Zoek op de website

5 De Sitter en Driessen

De Sitter was ook een groot verzamelaar. In zijn collectie bevonden zich zowel (afgedwaalde) originelen als afschriften van archiefstukken uit de overheidsadministratie. Ze zijn later in de 19e eeuw door aankoop voor het archief verworven.

Voorloopig Register Voorloopig Register

Het Voorloopig Register van charters, privilegien, placaaten, ordonnantien enz. Stad en Lande betreffende, en kunnende dienen tot het opmaaken van derzelver Groot Placaat en Charter-Boek, loopende tot aan de reductie, of het jaar 1594, samengesteld en in 1789 gepubliceerd door A.J. de Sitter, was de aanzet om te komen tot grote bronnenpublicatie.

Het rechtsgeleerd genootschap Pro Excolendo Iure Patrio was reeds in 1761 opgericht. Tot de kring van historisch geïnteresseerde rechtsgeleerden hoorden mannen als S.H. van Idsinga, D.F.J. van Halsema, H.L. Wichers en J. de Rhoer.

Was De Sitter een beetje jaloers op Friesland?

Het Groot placaat en charter-boek van Vriesland (1768-1793) Het Groot placaat en charter-boek van Vriesland (1768-1793)

Daar was al eerder een grote verzameling van archiefstukken uitgegeven: Het Groot placaat en charter-boek van Vriesland, uitgegeven door Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (Leeuwarden 1768-1793; 5 delen). Het is het enige algemene oorkondenboek betreffende de provincie Friesland, met alle officiële stukken uit de Friese rechtsgeschiedenis.

De Groningse aanzet van A.J. de Sitter steekt schamel af bij de kloeke delen van de Friese bronnenpublicatie.

Monumenta Groningana veteris aevi inedita (1827) Monumenta Groningana veteris aevi inedita (1827)

De eerste echte Groningse bronnenpublicatie is van de hand van R.K. Driessen. Deze jurist bekleedde naast allerlei andere functies vanaf 1795 ook die van secretaris van de Ommelanden. In 1822 verscheen het eerste deel van zijn Monumenta. Het vierde en laatste ‘stuk’ zag in 1830 het licht.

De provinciale gecommitteerden ‘tot de zaken van den waterstaat met den aankleve van dien’ wilden dat Driessen van staatswege werd aangesteld om een ‘charterboek’ te maken. Zo’n boek zou volgens hen ook praktisch nut hebben. Met name het beheer van de waterstaat vroeg naar hun oordeel daarom.

In zijn Monumenta nam Driessen de tekst van de door hem gekozen stukken integraal op, met ‘kopnoot’ en commentaar.