Zoek op de website

Grijpskerk

Geschiedenis

Sander Israëls en Hanna Gans bij hun 50-jarig huwelijk: Sander Israëls was sjochet (ritueel slachter) van de joodse gemeente te Grijpskerk. Het echtpaar woonde te Visvliet, 1924 [Tg. 818 inv. nr. 22951] Sander Israëls en Hanna Gans bij hun 50-jarig huwelijk: Sander Israëls was sjochet (ritueel slachter) van de joodse gemeente te Grijpskerk. Het echtpaar woonde te Visvliet, 1924 [Tg. 818 inv. nr. 22951]

Grijpskerk is een plattelandsdorp in het westen van de provincie Groningen. Vroeger waren de belangrijkste bronnen van bestaan voor de inwoners van het dorp de landbouw en veeteelt. In dit agrarisch dorp vestigde zich in het begin van de 18e eeuw een Joodse familie.

Gedurende die eeuw zouden nooit meer dan twee of op z'n hoogst drie Joodse families in het dorp wonen. De Joden vonden hun bestaan hoofdzakelijk in de vlees- en veehandel, maar handelden ook wel in ongeregelde goederen en textiel. In de 18e eeuw waren zij voor hun religieuze behoeftes aangewezen op de stad Groningen. Ook hun doden werden in die stad begraven.

Volgens een herindeling van het Israelitisch Kerkgenootschap binnen het Koninkrijk der Nederlanden in 1821 behoorden de Grijpskerker Joden (evenals die uit Niezijl, Ezinge en Oldehove) tot de Joodse Gemeente Leek. De afstand tot Leek te voet was relatief groot; ongeveer drie uur gaans. Het valt aan te nemen dat de Joden uit Grijpskerk en omgeving weinig gebruik hebben gemaakt van faciliteiten van Leek.

In 1851 dan is er sprake van de oprichters der Israëlitische Gemeente te Niezijl. Zij vragen het provinciebestuur een collecte te mogen houden ten einde een synagoge te kunnen kopen. Hoewel het gewenste resultaat uitbleef, zien we hierin een bewijs dat de Joden uit Grijpskerk en omgeving zich hadden georganiseerd.

Vanaf 1869 probeerden Joden uit Grijpskerk te komen tot de stichting van een zelfstandige gemeente. Uiteindelijk lukte dat in 1879. Tot het gebied van de Joodse Gemeente Grijpskerk behoorden ook de Joden uit de gemeenten Aduard, Ezinge, Oldehove en Zuidhorn.

Het aantal Joden in Grijpskerk en omgeving was klein: in 1809 bedroeg hun aantal slechts 16 personen. Daarna, vooral als gevolg van de toenemende welvaart op het platteland, groeide dit aantal tot 87 Joden in 1849. Daarna nam ook hier de Joodse bevolking af. In 1876 telden Grijpskerk en omgeving 69 Joden, in 1939 was dit teruggelopen tot 24 Joden. Vanaf de zomer van 1942 werden de Joden uit Grijpskerk en omgeving gedeporteerd.

Synagoge

Gedurende het grootste deel van de 19e eeuw was er in Grijpskerk en omgeving geen synagoge. In elk geval in 1851, maar waarschijnlijk al eerder, hield men gebedsdiensten in een kamer in Niezijl. In dit dorp probeerde men ook een synagoge te bouwen. Maar dit plan liep stuk op de onwil van regionale bestuurders.

Woning aan de Kreupelstraat (later Molenstraat 51) te Grijpskerk waarvan de joodse gemeenschap van 1879 tot 1940 de linkerhelft huurde als synagoge, ca. 1975 [Tg. 818 inv. nr. 6568] Woning aan de Kreupelstraat (later Molenstraat 51) te Grijpskerk waarvan de joodse gemeenschap van 1879 tot 1940 de linkerhelft huurde als synagoge, ca. 1975 [Tg. 818 inv. nr. 6568]

Waarschijnlijk vanaf 1879 was er in Grijpskerk een synagoge. Deze bevond zich in een deel van een woning aan de voormalige Kreupelstraat, nu Molenstraat, en was gehuurd van de toenmalige bewoners.

Begraafplaats

Al in 1869 had het bestuur van de gemeente Grijpskerk de Joodse inwoners een stuk grond toegezegd van de nieuwe in 1867 gestichte Algemene Begraafplaats.

Joodse begraafplaats te Grijpskerk, 1971 [Tg. 818 inv. nr. 6559] Joodse begraafplaats te Grijpskerk, 1971 [Tg. 818 inv. nr. 6559]

Toen dan ook in 1879 een Joodse Gemeente Grijpskerk was gevormd, deed de gemeente haar toezegging uit 1869 gestand.

Er werd een stuk grond uitgegeven dat voldoende was voor 120 grafruimten.