Zoek op de website

1. Een lange aanloop

Habsburg in de 13e eeuw Habsburg in de 13e eeuw

De vorige keer hebben we gezien dat de man die in het begin van de 16e eeuw aan het hoofd stond van het Habsburgse huis, op verschillende manieren wordt aangeduid: er wordt gesproken over Karel van Bourgondië, over Karel van Habsburg en ook over Karel V.

De Groningers (en niet alleen zij!!) hadden het nooit over Habsburg, maar over Bourgondië. Karel was in hun ogen vooral het hoofd van het Duitse Rijk. Dat hij tegelijk landsheer was van Bourgondië en een groot deel van de Nederlanden deed er voor hen minder toe.

De Bourgondische regering in Brussel had vooral sinds Karel de Stoute met veel begerigheid naar het noordelijke kustgebied gekeken. Overigens weet ook nu vrijwel niemand wat Habsburg is en waar het ligt.

Het bescheiden restant van de Habsburg (‘Habichtsburg’) Het bescheiden restant van de Habsburg (‘Habichtsburg’)

Karel V en Filips II

Karel V en Filips II Karel V en Filips II

De Habsburgers Karel V en zijn zoon Filips II zijn niet langer dan een kleine 60 jaar (58 om precies te zijn) baas geweest over Groningen en de Ommelanden.

Links Karel V ten tijde van de Rijksdag te Augsburg (1548).

Noordwest-Europa naar Sebastianus Munsterus

Noordwest-Europa naar Sebastianus Munsterus Noordwest-Europa naar Sebastianus Munsterus

De bemoeienis van de centrale regering met Groningen en Groningerland was weinig intensief. Voor haar was het bezit van Stad en Lande vooral van strategische betekenis. Het gebied dekte de noordflank van de Nederlanden en kon een springplank zijn voor operaties in het aangrenzende Noord-Duitsland.

Ondanks die geringe invloed van de centrale regering, maakten Stad en Lande in de Habsburgse jaren voor het eerst serieus kennis met wat het betekent onderdeel te zijn van een groter geheel.

Vóór die tijd hadden ze altijd hun eigen boontjes gedopt. Nu moesten ze ermee rekening houden dat anderen de gang van de dingen bepaalden. De vijanden van de koning werden nu ook hun eigen vijanden, ook al hadden ze tot dusver altijd gewoon met hen handel gedreven.

Doordat ze onder ‘Brussel’ vielen kon dat niet meer. Groninger schippers konden nu ook het slachtoffer worden van kapers die een ‘kaperbrief’ van de Franse koning hadden.

Een ander punt waarin de veranderde situatie zich liet gevoelen, zien we in Groningens relatie met de Duitse Hanze. De bewoners van de Noordduitse Hanzesteden waren overgegaan naar de Lutherse leer en golden voor Karel V daarom als oproerig. Groningen was sinds mensenheugenis lid van de Hanze, maar vroeg zich nu af of het dit lidmaatschap kon voortzetten en toch een getrouw onderdaan van Karel van Bourgondië/Habsburg zijn.

In het bijzonder de onrust op religieus gebied zorgde voor staatsrechtelijke conflicten. De Groningers en de Ommelander heren meenden op grond van het in 1536 gesloten tractaat hun eigen beleid te kunnen voeren – Karel had immers behoud en bescherming van de privileges toegezegd – maar in Brussel meende men dat alle onderdanen, dus ook die in Groningen, gehoorzaam moesten zijn aan hun landsheer. Dat was inderdaad ook afgesproken. De keizer en zijn zoon wilden ferm optreden tegen de ketters, de heren op het raadhuis zagen daarin geen enkel heil.

Dit leidde tot een gespannen situatie. Slechts de grote afstand tussen Groningen en het centrum van de macht verhinderde dat ook in Groningen en Groningerland de inquisitie kon worden doorgevoerd. In het afgelegen noorden ontbrak de bestuurlijke infrastructuur die nodig was om Stad en Lande tot gehoorzaamheid te dwingen. De enige regeringsambtenaar in dit gewest was de luitenant-stadhouder, die optrad als voorzitter van de Hoofdmannenkamer, en die had zo goed als niets te vertellen.

De ‘Beeldenstorm’ (1566)

De ‘Beeldenstorm’ (1566) De ‘Beeldenstorm’ (1566)

De zaken kwamen pas echt op scherp te staan toen Filips II in 1567 de hertog van Alva naar het noorden stuurde om orde op zaken te stellen.

Dat was nodig omdat het jaar tevoren in Brabant en Vlaanderen benden fanatieke gereformeerden kerken en kapellen hadden geschonden en dit voorbeeld overal in de Nederlanden was nagevolgd.

Landvoogdes Margaretha van Parma

Landvoogdes Margaretha van Parma Landvoogdes Margaretha van Parma

De koning vond dat de landvoogdes, zijn halfzus Margaretha van Parma, niet streng genoeg optrad.

Maar Margaretha stond in haar wat aarzelende houding niet alleen.

Onder haar adviseurs waren er velen die het gevaar van polarisatie inzagen.

Zij drongen aan op een gematigde aanpak van de religieuze problematiek.

De ‘IJzeren Hertog’

De ‘IJzeren Hertog’ De ‘IJzeren Hertog’

De ‘IJzeren Hertog’ kwam ook naar Groningerland, waar in 1568 een klein invasielegertje een koninklijke strijdmacht onder stadhouder Aremberg bij Heiligerlee had verslagen.

Het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Later werd de slag bij Heiligerlee gezien als het officiële begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Slag bij Jemmingen (1568)

Slag bij Jemmingen (1568) Slag bij Jemmingen (1568)

Nadat Alva het opstandelingenlegertje bij Jemgum had verslagen, maakte hij ook een einde aan de autonomie van de Groningers.

De stedelingen moesten de sleutels van hun stad inleveren, ze mochten hun eigen bestuurders niet meer kiezen, een deel van de stedelijke vestingwerken werd afgebroken, ze moesten een garnizoen binnen de stadsmuren accepteren en zelf meebetalen aan een dwangburcht die aan de zuidzijde van de stad moest komen.

Zo deelde Groningen alsnog het lot van een stad als Utrecht.

Stadsprospect van Braun en Hogenberg (1584)

Stadsprospect van Braun en Hogenberg (1584) Stadsprospect van Braun en Hogenberg (1584)

Het stadsprospect van Braun en Hogenberg (1584) laat de zuidelijke vestingwerken zien zonder Alva’s dwangburcht.

Plattegrond van Groningen (uit de stedenatlas van Braun & Hogenberg, 1575)

Plattegrond van Groningen (uit de stedenatlas van Braun & Hoogenberg, 1575) Plattegrond van Groningen (uit de stedenatlas van Braun & Hoogenberg, 1575)

De door Georg Braun en Frans Hogenberg omstreeks 1575 gemaakte plattegrond geeft de stad Groningen weer zoals ze er nooit heeft uitgezien, want de dwangburcht aan de zuidzijde van de stad is nooit helemaal afgebouwd.

Het ‘kasteel van Alva’

Het ‘kasteel van Alva’ Het ‘kasteel van Alva’

Een detail van deze plattegrond laat de situering van de dwangburcht mooi zien; de belangrijkste toegang van Groningen, de Herepoort, is opgenomen in ‘het kasteel van Alva’.

Een van de ‘nieuwigheden’ die als gevolg van Alva’s ingrijpen werden ingevoerd, was de oprichting van het bisdom Groningen, of liever: het feit dat de benoemde bisschop, Johan Knijff, zijn zetel in de stad kon innemen.

Allegorie op de Pacificatie van Gent

Allegorie op de Pacificatie van Gent Allegorie op de Pacificatie van Gent

Deze episode duurde tot 1576, het jaar waarin katholieke en protestantse leiders de handen ineensloegen om de Spaanse en andere vreemde troepen uit het land te krijgen (Pacificatie van Gent).

Ook in Stad en Lande werd de klok teruggezet: men keerde terug naar de situatie waarin het centrale gezag te Brussel weinig te zeggen had en de tegenstelling tussen de Stad en de grote Ommelander heren de agenda bepaalde.

Op het plaatje zien we de dames die de onschuldige Nederlandse gewesten voorstellen in de ´Tuin der 17 Provincies´. De ingang wordt bewaakt door de Nederlandse leeuw, die onverschrokken de wrede buitenlanders op afstand houdt.

Bij de Pacificatie werd afgesproken dat alle staatkundige en andere vernieuwingen moesten worden teruggedraaid. Dat betekende dat ook de nieuwe kerkelijke indeling van de baan was.

Terwijl in de rest van de Nederlanden de verhouding tussen de lokale overheden en de centrale regering steeds meer gespannen werd, verslechterde sinds 1559 in het noordoosten – na een vrij rustige periode van 20 jaar – de verhouding tussen Groningen en Ommelanden. Dat was het gevolg van de maatregelen die het stadsbestuur nam om de naleving van het stapelrecht af te dwingen.

Uiteindelijk liep het uit op een breuk: de Ommelander heren, zowel de geestelijken als de hoofdelingen, zegden het Grote Verbond van 1473/1482 op (1575) en zochten aansluiting bij de gewesten die tegen Filips II rebelleerden. De eensgezindheid aan Ommelander zijde kwam echter na een paar jaren onder zware druk te staan.

Dat kwam doordat de Unie van Utrecht van 1579 een antikatholiek karakter kreeg. De meeste Ommelander prelaten konden hiermee niet leven en kwamen in een politiek vacuüm terecht.

De Ommelander prelaten nemen een kritische houding aan

De Ommelander prelaten maken een voorbehoud bij de Unie van Utrecht De Ommelander prelaten maken een voorbehoud bij de Unie van Utrecht

Artikel 13 van de Unie van Utrecht bepaalde dat Holland en Zeeland mochten doen wat ze wilden (lees: dat daar alleen het Calvinisme zou zijn toegestaan) en dat in de andere gewesten de zogenaamde Religievrede zou gelden. Hiermee konden de Ommelander prelaten wel leven.

Maar met artikel 15 was het anders gesteld. Daarin stond dat de personen die nu in de kloosters woonden of nadien nog zouden willen intreden, vrij zouden zijn in de keuze van hun religie en ook zelf mochten bepalen of ze al dan niet het kloosterhabijt zouden dragen.

Dit betekende dat de abten mensen in hun conventen zouden moeten tolereren die zich openlijk als protestant manifesteerden. De prelaten lieten hun mede-Ommelanders weten dat deze bepaling voor hen niet acceptabel was. Ze onderbouwden hun standpunt niet met theologische argumenten of met de mededeling dat ze geen andersdenkenden in hun kloosters wilden, maar zeiden dat het tot onrust en verwarring zou leiden.

Het was hetzelfde argument dat het Groninger stadsbestuur eerder in de 16e eeuw had gebruikt om de verspreiding van ketterse ideeën tegen te gaan. Ook de stadsbestuurders ging het niet zozeer om het bestrijden van ‘verkeerde’ zienswijzen, maar om het voorkomen van ‘gedoe’, maatschappelijke onrust dus.

Het ‘verraad van Rennenberg’ (3 maart 1580)

Het ‘verraad van Rennenberg’ Het ‘verraad van Rennenberg’

In 1580 meenden de Groningers dat hun belangen het best gediend waren door zich loyaal te verklaren aan Filips II.

Ze deden dat samen met stadhouder George van Lalaing, graaf van Rennenberg. Deze katholieke Zuid-Nederlander was door de Staten-Generaal tot stadhouder benoemd.

Doordat hij de zijde van de Staten-Generaal verliet en de kant van de koning koos, is zijn manoeuvre de geschiedenis ingegaan als het ‘Verraad van Rennenberg’ (3 maart 1580).

Voor de Groningers was het belangrijkste motief geweest dat hun Ommelander tegenstanders zich aan de zijde van ’s konings rebellen hadden geschaard.

Het stadsbestuur kreeg nu de steun van de belangrijkste Ommelander prelaten.

Graaf Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620)

Graaf Willem Lodewijk van Nassau, Staats stadhouder van Friesland (1560-1620) Graaf Willem Lodewijk van Nassau, Staats stadhouder van Friesland (1560-1620)

Er brak een moeilijke periode aan, waarin de stad Groningen steeds verder in een isolement raakte.

Dat was niet in de laatste plaats het gevolg van een doelbewuste strategie, bedacht en uitgevoerd door Willem Lodewijk, de Staatse stadhouder van Friesland.

Francisco Verdugo (1531-1595)

Francisco Verdugo Francisco Verdugo

Zijn tegenstander Francisco Verdugo kon daartegen weinig ondernemen.

Alexander Farnese, prins (vanaf eind 1587: hertog) van Parma

Alexander Farnese Alexander Farnese

Dat kwam doordat de regering in Brussel, aangevoerd door Alexander Farnese, hem niet de nodige middelen gaf.

Maar ook de landvoogd zelf beschikte over niet meer dan beperkte mogelijkheden.

Dat kwam doordat Filips II zijn oorlog tegen de Franse protestanten belangrijker vond dan het behoud van het noordelijk kustgebied.

Titelblad van Verdugo’s memoires

Titelblad van Verdugo’s memoires Titelblad van Verdugo’s memoires

Verdugo heeft over zijn avonturen in het noorden verslag gedaan in zijn memoires, die in 1610 te Napels in druk zijn verschenen.

Vertaling van Verdugo’s verslag over de jaren 1581-1595 Vertaling van Verdugo’s verslag over de jaren 1581-1595

In 2009 verscheen een Nederlandse vertaling van Verdugo's memoires.

De verovering van Delfzijl (2 juli 1591)

De verovering van Delfzijl De verovering van Delfzijl

Niet alleen de stad Groningen ondervond weinig steun van de centrale overheid, ook de Staatsgezinde Ommelander heren kregen in Den Haag nauwelijks een poot aan de grond.

De Staten-Generaal wensten hen niet tot hun vergaderingen toe te laten en ook Willem Lodewijk en zijn adviseurs begrepen dat voorzichtigheid geboden was in de zaken van Stad en Lande.

De Ommelander heren mochten dan wel Staatsgezind zijn, hun privé-ambities, onderlinge ruzies en politieke en militaire amateurisme maakten hen tot weinig betrouwbare bondgenoten.

Daarbij kwam dat de stad Groningen met zijn talrijke bevolking als economisch centrum en met zijn sterke militaire ligging in politieke zin van veel grotere betekenis was dan het handjevol Ommelander getrouwen.

De heren in Den Haag begrepen dat ze de Groningers niet nodeloos tegen zich in het harnas moest jagen door nu al te zeer aan te pappen met de Ommelanders.

Vanaf c. 1590 slaagden ‘s konings rebellen erin hun militaire acties steeds beter te organiseren. De koning van Spanje hielp hen daarbij een handje door zijn soldaten vooral in Frankrijk in te zetten. Stap voor stap kwam het Staatse leger dichterbij. Een belangrijk wapenfeit was de verovering van Delfzijl in 1591.

Groningens laatste levensader

Groningens laatste levensader Groningens laatste levensader

Daarna had Groningen nog maar één verbindingslijn met de buitenwereld.

Die liep via de pas door de venen bij Bourtange.

Willem Lodewijk neemt Wedde (28 augustus 1593)

Willem Lodewijk neemt Wedde Willem Lodewijk neemt Wedde

Deze levensader werd in de zomer van 1593 door Willem Lodewijk afgesneden.

Zijn troepen veroverden het huis te Wedde waarna hij een schans bouwde op de nauwste plek van de pas door het Bourtanger Moor.

Groningens laatste levensader afgesneden

Groningens laatste levensader afgesneden Groningens laatste levensader afgesneden

De sterren markeren de plaats van het huis te Wedde en de schans op de Bourtange.

Enkele weken later kwam er nog een koningsgezind expeditieleger naar het noorden, dat via de moerassen bij Coevorden de Hondsrug wist te bereiken.

Maar het was toen al te laat in het seizoen en de expeditiemacht was te zwak om nog wat uit te kunnen richten.

Prins Maurits (1567-1625)

Prins Maurits Prins Maurits

In het volgende voorjaar nam de Staatse legerleiding het besluit om de stad Groningen serieus aan te pakken.

In mei 1594 begon het beleg van Groningen.

De jonge prins Maurits had daarbij de leiding.

De belegering van Groningen in 1594

De belegering van Groningen De belegering van Groningen

Er zijn vele plaatjes bewaard gebleven die een beeld geven van de belegering.

De stedelingen hielden lang stand, vooral doordat ze niet konden geloven dat zo’n grote koning als Filips II zijn woord niet gestand zou doen en hen aan hun lot zou overlaten.

De beslissende klap

De beslissende klap De beslissende klap

Toen een grote ontploffing een bres had geslagen in de zuidelijke verdedigingswerken, zagen de Groningers in dat verder vechten geen zin had.

Tractaat van Reductie

Tractaat van Reductie Tractaat van Reductie

Na enkele dagen van onderhandelen werd op 23 juli 1594 het Tractaat van Helpman, later beter bekend als het 'Tractaat van Reductie', getekend. Door dit verdrag ging de stad Groningen deel uitmaken van de Geünieerde Provincies. Daarmee brak een nieuwe episode aan in de gewestelijke geschiedenis.

De stad werd weliswaar bevrijd van de ‘Spaanse tirannie’, maar zette in werkelijkheid opnieuw een stap op de weg naar meer afhankelijkheid van grotere politieke structuren.

De nieuwe machthebbers probeerden de verovering van de stad Groningen te ‘verkopen’ als een actie ter bevrijding van de tirannie, maar de aanhangers van het oude gaven zich, in hearts and minds, niet zomaar gewonnen. Ook de nieuwe – gereformeerde – stadsbestuurders hielden vast aan Groningens plechtig bezworen privileges.

Al tijdens de eerste vergadering van de Ommelander heren en nieuwe stadsbestuurders, die in augustus 1594 onder voorzitterschap van Willem Lodewijk werd gehouden, werd duidelijk dat er geen sprake zou zijn van constructieve samenwerking. De partijen stonden van meet af aan vijandig tegenover elkaar.

Handtekeningen onder het Tractaat van Reductie Handtekeningen onder het Tractaat van Reductie