Zoek op de website

5. Conclusies

Het vredesverdrag past in de overgangsperiode die begon met de gedeeltelijke uitschakeling van de prefect en zijn mannen door de Ommelander Friezen.

Groningen stelde in de 13e eeuw nog niet zo veel voor. Het hoefde maar een klein stukje land te beveiligen: het gebied tussen de Hunze en de stad en het land tussen de Vrydemaweg en de Harbargeweg. Met dit laatste zal de afgesneden kronkel van de Hunze bedoeld zijn waar nu de Oosterparkwijk ligt.

Drenterwolde stond aan de kant van Fivelgo en trad samen met dat Friese landschap als één partij op. Het lijkt erop dat de prefect niets meer over dat gebied heeft te zeggen. De bevolking van Drenterwolde bestond waarschijnlijk uit Fivelgoër (dat wil zeggen: Friese) kolonisten. Dat kan ook worden afgeleid uit het verhaal van de Wittewierumer abt Menko over de inval van bisschop Hendrik van Vianden in Drenterwolde (1259).

Noch in Groningen, noch in de Ommelander landschappen is sprake van effectief staatsgezag van bovenaf. Daardoor moet de bevolking in deze streken in alle opzichten haar eigen boontjes doppen. Binnen de eigen rechtskring is dat al moeilijk genoeg, maar het wordt nog ingewikkelder wanneer men met andere rechtskringen te maken krijgt. Dat is per definitie het geval bij handel en verkeer, maar ook bij de waterbeheersing. Het is daarom niet verwonderlijk dat het juist deze onderwerpen zijn waarover de landgemeenten met andere ‘republieken’ afspraken maken.

Daarbij komen ook bepalingen over de vervolging van misdadigers of personen die anderszins de vrede verstoren. Men wil voorkomen dat die bij de buren onderdak vinden.

De verdragen gaan dus over de beveiliging van het verkeer, over de manier waarop men moet optreden wanneer er onenigheid bestaat over de levering van goederen of over de betaling ervan, over schulden en de vergelding van onrecht.

Centraal staat steeds het begrip ‘vrede’.

In de loop van de tijd verandert de positie van Groningen. In 1258 lijkt de stad nog ondergeschikt aan haar Friese buren. De Ommelander Friezen hebben belang bij de Groningse markt en hun optreden tegen de prefect lijkt vooral daardoor ingegeven te zijn. Later gaat de stad een meer dominante rol spelen. Dat komt mede doordat de verdeeldheid in de Ommelanden groot was. Heel Friesland werd verscheurd door partijstrijd.