Zoek op de website

2. Analyse van de tekst

1536: Stad en Lande nemen Karel V als heer aan 1536: Stad en Lande nemen Karel V als heer aan

Kaerle, bij der gracien Gods roomsch keijser, altijt vermeerder sRijcx, coninck van Germanien, van Castillien, van Leon, van Grenade, van Arragon, van Navarre, van Naples, van Secillien, van Maillorque, van Sardaine, van den eylanden Indien ende vasten der zee Occeane, eertshertoge van Oisterijck, hertoge van Bourgondien, van Lotharingen, van Brabant, van Lembourg, van Luxembourg, grave van Vlaendren, van Artois, van Bourgoingnen, palsgrave ende van Hennegouwe, van Hollandt, van Zeellandt, van Ferrette, van Hagnenault, van Namen, prince van Zwave, marcgrave des heylicx Rijcx, heere van Vrieslandt, van den stadt, steden ende lande van Utrecht ende Overyssel, van Salins, van Mechelen, ende dominateur in Asie ende Affricque,
allen denghenen die desen onsen brief zullen zien, saluyt.

Alzoe onlancx naer diversche communicatien tusschen onsen gecommitteerden ende dien van den stadt van Groeningen ende den Omlanden aldaer gehadt ende gehouden, zekere articlen overdragen, veraccordeert, overcomen ende getracteert zijn in der manieren hiernae volgende

Artikelen, upgericht ende beschloeten bij den walgeboeren ende edelen heeren Georgen Schenck, frijheern to Tautenburch, ridder van der oorden van den gulden vlies, stadthalder-generael der keijsr magesteit van Vrieslandt ende der lantscap van Overijssel, heer Claude van Bouton, ridder, heere Corbaroij, raedt ende camerlijck, end meester Geerit Mulaert, oick raedt ende meester van den requesten van den huijse der voers. keij. mateit, gecommitteerden ter eenre, ende burgmeester, raedt, houffmannen, bouwmeesters, ghildemeesters, geschwooren, gemeene meijnte ende inwoeners der stadt Groeningen ende den abten, prelaeten, hoefflingen, eijgeneerfden ende gemeenen ingesetenen der Omlanden van Groeningen ter anderen zijden in manieren hiernaer verclaert.

[1] De voers. burgemeester, raedt, hooftmannen, bouwmeesters, gildemeesters, geswoeren gemeene meente ende inwoeners der stadt Groeningen ende den abten, prelaeten, hoofflingen, eijgenerfden ende gemeene ingesetenen der Omlanden van Groeningen sullen den allergroetmechtichsten, durchluchtigen ende onverwinlixsten heeren, heeren Karel, roomschen keijser den vijfften, coninck van Hispanien, Napels ende Cecilien etc. ende zijner mateit erven ende naecommelingen als hertogen van Brabant, graven van Hollandt ende erffheeren van Vrieslandt ende der landen ende steden van Overijssel aennemen tot hueren erffvursten ende heere, ende zijner mat. voort zijner mat. erven ende naecommelingen als hertogen ende hertoginnen van Brabant, graven end gravinnen van Hollandt, erffheren ende erffrauwen van Vrieslande ende Overijssel voers. huldt ende eijd doen, getrouw ende holt to zijne ende zijner mat. ende zijnre mateit erven ende naecommelingen beste te doen, archste te keeren ende voort al te doen dat goede, getrouwe ende gehoorsaeme ondersaeten bij hoeren naetuerlicken erffvursten ende heeren behooren ende schuldich zijn te doen."1"

[2] Des sullen zijne mateit ende zijner mateit erven ende naecommelingen in der qualiteijt als voers. is de voers. stadt Groeningen ende de Omlanden bescutten ende beschermen tegens eenen ijegelijcken, gelijck een goedt furst ende heere zijnen naetuerlicken ondersaeten behoort te doen;"2"

[3] voerts zullen zijn mat. end zijner mat. erven ende naecommelingen de voers. stadt ende omlanden bliven laeten bij huer olde, deuchdelicke previlegien, statuten ende lantrechten ende oick bij hoeren landen ende guederen bijnnen ende buten dijcx gelegen, gelijck zij die van oldts gehadt ende deughdelijck gebruijckt hebben, wel verstaende, dat de Oldeampten ende tGerechte van Zelwert sullen blijven bij de voers. stadt Groeningen;"3"

[4] item, dat zijne mat. noch zijner mat. erven ende naecommelingen geen vesten bouwen en zullen in den voers. lande, tenzij dat hiernamaels befonden worde van noeden te zijne eenige bevestinge te hebben tot bescherminge der voers. stadt ende landen, in welcken gevalle zijn magesteit ende zijner mateit erven ende naecommelingen bij goet beduncken ende consent van den regeerders der voers. stadt ende landen zullen mogen bouwen sulcx als men bevinden sal van nooden te zijne;"4"

[5] dat zijne mat. tot gelegenen tijt sal doen destrueren de vesten alreede gebouwet ende die noch gebouwet wordden in den voers. landen, te weeten Delffziel ende den Dam, waerto de voers. stadt ende landen sijner mat. redelijcke assistencie ende hulp doen zullen;"5"

[6] dat de voers. stadt ende landen geven off bouwen zullen tot behouff zijner mat. ende zijner mat. erven ende naecommelingen in der qualiteijt als voers. is, een schoon lusthuijss ofte woeninge, daer een furst mit eeren inne logeren mach;"6"

[7] ende dat de voers. stadt ende landen zijner keij. mat. ende zijner mat. erven ende naecommelingen voers. voor een jaerlicke upcompste ende demeijnen sullen geven ende betaelen zuijver ende vrij, de somme van twelfduijsent carolusguldens ofte huer rechtss geweerde, ende dat up twee terminen, als up Jacobi deen helffte ende Lichtmisse dander helffte, daervan de eerste termijn verschijnen ende betaelt sal wordden up Lichtmisse in den winter naestcomende, aengemerckt de groote ende zwaere costen die zijn keij. mat. hieromme sal moeten doen, oick de perikelen ende lasten van oirlogen, daerinne zijn mat. andere zijner mat. landen omme der voers. stadt ende omlanden van Groeningen wille sal moeten stellen."7"

Aldus gedaen ende gesloten den achsten dach junij anno vijfthienhondertsessendertich.

Doen te wetene dat wij, hebbende den voers. tractaet voer bequaem ende willende mit den voern. van Groeningen in goeder trouwern procederen, hebben denselven tractaet in allen zijnen puncten ende articlen voers. voer ons ende onsen erven ende naercommelingen hertogen ende hertoginnen van Brabant, graven ende gravinnen van Hollandt, erfheeren end erfvrouwen van Vrieslandt ende Overijssel geaccepteert, geapprobeert, bevesticht ende geratificeert, accepteren, approberen, bevestigen ende ratificeren mits desen onsen brieven, gelovende in keijserlijcke ende furstelijcke woorden op onser eeren ende trouwen, denselven tractaet in allen zijnen puncten ende articlen ende een ijgelick besunder vast, stede, oprechte ende onverbrekelijck te halden, te achtervolgen ende te vollentrecken, zonder daertegens te doen, schaffen, noch gestaden gedaen te worden, in wat maniere dat het zij.

Allet voers. zonder argelijst.

Des toirconden hebben wij onsen seghel hier aen doen hangen.

Gegeven in onsen stadt van Bruessel, den vijfthiensten dach van juni int jaer ons heeren duijsent vijfhondert sessendertich, van onsen keijserijcke ‘t XVIIe ende van onsen rijcken van Castillien ende anderen ‘t XXIe.

Undertekent bij den keijser in zijnen rade, noch undertekent: Pensart.

De Europese bezittingen van Karel V

De Europese bezittingen van Karel V De Europese bezittingen van Karel V

Ferrette: plaatsje in Haut-Rhin (vroeger Pfirt in de Sundgau, Elzas, niet ver ten westen van Basel). Het graafschap van Ferrette is in het begin van de veertiende eeuw aan het huis van Oostenrijk gekomen.

De twee Bourgondiës

De twee Bourgondiës De twee Bourgondiës

Palsgrave: bedoeld is het tot het Duitse Rijk behorende paltsgraafschap van Bourgondië, dat wil zeggen: het graafschap Bourgondië (alias graafschap Besançon of Franche-Comté). Dit gebied moet niet verward worden met het ten westen daarvan gelegen hertogdom Bourgondië.

Onder de Habsburgers werd Franche-Comté een autonoom gebied, dat met de Nederlanden werd verenigd in de ‘Bourgondische Kreits’ (1548).

Haguenau (Hagnenault): plaats in de Elzas, ten noorden van Straatsburg.

Wapen Toutenburg te Wedde

Het wapen Toutenburg op de burcht te Wedde Het wapen Toutenburg op de burcht te Wedde

Jurgen (George) Schenck van Toutenburg is omstreeks 1480 geboren te Bamberg en in 1540 te Vollenhove overleden. Hij was heer van Windisch Eschenbach (Oberfranken) en kreeg van Karel V de heerlijkheid Wedde cadeau.

Hij was stadhouder van Karel van Bourgondië in Westerlauwers Friesland en drost Drenthe.

Schenck was in 1496 naar de Nederlanden gekomen. Hij maakte toen deel uit van het gevolg van Frederik van Baden, bisschop van Utrecht. In 1502 was hij getrouwd met Anna de Vos van Steenwijk, wier voormalige erfgoed Batinge te Dwingeloo door hem in 1509 werd aangekocht. In 1526 hertrouwde hij met Johanna gravin van Egmond, schoonzuster van Willem (de Rijke), graaf van Nassau. Op verzoek van bisschop Frederik van Baden werd Schenck aangesteld als drost van Vollenhove (1502).

Na het afbrokkelen van de bisschoppelijk macht ging hij over naar het kamp van Karel van Bourgondië, die hem in 1521 benoemde tot stadhouder van Friesland. Zijn carrière nam daarna een grote vlucht. In 1528 werd Schenck aangesteld als stadhouder van Overijssel en vier jaar later kreeg hij uit handen van de keizer de halsketen van de Orde van het Gulden Vlies en werd toen tot rijkskamerheer benoemd.

Frisia

Frisia Frisia

Vanaf 1536 bekleedde Jurgen Schenck van Toutenburg het stadhouderschap van Groningen en Drenthe, het drostambt van Drenthe en het kasteleinschap van Coevorden.

Jurgen Schenck is vooral bekend geworden door zijn militaire successen als de inname van Hasselt, Genemuiden, Hattem en Harderwijk (1528) en het verslaan van Christiaan III, koning van Denemarken, bij de – eerste – ‘slag bij Heiligerlee’ in 1536. Hij overleed op zijn kasteel Toutenburg bij Vollenhove.

Gerard Mulert was een Overijssels edelman die van 1538-1540 luitenant-stadhouder in Groningen was en als zodanig de Hoofdmannenkamer voorzat.

Huldiging

Sint Maarten en Sint Walburg Sint Maarten en Sint Walburg

Jurgen Schenck van Toutenburg was op woensdag 7 juni 1536 ’s avonds laat vanuit Friesland in Groningen aangekomen. Hij had een ontwerp bij zich voor de overeenkomst waarbij Stad en Lande zich aan Karel V zouden onderwerpen. Waarschijnlijk is dat het stuk geweest waarover Tjaart van Burmania namens hem met de Groningers en Ommelanders had onderhandeld en waarover op 5 juni overeenstemming was bereikt.

De volgende dag (8 juni 1536) reeds kwamen de overheden van Stad en Lande in de kerk van Sint Walburg bij elkaar om in de persoon van Jurgen Schenck – hij had even tevoren in de Sint Maartenskerk de mis bijgewoond – keizer Karel V, ‘hertoge van Brabant, grave van Hollant ende erffhere der landen van Vrieslant ende Overijssel’ als hun landsheer te huldigen.

Behalve de autoriteiten van Stad en Lande en ‘het volk’ waren daar, als vertegenwoordigers van de centrale regering in Brussel, onder meer Jurgen Schenck, vrijheer van Toutenburg – hij bekleedde de functie van stadhouder van Karel V in Westerlauwers Friesland, de steden Deventer, Kampen en Zwolle en het land van Overijssel –, mr. Gerard Mulert, requestmeester in de Geheime en Grote Raden van de keizer, en Tjaart van Burmania.

Burgemeester Eltet to Lellens Burgemeester Eltet to Lellens

Tjaart van Burmania is degene die de gewijzigde concept-artikelen voor het tractaat op 5 juni 1536 heeft getekend. Deze Friese edelman was door hertog Georg van Saksen benoemd tot raadsheer in het Hof van Friesland en was in 1515, toen de hertog van Saksen zijn rechten op Friesland aan Karel van Bourgondië (Habsburg) overdroeg, als zodanig blijven zitten. Hij trad ook op als officier in het Bourgondische leger.

De kroniekschrijver Tjalling Aykema vertelt dat tijdens de huldigingsplechtigheid uit naam van de keizer muntstukken van de preekstoel werden rondgestrooid.

Jurgen Schenck was twee dagen in Groningen te gast, logeerde ten huize van burgemeester Eltet to Lellens en is daags na de huldiging door burgemeesters en raad op het wijnhuis onthaald.

1.

[1] Als hertogen van Brabant – Overijssel:
Karel V had vele kwaliteiten en titels. De bedoeling van deze frase is te benadrukken, dat Karel van Habsburg landsheer van Stad en Lande zal worden zoals hij ook hertog van Brabant en heer van Overijssel is. Dat zijn erfelijke kwaliteiten, terwijl het keizerschap dat niet was.

2.

[2] Des sullen – behoort te doen:
Tegenover de erkenning van de souvereine heer en belofte van trouw van de onderdanen, staat het belangrijkste wat een wereldlijke vorst moet doen: zorgen voor de rust en veiligheid van de onderdanen.

3.

[3] Voerts zullen – stadt Groeningen:
Alle oude rechten worden gehandhaafd. Dit zou een bron van conflicten worden. De centrale regering wilde besturen (= recht maken), maar de autoriteiten van Stad en Lande wezen erop dat zij niet gehouden waren nieuwe richtlijnen op te volgen, wanneer zij die niet zelf onderschreven. Ze hielden vast aan de autonomie waarover ze altijd beschikt hadden. Van de inrichting van een landsheerlijk bestuursapparaat kon geen sprake zijn. Op aandrang van de Groningers is de oorspronkelijke formulering van deze bepaling aangepast. Het ging hier om de positie van het Gorecht en het Oldambt en om de rechten op de buitendijkse aanwas.

4.

[4] Item, dat zijne mat. – van nooden te zijne:
Karel ontzegt zich het recht eigenmachtig sterkten op te richten. De veiligheid van Karels landen en zijn positie zijn blijkbaar van minder belang dan de veiligheid van Stad en Lande!

5.

[5] Dat zijne mat. – hulp doen zullen:
Deze frase moet worden gezien tegen de achtergrond van de op dat moment woedende strijd. De stad had er belang bij om alle potentiële bolwerken van tegenstanders uit te schakelen.

6.

[6] Dat de voers. stadt – logeren mach:
Er is geen sprake van een kasteel binnen de stad, er komt alleen een ‘mooi huis’. Anders dan in het concept, waarin alleen de stad met deze verplichting werd belast, moeten Stad en Lande samen voor deze fraaie residentie zorgen. Karel ziet niet alleen af van een kasteel in de stad, ook van het inleggen van een garnizoen is geen sprake. Op deze beide punten had de hertog van Gelre uiteindelijk te hoge eisen gesteld.

7.

[7] Ende dat de voers. stadt ende landen - sal moeten stellen:
Over de manier waarop deze jaarlijkse bijdrage zal worden bekostigd wordt niets opgemerkt. In 1506 heette het dat het geld uit ‘de landen’ moest komen. Zo is het ook altijd gebleven.