Zoek op de website

Inleiding

Bedrijvenpark Westpoort wacht op bedrijven Bedrijvenpark Westpoort wacht op bedrijven

Enkele jaren geleden stonden er langs de A7 grote borden met de tekst ‘Hier begunt stad’. Ze moesten de vanuit Drachten naar Groningen rijdende automobilist opmerkzaam maken op het nieuwe bedrijventerrein ‘Westpoort’ ten westen van de Roderwolderdijk. Westpoort wordt aangeprezen als een duurzaam project, maar om het te kunnen realiseren moest wel een uniek landschapshistorisch monument worden opgeruimd: het bijna 1000 jaar oude Hoogheem of Hoogeheem"1". Die borden staan er niet meer en met de uitgifte van de kavels wil het niet zo hard lopen. Maar sinds 2009 zit er al wel een transportbedrijf dat zich tevens bezig houdt met de opslag en distributie van goederen. Westpoort is geen poort, maar wel het meest westelijke stukje stad. De middeleeuwse Apoort was waarschijnlijk wel een echte poort, maar heeft met het moderne Westpoort gemeen dat ook zij de westelijke toegang tot de stad was en dat ze – we zullen dat in het vervolg zien – eveneens te maken had met bedrijvigheid en logistiek.

De vondst van laat-middeleeuws muurwerk aan de oostzijde van de Abrug is een goede aanleiding om de westelijke flank van het middeleeuwse Groningen nog eens nader onder de loep te nemen en een poging tot reconstructie te doen. Het aantal bronnen dat we daarvoor hebben is gering. Op zichzelf is dat niet erg, maar het ongeluk wil dat de weinige beschikbare teksten verschillende interpretaties toelaten. Zo kon het gebeuren dat de laatste auteurs die deze bronnen echt hebben bestudeerd en over hun bevindingen hebben gepubliceerd, de archeologen Van Giffen en Praamstra en rechtbankpresident tevens Groningen-kenner Overdiep, met betrekking tot de westelijke verdedigingslinie van de stad tot verschillende conclusies zijn gekomen."2" Hoe tegenstrijdig hun opvattingen op sommige reageren? mail naar mengelwerk@groningerarchieven.nl punten ook zijn, hun publicaties behoren nog altijd tot de belangrijkste referentiepunten voor alles wat over de ruimtelijke ontwikkeling van Groningen wordt geschreven. Een studie over een onderdeel daarvan krijgt daardoor als vanzelf het karakter van een bespreking van de opvattingen van Van Giffen en Praamstra enerzijds en Gerrit Overdiep anderzijds.

De eerstgenoemden ondersteunden hun betoog met uitvoerige argumentaties en bronvermeldingen. Overdiep deed dat ook, maar heeft nagelaten duidelijk te maken hoe het mogelijk is dat hij – in vele gevallen op basis van dezelfde bronnen als Van Giffen en Praamstra – tot geheel andere conclusies is gekomen. De opvattingen van beide ‘partijen’ zijn dus niet te verifiëren zonder de door hen gebruikte bronnen opnieuw ter hand te nemen. Een volledig verslag van zo’n onderzoek zou veel te veel ruimte vergen en feitelijk onleesbaar zijn. Daarom beperk ik me hier tot de hoofdzaken.

1.

Zie Stadse Fratsen 28 (juli 2011): Het Hoogeheem, een Drents kloostervoorwerk in Groningen (http://www.stichtingmenm.nl/explorer/earcheo/fratsen/fratsen_28/28-01.htm).

2.

Van Giffen en Praamstra, 1962; Van Giffen en Praamstra, 1965-1966; Overdiep 1984.