Zoek op de website

8.4	 	Selwerd en Paddepoel

Ook Selwerd en de Paddepoel zijn ingesloten

Kerspelgrenzen zijn aangegeven met rode lijnen. Het groene lijntje is de Penningsdijk, de grens tussen Selwerd en de Stadstafel van Groningen.

  1.  Selwerd
  2. Dorkwerd
  3. De Hoge Paddepoel
  4. De Mude

Na de inlating van het Westerhamrik in het Scharmerzijlvest resteerden nog twee gebieden die ingesloten waren tussen A en Hunze: het noordelijkste puntje van de oude prefectuur – het landje Selwerd met het gelijknamige klooster – een stukje van het kerspel Dorkwerd en een deel van het kerspel Wierum, de Hoge Paddepoel. Deze gebieden zijn op het plaatje oranje gearceerd; tussen Dorkwerd en de Mude zien we de oude loop van de Drentse A. Selwerd wordt van het Groninger Westerhamrik gescheiden door de Penningsdijk.

Er waren in theorie drie opties voor de waterlossing van deze gebieden: zuidwaarts naar het Westerhamrik (met aansluiting op het Scharmerzijlvest en uitwatering op de Eems), oostwaarts naar de Nieuwe en Olde Ae met uitwatering op het Reitdiep via de Wetsingerzijl, of westwaarts naar het Aduarderdiep met aansluiting op het Aduarderzijlvest en uitwatering via de Aduarderzijl. In het laatste geval moest het water van Selwerd en de (noordelijke) Paddepoel wel het Westerdiep kruisen. Ook al was dit in technisch opzicht wellicht lastig, het is wel de variant waarvoor in 1435 is gekozen.

Er bestaat verwarring over de naam Paddepoel. Dat is geen ‘poel’, maar een hoogte. In het Fries is een pôle een plekje grond dat iets hoger ligt dan zijn omgeving en gewoonlijk door sloten of ander water omringd is, maar hetzelfde woord kan ook een kwelder of met gras begroeide buitendijkse aanwas aanduiden die alleen bij hoge vloed onderloopt.

De Hoge en Lage Paddepoel De Hoge en Lage Paddepoel

In Wikipedia staat te lezen dat de Hoge Paddepoel het gedeelte is dat het dichtst tegen de Hondsrug aanligt, ten noorden ervan zou dan de Lage Paddepoel liggen.

Dat het precies omgekeerd is, kan men op de hoogtekaart goed zien. De Lage Paddepoel is het gedeelte ten zuiden van de oude loop van de Drentse A, de Hoge Paddepoel is het onder Wierum ressorterende deel ten noorden ervan.

Selwerd en de Paddepoel krijgen toegang tot de Aduarderzijl (1435)  (GrA T172-24) Selwerd en de Paddepoel krijgen toegang tot de Aduarderzijl (1435) (GrA T172-24)

Op 12 maart 1435 gaf het Aduarderzijlvest toestemming aan Selwerd en de Paddepoel om hun water via de watergangen van het Aduarderzijlvest naar de Aduarderzijl te laten lopen om het daar op zee te kunnen lozen.

Bij deze gebeurtenis gaat het – net zoals bij de eerder besproken inlatingen – niet om de afvoer van het Drentse water zelf, maar om de oplossing van waterstaatkundige problemen die veroorzaakt werden door het Drentse bovenwater en door de relatieve daling van de bodem in de buurt van Groningen.

Het onderste plaatje op de voorgaande bladzijde laat de originele ‘inlatingsakte’ zien die in het archief van het klooster Selwerd berust."34" De tekst van deze akte is ook ingeschreven in het Cartularium van het klooster Selwerd."35" In dat uit perkamenten bladen bestaande boek zijn de belangrijkste archiefstukken van het klooster ingeschreven. De administratie van het klooster is met de aanleg van dit ‘schaduwarchief’ begonnen in 1507 en na voltooiing ervan zijn ook latere stukken ingeschreven.

Afschrift van de inlatingsakte in het Cartularium van Selwerd (rechter pagina) (GrA T172-20 fol. 138v-140) Afschrift van de inlatingsakte in het Cartularium van Selwerd (rechter pagina) (GrA T172-20 fol. 138v-140)

GrA T172-24 regest nr. 159 (1435)"36"

 

De rechters en gemene meente van de drie delen van de zijlvesten van Adewerderzijl, zijnde het convent van Adewert, de buren van Middaech en van Lyuwerderwolde enerzijds, en abt Poncien en conventualen van Zelwert en de gemene buren van de Paddenpoel anderzijds, oorkonden een overeenkomst te hebben gesloten over het leggen van een grondzijl in het Westerdiep, waardoor het convent van Zelwert en de buren van de Paddenpoel kunnen uitwateren op de Adewerderzijl, met bepalingen over het onderhoud en de schouw van de dijken, het graven en onderhouden van een watering van de grondzijl naar het Brundekemaer, de verdeling van de kosten van het aanleggen van een nieuwe zijl bij Adewerderzijl en het onderhoud daarvan, onder schadeloosstelling van het convent van Zelwert door Bruen Klinge, Henrick Kater, These Huginge, Sybrant van Loqwert en de buren van de Paddepoel. 12 maart 1435 (in suncte Gregorys daghe).

[1]

Wij, rechters en hele gemeenschap van de drie delen van de zijlvesten van Aduarderzijl, te weten het convent van Aduard, die van Middag(1) en van Lieuwerderwolde enerzijds, en wij Pontiaan, abt, en gezamenlijke conventualen van Selwerd en gezamenlijke buren van de Paddepoel aan de andere kant, verklaren aan iedereen en betuigen met deze akte dat wij op de volgende punten en voorwaarden overeengekomen zijn:

  1. De Drentse kerspelen maken niet langer deel uit van het Aduarderzijlvest.

[2]

Op de eerste plaats hebben wij rechters en gemeenschap van de drie onderdelen van het zijlvest voornoemd vergund en toegestaan, gunnen en staan toe aan het convent van Selwerd en de gezamenlijke buren van de Paddepoel dat zij een grondzijl(1) door het Westerdiep(2) leggen die drie voet in het vierkant wijd zal zijn en waardoor zij voor eeuwig mee zullen uitwateren via de Aduarderzijl.

  1. We zagen al eerder wat een grondzijl is: een afsluitbare duiker onder een watergang door.
  2. De benedenloop van de Drentse A, nu bekend als Reitdiep. De eerste vermelding van de naam ‘Reitdiep’ dateert uit 1449.

[3]

En deze grondzijl moeten het convent en de buren van de Paddepoel leggen op een geschikte plaats die in gemeenschappelijk overleg wordt gekozen en ze moeten de grondzijl zo dicht en vast maken en houden dat de drie delen van onze zijlvestenij geen vreemd water toestroomt als gevolg van deze grondzijl.(1)

  1. Met het vreemde water wordt hier water vanuit het Reitdiep bedoeld. Dat kan zowel Drents water als zeewater zijn.

[4]

En wij, de drie delen van de zijlvesten voornoemd, zullen jaarlijks drie personen aanwijzen die meehelpen om hun dijken te inspecteren; deze personen zullen de helft krijgen van de breuken die daarop zijn vastgesteld, en de andere helft van de breuke zullen de rechters van de Paddepoel krijgen.

[5]

En de drie personen die wij jaarlijks zullen aanstellen zullen de voornoemde dijken schouwen wanneer het hun goeddunkt; de andere rechters zullen de schouw niet weigeren.

[6]

De voornoemde dijken moeten twee voeten hoog boven de uiterdijk zijn en aan de bovenzijde een halve roede breed zijn.(1)

  1. De dijken rondom het Selwerderland (zeedijken!) zijn dus maar 60 cm hoog en 2 meter breed.

[7]

Wanneer deze rechters tijdens hun inspectieronde langs de dijken constateren dat een dijk niet in orde is, dan zal degene aan wie de dijk toebehoort vervallen in een breuke van een oude schild(1), waarbij dertig oude vlaamsen worden gerekend voor één schild; welke breuke hij terstond moet betalen. Als hij de breuke niet betaalt mogen de rechters deze meteen verhalen op zijn goed, waar ze dat ook aantreffen, zonder dat hij zich daartegen mag verzetten.

  1. De oude schild (écu d’or) was in 1337 ingevoerd door de Franse koning Filips VI en was meer dan een eeuw de standaard voor de gouden munten in Europa. De waarde was gelijk aan 45 groninger stuivers of 1,5 goudgulden. Aan het einde van de vijftiende eeuw kostte een koe in Groningerland 5 goudguldens.

[8]

Verder zullen die van het convent van Selwerd en de buren van de Paddepoel de genoemde grondzijl onderhouden zonder kosten en schaden van de drie delen van de zijlvesten, en ze zullen ook de watergang van de grondzijl naar het Brundekemaar(1) graven en eenmaal in het jaar zonder kosten en schaden van het zijlvest schoonmaken tot in het genoemde maar en wel binnen acht dagen na 1 mei, op een boete van twee oude schilden, waarin ze zullen vervallen wanneer ze de watergang dan niet schoonmaakten.

  1. Het Brundekemaar was de watergang waarlangs Dorkwerd op het Aduarderdiep loosde. Zie daarvoor hoofdstuk 6.3, p. 50-54).

[9]

Verder zal men een nieuwe zijl met een binnenwijdte van 14 voet bouwen, die bij Aduarderzijl zal staan; en van de kosten en de arbeid die voor die nieuwe zijl nodig zijn zullen het convent van Selwerd en de buren van de Paddepoel het vierde deel voor hun rekening nemen, totdat de nieuwe zijl functioneert.

[10]

Daarna zullen het convent en de buren van de Paddepoel een zijlrechter aanstellen zoals de drie delen van het zijlvest doen, en dan zullen ze de genoemde twee zijlen, nieuw en oud, en de dijken die daarbij horen onderhouden ten eeuwigen dagen, zoals de andere zijlrechters van de zijlvesten doen.(1)

  1. Van de gelegenheid van de inlating van Selwerd en de Paddepoel werd blijkbaar gebruik gemaakt om een nieuwe extra-zijl te bouwen bij de omstreeks 1400 gelegde Aduarderzijl. Dit wijst erop dat de eerste zijl bij nader inzien te krap was. De wijdte van de nieuwe zijl is aanzienlijk: 4,20 meter! De ingelatenen dragen een kwart van de stichtingskosten van de nieuwe zijl. Daarna gaan Selwerd en de Paddepoel volwaardig meedoen met het zijlvest."37"

[11]

De abt en het convent van Selwerd hebben beloofd dat er een zijlrechter zal worden aangesteld. Mochten ze hierin nalatig zijn, dan mogen de drie delen van de zijlvesten beslag leggen op de conventsgoederen van Selwerd, zonder tegenspraak van abt en convent.

[12]

Verder hebben Bruyn Klinge, Henrick Kater, These Huginge en Sybrant van Loquard(1) en de gezamenlijke buren van Paddepoel de abt van Selwerd beloofd hem en zijn convent te vrijwaren van deze kosten, elke buur voor zijn deel.(2)

  1. Bruen Klinge en Hendrick Kater komen herhaaldelijk voor als burgemeester van Groningen. De beide anderen horen ook tot de Groninger raadskringen. Zij zijn blijkbaar de belangrijkste buren van de Paddepoel en hebben het initiatief genomen.
  2. Selwerd hoeft dus helemaal niets te betalen!

[13]

De buren van de Paddepoel en de zijlvesten van Aduarderzijl zullen abt en convent van Aduard niet hinderen bij de visserij.(1)

  1. Zou dit wel kloppen? Moet het niet zijn: ‘De buren van de Paddepoel en het convent van Selwerd mogen de zijlvesten van Aduarderzijl niet hinderen bij de visserij’?

[14]

Verder is afgesproken dat, wanneer er baten komen van de Drenten(1) of anderen die in de toekomst mede zullen uitwateren door de genoemde zijlen, dat mede ten goede zal komen aan het convent van Selwerd en de buren van de Paddepoel, zoals aan de andere zijlrechters van de zijlvesten.

  1. De zaak met de uit het zijlvest getreden Noorddrentse kerspelen moet blijkbaar nog geregeld worden.

[15]

Ter kennisgeving en ten bewijze van deze punten hebben wij, Rudolf, abt van Aduard, en Pontiaan, abt van Selwerd, de zegels van onze conventen en wij, [vertegenwoordigers van] Middag het zegel van ons landschap aan deze brief gehangen.

[16]

En wij, burgemeesters en raad van de stad Groningen, hebben op verzoek van de drie delen van de zijlvesten en de buren van de Paddepoel ook het zegel van onze stad aan deze brief gehangen.

[17]

Gegeven in het jaar onzes heren duizend vierhonderd vijf en dertig,(1) op sint Gregoriusdag.(2)

  1. Driessen heeft abusievelijk het jaartal 1430. Dit onjuiste jaartal is daarna door iedereen overgenomen.
  2. Sint Gregorius: 12 maart.

We zullen hierna enkele bepalingen afzonderlijk bekijken.

In de aanhef van de oorkonde (1) ontbreken de drie Noorddrentse kerspelen die voor het eerst in 1313 en nog in 1382 deelgenoot waren in het Aduarderzijlvest. Hun plaats is ingenomen door het landschap Middag. Het is niet precies bekend wanneer dit gebied deel van het zijlvest is gaan uitmaken, maar de toetreding zal ongetwijfeld samenhangen met het voltooien van het Aduarderdiep en de verplaatsing van de gemeenschappelijke uitwatering van de Arbere naar de plaats ten noorden van Feerwerd waar nu Aduarderzijl ligt."38" Daarmee kregen ook de kerspelen van Middag (Ezinge, Feerwerd, Garnwerd, Fransum, Oostum en het ten westen van het Reitdiep gelegen deel van Wierum) een betere uitwatering. Het verleggen van de uitwatering van Aduard (bij Arbere) naar Aduarderzijl is ook de reden waarom de Noorddrenten geen partner meer zijn in het zijlvest. Hun water loopt nog wel door de watergangen van het zijlvest, maar de afstand tussen de Noorddrentse dorpen en de zijl ten noorden van Feerwerd is zo groot, dat van de inwoners daarvan niet verlangd kan worden dat ze ook zelf komen meewerken aan het onderhoud van de zijl en de zijltocht. Een ‘gewoon lidmaatschap’ van het zijlvest is voor hen niet langer mogelijk. Over de vergoeding die zij het zijlvest zouden moeten betalen vanwege het feit dat hun water wél door de Aduarderzijl geloosd wordt, is op het moment waarop de afspraken met Selwerd en de Paddepoel worden gemaakt nog geen regeling getroffen. Dat blijkt uit afspraak nr. 14.

Eerst in 1437 kwam met de Drenten een regeling tot stand. Ze werden vrijgesteld van de verplichting schot op te brengen en hoefden ook geen werkzaamheden meer te verrichten. In plaats daarvan moesten ze jaarlijks een vaste vergoeding betalen ten bedrage van ƒ36."39" Er is daarna nog herhaaldelijk onmin geweest over de hoogte van het te betalen bedrag. Dezelfde materie is ook aangestipt in deel 6, De Arbere en het Aduarderdiep, hoofdstuk 6.5 ‘Het Aduarderdiep gegraven (c. 1400)’ en is uitvoerig besproken door Wieringa in zijn dissertatie over het Aduarderzijlvest."40"

Om het water van Selwerd en de Paddepoel naar het watergangenstelsel van het Aduarderzijlvest te brengen moest het ’t Groninger- of Westerdiep (later Reitdiep genaamd) kruisen. Dat gebeurde door middel van een ‘grondzijl’ of ‘onderleiding’: een houten koker op de bodem van het Reitdiep en ingegraven in de beide dijken (punt 2 van de akte).

De Selwerder grondzijl onder het Westerdiep De Selwerder grondzijl onder het Westerdiep

We zien een doorsnede van het Westerdiep (Reitdiep) met de grondzijl als een lichtgroene lijn tussen twee sloten ten westen en oosten van het diep.
De verschillende blauwe kleuren geven de eb- en vloedstand in het diep aan.

De inlating van Selwerd en de Paddepoel in het Aduarderzijlvest (1435) De inlating van Selwerd en de Paddepoel in het Aduarderzijlvest (1435)

  1. Locatie van de Grondzijl
  2. Brundekemaar
  3. De oude loop van het Brundekemaar naar de Klief

Het pijltje wijst naar de kruising van het Brundekemaar en de Friesestraatweg.

Bij de inlating van Selwerd was afgesproken dat de plaats waar de grondzijl moest komen in gezamenlijk overleg zou worden vastgesteld (punt 3 van de akte).

Dit kaartje laat zien waar de zijltocht van Selwerd het ‘Westerdiep’ waarschijnlijk heeft gekruist en waar dus ook de ‘onderleiding’ is gelegd (1). Ik vermoed dat het water vervolgens via het ‘Grondzijlsmaar’ of ‘Conventsmaar’ dat in enkele vijftiende-eeuwse akten voorkomt, naar het Brundekemaar is geleid. Het Brundekemaar zijn we tegengekomen in het zesde deel van ‘Groningen en het Drentse water’, Arbere en het Aduarderdiep."41"We zagen daar dat deze watergang, die op oude kaarten ook ‘Oude Maar’ of ‘Oude Retmaar’ genoemd wordt, oorspronkelijk het water van Dorkwerd en Kleiwerd in zuidelijke richting afvoerde, aan de oostzijde langs de Hoogkerkster Nootweg lopend en de Woldgraft kruisend tot in het Kliefdiep. Via de Klief (de Swachcluse van 1313) kwam het in de Hunsinge uit.

Deze noord-zuid lopende tochtsloot is vrijwel geheel van de kaart verdwenen door de aanleg van de stadswijk Gravenburg, waarvan op het kaartje nog net een stukje te zien is. Later, het is onbekend wanneer, maar het moet na het graven van het Aduarderdiep zijn geweest, werd het water van Dorkwerd vanaf de plek waar het Brundekemaar de huidige Friesestraatweg kruist (bij het pijltje), naar het westen afgeleid en ging men die westelijke tochtsloot ook ‘Brundekemaar’ noemen.

De Selwerder tochtsloot ten noorden van het Van Starkenborghkanaal De Selwerder tochtsloot ten noorden van het Van Starkenborghkanaal

Door de aanleg van het Van Starkenborghkanaal is het noordoostelijke deel van het landje Selwerd afgesneden. Daardoor is ook de Selwerder tochtsloot in twee stukken geknipt. De watergang op bovenstaande foto staat tegenwoordig als ‘Noorder Nieuwe Uitwatering’ in de legger van het Noorderzijlvest en komt in het Van Starkenborghkanaal uit.

Tochtsloot Selwerd Tochtsloot Selwerd

Het zuidwestelijke deel van de Selwerder tochtsloot heet ‘Zuider Nieuwe Uitwatering’ en kruist de Paddepoelsterweg.  De foto is genomen vanaf de zuidzijde van het Van Starkenborghkanaal (fietspad ‘Sprikkenburg’). We kijken naar het zuidwesten, in de richting van de Paddepoelsterweg.

Selwerder tochtsloot (Zerniketerrein) Selwerder tochtsloot (Zerniketerrein)

De foto is genomen vanaf de Paddepoelsterweg. Verderop op het Zerniketerrein is de oude watergang verlegd.

Zernikebrug Zernikebrug

De plaats van de Grondzijl moeten we ter hoogte van de huidige Zernikebrug zoeken. De situatie ter plaatse is onherkenbaar veranderd. Hetzelfde geldt voor het terrein ten westen van het Westerdiep, waar nu de stadswijk ‘Reitdiep’ ligt.

Grondbezit van het St. Catharinaklooster te Selwerd Grondbezit van het St. Catharinaklooster te Selwerd

In 1594 behoorde het grootste deel van het te ontwateren land aan het klooster Selwerd. Ook het land waardoor het Grondzijlsmaar ging, ten westen van het Westerdiep, was eigendom van het klooster.

Ook Wierum mag gebruik maken van de Selwerder grondzijl Ook Wierum mag gebruik maken van de Selwerder grondzijl

Oranje gearceerd is de Hoge Paddepoel: het door het Wester- en Oosterdiep ingesloten deel van het kerspel Wierum.
De groene lijn is de Penningsdijk, de grens tussen Selwerd en de Groninger Stadstafel.
De rode cirkel markeert de plaats van de Mude.

De regeling van 12 maart 1435 gold voor Selwerd en dat deel van de Paddepoel dat ten zuiden lag van de bedding die tot omstreeks 1400 het water van de Drentse A naar de Mude had gebracht. Het gedeelte van Wierum tussen Westerdiep en Oosterdiep – de Hoge Paddepoel – was nu het enige gebied dat nog opgesloten lag.

Twee weken na de ‘inlating’ van Selwerd en de Paddepoel, op 26 maart 1435, verklaarden abt en convent van Selwerd en de buren van Paddepoel aan abt en convent van Aduard dat zij de ingelanden van het Wierumer hamrik zouden toestaan gebruik te maken van hun grondzijl en watergangen, wanneer ook dit gebied zou worden ingelaten in het Aduarderzijlvest. Inderdaad blijkt later alle land tussen de Penningsdijk en Wierum een waterstaatkundig geheel te zijn binnen het Aduarderzijlvest. Het heet dan ‘het zijlvest van Wierum en de Hoge en Lage Paddepoel’. Langs welke route het Wierumer water op het Selwerder systeem aansloot weten we niet.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw zijn maatregelen genomen om het Reitdiep beter bevaarbaar te maken voor grotere zeeschepen. De belangrijkste ingreep was de afsnijding van de grote rivierkronkels bij Garnwerd (‘de Raken’) in 1629. Ook werd de bedding van de vaarweg uitgediept. Dat betekende het einde voor de ondiep liggende grondzijl tussen Selwerd en Dorkwerd. In 1633 besloten burgemeesters en raad van Groningen dit kunstwerk te laten verwijderen, zodat de verbinding tussen de Paddepoelen en het Aduarderzijlvest werd verbroken."42" Het ‘Dijkrecht van Wierum en de Hoge en Lage Paddepoel’ werd toen een zelfstandige organisatie. Ten behoeve van de afwatering werden enkele pompen door de Reitdiepsdijk gelegd.

Uitsnede uit de kaart van Ludolf Tjarda van Starkenborgh en Nicolaas Visscher (1684) Uitsnede uit de kaart van Ludolf Tjarda van Starkenborgh en Nicolaas Visscher (1684)

Op de in 1684 te Amsterdam uitgegeven provinciekaart van de provincie Stad en Lande van Ludolf Tjarda van Starkenborgh en Nicolaas Visscher"43" staan de belangrijkste waterlopen ten westen en noordwesten van de stad Groningen ingetekend:

  1. het Aduarderdiep
  2. het Kliefdiep
  3. het Brundekemaar, dat ook voorkomt onder de namen Oude Maar of Retmaar
  4. de plaats van de voormalige Grondzijl.

Het Grondzijlsmaar dat het Selwerder, Paddepoelster en Wierumer water naar het Brundekemaar afvoerde, ontbreekt.

 Tenslotte: de gemeente Noorddijk en de Borgham (aangegeven met een donkerder groen) Tenslotte: de gemeente Noorddijk en de Borgham (aangegeven met een donkerder groen)

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van het overzicht van alle gebieden die in de loop der tijd een andere uitweg voor hun water hebben moeten zoeken. Het laatste gebiedje dat nog te bespreken valt is de Borgham.

Dit aan drie zijden door de Hunzebedding ingesloten gebied was onderdeel van het kerspel Beijum, maar was in 1321-1322 door het graven van het Nieuwe Gat van de rest van dat kerspel afgesneden. In de negentiende eeuw werd het bij de gemeente Noorddijk gevoegd en vormde de verbindingsschakel tussen het landje Selwerd en het noordelijke deel van het oude Drenterwolde (Noorddijk, Middelbert en Engelbert).

Een regeling voor de Borgham (18 november 1454)  (GrA 172-20 fol. 2v-3) Een regeling voor de Borgham (18 november 1454) (GrA 172-20 fol. 2v-3)

Afgebeeld is de kopie van de inlatingsbrief voor de Borgham in het Wetsingerzijlvest, die is opgenomen in het ‘Cartularium van Selwerd’."44"

De samenvatting van de inlatingsbrief luidt als volgt:

‘Julianus, proost te Usquert en pastoor te Bedum, overman, Johannes Wicheringe, proost in Humsterland, Evert Jarges, proost te Farmsum, Hendrick Baroldes en Otto ter Hanzou, burgemeesters van Groningen, gekozen scheidsrechters in het geschil tussen het zijlvest en de zijlrechters van Wetsingerzijl, enerzijds, en de abt en het convent van Selwerd, Roelof van Ummen, Geert Lewe en de kinderen van zijn broer, Cortingland en het overige land in de Ham ten oosten van het Groninger Oosterdiep, anderzijds, verklaren dat ze het geschil tot een einde hebben gebracht in dier voege, dat abt en convent van Selwerd, Roelof van Ummen, Geert Lewe en zijn neven zijlschot zullen betalen voor de Wetsingerzijl en vrijgesteld worden van andere bedragen, dat Cortingland en het land in de Ham (Borgham) vrij zullen uitwateren op de Wetsingerzijl via de Oude Ae bij de Wolddijk, en dat de zijlrechters ook de dijken van deze landerijen zullen schouwen.’

Afwatering van de Borgham (1454) Afwatering van de Borgham (1454)

Een groot deel van het land in de Borgham (groen gearceerd) was in 1594 eigendom van het klooster Selwerd (gele kleur).

In de cirkel ligt – op de zuidelijke oever van een Hunzekronkel – de voormalige Selwerder kloosterboerderij die nu dienst doet als informatiecentrum van het Groninger Landschap en de voor deze plek wel heel vreemde naam de ‘Buitenplaats Reitdiep’ heeft gekregen.

Het water van de Borgham liep noordwaarts langs watergangen die nu alleen nog maar een lokale functie hebben, passeerde twee boerderijen van het klooster Selwerd (de ‘Buitenplaats Reitdiep’ en het wat verder naar het noorden gelegen ‘Soephuis’) en liep dan langs de Zoepenhuistertocht  en Koningslaagstertocht naar de Oude Ae. Het zuidelijke deel ervan heet nu Kleine Ae, maar komt op topografische kaarten ook voor als Nieuwe Ae.

Lang is de regeling van 1454 niet van kracht geweest. Rond 1470 werd de Hunze op de noordwesthoek van Groningen met de Drentse A verenigd. Daardoor hield het Selwerderdiep op Hunzewater af te voeren en kon het gebruikt worden voor de afvoer van het lokale water. De Borgham kreeg toen aansluiting bij Selwerd, de Paddepoel en Wierum.

Wierum en de Hoge en Lage Paddepoel op de zijlvestenijkaart van Kooper Wierum en de Hoge en Lage Paddepoel op de zijlvestenijkaart van Kooper

Van de Borgham heeft alleen het stuk tussen het Nieuwe Gat en het Van Starkenborghkanaal de eeuwen vrijwel ongeschonden overleefd. Alleen de spoorlijn Groningen-Sauwerd doorsnijdt dit gebied. Ten zuiden van het kanaal is de Borgham voor het grootste deel verdwenen onder de bebouwing. Hier vinden we nu de wijk ‘De Hoogte’ (de oostelijke ‘lob’ van de ham met het Cortinghuis) en het gelijknamige bedrijventerrein ten noorden ervan, het noordoostelijke deel van de wijk Selwerd en het sportcomplex ‘Het Noorden’. Alleen tussen dit complex en het Van Starkenborghkanaal is, naast de oude bedding van de Hunze, ook nog een stuk groenland van een kleine 7 ha open gebleven.

Hunzebedding langs de Oude Adorperweg (nu officieel ‘Iepenlaan’ geheten) tussen Selwerderhof (links) en de Borgham (rechts)

 Het laatste open stukje van de Borgham (met Selwerderhof op de achtergrond) vanaf het Walfriduspad Het laatste open stukje van de Borgham (met Selwerderhof op de achtergrond) vanaf het Walfriduspad

Niet alleen de Borgham, maar ook het land binnen de door het Dwarsdiep afgesneden Hunzekronkel (‘de Hammen’) ten zuiden van Adorp werd onderdeel van het ‘Dijkrecht van Wierum, de Hoge en Lage Paddepoel’, waartoe ook het oude Selwerd behoorde. Dit gebied kon pas deel gaan uitmaken van het Wierumerhamrik nadat Hunze en A bij de stad Groningen met elkaar in verbinding waren gebracht. Dat thema wordt besproken in deel 9, Kleisloot, Selwerderdiep en Boterdiep, hoofdstuk 6.1 ‘Twe staddepen’.

Penningsdijk en Linnaeusborg, gezien vanaf de Paddepoelsterweg Penningsdijk en Linnaeusborg, gezien vanaf de Paddepoelsterweg

De Penningsdijk (links op de foto) was de waterscheiding tussen het Westerstadshamrik van Groningen en Selwerd, maar zowel het gebied ten zuiden als ten noorden van de dijk werd ‘de Paddepoel’ genoemd. Deze bijzonderheid heeft tot verwarring geleid bij de interpretatie van de overeenkomst die in 1611 tussen de stad Groningen en het Winsumer en Schaphalsterzijlvest is gesloten."45"

De Penningsdijk is vrijwel geheel verdwenen onder het Zernikecomplex van de Rijksuniversiteit Groningen en de terreinen van begraafplaats Selwerderhof. Een opmerkelijk stukje ervan is echter nog zichtbaar vanaf de Paddepoelsterweg. De dijk splitst zich ruim 100 meter ten westen van de Paddepoelsterweg in een noordelijke en een zuidelijke tak. De noordelijke tak – op de foto herkenbaar aan de rietkraag – liep naar het kasteel Selwerd, de zuidelijke, links op de foto, liep aan de oostzijde van de Paddepoelsterweg door naar de Hunze. Een kaartje waaruit dat duidelijk blijkt is opgenomen in het vijfde deel van ‘Groningen en het Drentse water’ (Tussen Aduard en Drentse A), hoofdstuk 5.1,‘Sporen’.

In de ‘Linnaeusborg’ zijn sinds 2010 de afdelingen biologie en levenswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen ondergebracht.

Over de latere lotgevallen van het ‘Dijkrecht van Wierum en de Hoge en Lage Paddepoel’ bestaan misverstanden. In de inleiding op de inventaris van het archief van het Aduarderzijlvest lezen we dat een deel van het gebied is overgegaan naar het Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen,"46" in de dissertatie van Wieringa over het Aduarderzijlvest staat dat het gebied deel is gaan uitmaken van het Winsumerzijlvest."47" Beide mededelingen zijn onjuist en gaan terug op een verkeerde interpretatie van een tekst over het opruimen van de ‘overtocht’ bij Noorderhoogebrug in 1611. Toen ging het erom het water van de Paddepoel gescheiden te houden van dat van het Winsumer en Schaphalsterzijlvest. De verwarring komt vooral doordat er twee delen van de Paddepoel waren waarvan de waterstaatszaken verschillend waren geregeld. Het ten zuiden van de Penningsdijk gelegen deel van de Paddepoel hoorde bij het Westerstadshamrik en was sinds 1434 onderdeel van het Scharmerzijlvest (deel van de Drie Delfzijlen). Het noordelijke, buiten het stadsgebied van Groningen gelegen deel van de Paddepoel echter loosde sinds 1435 samen met Selwerd door de grondzijl onder het Reitdiep via het Aduarderzijlvest, en heeft nooit iets met de Drie Delfzijlen te maken gehad. Ik kom in het volgende deel op dit misverstand terug.

Alle kanten op. 1.  Middelbert 2.  Engelbert 3.  Noorddijk 4.  Westerdijk 5.  Oosterhamrik 6.  Westerhamrik 7.  Selwerd 8.  Wierum 9.  Borgham Alle kanten op. 1. Middelbert 2. Engelbert 3. Noorddijk 4. Westerdijk 5. Oosterhamrik 6. Westerhamrik 7. Selwerd 8. Wierum 9. Borgham

Al met al is in de loop der tijd een curieuze situatie ontstaan. Hunze en A stromen ter weerszijden van de Hondsrug naar het noorden, maar met uitzondering van de stad Groningen watert geen van de aanliggende landerijen op die rivieren af. De onderdelen van de Groningse prefectuur hebben zich bij verschillende zijlvestenijen aangesloten.

  • Middelbert en Engelbert wateren sinds 1370 af op het Scharmerzijlvest.
  • Noorddijk heeft zich in 1408 aangesloten bij het Winsumerzijlvest.
  • ‘Westerdijk’ behoort sinds 1422 met Lieuwerderwolde bij het Aduarderzijlvest.
  • Het Oosterhamrik wordt in 1424 ingelaten in het Scharmerzijlvest.
  • Het Westerhamrik sluit zich via het Oosterhamrik aan bij het Scharmerzijlvest (1434).
  • Selwerd sluit zich in 1435 aan bij het Aduarderzijlvest.
  • Wierum is geen onderdeel van de prefectuur, maar kreeg in 1435 toestemming om via Selwerd op het Aduarderzijlvest te lozen.
  • De Borgham, ook geen onderdeel van de prefectuur, werd in 1454 toegestaan uit te wateren op de Wetsingerzijl.

Sinds alle aanliggende landen elders uitwaterden, was er geen dringende behoefte meer aan zeewerende sluizen in A en Hunze.

34.

GrA T172-24 reg.nr. 159.

35.

GrA T172-20, fol. 139v-140.

36.

Een transcriptie van de akte vindt men hierna als bijlage 4 en op de website van Cartago. Een oudere transcriptie – abusievelijk op 12 maart 1430 gedateerd – geeft Driessen, Monumenta Groningana inedita, 279-280. De verkeerde datum vindt men ook bij Feith, Catalogus 213 nr. 4; Kooper, Waterstaatsverleden, 129, Wieringa, Aduarder Zijlvest, 29, Siemens, Dijkrechten en zijlvesten, 36.

37.

Zie ook: Aduarderdiep.

38.

Ook deze akte bevestigt de onwaarschijnlijkheid van de these van Jakob Loer in het Historisch Jaarboek Groningen 2014 dat het Aduarderdiep reeds vóór 1313 zou zijn gegraven.

39.

GrA T2100-163 (30 mei 1437).

40.

W.J. Wieringa, Het Aduarderzijlvest in het Ommelander waterschapswezen (Groningen 1946) 271 evv.

41.

Zie G&DW 6, Arbere en het Aduarderdiep, hoofdstuk 6.3, ‘Een nieuwe zijl bij Wierum (1360)’, 49-54.

42.

GrA T1605-317r (21 december 1633).

43.

GrA T1536-5143.

44.

GrA T172-20 fol. 2v-3; regest 323.

45.

Zie G&DW 9, 41-43.

46.

GrA T705.

47.

W.J. Wieringa, Het Aduarderzijlvest in het Ommelander waterschapswezen (Groningen 1946) 30.