Zoek op de website

1. Het Duitse Rijk rond 1040

Het rijk van Karel de Grote Het rijk van Karel de Grote

In het jaar 911 kwam er een einde aan de dynastie der Karolingische vorsten, waarvan Karel de Grote de bekendste  was.

Zijn Rijk had een groot deel van West-Europa omvat, maar was na zijn dood uiteen gevallen.

843: het rijk van Karel de Grote wordt verdeeld

In 843, bij het Verdrag van Verdun, waren drie rijken gevormd: Westrijk, Middenrijk en Oostrijk.

870: een nieuwe verdeling van Karels rijk

Bij het verdrag van Meerssen (870) werd het Middenrijk verdeeld.

Het bleef vele eeuwen lang een twistappel tussen oost en west, Duitsland en Frankrijk.

In het bijzonder de middenzone, met Lotharingen, bleef instabiel.

De verdwijning van het Middenrijk De verdwijning van het Middenrijk

Het hertogdom Lotharingen onder de Ottonen en de Saliërs Het hertogdom Lotharingen onder de Ottonen en de Saliërs

De keizerskroon van het Duitse Rijk De keizerskroon van het Duitse Rijk

De eerste niet-Karolinger op de Duitse troon was Koenraad, die hertog was van Frankenland.

Hij werd opgevolgd door heersers uit het huis van Saksen:

Hendrik de Vogelaar, drie Otto’s en Hendrik II. Otto III liet de keizerskroon maken.

Met Hendrik II stierf het Saksische huis uit (1024).

Daarna volgden vertegenwoordigers van het Salische huis uit Franken: Koenraad II, zijn zoon Hendrik III en hun opvolgers.

Hendrik III

Hendrik III, alias ‘de Zwarte’ (1017-1056), was nog een kind toen hij tot roomskoning werd gekozen en gekroond.

Daarnaast was hij sinds 1027 hertog van Beieren en vanaf 1038 hertog van Zwaben en koning van Bourgondië.

Zijn vader was de Saliër Koenraad II, zijn moeder Gisela van Zwaben. In 1039 volgde hij zijn vader als koning op, onderwierp in 1041 de hertog van Bohemen en dwong hem Bohemen als rijksleen in ontvangst te nemen.

Na veldtochten tegen Hongarije wist hij in 1044 ook de Hongaarse koningen voor korte tijd tot zijn leenmannen te maken.

Hendrik III zag zichzelf als Vicarius Christi (plaatsvervanger van Christus), hetgeen hem ertoe bracht om in 1046 naar Rome te gaan en zich te bemoeien met de ruzies om de Heilige Stoel.

Tijdens synoden te Sutri en Rome zette hij de rivaliserende pausen Silvester III, Gregorius VI und Benedictus IX af. Hij liet bisschop Suitger van Bamberg tot paus kiezen (Clemens II) en hervormde op die manier ook het pausdom.

Op 24 december 1046 kroonde paus Clemens Hendrik tot keizer. Ook de opvolgers van Clemens waren door toedoen van de keizer uit Duitsland afkomstige, hervormingsgezinde geestelijken. 

Hendrik III benoemde ook hervormingsgezinde geestelijken aan het hoofd van bisdommen en rijksabdijen. In Zuid-Italië beleende hij de Noormannen met Aversa en Apulië en wist hen zo aan het Rijk te binden.

De Kaiserpfalz in Goslar De Kaiserpfalz in Goslar

Hendrik III en Agnes van Poitou Hendrik III en Agnes van Poitou

Hendrik is in 1036 gehuwd met Gunhild van Denemarken (1019-1038) en hertrouwde na haar dood met Agnes van Poitou, dochter van hertog Willem V van Aquitanië.

Hij bouwde de Kaiserpfalz te Goslar. De bouw ervan startte in de jaren 40 van de elfde eeuw.

Paus Urbanus II in Cluny Paus Urbanus II in Cluny

Het Benedictijnerklooster te Cluny speelde een bijzondere rol in de hervormingsbeweging die tussen 1000 en 1200 binnen de kerk opgeld deed.

Deze beweging was een reactie op de wanorde en de corruptie die was ontstaan door de vermenging van wereldlijke en kerkelijke macht, en door de machtsstrijd tussen geestelijkheid en adel.

In Frankrijk en Italië werden kerkelijke ambten en eigendommen verkocht en verhandeld.

Bisschoppen, lagere geestelijken en de monniken in de kloosters gingen een steeds wereldser gedrag vertonen en dit ging gepaard met corruptie, geweld en aantasting van de zedelijke normen.

Ook het pausdom had te lijden onder de strijd tussen geestelijke en wereldlijke macht.

Overeenkomstig de wil van keizer Hendrik III (die als koning drie rivaliserende pausen had afgezet) en het besluit van de synode van Sutri van 1046 deed  paus Clemens II zijn best een einde maken aan de simonie en het priesterhuwelijk. Tegelijkertijd werd de invloed van de Romeinse adel op het pausdom sterk beperkt.