Zoek op de website

5. 1536: Stad en Lande aanvaarden Karel van Bourgondië als landsheer

Vooraf

Als Edzard van Oost-Friesland in zijn opzet was geslaagd, zouden Groningen en Groningerland onderdelen zijn geworden van een groter staatkundig geheel en zou de positie van de stad waarschijnlijk wat minder dominant zijn geworden. Wellicht zou er dan ook een staatsinrichting zijn gekomen die meer in lijn was met wat elders gebruikelijk was: met een hofgericht, grafelijke kanselarij en plaatselijke autoriteiten die hiërarchisch onder een centraal gezag ressorteerden.

In Westerlauwers Friesland slaagden de Saksers er wél in om een staatsinrichting op te zetten naar Europees model. De Friezen mochten kiezen tussen het Romeinse of het Saksische recht. Ze kozen voor het Romeinse. Edzard van Oost-Friesland hield vast aan het traditionele Oud-Friese landrecht. Het gevolg daarvan was dat het Friese recht in de Ommelanden (en Oost-Friesland) behouden bleef, terwijl het in Friesland zelf verdween!

Edzard bracht wel iets dat blijvend zou blijken te zijn: een grondbelasting die geheven werd op landerijen in de Ommelanden. Later, toen er discussies oplaaiden over de verhouding tussen Stad en Ommelanden, zouden de stadjers zeggen dat de Ommelanders zelf de hulp van een vreemde heer (Edzard) hadden ingeroepen en dat ze zich daardoor ook het fenomeen belasting op de hals hadden gehaald. Met andere woorden: 'eigen schuld dikke bult!'

  • 1. De achtergrond

    1. De achtergrond
  • 2. Analyse van de tekst

    2. Analyse van de tekst
  • 3. Het vervolg

    3. Het vervolg