Zoek op de website

Terug naar de brug

Het lijkt erop dat ook ter weerszijden van de Abrug – net als ‘ten Noorden bij de A’ – een vrij brede strook heeft gelegen tussen de rivier en de oude stadsmuur. Dat wordt bevestigd door een akte van 29 september 1454, waarin sprake is van het gebruik van ‘Johan Drinckuuts wall’ aan de noordzijde van de Apoort."27" Mogelijk heeft het stadsbestuur ook hier aan belanghebbenden toestemming gegeven om de strook tussen de rivier en de oude stadsmuur op te hogen en te bebouwen. In dat geval zal ook hier, ter waarborging van de
verdedigbaarheid van de stad, de stadsmuur ter weerszijden van de Brugstraat in westelijke richting zijn ‘uitgezet’. Dat wil zeggen dat er vanuit het water een nieuwe muur moest worden opgemetseld. Het ligt voor de hand dat ook hier aan de binnenkant van de muur een publieke ‘stadsweg’ moest worden vrijgehouden.

Abrug naar het zuiden (april 2013). Abrug naar het zuiden (april 2013).

Uit de reeds besproken oorkonde van 5 december 1454 – slechts twee maanden na de vermelding van het gebruik van de wal ten noorden van de Apoort – weten we dat Hugo Nyetap de eigenaar was van een huis ‘op de stadsmuur, aan de noordkant van de Apoort’."28" Misschien is hij de man geweest die verlof kreeg om de strook ten westen van zijn huis te ‘betimmeren’, dat wil zeggen: de ‘stadsweg’ te overkluizen en zijn westgevel op de (nieuwe) muur te zetten. Driekwart eeuw later, toen de muur en de weg hun defensieve functie geheel waren kwijtgeraakt, kon de overkluisde weg in zijn geheel in het huis worden opgenomen. Aan de zuidzijde van de Brugstraat (ten westen van Brugstraat 34) is de weg niet overbouwd; hij is tot op de dag van vandaag open gebleven.

Het feit dat er zowel ‘ten Noorden bij de A’ als ten noorden van de Brugstraat een muur op de oostelijke oever van de A heeft gestaan, wil nog niet zeggen dat de muur over de volle lengte van de oostelijke rivieroever heeft doorgelopen. Tot dusver hebben we ook geen ander overtuigend bewijs gevonden voor de stelling dat ook tussen de Harkestoren in het noorden en Hugo Nyetaps huis in het zuiden een muur heeft gestaan. We kunnen het echter ook niet uitsluiten. In het bijzonder de mogelijkheid dat de Turftoren halverwege de oostelijke oever van de A heeft gestaan zou een aanwijzing kunnen zijn voor de aanwezigheid van een muur op die plaats. Volledige zekerheid over de plaats van de Turftoren is er echter niet. Zelfs wanneer we met zekerheid konden zeggen dat hij op de oostoever heeft gestaan, mogen we daaruit niet de conclusie trekken dat dus ook de muur daar heeft gelopen. We moeten rekening houden met de mogelijkheid dat de Turftoren een losstaand gebouw is geweest en dat het waterfront tussen de Harkestoren en Hugo Nyetaps huis vrij was. Daarmee spoort de aanwezigheid van grote dertiende-eeuwse huizen aan het Hoge der A. Deze huizen doen vermoeden dat zij een functie hebben gehad die samenhangt met havenactiviteiten aan de oostelijke rivieroever. Het ontbreken van een muur zouden we kunnen verklaren door te verwijzen naar de uiterst lage ligging van het gebied ten westen van de A. Dit zal gedurende een groot gedeelte van het jaar onder water hebben gestaan of zo drassig zijn geweest, dat van die zijde geen gevaar te duchten was. Het bouwen van een muur op de oostelijke oever van de A was dus vanuit het oogpunt van de defensie overbodig. Bovendien zou een muur op die plaats hinderlijk zijn geweest voor het aan- en afvoeren van goederen die per schip over de A werden vervoerd. Ik ben dus niet in staat een definitief vonnis te vellen in de zaak tussen Gerrit Overdiep enerzijds en Van Giffen en Praamstra anderzijds. Het is niet uitgesloten dat beide partijen de plank missloegen. Ik heb geen reden om, zoals Van Giffen en Praamstra deden, aan te nemen dat de stadsmuur ten westen van de A liep, maar ben ook niet overtuigd van de Overdieps stelling dat hij over de volle lengte van het Hoge der A stond.

Reconstructie van de mogelijke ontwikkeling ter weerszijden van de Brugstraat. Reconstructie van de mogelijke ontwikkeling ter weerszijden van de Brugstraat.

De situatie aan de kop van de Brugstraat lijkt op die ‘ten Noorden bij de A’. De in de akte van 1263 vermelde percelen zijn aangegeven als groene vlakken, de transparante bruine vlakken geven de bebouwing aan zoals we die we op de plattegronden van Braun en Hogenberg en Haubois zien.
De ruimte die er oorspronkelijk is geweest tussen de stadsmuur en de rivier, is opgehoogd en vermoedelijk in de vijftiende eeuw bebouwd. Daarbij is, net zoals ten Noorden bij de A, ook hier de stadsmuur in westelijke richting uitgezet. De nieuwe muur is hier aangegeven met een zwarte lijn. De nieuwe stadsweg achter de muur (geel) is aan ten noorden van Brugstraat overkluisd, aan de zuidzijde is de weg herkenbaar aan de smalle strook tussen het huis en de A. Nadat in de Gelderse tijd ter hoogte van de Westersingel een zwaar bolwerk was aangelegd, verloren ook aan de Brugstraat de muur en de weg daarachter hun functie, zodat ze konden worden verwijderd of opgenomen in de bebouwing.

Vier Apoorten. Vier Apoorten.
  1. De oudste, 13e eeuwse (?) ‘Binnenste Apoort. Vermoedelijk afgebroken tussen 1511 en 1534
  2. De Binnen-Apoort van c. 1470, aanvankelijk van hout, sinds 1517 van steen. Deze poort is in 1828 afgebroken.
  3. De Buiten-Apoort uit de Gelderse tijd (c. 1530); aanvankelijk opgetrokken in hout, in 1553 vervangen door een stenen gebouw en omstreeks 1620 afgebroken in verband met de aanleg van de nieuwe omwalling.
  4. De ‘Buitenste Apoort’ van 1623 was aanvankelijk niet meer dan een overkluisde doorgang door de nieuwe wal, maar werd in 1657 voorzien van een opbouw in renaissancistische stijl. Afgebroken in 1859.
27.

GrA T1377-665/79.

28.

GrA T172-171/324.