Zoek op de website

2. De bisschop van Utrecht en Groningen

Concordaat van Worms (1122) Concordaat van Worms (1122)

Een kleine eeuw na de schenking kwam er een einde aan deze ‘rijkskerkenpolitiek’.

In het Concordaat van Worms (1122) werd bepaald dat de kapittels, niet de keizer, de bisschoppen en abten zouden benoemen.

Doordat de leden van de kapittels meestal voortkwamen uit adellijke families, kreeg de regionale adel langs deze weg toch weer grip op het overheidsgezag in de prinsbisdommen.

Rebellie tegen de bisschop

De passage van de Narracio waarin verteld wordt over de ‘Slag bij Ane’ (1227) De passage van de Narracio waarin verteld wordt over de ‘Slag bij Ane’ (1227)

Over de ontwikkelingen in Groningen hebben we alleen maar fragmentarische gegevens.

Het meest samenhangende verhaal vinden we in de zogenaamde Narracio, die in de dertiende eeuw is geschreven en duidelijk wil maken dat de Friezen steeds trouwe dienaren van de bisschop zijn geweest, dit in tegenstelling tot de Drenten, die voortdurend tegen het bisschoppelijke gezag rebelleerden.

Gedenksteen ter herinnering aan de Slag bij Ane (1227)

Gedenksteen ter herinnering aan de Slag bij Ane (1227) Gedenksteen ter herinnering aan de Slag bij Ane (1227)

Het hoogtepunt of - zo men wil - dieptepunt van de Drentse rebellie tegen de bisschop was de Slag bij Ane in 1227. In de oorlog werd bisschop Otto van Lippe geholpen door de graven van Gelre en Bentheim.

De anonieme schrijver van de Narracio deelt mee dat de bisschop zijn gezag in het noorden aanvankelijk liet uitoefenen door meiers en gezanten. Om de vier jaar kwam hij ook zelf naar het noorden en sprak daar zelf recht.

Maar niet alleen de Drenten waren opstandig. In het begin van de twaalfde eeuw is ook in Groningen sprake geweest van een ernstig conflict: de Groningers rebelleerden tegen bisschop Godebald (1112-1128), die zelf als eerste stelling had genomen tegen de keizer.

Wie er in de Narracio met ‘de Groningers’ worden bedoeld is niet duidelijk. Zijn het alle mensen die in Groningen woonden of maar een deel ervan? Behoorden de rebellen tot de hofgemeenschap of waren het de vrije boeren die in Groningen woonden? Of waren het misschien vooral de kooplieden die zich daar hadden gevestigd? We weten ook niet wat de oorzaak van het conflict was. Duidelijk is hooguit, dat de Groningers niet deden wat de bisschop wilde en omgekeerd.

Een van Godebalds opvolgers, bisschop Hartbert van Berum (1139-1150), meende de oplossing te hebben gevonden. Hij stelde zijn oudste broer Leffard aan tot prefect. Later was er veel kritiek op dit ‘nepotisme’. De enige bron die we hebben, de Narracio, vertelt ons dat de bisschop uit was op ‘bevordering’ van zijn ‘vleselijke broeders’.

Ubbo Emmius (1547-1625)

Ubbo Emmius (1547-1625) Ubbo Emmius (1547-1625)

Ubbo Emmius, de grote geschiedschrijver van de Friese landen, volgt dit bericht en deelt mee dat de bisschop deze gelegenheid aangreep om zijn familie te begunstigen.

Je kunt het natuurlijk ook anders zien: het inzetten van een betrouwbaar familielid had zijn voordelen in deze onzekere tijd.

Bij alle begrip blijft natuurlijk wel het punt dat de bisschop met het erfelijk maken van de prefectuur hetzelfde probleem schiep dat Otto I en de Salische koningen uit de wereld hadden willen helpen door middel van hun ‘rijkskerkensysteem’.

In de feodale pyramide zijn het de hertogen, graven en lagere edelen die als erfelijke leenmannen officiële functies uitoefenen.

De overheidsfuncties zijn steeds gekoppeld aan bezittingen ('beneficies'). Dat geldt zowel voor geestelijke als wereldlijke functionarissen. Beneficies bestaan vaak uit grond. Deze wordt verhuurd en van de opbrengsten kan de beneficiaris leven.

Er is wel een belangrijk verschil tussen wereldlijke en geestelijke beneficies. Wereldlijke functies en de bijbehorende beneficies worden weldra erfelijk. We noemen ze dan heerlijkheden. Bij geestelijke functies en beneficies kan geen erfelijkheid optreden.