Zoek op de website

De borg Verhildersum en haar machtige vrouwen

Portret van de familie Tjarda van Starkenborgh door Martinus van Grevenbroeck, circa 1670. Collectie Landgoed Borg Verhildersum. Portret van de familie Tjarda van Starkenborgh door Martinus van Grevenbroeck, circa 1670. Collectie Landgoed Borg Verhildersum.

Dit is het portret van de familie Tjarda van Starkenborgh. De jongeman op de voorgrond in het midden is Edzard Jacob. Als oudste nog levende zoon van Allard Tjarda van Starkenborgh en Gratia Susanna Clant erft hij de borg Verhildersum.

Frouwina Eeck (1657-1680), de eerste vrouw van Edzard Jacob, overleed een week na de geboorte van hun dochter Gratia Susanna Tjarda van Starkenborgh. Het tweede huwelijk van Edzard Jacob is met Anna Habina Lewe van Middelstum in 1648.

Anna Habina Lewe van Middelstum

Edzard Jacob overlijdt in 1716 en zijn eigendommen worden verdeeld over Anna Habina en hun kinderen. Anna Habina blijft in bezit van de borg en de weduwe blijft nog jaren op Verhildersum wonen. Tevens blijft zij een belangrijke rol spelen in de regio.

Macht en inkomsten zijn veelal verbonden aan heerlijke rechten. Deze heerlijke rechten geven hoofdelingen en jonkers bijvoorbeeld het recht om bepaalde ambtelijke functies uit te oefenen, maar ook het recht om zwanen te houden (zwanendrift). Dat Anna Habina veel macht heeft blijkt onder andere uit de rol die zij speelt als unicus collator voor de kerk.

Die rol geeft haar het recht tot het benoemen van een dominee en schoolmeester. Anna Habina is degene die in 1733 de opdracht geeft tot het bouwen van een nieuw orgel in de kerk te Leens. Dat er opdracht werd gegeven tot het bouwen van een orgel was geen willekeurige keuze, het was in de 17e eeuw en 18e eeuw een zeer belangrijk prestigeobject.

Het interieur van de borg

Inventaris van de nalatenschap van Anna Habina Lewe, 1738. Collectie RHC Groninger Archieven (623-650). Inventaris van de nalatenschap van Anna Habina Lewe, 1738. Collectie RHC Groninger Archieven (623-650).

In 1738 overlijdt Anna Habina Lewe. Haar erfgenamen laten een lijst maken van al haar bezittingen: een boedelinventaris.

Het opschrijven van alle onroerende goederen, waardepapieren, linnengoed, huisraad en vee is twee dagen werk en levert een lijst op van maar liefst zeventien pagina’s.

De borg Verhildersum telt op dat moment ook heel wat kamers: er is een witte zaal, studeer kamer, bonte of Froulijns kamer, praeceptors kamer (kamer van de huisonderwijzer), kleer solder, beuns (zolder), galderie (galerij), benedenzaal, eet kamer, oude slaapkamer, ganck, bonte kamer, voorhuis, keuken, kelder en een schathuis (in gebruik als schuur).

Voor elk van deze kamers geeft de boedelinventaris een opsomming van alle waardevolle meubels en voorwerpen in dat vertrek.

Dat maakt het mogelijk om te reconstrueren hoe de ruimte was ingericht.

Neem bijvoorbeeld de bonte kamer. Vertrekken werden vaak genoemd naar de kleur van het interieur. De bonte kamer zal dus een veelkleurige indruk hebben gemaakt, maar om welke kleuren het ging, weten we niet. De boedelinventaris vertelt alleen dat de vier gordijnen voor de ramen groen waren. Het beeldbepalende meubel in de kamer was een Ledicant met behangsel, oftewel een hemelbed. Dat bed was opgedekt met een matras, een langwerpig onderkussen, vier hoofdkussens en een japonse deken.

Dat er een bed in de kamer stond, betekent niet dat de kamer in de eerste plaats als slaapkamer werd gebruikt. In de 18e eeuw was een pronkledikant juist een onmisbaar meubelstuk voor de belangrijkste ontvangstruimte. Dat idee had men afgekeken van het Franse staatsie-appartement en het bleef in Groningen tot ver in de 18e eeuw populair. Behalve het hemelbed stond er in de bonte kamer ook een grote kast van notenhout, een armstoel en zes andere stoelen met losse kussens erop. Ook was er een groep meubels die we een triade noemen: aan de wand hing een spiegel, daaronder was een tafel geplaatst en aan weerszijden daarvan een klein tafeltje op één poot: een guéridon. Over de tafel hing een kleed en er lag een wit servet.

Elders in de kamer hing nog een spiegel en boven de deur hing een schilderij. Er waren ook een paar kleine meubels: een kerktafeltje, een koffertje en een kistje. Maar de grootste blikvanger in de bonte kamer was waarschijnlijk het grote schilderie sijnde een Familiestuck. Zou dit soms het familieportret zijn? Dat schilderij is omstreeks 1670 geschilderd door Martinus van Grevenbroeck. Er is een theorie dat het familieportret oorspronkelijk gemaakt was voor het stadshuis van de familie, maar deze boedelinventaris doet vermoeden dat het in 1738 in de borg hing. Tegenwoordig hangt het schilderij in de zaal van de borg.

Een andere kast van de familie Tjarda van Starkenborgh, nu te zien in de eetkamer van de borg. Kolom-kussenkast, 2e h. 17e eeuw. Collectie Landgoed Borg Verhildersum. Een andere kast van de familie Tjarda van Starkenborgh, nu te zien in de eetkamer van de borg. Kolom-kussenkast, 2e h. 17e eeuw. Collectie Landgoed Borg Verhildersum.

Margaretha Bouwina Tjarda van Starkenborgh

Detail uit de kwartierstaat van Margaretha Bouwina Tjarda van Starkenborgh (1703-1785). Collectie Landgoed Borg Verhildersum. Detail uit de kwartierstaat van Margaretha Bouwina Tjarda van Starkenborgh (1703-1785). Collectie Landgoed Borg Verhildersum.

Na het overlijden van Anna Habina in 1738 blijkt dat alleen de nog in leven zijnde zoons, Eilco Onsta, Edzard Jacob en Evert Barthold, de borg Verhildersum erven. Eilco Onsta Tjarda van Starkenborgh gaat samen met zijn vrouw Eltje Jacobs Bennema op de borg wonen, het echtpaar blijft echter kinderloos.

En wanneer in 1741 en 1742 de andere broers elk hun derde deel verkopen aan hun nicht Margaretha Bouwina Tjarda van Starkenborgh heeft Eilco Onsta geen keus en verkoopt zijn deel ook aan zijn nicht in 1742. Wel laat hij vastleggen dat hij er levenslang mag blijven wonen en na 1750 (het jaar dat Eilco is overleden) wordt de borg door Margaretha Bouwina te huur aangeboden.

Margaretha Bouwina is getrouwd met Egbert Rengers en één van de meest machtige vrouwen uit de Ommelanden in de 18e eeuw. Hoe belangrijk zij is blijkt ook uit het plichtvers dat voor haar en haar echtgenoot is geschreven. Al eerder werd gewezen op het collatierecht waaronder onderwijs en dus het benoemen van een schoolmeester valt.

De schoolmeester van Farmsum, Theodorus Thermoij, maakte in 1720 voor het huwelijk van Egbert Rengers en Margaretha Bouwina een zelf vervaardigd vers. Dit plichtvers werd voorgedragen wanneer het echtpaar na het huwelijk de inrijpoort van de borg te Farmsum binnen ging. Op het voorplein stonden het dienstpersoneel en dorpsgenoten. Voordat Theodorus Thermoij het plichtvers vol met lovende woorden voor het echtpaar voordroeg, maakte hij meerdere diepe buigingen van eerbiedige trouw.

Plichtvers door Theodorus Thermoij, 1720. Collectie RHC Groninger Archieven (619-256). Plichtvers door Theodorus Thermoij, 1720. Collectie RHC Groninger Archieven (619-256).

Twee coupletten uit het drie pagina’s lange plichtvers onthullen een stukje van de eerbied tegenover het echtpaar:

‘Heer Rengers staet verwonnen, daer hij wint,
Aen Juffer Starkenborgh door trouw sigh bindt,
Biedt haer sijn handt, en kust van die jij mint
De schone konen.
[…]
Mijnheer, Mevrouw van Farmsums zee-gehught,
Met diep eerbied bij mij seer hoogh gedught
Laet toe, dat ook voor U mijn ziele gesught
Ten hemel kome.’

Het plichtvers is op dit moment te bewonderen in het koetshuis op landgoed Verhildersum te Leens. Hier is van 29 maart tot met 15 september 2013 de tentoonstelling De terugkomst van de bewoners, waar diverse akten en voorwerpen van de familie Onsta, Tjarda van Starkenborgh, Van Bolhuis en Frima te zien zijn.

Meer weten?

Johan de Haan, ‘Hier ziet men uit Paleizen’, het Groninger interieur in de zeventiende en achttiende eeuw. Groninger Historische Reeks 31. Assen 2005.

Riektje Annie Luitjens-Dijkveld Stol, De borg Verhildersum en zijn bewoners. Niemeijer. Groningen 1983.

Gert Oost, Bert Wisgerhof en Piet Hartemink, Er staat een orgel in.. 60 belangrijke orgels uit alle provincies van Nederland. Bosch & Keuning. Utrecht 1983.

T., ‘De borg te Farmsum’,Ter Verpoozing. Populair letterkundig wekelijksch Bijblad van het Nieuwsblad van het Noorden 336 (Groningen, 14 januari 1928) 1.

RHC GrA, toegang 581: Familie Tjarda van Starkenborgh (1), 1500-1919, inv.nr. 17: Akte van scheiding tussen Anna Habina Lewe ter ene, en haar kinderen ter andere zijde, met betrekking tot de nalatenschap van Edzart Jacob Tjaarda van Starkenborg.

RHC GrA, toegang 623: Archief Menkema en Dijksterhuis (1), 1465 – 1901, inv.nr. 650: Inventaris van de nalatenschap van Anna Habina Lewe, douairière Tjarda van Starkenborg, vrouw van Leens, 20 en 22 september 1738.

RHC GrA, toegang 619: Archief Borg Farmsum, 1246 – 1912, inv.nr. 256: Plight-vers aangeboden aan jr. Egbert Renger bij zijn intrede te Farmsum met zijn jonge vrouw M.B. Tjarda van Starkenborch door T. Termoy, schoolmeester.

Jeanine Oostland en Frederiekje de Jongh