Zoek op de website

3. Groningen en zijn omgeving

Aduard (1192) en Thesinge (1195?) Aduard (1192) en Thesinge (1195?)

De oudste geestelijke stichtingen in de Ommelanden dateren uit het einde van de twaalfde eeuw.

Deze stichtingen - Cisterciënsers in Aduard en Benedictijnen in Thesinge - hangen zonder twijfel samen met de mogelijkheden die zich ter plaatse voordeden om woeste grond bruikbaar te maken.

Ontginningen ten oosten van Gruoninga

Ontginningen ten oosten van Gruoninga Ontginningen ten oosten van Gruoninga

In de akte van 1258 gaat het onder meer over het gebied tussen de stad en Fivelgo.

Het regelmatige verkavelingspatroon in dat gebied wijst erop dat dit een ontginningsgebied is geweest.

De woeste grond is hier op een planmatige manier aangepakt.

Thesinge-Sint Maarten

Thesinge-Sint Maarten Thesinge-Sint Maarten

De verkaveling van de landerijen bij Thesinge lijkt samen te hangen met een lijn die op de Sint Maartenskerk is geraaid.

De verkaveling van Noorddijk

Analyse van de kavelstructuren onder Noorddijk Analyse van de kavelstructuren onder Noorddijk

De situatie binnen het Gorecht is veel ingewikkelder.

Vrijwel alle kavellijnen zijn onder de bebouwing (Beijum, Ulgersmaborg en Lewenborg) verdwenen, maar enkele elementen zijn nog zichtbaar: de noordgrens van het Gorecht, de Stadsweg en het Meedenpad-Wibenaheerd.

De rode stippen geven de plaatsen aan waar in de middeleeuwen burchten hebben gestaan: ter plaatse van de boerderij Elba, Zorgwijk (Ulgersmaborg?) en de Vrydemaborg.

De Beijumer Zuidwending anno 2008 De Beijumer Zuidwending anno 2008

Beijumer Zuidwending met brug Godekenheerd Beijumer Zuidwending met brug Godekenheerd

Beijumer Zuidwending achter de Nijensteinheerd Beijumer Zuidwending achter de Nijensteinheerd

Gérend perceel in het noordoosten van de prefectuur Gérend perceel in het noordoosten van de prefectuur

Hetzelfde perceel vanuit de ruimte gezien Hetzelfde perceel vanuit de ruimte gezien

Hedendaagse sporen van oude structuurlijnen onder Noorddijk Hedendaagse sporen van oude structuurlijnen onder Noorddijk

Analyse van de kavelstructuren onder Noorddijk Analyse van de kavelstructuren onder Noorddijk

De oostgrens van het Gorecht lijkt te zijn afgeleid van een lijn die getrokken kan worden tussen de kerken van Noorddijk en Garmerwolde.

De kerk van Noorddijk vanaf de Borgsloot boven de Rollen De kerk van Noorddijk vanaf de Borgsloot boven de Rollen

Garmerwolde vanaf het maar

De kerk van Garmerwolde vanaf het maar De kerk van Garmerwolde vanaf het maar

De verkaveling van het kerspel Garmerwolde past bij die van Thesinge en Ten Boer en maakt een scherpe hoek met de Borgsloot boven de Rollen.

Damsterdiep

Damsterdiep vanaf Ruischerbrug Damsterdiep vanaf Ruischerbrug

Het Damsterdiep ligt even ten noorden van de grens tussen de kerspelen Noorddijk en Middelbert en lijkt te zijn geraaid op de Sint Maartenstoren.

Sint Maarten en Sint Walburg

Sint Maarten en Sint Walburg Sint Maarten en Sint Walburg

De benoeming van een vaste plaatsvervanger leverde de bisschop weinig nut op.

Reeds onder bisschop Boudewijn II (1178-1196) was er opnieuw ruzie tussen de Groningers en hun heer.

Ook nu is het niet duidelijk wie er precies met ‘de Groningers’ worden bedoeld.

De ruzie ging onder meer over het gebruik van de Walburgkerk.

De Groningers zeiden dat die van hen was en dat ze die zelf tegen de Noormannen hadden gebouwd, de bisschop zei dat dit kerkfort hem toebehoorde.

Plattegrond van de Sint Walburgkerk te Groningen Plattegrond van de Sint Walburgkerk te Groningen

De archeoloog Jaap Boersma heeft aannemelijk gemaakt dat bisschop Boudewijn in zijn recht stond en dat de Sint Walburg gebouwd is door een voorganger van bisschop Hartbert van Bierum (1139-1150), bisschop Burchard (1100-1112), een echte Rijksbisschop.

Symbool van zelfstandigheid

Het stadszegel van Groningen Het stadszegel van Groningen

Waarom heeft Burchard de Sint Walburg gebouwd, wanneer de oudste kerk in Groningen, de Sint Maarten, een bisschoppelijke ‘eigen kerk’ is geweest?

De veronderstelling ligt voor de hand dat de Groningers zich al in de loop van de 11e eeuw hebben meester gemaakt van die kerk.

Niet voor niets vertoont het stadszegel de Sint Maartenskerk.

De Groningers beschouwden die kerk kennelijk als het symbool van hun zelfstandigheid.

Ze waren blijkbaar ´vergeten´ dat ook die kerk haar bestaan oorspronkelijk aan de bisschop te danken had.

Kroniek van Wittewierum

Kroniek van Wittewierum Kroniek van Wittewierum

Er lijken zich in toenemende mate conflicten te hebben voorgedaan tussen de vertegenwoordigers van Utrecht (de prefect en zijn [borg]mannen) enerzijds en een deel van de Groninger bevolking en die van de Friese landschappen in de buurt anderzijds.

De bronnen hebben niet veel te melden over de achtergronden van die geschillen en over de vraag welke partijen er precies tegenover elkaar stonden.

Dat geldt ook voor de kroniek van Emo en Menko. Het origineel berust in de Universiteitsbibliotheek van Groningen.

De kroniek maakt gewag van ‘hebzucht’ of ‘bemoeizucht’ van de vertegenwoordigers van de ‘Utrechtse partij’. Met zoveel woorden wordt meegedeeld dat de prefect en zijn ridders de handel niet beschermden, zoals ze op grond van hun functie verplicht waren te doen, maar juist schaadden.

Ze verhoogden de prijzen op de markt naar eigen goeddunken en hinderden ook de handel in paarden. Zowel de Friese Ommelanders als de Groninger handelaren ondervonden daarvan hinder.

De landschappen en hun onderdelen

De landschappen en hun onderdelen De landschappen en hun onderdelen

Rondom Groningen liggen de Friese Ommelanden: Hunsingo, Fivelgo, Hummerse, Langewold en Vredewold, Oldambt.

Deze gebieden kenden zo goed als geen feodaliteit. Er heeft ooit wel grafelijk gezag bestaan, maar in de dertiende eeuw is daarvan vrijwel geen spoor meer over.

De bevolking had zich georganiseerd in een soort republiekjes. Deze worden met een Duitse term ook wel Landesgemeinden genoemd.

Maar Snelger van Scharmer, een edelman die in de tweede helft van de 13e eeuw wordt genoemd, was vermoedelijk een uitzondering op de republikeinse regel.

Er zijn aanwijzingen dat hij een leenman was van de graaf van Bentheim. De graven van Bentheim hebben ook in relatie gestaan met de stad Groningen. 

Bisschop Boudewijn van Holland (1178-1196) was een zoon van graaf Dirk VI van Holland, die door zijn huwelijk met Sophia van Rheineck in het bezit was gekomen van het graafschap Bentheim. Boudewijns broer Floris III werd graaf van Holland, maar het kasteel te Bentheim en het burggraafschap van Utrecht en Coevorden kwamen in handen van zijn andere broer Otto.

Boudewijn schonk zijn broer Otto van Bentheim een cijns uit enkele percelen die waren afgesplitst van de domeingrond die de bisschop in Groningen had. Deze belasting werd in Groningen ´grunzing´ (grondcijns?) genoemd. In 1585 heeft de stad de grunzing van de graaf van Bentheim afgekocht. De grunzing werd betaald van percelen waar de oudste bewoning wordt vermoed en ook is aangetoond: de beide Markten, Herestraat, Boteringestraat, Oosterstraat, Brugstraat en Hoge der A. Hier stonden vermoedelijk ook al voor 1040 huizen met een niet-agrarische bestemming.

Mogelijk dateert ook de Bentheimse invloed in Fivelgo uit de tijd van bisschop Boudewijn.

'Friese Vrijheid'

De Friese 'landgemeenten' rond Groningen hadden hun eigen zegels, maar hoe ze georganiseerd waren, weten we niet. Er is sprake van nobiles (edelen) en homines (mensen). Adel was er dus wel, alleen was dat geen adel die door hoge heren was erkend en in een feodaal verband was opgenomen.

Fotoviewer

Het landschapszegel van Fivelgo (‘SIGILLVM TERRE PHIWILGONIE’)
Het landschapszegel van Fivelgo (‘SIGILLVM TERRE PHIWILGONIE’)
Het zegel van Humsterland (‘S[IGILLVM] VNIVERSITATIS TER[R]E HVMERKE’)
Het zegel van Humsterland (‘S[IGILLVM] VNIVERSITATIS TER[R]E HVMERKE’)
Zegel van het landschap Hunsingo (‘SIGILLVM TOCIVS TERRE HVNSEGONIE’)
Zegel van het landschap Hunsingo (‘SIGILLVM TOCIVS TERRE HVNSEGONIE’)
Het zegel van Langewold (‘SIGILLV[M] COM[M]VNITATIS TER[R]E DE LANGAWALT’)
Het zegel van Langewold (‘SIGILLV[M] COM[M]VNITATIS TER[R]E DE LANGAWALT’)
Zegel van Vredewold (‘SIGILLV[M] VNIVERSITATIS TERRE VREDEWALT’)
Zegel van Vredewold (‘SIGILLV[M] VNIVERSITATIS TERRE VREDEWALT’)
Zegel van het Oldambt (‘[SIG]ILLVM IN ALDA OMBECHTE’)
Zegel van het Oldambt (‘[SIG]ILLVM IN ALDA OMBECHTE’)
Zegel van het Klei-Oldambt (‘S[IGILLVM SANCTORVM [...]ANI ET VRSI PATRONORVM M[EN]T[ER]NENSIV[M]’)
Zegel van het Klei-Oldambt (‘S[IGILLVM SANCTORVM [...]ANI ET VRSI PATRONORVM M[EN]T[ER]NENSIV[M]’)

Het ontbreken van hoger gezag leidde ook tot het woekeren van vetes, zowel binnen als ook tussen de landgemeenten. Dat is de keerzijde van de beroemde 'Friese vrijheid'.

In de dertiende eeuw hebben Hunsingo en Fivelgo vele tientallen jaren lang met elkaar strijd geleverd over een eiland. Wellicht maakten de Groningers (de prefect en zijn ridders?) misbruik van de onderlinge verdeeldheid in de Ommelanden en zochten ze hun eigen voordeel ten koste van hun Friese buren (‘ze namen de beste paarden’ en ‘ze verhoogden de graanprijs’).

Burchten bij Groningen

Burchten bij Groningen Burchten bij Groningen

Behalve ergernis over de manier waarop de ‘Utrechters’ het handelsverkeer belemmerden, kan nog een andere factor de woede van de Ommelanders hebben opgewekt. Mogelijk probeerden de borgmannen op grond van het ‘foreestrecht’ inkomsten te trekken uit de ontginningsgebieden in het ‘niemandsland’ rond Groningen en kwamen ze daardoor in botsing met hun Friese buren.

De situering van de burchten in de buurt van Groningen zou kunnen samenhangen met deze conflictstof. Er zijn aanwijzingen die in die richting duiden.

Drenterwolde ligt tussen de Hunze en de Borg

Drenterwolde ligt tussen de Hunze en de Borg Drenterwolde ligt tussen de Hunze en de Borg

Te denken valt daarbij aan het verhaal over bisschop Hendrik van Vianden (‘een uitzonderlijk hebzuchtig figuur’), die volgens de kroniek van Wittewierum in 1259 een vergeefse inval heeft gedaan in Drenterwolde (zie: Jan van den Broek, Groningen, een stad apart, 302).

Halverwege de dertiende eeuw was voor de Ommelander landschappen Hunsingo en Fivelgo de maat vol.

Ze begroeven de strijdbijl en stortten zich gezamenlijk op Groningen (1250-1251).

Ze wilden niet de Groninger kooplieden treffen, maar de prefect en zijn mannen.

We kunnen daaruit opmaken dat ze zelf belang hadden bij de Groninger markt. Groningen was – blijkbaar – het natuurlijke handelscentrum voor de wijde omgeving.

Het gevolg van de Ommelander overwinning was dat de stadsbevolking van Groningen ‘bevrijd’ werd van de invloed van haar landsheer. Zo zorgden de Friese Ommelanders ervoor dat Groningen een eerste stap kon zetten op de weg naar de status van ‘bolwerk van Friesland’.