Zoek op de website

9 De inhoud van T2100

De hoofdindeling is simpel.

Overeenkomstig de nieuwe archiefleer maakte Coster onderscheid tussen verschillende ‘archiefvormers’.

  1. Archief van de secretarie.
    Dit is de kern van het stadsarchief
     
  2. Archief van de syndicus
    Dit deel van het stadsarchief loopt vanaf halverwege de 16e eeuw. De syndici hadden hun archiefmateriaal thuis en moesten hun stukken bij vertrek inleveren of aan hun opvolger overdragen.
     
  3. Archief van het Gildrecht
    Het Gildrecht is een college dat zijn bestaan begonnen is als ´bestuur van de lokale koopliedenvereniging´, toezicht hield op de correcte handelwijze van zijn leden, belast was met de handhaving van het water- en zeerecht en later vooral naam heeft gemaakt door zijn pogingen om, onder aanvoering van zijn voorzitter, de Olderman, Ommelanders en buitenlandse kooplieden in het gareel van het stedelijke stapelrecht te dwingen.
     
  4. Stukken van stadsambtenaren en andere functionarissen
    Hierin bevinden zich de stukken van de stadsrentmeester, de bouwmeester e.a.
     
  5. In beslag genomen stukken
    De in deze afdeling opgenomen stukken hangen meest samen met de ruzies tussen Stad en Ommelanden
     
  6. Stukken waarvan de band met de stad niet is gebleken

    Laten we langs de hoofdindeling van het secretariearchief lopen. Het zal niemand verbazen dat de unieke geschiedenis van deze stad zich weerspiegelt in de rubrieken van het secretariearchief.

1 Archief van de secretarie

1.01 Stukken van algemene aard
Brieven, ordonnanties, besluiten.
Hierbij bevindt zich ook het Diarium Alting (liggend streepje, verwijzing naar RA IIIa, nu GrA T1534.1-62; vanuit die inventaris wordt niet verwezen naar T2100). Dat moet nog worden aangepast.

1.02 Stukken betreffende de interne organisatie
De inrichting van het stadsbestuur, aanstelling en ontslag van ‘officianten’ (ambtenaren) en registratie van burgers.

1.03 Rechtspraak [van de raad]
Bij de civiele rechtspraak ontbreekt nog een verwijzing naar het Diarium Alting (eenvoudig te herstellen!).

1.04 Betrekkingen met de keizer, landsheren en hun vertegenwoordigers
Onvoldoende onderscheid met rubriek 1.13 (‘Betrekkingen met landsheren en hun regeringen’).
De veranderende positie van de stad Groningen ten opzicht van hogere autoriteiten is een van de bijzondere elementen in de stadsgeschiedenis. De stukken uit deze rubriek vormen de basis van het eerste deel van het eerste hoofdstuk van Groningen, een stad apart: ‘1.1 Groningen en zijn heren: op de bres voor de autonomie’.

1.05 Handhaving van de souvereiniteit en verschillende voorrechten van de stad
Een beetje een rommeltje.

1.06 Rechten van de stad
Hierbij onder meer de vrije vaart op de Eems en het stapelrecht. De ordening van de dossiers over het conflict met Emden leidde ‘vanzelf’ tot het verhaal dat als hoofdstuk 3 is opgenomen in mijn Groningen, een stad apart uit 2007 (‘Groningen en de voorbijvaart van Emden. Hoe Groningen een voorrecht en Nederland de Eems verloor’).

1.07 ‘Heerlijke rechten’
De stukken in deze rubriek betreffen verwerving, verdediging, beheer en uitoefening van overheidsrechten. Het gaat hierbij over de overheidsrechten die het stadsbestuur bezat in de stad zelf, het Gorecht, het Oldambt en de Ommelanden. Het bezit van deze overheidsrechten was een van de kenmerken die Groningen tot ‘een stad apart’ maakten.

1.08 Verschillende rechten van de stad Groningen
In hoofdzaak voogdijschap over geestelijke instellingen.

1.09 Toezicht op de gilden. Zetting van het brood

1.10 Financiën
In deze rubriek bevindt zich onder meer de serie stadsrekeningen. Deze bevatten grote hoeveelheden informatie, onder meer over de topografie van de stad. Vanwege het eigenaardige handschrift en de omvang worden ze nauwelijks bestudeerd. De enige rekeningen die zich wel in belangstelling van onderzoekers hebben mogen verheugen zijn de rekeningen van 1526-1527, 1535-1536 en 1548 die door P.J. Blok zijn uitgegeven (P.J. Blok (ed.), Rekeningen der stad Groningen uit de 16e eeuw, Werken uitgegeven door het Historisch Genootschap te Utrecht, derde serie ix ('s-Gravenhage 1896).

1.11 Openbare werken
Hierbij stukken over waterstaatsaangelegenheden, de aanleg en het onderhoud van dijken. Doordat de stad de overheidsrechten over de stadsjurisdicties bezat bevat deze rubriek ook stukken over het onderhoud van de ‘Oosterse dijken’ langs de Eems en andere infrastructurele werken buiten de stad.

1.12 Externe betrekkingen
In deze rubriek bevinden zich allerlei verdragen, ook met de Ommelanden. Ook deze rubriek weerspiegelt Groningens bijzondere positie. De stukken hierin vormen de basis van het tweede deel van het eerste hoofdstuk van Groningen, een stad apart: ‘1.2 Groningen en zijn buren: centraliteit en dominantie’.

1.13 Betrekkingen met landsheren en hun regeringen
Onvoldoende onderscheid met rubriek 1.04 (‘Betrekkingen met de keizer, landsheren en hun vertegenwoordigers’)

1.14 De stad als deel van het gewest Stad en Lande
De stukken in deze rubriek hebben alleen betrekking op de 16e eeuw (de Gelderse en Habsburgse periode)

1.15 Verhouding van de stad Groningen tot de Ommelanden
Hoofdzakelijk over de ruzies tussen Stad en Lande; vanzelfsprekend weerspiegelt ook deze rubriek bij uitstek de uitzonderlijke geschiedenis van de stad Groningen.

1.16 Varia, naar onderwerpen gerangschikt
Dit is een vergaarbak van allerlei in alfabetische volgorde opgesomde onderwerpen waarmee Coster (nog) geen raad wist.

De rubriek ‘Varia’ is een vergaarbak De rubriek ‘Varia’ is een vergaarbak

De rubriek ‘Varia’ is een vergaarbak

  • Ballingen
  • Burgerbewapening en verdediging van de stad
  • Gildrecht
  • Gorecht en Selwerd
  • Grunzingen
    Een oude cijns uit percelen in de binnenstad
  • Hanze en koophandel
    Hierbij ook de bestrijding van zeeroverij
  • Het kasteel van Alva en de Waalse soldaten
  • Krijgszaken (Spaanse soldaten)
  • Munt
  • Nieuwe sekten
  • Ommelanden
  • Rennenberg
  • Renten

Een lijstje als dit verraadt dat Costers werk nog lang niet af was.

Dat de krakkemikkige indeling niet rampzalig is komt doordat de computer – in vergelijking met een papieren inventaris – ongekende zoekmogelijkheden biedt.

Zoeken naar informatie over de Hanze Zoeken naar informatie over de Hanze

Zoeken naar informatie over de Hanze

Laten we daarvoor een voorbeeld nemen.

Wie op zoek is naar informatie over de Hanze moet niet alleen kijken in de rubriek ‘Varia’ waarin zich een subrubriek ‘Hanze en koophandel’ bevindt. Wanneer je het woord ‘Hanze’ in het zoekveld intikt word je behalve naar de genoemde subrubriek ook naar de ingekomen brieven geleid, naar de betrekkingen met de keizer en andere landsheren, naar de subrubriek ‘Vrije vaart op de Eems’ en naar de archieven van de syndici.

Ander voorbeeld: het zoekwoord ‘gildrecht’ brengt je in het secretariearchief bij de rubrieken ‘Stukken van algemene aard’, ‘Rechten van de stad’, ‘Verhouding met de Ommelanden’, subrubriek ‘Gildrecht’ onder ‘Varia’, maar ook bij de rubriek ‘Geschillen tussen Appingedam en Groningen’ in het archief van de syndicus en bij het archief van het Gildrecht zelf.

Beschrijving met oude orde en facsimile´s Beschrijving met oude orde en facsimile´s

Beschrijving met oude orde en facsimile´s

Doordat bij elke beschrijving aangegeven is aan welke rubriek ze is toegewezen, kan men via het overzicht van de inventaris alle andere stukken binnen die rubriek vinden.

Bovendien zijn, zoals eerder gezegd, alle mogelijke aanwijzingen naar oudere verbanden in de beschrijvingen opgenomen, zodat gebruikers van het archief ook zelf de oude signaturen als zoekargument kunnen gebruiken.

Voeg daarbij dat vrijwel alles ook in facsimile beschikbaar is, en we vergeten het nadeel dat er geen gedrukte versie van deze inventaris is verschenen.

Zie dit voorbeeld:
OGD I 553
RF 1368.2
Stadskist letter A
Inv. 18e eeuw A1-16.

Het aardige van deze presentatievorm is dat ze eindeloos uitbreidbaar is.

Het eerste verbaal van Hammonius Het eerste verbaal van Hammonius

Het eerste verbaal van Hammonius

Hier het voorbeeld van het eerste verbaal van syndicus dr. Wilhelmus Hammonius. Het hele handschrift is gescand en als men op het PDF-icoontje linksonder klikt krijgt men de hele transcriptie gepresenteerd, compleet met inhoudsopgave en alfabetische index. Een boek van 192 pagina’s. Er staan inmiddels al een paar van deze transcripties op het net. Een paar andere zijn in voorbereiding, met name de uitgaande brieven van Hammonius.

Ik heb mijn oud-collega Duco Kuiken beloofd om de transcripties die hij gemaakt heeft van de uitgaande brieven van Egbert Alting en Johan Julsing op dezelfde manier te bewerken en ‘op te hangen’ aan de betreffende beschrijving in deze archieftoegang.

Al met al zijn onderzoekers met deze toegang veel beter af dan met een ouderwetse.

Overigens zijn we, met het vermelden van de scans en transcripties, ook bij een gevoelig punt.

Wat betekent ´toegankelijkheid´ eigenlijk voor oude archieven zoals het stadsarchief van Groningen voor 1594?

Ik stel de vraag, denkend aan het stukje dat in oktober in het Dagblad van het Noorden stond over de nieuwe uitgave van de kroniek van Sicke Benninge. De verslaggeefster wilde van Egbert van der Werff weten waarom hij had nagelaten dat moeilijke oude Nederlands even te vertalen. In deze vorm had niemand er iets aan!
In al haar onnozelheid sloeg de journaliste wel de spijker op z’n kop. Wie met hulp van de nieuwe inventaris een beschrijving heeft gevonden die hem of haar interesseert bemerkt aan de hand van de bijgeleverde scan alras dat het stuk onleesbaar is. Maar zelfs wanneer we er ook een transcriptie bij doen – zoals in het geval van Hammonius’ verbaal is gedaan – helpt dat maar weinig. De taal van deze oude documenten is van dien aard dat een gewoon mens er niets van begrijpt.

En dan te bedenken dat er aan de nieuwe toegang een kleine 35 jaar is gewerkt! Je kunt dan wel beweren dat hij het in historisch opzicht belangrijkste bestand in de depots van de Groninger Archieven ontsluit, tegelijk is dit wel een heel duidelijk voorbeeld van een linkse hobby. Hoeveel belastinggeld is hier wel niet verkwist voor de pleziertjes van een kleine elite?!

Brusselse stadsmuzikanten Brusselse stadsmuzikanten

Je zou verwachten dat de voltooiing van zo’n groot en langdurig project aanleiding zou hebben gegeven tot enig feestgedruis en dat de presentatie van de nieuwe toegang met klaroengeschal zou zijn begroet. Elders, en in andere gevallen ook hier, zou dat inderdaad wel zijn gebeurd. Toegang 2100 is echter een jaar of 2 geleden stiekem op het internet gezet.

Ook ik zal vandaag geen klaroengeschal laten horen, maar ik kan het wel laten zien. U ziet hier de Brusselse stadsmuzikanten, keurig in begin-17e eeuwse zwarte kledij. Een dergelijk ensemble heeft de stad Groningen vóór 1594 ook gehad.

Dat aan de voltooiïng van de toegang op het oude stadsarchief geen ruchtbaarheid is gegeven heeft niet alleen te maken met Groningse nuchterheid. Veel belangrijker zijn twee andere dingen.

In de eerste plaats ben ik tot nu toe zelf erg vaag geweest over de vraag of de bewerking nu af was of niet. En dat hangt weer samen met het afzien van een publicatie in boekvorm. Als je een gedrukt boek uitgeeft moet het manuscript helemaal klaar zijn. Bij een elektronische publicatie is dat anders. Je kunt er in principe oneindig aan blijven veranderen, uitbreiden en bijschaven.

En in de tweede plaats moeten we vaststellen dat de tijd vóór 1594 de meeste mensen van vandaag helemaal niets zegt. Bij hoge uitzondering wordt er op de studiezaal nog wel eens naar een document uit die tijd gevraagd. Ook voor de meeste medewerkers van de Groninger Archieven is de periode vóór 1594 tijd achter de horizon verdwenen.

Des te meer stel ik het op prijs dat ik vandaag iets over de lotgevallen van het archief en zijn inhoud heb kunnen vertellen. Dit is ook de gelegenheid om uit te spreken dat ik het als een voorrecht beschouw dat ik aan zo’n fantastische historische schat als het Groninger stadsarchief heb kunnen werken.

Omdat het stadsarchief van Groningen een groot deel van mijn eigen leven heeft bepaald hoop ik dat u me toestaat dat ik dit verhaal met een knallend plaatje besluit: