Zoek op de website

6.5 	Het Aduarderdiep gegraven (c. 1400)

 Kliefsloot en Oude Tocht op de grens tussen Humsterland en Middag. 1.  Kliefsloot en Oude Tocht 2.  ‘Middagsterriet’ 3.  ‘Meedsterriet’ 4.  Aduarderdiep Kliefsloot en Oude Tocht op de grens tussen Humsterland en Middag. 1. Kliefsloot en Oude Tocht 2. ‘Middagsterriet’ 3. ‘Meedsterriet’ 4. Aduarderdiep

De zijl bij Wierum en de zijltocht daarheen waarvan in 1360 sprake was, hadden tot doel de afwatering van de lage landen tussen het Reitdiep en de Hunsinge te bevorderen. Dat dit project is gerealiseerd weten we doordat de sporen ervan tot de dag van vandaag zichtbaar zijn en een stuk van ‘het zijlmaar van 1360’ later onderdeel is geworden van het Reitdiep. Deze nieuwe afwatering heeft echter slechts enkele tientallen jaren dienst gedaan. Dit moet samenhangen met het slechte functioneren van de zijl bij Arbere.

Het waarom daarvan is ook zonder nadere uitleg duidelijk. We hoeven slechts een blik te werpen op de hoogtekaart. De Kliefsloot en Oude Tocht zijn de overblijfsels van de inbraakgeul die zich hier rond 800 heeft gevormd en die overeenkomstig de regelingen van 1313, 1335 en 1382 werd gebruikt voor de afvoer van het door de Hunsinge aangevoerde Noorddrentse water en dat van Aduard, Lieuwerderwolde en andere lage streken ten westen van Groningen.

Ofschoon de Kliefslootgeul zich in het landschap aftekent als een laagte, is hij toch zozeer dichtgeslibd, dat afwatering langs die weg onmogelijk werd. Waarschijnlijk is de situatie aan het eind van de veertiende eeuw echt acuut geworden. Bovendien zal ook de scheepvaart in toenemende mate hinder hebben ondervonden van de ondiepten in de geul.

De uitmonding bij Arbere dichtgeslibd De uitmonding bij Arbere dichtgeslibd

Dit alles was omstreeks 1400 genoeg reden om te besluiten tot een voor die tijd zeer grote ingreep. Door het graven van enkele stukken nieuw kanaal, die samen met reeds bestaande panden het huidige Aduarderdiep vormen, en het leggen van een nieuwe zijl ten noorden van Feerwerd werd het Drentse water laag op de Hunze gebracht, ontstond een grote spuiboezem en kwam tegelijk een volwaardig scheepvaartkanaal tot stand.

Hoe omvangrijk het ‘project-Aduarderdiep’ omstreeks 1400 was, is overigens niet helemaal duidelijk. Aan het einde van het vorige deel heb ik de mogelijkheid geopperd dat ten noorden van de Aduardersteentil al een kanaalvak ten behoeve van de scheepvaart was gegraven. Als dat inderdaad al vanaf het einde van de dertiende eeuw bestond, hoefde men alleen een nieuw kanaal te graven vanaf het huidige Nieuwklap naar de Steentil en het bestaande kanaal ten noorden van Oostum door te trekken tot voorbij Feerwerd, daarbij uiteraard gebruik makend van bestaande watergangen. Tenslotte moest men een zijl leggen op de plek van het huidige Aduarderzijl.

Het Aduarderdiep heeft een opmerkelijke breedte, veel breder dan voor de waterafvoer of de scheepvaart nodig is. Het stuk tussen de Steentil en Vierverlaten is halverwege de twintigste eeuw ten behoeve van de scheepvaart verwijd, maar – voor zover ik weet – is het stuk ten noorden van de Steentil al eeuwenlang zo breed als het nu is. Zou men het kanaal al omstreeks 1400 met opzet zo breed hebben gemaakt om het als boezem te laten functioneren voor al het water dat vanuit Noord-Drenthe en de aangelegen lage landen naar zee moest worden afgevoerd? De aanleg van het Aduarderdiep zou hierdoor een nog grotere prestatie zijn dan hij door zijn lengte al is.

 Inlating van Aldert Gaijkinck (Gaaikema) tot de ‘bloxzijl van Aedwert’  [T713-3, 247-250] Inlating van Aldert Gaijkinck (Gaaikema) tot de ‘bloxzijl van Aedwert’ [T713-3, 247-250]

In de vijftiende eeuw heeft de waterhuishouding in Groningerland een aantal ingrijpende veranderingen ondergaan. Deze hebben het beeld tot in de negentiende eeuw bepaald. Verrassenderwijs zijn over die werken geen schriftelijke bronnen bewaard gebleven.

In een akte van 17 september 1407 werd de landen van Gaaikema (‘Gaykinga’) toegestaan af te wateren via de ‘blokzijl van Aduard’. Aangenomen wordt dat daarmee de huidige Aduarderzijl is bedoeld. Het bestaan van die zijl impliceert dan ook het bestaan van het Aduarderdiep.

De overeenkomst van 1407 maakte een einde aan een geschil tussen Aldert Gaaikema en het Aduarderzijlvest. Aldert en zijn nakomelingen mochten het water van hun landerijen via de Aduarderzijl lozen, maar moesten daarvoor wel veel meer betalen dan de oorspronkelijke leden van het Aduarderzijlvest. Daar stond tegenover dat ze waren vrijgesteld van arbeid.

De akte is bezegeld door Aduard, de burgemeesters van Groningen en de pastoors van Peize, Roden en Wierum.

Gaaikemaheerd aan de Gaaikemadijk Gaaikemaheerd aan de Gaaikemadijk

De Gaaikemaheerd staat aan de oostzijde van de Gaaikemadijk, even ten zuiden van de plek waar vroeger de borg van de Gaaikema’s heeft gestaan.

Gaaikema en Gaaikemadijk op AHN-1. De plaats van de verdwenen Gaaikemaborg is met een rode cirkel aangegeven. Gaaikema en Gaaikemadijk op AHN-1. De plaats van de verdwenen Gaaikemaborg is met een rode cirkel aangegeven.

Het land ten westen van de Gaaikemadijk heeft oorspronkelijk afgewaterd op de Kliefslootgeul. De sporen daarvan zijn zichtbaar op AHN-1, waarvoor de gegevens verzameld zijn in de periode 1996-2003. Het Aduarderdiep gaat hier dwars doorheen.

In 1594 behoorden alle landerijen ter weerszijden van de Gaaikemadijk aan het klooster Aduard. Dat was in 1407 zeker nog niet het geval. Het lijkt er veeleer op dat de landerijen van de Gaaikema’s eerst in de loop van de vijftiende en zestiende eeuw in handen zijn gekomen van de kloosters Aduard en Selwerd."68" We weten dat de Gaaikema’s in het begin van de zestiende eeuw nog beschikten over particulier landbezit ter grootte van c. 100 grazen in de buurt van hun borg aan de Gaaikemadijk."69" Het is niet uitgesloten dat hier ook nog andere particuliere landbezitters waren.

Als het stuk Aduarderdiep tussen Nieuwklap en de Steentil door land van de Gaaikema’s is gegraven, moet daarvoor uiteraard een regeling getroffen zijn. Daarvan is niets bekend. Evenmin weten we hoe het met de afwatering van de landerijen ten oosten van de Gaaikemadijk stond voordat deze in 1407 werden ingelaten in het Aduarderzijlvest. De sporen op de hoogtekaart doen vermoeden dat een deel van het water in westelijke richting, door enkele openingen in de Gaaikemadijk, heeft gelopen en dus ook in de Kliefslootgeul uitkwam. De veronderstelling ligt echter voor de hand dat het grootste deel van de bedoelde landerijen afwaterde via de sluis bij Wierum, die in de besproken akte van 1360 wordt genoemd.

 Reliëf aan de Gaaikemadijk Reliëf aan de Gaaikemadijk

Van de gelegenheid maak ik gebruik om te wijzen op het opvallende reliëf aan de Gaaikemadijk. Deze dijk lijkt, zoals eerder gezegd, eerder op een serie huiswierden op een oeverwal of inversierug dan op een gewone dijk.

Als de in 1407 genoemde ‘blokzijl van Aduard’ inderdaad de huidige Aduarderzijl is, houdt dat in, dat rond 1400 de reeds bestaande afzonderlijke delen van het Aduarderdiep met elkaar zijn verbonden, zodat een ruim 10 km lang kanaal ontstond.

Het Aduarderdiep bracht het water van de Hunsinge en het Eelderdiep en het eigen water van de lage landen veel lager op de Hunze dan eerder het geval was. Bovendien – en dat was ter voorkoming van het dichtslibben van de monding erg belangrijk – kwam de zijl te liggen aan de buitenkant van een zuidwaarts gerichte kronkel van de Reitdiepbedding.

Het Aduarderdiep gegraven en een ‘blokzijl’ gelegd Het Aduarderdiep gegraven en een ‘blokzijl’ gelegd

De verschillende panden van het Aduarderdiep zijn gemarkeerd. De ‘nieuwe’ stukken – aangegeven met lichte parallellijntjes – zijn de verbinding tussen Nieuwklap en Aduardersteentil (het kanaalvak dat langs de Gaaikemadijk loopt) en het gedeelte ten noorden van boerderij Langeveld (bij het rode vlaggetje).

De verschillende kerspelgebieden hebben een eigen kleurtje; met een arcering is het landbezit van Aduard – naar de situatie in 1594 – aangegeven.

Op de meeste plaatsen gaat het kanaal door de bestaande verkaveling heen. Alleen tussen Garnwerd en Feerwerd zijn er twee stukjes waar men bij de aanleg van het kanaal gebruik kon maken van bestaande watergangen. Ik laat dat op een volgend plaatje zien.

Aduarderdiep tussen Nieuwklap en Steentil Aduarderdiep tussen Nieuwklap en Steentil

Het op de foto afgebeelde deel van het Aduarderdiep verbond de oude omleiding van de Hunsinge (het ‘oer-Aduarderdiep’) met het veronderstelde scheepvaartkanaal tussen Aduard en de Hunze. Tegelijk voerde het ‘t water van de Gaaikemalanden af (rechts op de foto).

Aduarderdiep, Steentil en de kerk te Garnwerd Aduarderdiep, Steentil en de kerk te Garnwerd

Het noordelijke deel van het Aduarderdiep. 1.  Brillerij 2.  Bolshuizen 3.  Schifpot 4.  Antum Het noordelijke deel van het Aduarderdiep. 1. Brillerij 2. Bolshuizen 3. Schifpot 4. Antum

Vanaf een plek enkele honderden meters ten noorden van de Brillerij tot aan Aduarderzijl vormt het Aduarderdiep de grens tussen de kerspelen Feerwerd en Garnwerd. Bijna overal doorsnijdt het kanaal de oude verkaveling. Tussen Bolshuizen en de knik bij de Schifpot lijkt bij het graven gebruik te zijn gemaakt van een dwarssloot die ter plaatse in de verkaveling paste. Tussen Antum en Feerwerd, tussen twee knikken in, doorsnijdt het diep weer de bestaande verkaveling.

De aanleg van het Aduarderdiep had ook gevolgen voor de loop van A en Hunze en daardoor ook voor de afwatering van Drenterwolde en het Woldland. Daarover gaat het in deel 8 van ‘Groningen en het Drentse water’."70"

Aduarderdiep richting Brillerij Aduarderdiep richting Brillerij

De foto is in zuidelijke richting genomen vanaf de fietsbrug tussen Brillerij en Bolshuizen. Rechts de Brillerij.
De lichte kromming in de verte ligt ter hoogte van boerderij Langeveld.

 Aduarderdiep richting Bolshuizen Aduarderdiep richting Bolshuizen

We kijken in noordelijke richting.
Bij Bolshuizen maakt het diep een flauwe bocht naar rechts.
Daarna volgt bij de Schifpot (Torensmabrug) een veel scherpere bocht naar links.

Torensmabrug bij de Schifpot.  De brug is vernoemd naar de Ezinger burgemeester Dirk Torensma, die deze vaste oeververbinding in 1939 opende. Torensmabrug bij de Schifpot. De brug is vernoemd naar de Ezinger burgemeester Dirk Torensma, die deze vaste oeververbinding in 1939 opende.

Ten zuiden van de Torensmabrug maakt het Aduarderdiep een flinke knik. Deze wijst erop dat men voor de afleiding van het uit het zuiden afkomstige water vanaf dit punt gebruik heeft gemaakt van een bestaande watergang.

De knik bij de Schifpot.  De foto is in zuidelijke richting genomen. De knik bij de Schifpot. De foto is in zuidelijke richting genomen.

De westelijke Aduarderzijl De westelijke Aduarderzijl

Het Aduarderdiep komt tegenwoordig met twee mondingen in het Reitdiep uit. De westelijke – hier op de foto – dateert van 1706-1707, maar is niet de oudste van de twee.

De aanleg van het Aduarderdiep was een groot succes. Daarop wijst het feit dat in 1435 ook Selwerd en de Paddepoel in het Aduarderzijlvest werden ingelaten."71" De capaciteit van de Aduarderzijl was echter te gering om het extra-water te kunnen lozen. Daarom werd in de inlatingsakte bepaald dat Selwerd naast de eerste ‘blokzijl’ een tweede uitwateringssluis moest bouwen met een wijdte van 14 voet.

Het is niet duidelijk wat er van de vijftiende-eeuwse zijlen geworden is. We weten wel dat de Aduarderzijl in 1561 is vernieuwd. Bewaard gebleven is het verslag van een vergadering, die gehouden is op de Aduardersteentil en waarbij de Aduarderzijlvesten, de Raad van Groningen en het Sloterzijlvest aanwezig waren."72" Het ging over de details van een overeenkomst, waarbij het aan Oost-Vredewold werd toegestaan om meer water te lozen op de Aduarderzijlen. Uit het verslag van het overleg blijkt dat er destijds gewerkt werd aan de Aduarderzijlen. Er was een nieuwe zijl gelegd van 17 voet breed en er zou een tweede komen die ook wel 15 voet breed zou worden. Het is niet duidelijk waar de zijlen van 1561 hebben gelegen.

Ik houd het voor mogelijk dat in 1560-1561 de twee zijlen tot stand zijn gekomen die we afgebeeld zien op de kaart van Coucheron van 1630. Tussen de beide armen heeft de sterkte Aduarderzijl gelegen die in de strijd tussen Staats- en Spaansgezinden zo’n belangrijke rol heeft gespeeld.

Aduarderzijl omstreeks 1630 Aduarderzijl omstreeks 1630

Detail uit de ‘Kaart van de landen van het karspel Garnwerd; met afzonderlijke vermelding van de namen der eigenaren en gebruikers en de grootte hunner landen, door  A. Coucheron. 1630.’"73"

Van 4-6 december 1665 teisterde een zware storm heel West-Europa; het hoogtepunt was de Sint Nicolaasvloed van 5 december, die de deuren van de Aduarderzijl deed bezwijken."74" Daarna kwam in 1686 de Martinusvloed die de westelijke zijl verwoestte. De westelijke monding werd vervolgens afgedamd, zodat al het water sindsdien door de oostelijke zijl worden moest gespuid. Vervolgens is in 1706-1707 de huidige westelijke sluis gebouwd. Die kwam te liggen tussen de hier afgebeelde mondingen in. De oostelijke zijl werd toen buiten bedrijf gesteld en de zijltocht afgedamd.

Aduarderzijl na 1707 Aduarderzijl na 1707

Links zien we de zijltocht die na de Martinusvloed van 1686 ophield te functioneren. Buitendijks is de monding dichtgeslibd. Na 1707 werd ook de oostelijke zijltocht buiten werking gesteld.
Tussen beide voormalige zijltochten in zien we de monding van 1706-1707, de huidige westelijke sluis.

De westelijke monding van het Aduarderdiep De westelijke monding van het Aduarderdiep

De huidige stenen Westelijke of Oude Sluis werd in 1706 gebouwd en had oorspronkelijk drie deuren: ebdeuren voor het binnenhouden van het water ten behoeve van landbouw en scheepvaart bij laagwater, vloeddeuren voor het keren van zeewater bij vloed (deze werden bij vloed door het stijgende buitenwater dichtgedrukt) en stormdeuren die bij stormvloed werden gesloten.

Oostelijke sluis te Aduarderzijl Oostelijke sluis te Aduarderzijl

Op de plaats van de huidige oostelijke sluis heeft tot 1707 een houten voorganger gestaan. Die is in het genoemde jaar buiten werking gesteld en vervangen door een dam. Wanneer die houten sluis is gebouwd is niet bekend, maar het is niet onmogelijk dat dit in de vijftiende of zestiende eeuw is gebeurd.

De huidige Kokersluis (ook wel Nieuwe of Oostelijke Sluis genoemd) dateert van 1867 en is gebouwd omdat de capaciteit van de in 1707 gebouwde westelijke zijl onvoldoende geworden was. Het is een dubbele uitwateringsluis zonder stormdeuren. Die werden toen niet meer nodig geacht, omdat er plannen waren om op korte termijn over te gaan tot afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp.

Vroeger kon de sluiswachter met gietijzeren lieren de sluisdeuren bedienen. Om op de middelste pijler te komen was een trap gemonteerd in een nis in de sluis. De lieren verdwenen later en de nis werd dichtgemetseld.

Op de voorgrond de binnenzijde van de sluis met de ebdeuren die zich bij afgaand water sloten, tenzij men ze met kabels of kettingen vastzette. Op de achtergrond de vloeddeuren aan de buitenzijde van de sluis. Ook die werden door de beweging van het water automatisch geopend of gesloten.

 De westelijke Aduarderzijl De westelijke Aduarderzijl

De Aduarderzijl lag op zo’n grote afstand van de Noorddrentse kerspelen die tot de oorspronkelijke partners in het Aduarderzijlvest hoorden, dat de inwoners ervan niet langer persoonlijk konden meewerken aan het onderhoud van het diep en de zijl. Hun water bleef er echter wel doorheen lopen.

Toen Selwerd en de Paddepoel in 1435 tot het Aduarderzijlvest toetraden, werd het Noorddrentse gebied al niet meer genoemd als onderdeel van het zijlvest. Je zou kunnen zeggen dat de plaats van de Drenten werd ingenomen door de kerspelen van Middag. Omdat het Drentse water toch door de watergangen en zijlen van het Aduarderzijlvest moest blijven stromen, werd in 1437 een speciale regeling getroffen. De Drenten hoefden niet langer schot te betalen en ook geen werkzaamheden meer te verrichten, maar moesten wel jaarlijks een vaste vergoeding ten bedrage van ƒ36 betalen."75"

Daarna zijn er herhaaldelijk geschillen geweest over de bijdragen van de Drenten. In 1452 werd bevestigd dat Peize, Roden, Foxwolde en ook Vries gedurende 20 jaar ƒ36 per jaar moesten betalen, maar dat ze verder geen zijlschot verschuldigd waren en ook geen werkzaamheden hoefden te verrichten."76" In 1474 werd de regeling van 1452 hernieuwd en de looptijd met 30 jaar verlengd."77" Maar ook daarna rezen er problemen: op 31 juli 1509 werd uitspraak gedaan in een geschil tussen het Aduarderzijlvest enerzijds en Roden, Foxwolde, Peize en Vries anderzijds over de te betalen contributie;"78" in 1540 is sprake van een scheidsrechterlijke uitspraak in een geschil over de regeling van 1509"79" en in 1620 werd opnieuw een overeenkomst getroffen over de wijze waarop Peize, Roden, Vries en Foxwolde zouden bijdragen tot de Aduarderzijl."80"

Waarhuis Aduarderzijl Waarhuis Aduarderzijl
Schermbeeld van de rubriek ‘Mengelwerk’ Schermbeeld van de rubriek ‘Mengelwerk’

De geschiedenis van de Aduarderzijlen is uiterst ingewikkeld en nog lang niet alles daarvan is opgehelderd. Wie mee wil denken kan het stuk lezen dat op de website van de Groninger Archieven onder de rubriek ‘Mengelwerk’ is geplaatst.

 

68.

Zie GrA T172-20 reg.nrs. 255 en 256 (1449).

69.

W.J. Formsma, e.a., De Ommelander borgen en steenhuizen (Assen/Maastricht 19872) 477.

70.

Zie G&DW 8, Alle kanten op.

71.

GrA T172-24 (12 maart 1435). Zie G&DW 8, Alle kanten op.

72.

GrA T696-183 (1561).

73.

GrA T817-1243.

74.

M.D. Teenstra, Stads- en dorpskroniek van Groningen Friesland Drente, 2 dln. in 1 band (Leeuwarden 1974) II 92 en J. Buisman, Duizend jaar weer 4 (1575-1675) 600.

75.

GrA T2100-163 (30 mei 1437).

76.

GrA T705-33 reg.nr. 12 (4 april 1452).

77.

GrA T705-33 reg. nr. 20 (13 mei 1474)

78.

GrA T1032-428 (31 juli 1509).

79.

GrA T705-33 reg. nr. 31 (28 april 1540).

80.

GrA T657-137 (17 maart 1620). Zie voor het verdere verloop van de kwestie: W.J. Wieringa, Het Aduarderzijlvest in het Ommelander waterschapswezen (Groningen 1946) 271 evv.