Zoek op de website

‘Ten noorden bij de A’

Omdat de stadsmuur volgens Van Giffen en Praamstra niet op de oostelijke oever van de A kan hebben gestaan, kan het niet anders of hij moet ten westen van de A hebben gelopen, op de singel tussen het (latere) Menrediep en de A. De stadsmuur zou dus twee keer de A zijn overgestoken, eenmaal aan de noordzijde – ter hoogte van Hoge der A 28 – in westelijke richting en eenmaal aan de zuidkant – bij de Reitemakersrijge – in oostelijke richting. Ik beschouw mijzelf niet als een vestingdeskundige, maar vermoed dat Overdiep gelijk heeft met zijn opmerking dat dit ‘een onverdedigbare situatie met kranke plekken aan de beide uiteinden’ zou hebben opgeleverd. In elk geval zwijgen de bronnen over de bijzondere voorzieningen die bij een dergelijk verloop van de muur bij de kruisingen met de rivier nodig zouden zijn geweest.

Hierboven heb ik oorkonden besproken die aantonen dat de stadsmuur zowel ten zuiden als ten noorden van de Brugstraat op de oostelijke oever van de A heeft gestaan. Ik heb ook aangestipt dat Jacob van Deventer de muur op die plekken niet heeft gezien. Merkwaardigerwijs tekende Van Deventer de oude stadsmuur wel aan het noordelijke einde
van het Hoge der A, ofschoon dit gedeelte van de muur ten tijde van zijn verblijf in Groningen geheel was opgenomen in de huizen die er toen stonden.

Het is in dit bestek niet mogelijk een complete analyse te geven van de archiefstukken die informatie bevatten over de panden die op het driehoekige terrein hebben gestaan dat
gelegen is tussen de A en het noordelijke uiteinde van het Hoge der A. Deze panden zijn in de loop der tijd in het bezit gekomen van instellingen waarover het Groninger stadsbestuur de voogdij voerde. Aan die omstandigheid is het te danken dat de oude overdrachts- en andere akten over deze huizen bewaard gebleven zijn. De documentatie over panden die altijd in particuliere hand zijn gebleven – de overgrote meerderheid – is vrijwel geheel verloren gegaan.

Uitsnede uit de vogelvluchtplattegrond van Braun en Hogenberg (1575). Op de plek waar sinds het einde van de achttiende eeuw de vishal stond hebben enkele huizen gestaan. Tussen deze panden en de huidige panden Hoge der A 36 en 37 zien we de Lutke Kranepoort. Links op het bolwerk staat de kraan.

Op het bedoelde terrein is veel later, in de jaren 1766-1767, een nieuwe vismarkt ingericht, compleet met visafslag, visbanken, loodsen en een kantoor voor de ‘visschrijver’."23" Op de  plattegrond van Braun en Hogenberg uit 1575 zien we hier een vijftal huizen. We zien ze ook nog – met enkele kleine aanbouwsels aan de noordzijde – op de vogelvluchtkaart van Haubois. Deze huizen zijn in de loop van de vijftiende eeuw gebouwd."24" In de oorkonden wordt de locatie ervan beschreven als: gelegen ‘ten noorden bij de A’, tussen de Meester Albertstoren (waarschijnlijk de latere Kassentoren, ten zuiden van de ‘Lutke Kranepoort’) en de ronde Harkestoren.

Bewerkte en aangevulde uitsnede uit de vogelvluchtplattegrond van Egbert Haubois (1643). Bewerkte en aangevulde uitsnede uit de vogelvluchtplattegrond van Egbert Haubois (1643).

  1. Lutke Kranepoort, Nieuwebrugpoort of Binnen-Kranepoort (toegevoegd naar het voorbeeld van Braun en Hogenberg).
  2. Kassentoren, vroeger Meester Albertstoren geheten (toegevoegd).
  3. Ten noorden van de huizen die ook op de plattegrond van Braun en Hogenberg staan afgebeeld liggen enkele kleine bouwsels. In de legger van stadsinkomsten van 1584 worden ze vermeld als (rechts) een ‘tassche’ aan de Kassentoren en (links) en ‘boe’ (schuur) tussen de ‘tassche’ en de Kranepoort.
  4. Het huis dat na 1428 door Herman Berneers is gebouwd op de uitgelegde walkant van de A. De beide huizen links daarvan zijn tussen 1462 en 1468 gebouwd door Johan Dircksz van Utrecht.
  5. Dit huis stond bekend als ‘de Toren’. In 1495 wordt het ‘Harkestoren’ genoemd. In 1434 kreeg Rode Mencke toestemming om de ronde toren ter plaatse af te breken en te vervangen door een nieuwe, wat verder naar het westen (?). Vermoedelijk mocht hij het bijgelegen erf bebouwen.

Tussen 4 en 5 was oorspronkelijk een open ruimte, met een poort naar het water. In 1495 is sprake van een kamer ‘tussen beide huizen’.

Herman Berneers was de eerste die hier een huis mocht bouwen. Volgens een akte uit 1428 mocht hij de muur in westelijke richting ‘uitzetten in het diep’."25" Dat wil zeggen dat hij een nieuw stuk (stads)muur mocht bouwen langs het door hem verworven perceel en dat hij die muur verder naar het westen mocht plaatsen. De stad zou dan zorgen voor de dwarsmuur die nodig was om aan de noordzijde van het perceel de verbinding te maken tussen de oude stadsmuur en de nieuwe, die ‘int water’ zou worden opgetrokken. Hieruit kunnen we opmaken dat zich op deze plaats tussen de oude stadsmuur en de A een vrij brede ruimte heeft bevonden die – wellicht na enige ophoging – geschikt was om te worden bebouwd. Tussen de nieuwe muur en het hier te bouwen huis moest Herman een weg van 7 voet breedte vrijlaten. Hij moest ook aan de zuidzijde een even brede ruimte open laten tussen zijn huis en de Harkestoren.

Weldra werden ten noorden en ten zuiden van Herman Berneers’ huis nog enkele andere panden gebouwd. Uit latere documenten blijkt dat de eigenaren van die huizen de weg achter de muur mochten overkluizen in die zin, dat ze hun bovenverdieping(en) over die weg mochten uitbouwen, zodat hun westelijke gevels op de muur kwamen te staan en de weg een soort inpandige gang werd. Bepaald werd dat de eigenaren eventuele vensters in de westelijke gevels (dus boven op de muur) van tralies moesten voorzien. Iets dergelijks gebeurde ook met de Harkestoren. De man die dit bouwwerk mocht gebruiken, kreeg toestemming om de toren af te breken en een eindje verder naar het westen (?) weer op te bouwen, mits hij een weg achter de muur vrijliet.

Een akte uit 1468 maakt duidelijk dat aan de gang achter de muur zelfs toen nog defensieve betekenis werd toegekend."26" De gebruiker van het betreffende pand mocht in vredestijd met de gang doen wat hij wilde, mits hij hem niet blokkeerde. Hij mocht de gang zelfs afsluiten met houten tralies. Zo bleef er van buitenaf zicht op hetgeen daar gebeurde en kon gecontroleerd worden of de doorgang wel vrij gehouden werd. In tijd van oorlog ‘offte ander onwylle’ zouden de traliehekken moeten worden weggehaald, zodat de gang voor de defensie kon worden gebruikt.

De hier beschreven situatie doet denken aan die welke we op de plattegronden van Braun en Hogenberg en Haubois aantroffen bij het pand op de noordoostelijke hoek van de Abrug. Ook daar zagen we sporen die erop wezen dat ten westen van het oorspronkelijke huis aanvankelijk een lege strook heeft gelegen die later is bebouwd en bij het hoofdpand is getrokken. Zou hier, aan de kop van de Brugstraat, hetzelfde zijn gebeurd als ‘ten Noorden bij de A’?

Hoge der A hoek Visserstraat, maart 2013. Op dit nu open terrein zijn in de loop van de 15e eeuw verschillende huizen gebouwd. Hoge der A hoek Visserstraat, maart 2013. Op dit nu open terrein zijn in de loop van de 15e eeuw verschillende huizen gebouwd.

De situatie aan het noordelijke uiteinde van het Hoge der A met de oude en nieuwe, ‘uitgezette’ stadsmuur (in rood). De situatie aan het noordelijke uiteinde van het Hoge der A met de oude en nieuwe, ‘uitgezette’ stadsmuur (in rood).
  1. De plaats van de Lutke Kranepoort. Vermoedelijk is deze pas aan het eind van de vijftiende eeuw aangebracht, in samenhang met de ontwikkeling van de haven aan de noordwestzijde van de stad.
  2. De Meester Albertstoren, later Kassentoren genaamd.
  3. Het huis dat Herman Berneers tussen 1428 en 1433 heeft gebouwd.
  4. De Ronde toren of Harkestoren, die in 1434 in gebruik gegeven is aan Mencke Johans van der Wolde.

Groen: het perceel dat Herman Berneers in 1428 van het stadsbestuur kreeg. Hij mocht het uitbreiden in de richting van de rivier. De nieuwe muur ten noorden van zijn perceel zou door de stad worden bekostigd, zelf moest hij de muur ten zuidwesten bouwen tot halverwege de gang ten zuiden ervan. De stad zou ook het vervolg van de muur zetten tot aan de Harkestoren.

Oranje: open ruimte tussen het perceel van Herman Berneers en de Harkestoren. Hier bevond zich een poort in de (oude) stadsmuur. In 1495 stond hier een ‘kamer’.

Rood: het huis dat later ‘de Toren’ werd genoemd.

23.

GrA T1605-475/10 (bestekboek 1765-1766, fol. 207v-214v).

24.

GrA T1377-665 (1428-1485) en T1377-660/41 (1434).

25.

Akte van 28 februari 1428 (GrA T1377-665/34).

26.

Akte van 15 juni 1468 (GrA T1377-665/107).