Zoek op de website

8.1		Het Westerdiep naar Wierum

Afleiding van de Hunze (c. 1400) Afleiding van de Hunze (c. 1400)

Omstreeks het jaar 1400 zijn enkele ingrijpende veranderingen in de loop van de watergangen aangebracht die het beeld tot in de negentiende eeuw hebben bepaald. Twee van die ingrepen hebben we al gezien:

  • de omlegging van de Hunze en
  • het leggen van de Aduarderzijl met het graven van (de nog ontbrekende delen van) het Aduarderdiep.

Merkwaardigerwijs zijn geen schriftelijke bronnen bewaard gebleven die rechtstreekse informatie over deze ingrepen bevatten. Wat we ervan weten ontlenen we aan indirecte bronnen en de latere situatie.

Het Aduarderdiep gegraven en een ‘blokzijl’ gelegd Het Aduarderdiep gegraven en een ‘blokzijl’ gelegd

Zo is er voor de aanleg van het Aduarderdiep alleen een indirecte aanwijzing: we weten dat er in 1407 een ‘blokzijl’ ten noordoosten van Feerwerd was en dat via die sluis ook water uit de omgeving van Wierum geloosd mocht worden.

Doorgaans wordt aangenomen dat het Aduarderdiep en de Aduarderzijl omstreeks 1400 zijn gelegd. Die datering past bij de waterstaatkundige ontwikkeling zoals we die in de vorige delen van ‘Groningen en het Drentse water’ hebben gevolgd. Als gevolg van de opslibbing in de Kliefslootgeul werd het steeds moeilijker om het door de Hunsinge en het Eelderdiep aangevoerde Drentse water en ook het eigen water van de aangelegen lage landen via die weg kwijt te raken. Ook de scheepvaart zal in toenemende mate hinder van de opslibbing hebben ondervonden. Het in 1360 gegraven zijlmaar naar Wierum heeft wellicht wel enig soelaas gebracht voor de lage landen van Lieuwerderwolde en Dorkwerd, maar tegelijk zal door deze ingreep de hoeveelheid water zijn verminderd die bij Aduard werd geloosd. En dat moet dan weer geleid hebben tot een versnelde opslibbing in de Kliefslootgeul.

Waarschijnlijk is de breedte van het Aduarderdiep van meet af aan aanzienlijk geweest en was het de bedoeling dat het kanaal ook als bergboezem functioneerde voor de aangelegen landen.

Een nieuwe afwatering voor Lieuwerderwolde en Dorkwerd.  1.  Aduarderdiep 2.  Kliefdiep 3.  Hunsinge (benedenloop van het Peizerdiep) 4.  Brundekemaar 5.  De plaats waar het Brundekemaar de huidige      Friesestraatweg kruist 6.  Slaperstil 7.  Washuis Een nieuwe afwatering voor Lieuwerderwolde en Dorkwerd. 1. Aduarderdiep 2. Kliefdiep 3. Hunsinge (benedenloop van het Peizerdiep) 4. Brundekemaar 5. De plaats waar het Brundekemaar de huidige Friesestraatweg kruist 6. Slaperstil 7. Washuis

Het tot stand komen van het Aduarderdiep maakte ook een verdere verbetering mogelijk van de waterafvoer van Hoogkerk en Leegkerk (Lieuwerderwolde) en Dorkwerd.

Zoals we eerder zagen"1" had al het water van Lieuwerderwolde en Dorkwerd vroeger naar het laagste punt ten noordoosten van Hoogkerk gelopen en had het vandaar door het Kliefdiep naar de Hunsinge gestroomd. Later – in 1360 – was er ten behoeve van de ontwatering van het gebied (of van het oostelijke deel ervan) bij Dorkwerd een nieuw Zijlmaar naar Wierum gegraven.

Nu, na het graven van het Aduarderdiep en het leggen van de Aduarderzijl, werd het Dorkwerder water vanaf de plek waar het Brundekemaar de huidige Friesestraatweg kruist (bij 5) naar het westen afgevoerd via een tochtsloot die ook Brundekemaar (Bruungemaer) werd genoemd."2" Later werd deze sloot de hoofdwatergang van de polder ‘de Jonge Held’. Hij kruist de Zijlvesterweg bij de Slaperstil en loopt dan via de poldermolen ‘de Jonge Held’ naar het Aduarderdiep. Het Noorderzijlvest noemt de afzonderlijke delen van deze watergang ‘Oude Woldgraft’, ‘Coenderstocht’ en ‘Jonge-Heldtocht’. Het Dorkwerder water kwam bij ‘Lucas’ huis’, ruim 350 meter ten noorden van de Aduarder kloosterboerderij ‘het Washuis’, in het Aduarderdiep uit."3" De plek waar deze laatste boerderij heeft gestaan is nog herkenbaar.

Door het in gebruik nemen van de waterlossing bij het Washuis werd de in 1360 gegraven ‘Zijlmaar’ naar Wierum overbodig.

De heerdstee van het Washuis aan het Aduarderdiep is nog herkenbaar aan wat bomen

Links op de achtergrond is de brug bij Nieuwklap zichtbaar.

350 meter ten noorden van het Washuis bevindt zich de uitwatering van de Jonge-Heldtocht.

‘Oude Woldgraft’ bij Kleiwerd

De foto is genomen vanaf de Friesestraatweg, die omstreeks 1840 is aangelegd ter vervanging van de Hogeweg, die over Dorkwerd en de Aduardersteentil naar Aduard leidde.

Waterlossing van Dorkwerd en Lieuwerderwolde (‘Coenderstocht’)

De foto is genomen aan de zuidzijde van de Friesestraatweg. We kijken in westelijke richting. De molen in het midden is ‘de Jonge Held’.
In een zestiende-eeuwse bron wordt deze watergang Bruungemaer genoemd.

Slaperstil met poldermolen de Jonge Held

We kijken vanaf de Slaperstil in westelijke richting.

Waarschijnlijk is deze tocht (nu ‘Jonge-Heldtocht’ geheten) omstreeks 1400 gaan functioneren als waterlossing voor Dorkwerd en Leegkerk.

De Drentse A of Westerdiep en de Hunze of Oosterdiep komen bij elkaar in de Paddepoel

Dit kaartje, een combinatie van de AHN-hoogtekaart en Google, laat de situatie zien zoals ze tussen 1360 en 1400 kan zijn geweest.
Links zien we het Zijlmaar dat in 1360 naar Wierum was gegraven en waarlangs Dorkwerd, een deel van Lieuwerderwolde, Tammingeland en de Hoenen loosden, rechts komen Drentse A en Hunze bij elkaar in de Paddepoel.

De kleuren van de hoogtekaart maken duidelijk dat de bodem juist bij de samenvloeiïng van de twee rivieren hoog is opgeslibd.

Doordat Dorkwerd en Lieuwerderwolde na 1400 op het Aduarderdiep konden afwateren, was de zijltocht tussen Dorkwerd en Wierum niet meer nodig. We weten trouwens niet of hij ooit goed heeft gefunctioneerd.

De zijl die in 1365 tussen de Mude en Harssens is gelegd, is op dit kaartje vaag ingetekend. We weten immers niet of deze omstreeks 1400 nog dienst deed.

Het moet voor de Groningers een koud kunstje zijn geweest om hun ‘Groningerdiep’ of ‘Westerdiep’ – de omstreeks 1250 gekanaliseerde benedenloop van de Drentse A, tegenwoordig Reitdiep – bij Dorkwerd op ‘het zijlmaar van 1360’ aan te sluiten. Of dat ook werkelijk gebeurd is weten we niet met zekerheid.

Het Westerdiep aangesloten op de zijltocht van 1360.  1.  Platvoetshuis 2.  Het Nieuwe Gat Het Westerdiep aangesloten op de zijltocht van 1360. 1. Platvoetshuis 2. Het Nieuwe Gat

Door het graven van een 800 meter lang verbindingskanaaltje vanaf een plek ten zuidoosten van de Dorkwerder wierde naar het Platvoetshuis leidde men het water van de Drentse A naar het ‘zijlmaar van 1360’, zodat het niet langer de ‘hobbel’ van de Hoge Paddepoel hoefde te nemen. Tegelijkertijd kregen de Groninger schippers hierdoor de beschikking over een betere vaarroute naar en van zee.

Ten oosten van Selwerd zien we nog net het Nieuwe Gat van 1321-1322. Deze waterlossing was rond 1400 niet meer in gebruik voor de ontwatering van Innersdijk.

Men zou kunnen denken dat het graven van het kanaalvak bij Dorkwerd ook een gunstig effect heeft gehad op de afstroming van de Hunze (het ‘Oosterdiep’). Maar zeker is dat niet. Doordat er minder water werd aangevoerd vanuit het zuiden, zal de bedding tussen Wierum en Harssens meer last hebben gekregen van opslibbing.

Over de zijlen van 1360 en 1365 (bij Wierum en Harssens) weten we niets. Het kan zijn dat ze er in 1400 nog waren, maar het is ook mogelijk dat ze toen al waren weggehaald of weggespoeld.

Het Reitdiep bij Dorkwerd en Kolde Ovent

Op de foto zien we links van het midden het kerkje van Dorkwerd, rechts de boerderij ‘Kolde Ovent’.

De vanuit het noorden genomen foto dateert uit 2011; de boerderij is sindsdien ingrijpend verbouwd.

Het brede Reitdiep op de voorgrond is zijn bestaan begonnen als een verbindingskanaaltje tussen de gekanaliseerde Drentse A en het ‘zijlmaar van 1360’. 

Het Reitdiep bij Kolde Ovent vanuit het zuiden Het Reitdiep bij Kolde Ovent vanuit het zuiden

 

B.W. Siemens heeft geen verband gelegd tussen het graven van het Reitdiepvak Dorkwerd-Wierum en de afwateringsproblematiek van Lieuwerderwolde en deelt – zonder bronvermelding of argumentatie – mee dat het omstreeks 1385 moet zijn gegraven."4" Hij doet ook geen poging de merkwaardige knik te verklaren die het Reitdiep ter hoogte van het voormalige Platvoetshuis (nu de plek waar het Reitdiep het Van Starkenborghkanaal kruist) vertoont.

Ofschoon er geen sprake kan zijn van absolute zekerheid, lijkt het toch wel zeer waarschijnlijk dat het bedoelde Reitdiep-tracé, in tegenstelling tot wat Siemens vertelt en in latere publicaties steeds is herhaald,"5" tot stand is gekomen in de twee fasen die ik heb beschreven: het noordelijke stuk van Platvoet naar Wierum als deel van het ‘zijlmaar van 1360’ en het zuidelijke, van Dorkwerd naar Platvoet, omstreeks 1400, toen het Aduarderdiep was gegraven en het zijlmaar niet meer nodig was voor de afwatering van Lieuwerderwolde.

Het Reitdiep tussen Platvoet en Wierum Het Reitdiep tussen Platvoet en Wierum

Voor de aangelegen landerijen leverde de afleiding van de Drentse A naar Wierum geen voordeel op. Er lagen dijken langs de rivier en de maaiveldhoogte van de aangrenzende landerijen was vermoedelijk van dien aard dat het water daarvan nog maar met moeite via de traditionele kleppen op de rivieren kon worden geloosd. Het land lag opgesloten tussen de rivieren.  

We zagen dat Dorkwerd al naar het westen afwaterde. Maar waar moesten Wierum, Paddepoel en Selwerd heen? En het lage land tussen de Wolddijk en de kwelderrug van Ubbega? En de stadshamrikken, en Noorddijk?

1.

Zie G&DW 6, Arbere en het Aduarderdiep, hoofdstuk 6.3, p. 50.

2.

GrA T835-21 (RF Hs. in folio 21) fol. 153v.

3.

Zie G&DW 6, Arbere en het Aduarderdiep, hoofdstuk 6.3, p. 52.

4.

B.W. Siemens, Dijkrechten en zijlvesten (Groningen 1974) 35, 37 en 43. Hij heeft zijn opvatting reeds in 1967 meegedeeld in een artikel in het maandblad Groningen: B.W. Siemens, ‘Tie-geen Boterdiep’, Groningen – cultureel maandblad 9e jaargang (1967) 65-73, aldaar 67.

5.

Zie (onder meer) J. Loonstra, G. Overdiep en M. Schroor, Tien eeuwen Hunze; renaissance van een oerstroomdal (Groningen 1997) 32, en Meindert Schroor en Jan Meijering, Golden Raand. Landschappen van Groningen (Assen 2007) 87 en 164.