg van de wijk Reitdiep is gebleken dat de A in de dertiende eeuw is omgelegd en dat toen het huidige Reitdiep tot stand moet zijn gekomen. Dat diep was vermoedelijk in eerste instantie een door het rietmoeras (‘reitland’) gegraven sloot, die bij Dorkwerd op een andere, natuurlijke, bedding aansloot. Doordat de rivier door de Groningers is gekanaliseerd werd hij in de middeleeuwen ‘Groningerdiep’ of ‘Stadsdiep’ genoemd.

Hoge en Lage der A Hoge en Lage der A

Zoals gezegd is de A niet doelbewust naar Groningen omgeleid. De rivier kronkelde via het stationsgebied (het ‘Hunzehuis’ ten oosten van het Hoofdstation staat op de oever van de Drentse A!) in noordwestelijke richting. Het gebied ten zuiden van de Brugstraat bestaat grotendeels uit opgebrachte aarde.

Niet aan het Hoge der A, maar aan het tegenovergelegen Lage der A ontwikkelde zich in de middeleeuwen Groningens haven.

Donghorn.  De naam van deze plek luidde vroeger Dodingehorn (‘de hoek van de mensen van Doede’). Donghorn. De naam van deze plek luidde vroeger Dodingehorn (‘de hoek van de mensen van Doede’).

Aanvankelijk maakte de rivier bij Donghorn een opvallende slinger. Halverwege de negentiende eeuw is deze afgesneden. Daartoe moesten ook enkele kalkovens op de noordelijke oever wijken. Het afgesneden stuk (links op de bovenstaande foto) werd een haventje annex balkgat.

Donghorn op een plattegrond van Egbert Haubois"9"

Het noorden is rechts.

Het kaartje geeft de landerijen weer die het Groninger Fraterhuis buiten de Kranepoort (links onder) had liggen.
De landerijen zijn opgemeten door de landmeter Egbert Haubois, die ook zelf de tekeningen heeft gemaakt die deze plattegrond sieren.
De tekst linksboven bevat de datum (25 december 1632) en de signatuur van E.Haubois.

Op de noordelijke oever van het Reitdiep, ter hoogte van het schip, staat een drietal kalkovens.

Uitsnede uit de plattegrond van de landerijen van het Groninger Fraterhuis bij het Reitdiep Uitsnede uit de plattegrond van de landerijen van het Groninger Fraterhuis bij het Reitdiep

Op dit terrein aan de Wilhelminakade, ten westen van de Herman Colleniusbrug, bevindt zich tegenwoordig een supermarkt.

Woldsloot

De Woldsloot loopt ten westen van de Drentse A naar het noorden. Veel is er niet over te vertellen. Waarschijnlijk was het oorspronkelijk een veenstroompje dat later is gekanaliseerd in verband met de turfgraverij in de omgeving van het huidige Paterswoldsemeer en de Piccardthof. In elk geval kan ze een ontsluiting zijn geweest voor het gebied van de veenterpen.

De Woldsloot De Woldsloot

De beddingsporen ten noorden van Vinkhuizen die ik eerder liet zien, zouden kunnen samenhangen met de Woldsloot.

Wolvedijk Wolvedijk

 Sporen van de Woldsloot? Sporen van de Woldsloot?

Het Hoendiep vertoont tussen de stad Groningen en Hoogkerk drie knikken. De eerste – de meest oostelijke – bevindt zich daar waar nu de Friesestraatweg begint. Even boven het midden van dit plaatje zien we bij het terrein van de voormalige Suikerfabriek ‘de tweede knik’ in het Hoendiep. Misschien is deze tweede knik – de plaats waar op 6 november 1907 de familie Van Panhuys verongelukte – een overblijfsel van een natuurlijke watergang. We kunnen dan denken aan de Woldsloot of zijn voorganger.

Eelderdiep

Ook de oude loop van het Eelderdiep is verre van zeker. Dat geldt in elk geval voor het gedeelte ten noorden van Hoogkerk.

Eelderdiep Eelderdiep

Op dit plaatje laat ik het Eelderdiep in de Paddepoel samenvloeien met de Hunze. Maar daarover bestaat geen enkele zekerheid. Duidelijk is alleen dat de bedding ten noordoosten van Dorkwerd oud is. Maar of deze bij het Eelderdiep hoort weten we niet. Ze kan ook wel bij een natuurlijke voorganger van de Woldsloot horen.

Eelderdiep.  De foto is genomen vanaf de Bruilwering, tussen Peizermaden en de Piccardthof. Eelderdiep. De foto is genomen vanaf de Bruilwering, tussen Peizermaden en de Piccardthof.

Ten zuiden van de Bruilwering zien we het Eelderdiep nog in zijn natuurlijke staat.

‘Bruil’ of ‘Brul’ is hetzelfde als het bril in de Groninger toponiemen Briltil en Brillerij. We zien het ook in Den Briel en het Duitse Brühl of Bruhl. Denk ook aan De Brol in Leeuwarden, een lage plaats tussen verschillende terpen. In alle gevallen gaat het om laag en moerassig land.

De oude loop van het Eelderdiep ten zuiden van Hoogkerk op een achttiende-eeuwse kaart

Het noorden is rechts.

Deze achttiende-eeuwse kaart van het Wester-stadshamrik is van groot belang voor de reconstructie van het gebied ten westen van de stad Groningen.

We zien hier onder meer een stukje van de oude loop van het Eelderdiep, ten oosten van Bangeweer. Het riviertje staat met een stippellijntje aangegeven. In de inzet is het met een blauwe lijn geaccentueerd. Ook de voortzetting ervan, ten noorden en noordwesten van Hoogkerk, is aangegeven (Kliefdiep).

Bangeweer ten zuiden van Hoogkerk Bangeweer ten zuiden van Hoogkerk

De hoogte van Bangeweer ligt op een zandopduiking waarop ook Hoogkerk is ontstaan en waarlangs nu de Zuiderweg loopt. Deze langgerekte hoogte maakt deel uit van de ‘Rug van Tynaarlo’. Even ten zuiden van de huidige snelweg (A7) bevond zich een lage plek waar het oude Eelderdiep de rug kruiste.

De naam ‘Bangeweer’ is een jongere vorm van ‘Bawingeweer’, samengesteld uit de mansnaam Bawa, de tweede naamval meervoud ‘-inga’ en het woord ‘weer’. Het geheel betekent zoveel als ‘het grondbezit van de mensen van Bawe’.

Schoolmeester J. Mulder Jzn van Hoogkerk had in 1828 een heel andere verklaring voor de wat vreemd aandoende naam van deze opvallend hoog gelegen boerderij. Hij dacht dat de inwoners van deze lage landen hier toevlucht zochten wanneer ze bang waren voor hoog water. Hij schrijft: ‘Toen de lage landen hier nog gedurig onder water liepen diende deze hoogte den inwoonders zeker tot eene veilige wykplaats; waarom dan ook de hoogste plaats derzelven thans nog Bangeweer genoemd wordt’.

Ruskenveenseplas en Bangeweer Ruskenveenseplas en Bangeweer

Tegenwoordig doet de boerderij op Bangeweer dienst als huisvesting voor het American Fun Restaurant ‘Yankee Doodle’.

Oude kronkel van het Eelderdiep bij Enens? Oude kronkel van het Eelderdiep bij Enens?

De boerderij op dit plaatje is ‘De Paddepoel’, gelegen naast de wierde Enens, in dat deel van de Paddepoel dat ten noorden van het Van Starkenborghkanaal ligt. Boerderij en wierde zagen we al eerder. De kromme watergang op de foto is het overblijfsel van een bedding die mogelijk bij het Eelderdiep heeft gehoord en later – in de dertiende eeuw – het water van de Drentse A afvoerde. Enkele tientallen meters ten noorden van deze plaats kwam deze bedding in de Hunze uit. Die plek – de Mude – hebben we de vorige keer besproken.

Peizerdiep en Hunsinge

Tot slot van dit overzicht kijken we naar het meest westelijke van de Drentse riviertjes, het Peizerdiep, waarvan de benedenloop in de bronnen ‘Hunsinge’ wordt genoemd.

 Peizerdiep of Hunsinge Peizerdiep of Hunsinge

Ook de oorspronkelijke loop van deze rivier is niet helemaal duidelijk. Ofschoon de hoogtekaart op vele plaatsen herkenbare kronkels vertoont, ontbreken er ook hele stukken. Vooral de loop tussen Leegkerk en Wierum is onzeker. Het lijkt erop dat er veel aan deze rivier is gesleuteld.

Wierden langs de Hunsinge/Peizerdiep op de Stiboka-bodemkaart Wierden langs de Hunsinge/Peizerdiep op de Stiboka-bodemkaart

Op bovenstaande uitsnede uit de bodemkaart van Stichting voor Bodemkartering (Stiboka) uit 1973 staan wierden aangegeven met rode vlekken. Deze kunstmatige hoogten stammen uit de cultuurperiode die vooraf gaat aan die waarin de bestaande verkaveling is aangelegd.

Links boven is door een afwijkende groene kleur de ‘afdruk’ van een middeleeuwse inbraakgeul te zien. Dit landschapselement heeft geen officiële naam, maar speelt wel een belangrijke rol in de geschiedenis van het landschap. Jan Delvigne heeft deze geul ‘Kliefslootgeul’ genoemd en ik volg hem daarin. Deze naam is afgeleid van de Kliefsloot, een watergang tussen Saaksum en Ezinge. Het ontstaan van die watergang, die wat verder naar het zuiden ‘Oude Tocht’ wordt genoemd, hangt samen met de vorming van de Lauwerszeeboezem, vanaf c. 700. Het zeewater vrat zich naarbinnen langs de beddingen van reeds bestaande watergangen. Het kan dus zijn dat we hier een spoor zien van een oude bedding van het Peizerdiep.

De veronderstelde oude loop van natuurlijke watergangen is op dit kaartje aangegeven met blauwe streepjeslijnen. In het vorige hoofdstuk heb ik al opgemerkt dat het opvallend rechte stukje streepjeslijn tussen Kleiwerd en Dorkwerd wel eens een kunstmatige watergang zou kunnen zijn die een verbinding heeft gevormd tussen de Hunsinge en de Hunze in de Paddepoel. Of is het in oorsprong wél een natuurlijke bedding geweest en is deze omstreeks 1200 ten behoeve van het vervoer over water gekanaliseerd en daarbij rechtgetrokken?

Onbehuisde wierde aan de Zijlvesterweg Onbehuisde wierde aan de Zijlvesterweg

De afgebeelde wierde ligt tussen de Zijlvesterweg en de Hoogkerkster Nootweg (niet ‘Noodweg’ zoals op de bordjes staat!).

Een Nootweg of Nutweg is een eenvoudige landweg die, anders dan een ‘heerweg’ of ‘gemene weg’, niet voor algemeen gebruik was bestemd, maar alleen werd benut door de aangelande boeren voor de veedrift en het vervoer van veldvruchten.

Kleiwerd: een van de vele wierden langs de Hunsinge Kleiwerd: een van de vele wierden langs de Hunsinge

De wierde Kleiwerd ligt aan de Zijlvesterweg tussen Slaperstil en Dorkwerd, ten noorden van de Friesestraatweg. Het klooster Selwerd bezat hier grote stukken land.

Oude kronkel van de Hunsinge aan de Zijlvesterweg.  Rechts de sloot langs de Zijlvesterweg, links het overblijfsel van de rivierbedding. Oude kronkel van de Hunsinge aan de Zijlvesterweg. Rechts de sloot langs de Zijlvesterweg, links het overblijfsel van de rivierbedding.

Ten noorden van het Van Starkenborghkanaal, even ten westen van de Dorkwerderbrug, verraadt een opvallend kromme sloot de oude bedding van de Hunsinge.

Oude kronkel van de Hunsinge bij boerderij Het Hool. De foto is in noordelijke richting genomen vanaf de noordzijde van het Van Starkenborghkanaal. Oude kronkel van de Hunsinge bij boerderij Het Hool. De foto is in noordelijke richting genomen vanaf de noordzijde van het Van Starkenborghkanaal.

Hiermee zijn we aan het einde van ons overzicht van sporen die herinneren aan de oudste situatie. We gaan nu kijken wat de mens met deze rivieren heeft gedaan.

6.

Vgl. W. de Vries, Groninger plaatsnamen (Groningen/Batavia 1946) 247.

7.

Zie het kadertekstje ‘Pishorn’ in: Jan van den Broek, Groninge n, een stad apart. Over het verleden van een eigenzinnige stad (1000-1600) (Assen 2007) 235.

8.

Inmiddels is er weer enige twijfel ontstaan over de vraag of de bij de Bessemoerstraat aangetroffen sporen echt van de Drentse A zijn. De gevonden bedding zou ook een zijgeul kunnen zijn (zie Froukje Veenman, ‘Verslag archeologie in 2013’ in: Hervonden Stad 2014, 8).

9.

GrA T1536-6609.