Zoek op de website

Oude Pekela

Geschiedenis

De plaats Pekela ligt in het zuid-oosten van de provincie Groningen. Het dorp dankt zijn ontstaan eind 17e eeuw aan de ontginning van de uitgestrekte veengebieden. Voor de afvoer van turf werd het riviertje de Pekela A vergraven en kreeg de naam Pekelder Hoofddiep. De bevolking bestond voornamelijk uit veenarbeiders, schippers, ambachts- en kooplieden en boeren.

Begin 18e eeuw werd het langgerekte dorp gesplitst in de twee afzonderlijke dorpen: Oude Pekela en Nieuwe Pekela. De eerste Joodse familie vestigde zich in 1683 in de Pekela en hield zich bezig met de handel in tabak. Rond 1700 telde het dorp al acht Joodse gezinnen. In 1725 betitelen de Joden ter plaatse zich voor het eerst als leden van de Joodse Gemeente Pekela. In de tweede helft van de 18e eeuw nam het aantal Joden sterk toe. Het merendeel van hen was afkomstig uit het nabijgelegen Oostfriesland en Polen.

In 1805 telden beide dorpen 248 Joodse inwoners, waarvan het leeuwendeel in Oude Pekela rond de buurt de Kamers woonde. De belangrijkste bronnen van bestaan vormden voor hen de handel in vee, vlees, textiel en ongeregelde goederen. Verder waren er veel Joodse slagers in beide dorpen werkzaam.

Al in 1757 is er sprake van een reglement voor de Joodse Gemeente Pekela. In een dergelijk document werden zowel religieuze als burgerlijke zaken geregeld. Overtreding van de bepalingen van het reglement konden door de bestuurders van de Joodse Gemeente worden bestraft.
De Joodse gemeenschap telde in de tweede helft van de 18e eeuw veel armen.

In 1809 werden alle Joden op het grondgebied van het toenmalige Nederland georganiseerd in een nationaal kerkgenootschap. Alle Joden binnen het Koninkrijk werden georganiseerd in Joodse Gemeenten, waarvan de Pekela's er een was. Bij een nieuwe indeling in 1821 werd vastgelegd dat de Joden in de dorpen en gemeenten Oude en Nieuwe Pekela, Wedde, Onstwedde, Vlagtwedde, Sellingen, Ter Apel en Bourtange behoorden tot de Joodse Gemeente Pekela.

Nog in hetzelfde decennium verkreeg Bourtange de status van Bijkerk. Aan het eind van de 19e eeuw zouden zich nog andere dorpen afscheiden en een zelfstandige Joodse Gemeente vormen.
In de 19e en 20ste eeuw traden er weinig veranderingen op in de beroepsuitoefening van de Joden. De meesten van hen verdienden hun brood als koopman, winkelier of slager.

De Joodse bevolking groeide in de 19e eeuw sterk. Op zijn hoogtepunt in 1870 telden beide Pekela's 401 joden. Er was toen sprake van een uitgebreid verenigingsleven. Daarna nam het aantal Joden als gevolg van de veranderende sociale en economische omstandigheden snel af.

In 1942 telden beide dorpen 150 Joden. Deze werden tussen augustus en december 1942 gedeporteerd. Van hen overleefden slechts twaalf de oorlog.

Synagoge

Rond 1700 woonden er al acht Joodse gezinnen in de Pekela's. Een van deze gezinnen was dat van Daniel Jacobs, die in 1702 bij het Benedenste Verlaat noordzijde een huis kocht. Dit huis is afgebeeld op een contemporaine kaart. Als de Pekelder Joden toen al over een huissynagoge beschikten, wat niet zeker is, dan zal die in dit huis zijn geweest.

In 1737 werd in het dorp een synagoge gebouwd achter het huis van de weduwe Hendel Hindriks of Hendel Heimans. Hiermee had de Pekela's de eerste als zodanig gebouwde synagoge van de provincie Groningen. In 1791 ging het inmiddels bouwvallig geworden gebouw over in handen van de Joodse Gemeente. Die liet het afbreken en op dezelfde plaats een nieuwe synagoge bouwen.

Locatie op de minuutplan van 1832 waar zich tussen 1737  en 1882 de woning van de godsdienstonderwijzer en synagoge (sectie A2 nrs. 388 en 389) bevonden (Tg. 44 inv. nr. 819). Locatie op de minuutplan van 1832 waar zich tussen 1737 en 1882 de woning van de godsdienstonderwijzer en synagoge (sectie A2 nrs. 388 en 389) bevonden (Tg. 44 inv. nr. 819).

Het godshuis werd op 3 augustus 1792 ingewijd met een rede door de Groninger rabbijn Levie Hartog Glogau. Dankzij allerlei reparaties konden hier bijna een eeuw lang diensten werden gehouden. Maar in 1882 was het toch zo bouwvallig geworden dat een deel van het dak instortte.
In 1884 vond de aanbesteding van een nieuwe synagoge plaats en op 5 september 1884 werd het gebouw in gebruik genomen. Het was gelegen aan de overzijde van het Pekelder Hoofddiep vlakbij de uitmonding van de Compagniestervaart. In 1950 werd het gebouw verkocht en in 1979 gesloopt.

Gevel in opstand getekend en doorsnede van de synagoge. Getekend door C.H. Peters, 1883 [Tg. 1536 inv. nr. 265] Gevel in opstand getekend en doorsnede van de synagoge. Getekend door C.H. Peters, 1883 [Tg. 1536 inv. nr. 265]

Achterzijde van de voormalige synagoge met daarvoor de woning van de godsdienstonderwijzer aan de H. Westerstraat 248 te Oude Pekela, 1974 [Tg. 818 inv. nr. 12234]
Achterzijde van de voormalige synagoge met daarvoor de woning van de godsdienstonderwijzer aan de H. Westerstraat 248 te Oude Pekela, 1974 [Tg. 818 inv. nr. 12234]
Voormalige synagoge aan de H. Westerstraat 248 te Oude Pekela, 1974 [Tg. 818 inv. nr. 12235]
Voormalige synagoge aan de H. Westerstraat 248 te Oude Pekela, 1974 [Tg. 818 inv. nr. 12235]
Voormalige synagoge aan de H. Westerstraat 248 te Oude Pekela, z.d [Tg. 818 inv. nr. 12198]
Voormalige synagoge aan de H. Westerstraat 248 te Oude Pekela, z.d [Tg. 818 inv. nr. 12198]

Begraafplaats

De begraafplaats van de Joodse Gemeente Pekela dateert uit 1693 en is gelegen tussen de Haanswijk en de Draijerswijk. De benodigde grond was gekocht door Daniel Jacobs. Op deze begraafplaats werden ook Joden uit andere delen van de provincie Groningen ter aarde besteld.

Omstreeks 1723, 1760 en circa 1830 is de begraafplaats uitgebreid. Thans staan er nog 158 graftekens op waarvan de oudste dateert uit 1808.

Joodse begraafplaats te Oude Pekela, circa 1955 [Tg. 818 inv. nr. 12357] Joodse begraafplaats te Oude Pekela, circa 1955 [Tg. 818 inv. nr. 12357]

Rabbijnen

De eerste persoon van wie we met enige zekerheid kunnen zeggen dat hij als rabbijn van de Pekelder Joden fungeerde was de omstreeks 1720 geboren Miggiel Abrahams. Zijn naam wordt voor het eerst in 1758 en voor het laatst in 1759 genoemd.

De tweede persoon die met rabbijn wordt aangeduid, is de in het Poolse 'Nijstadt' geboren Beer Juda Levi. Hij had zich vanuit Lissau in de Pekela's gevestigd, waar hij op 1 december 1772 overleed. In 1792 stelt de Joodse Gemeente Pekela zich onder het gezag van de Groninger rabbijn Levie Hartog Geloga. Na Geloga's dood in 1798 benoemt men de uit Breit (mogelijk is Preits bedoeld, een naam die vaker als plaats van herkomst wordt genoemd) afkomstige Baruch de Beer (1756-1810). Deze was tevens voorzanger, godsdienstonderwijzer en sjochet.

Zelf noemde hij zich 'rabbiner van de Pekela en Westerwoldingerland'. Vanaf de herorganisatie van de Nederlandse Joden in een nationaal kerkgenootschap vielen de Pekelder Joden onder het gezag van de opperrabbijn uit Groningen.