Zoek op de website

De overlijdensakte van Josef Cohen

Een van de akten van de Burgerlijke Stand die deze maand openbaar worden, is de overlijdensakte van de schrijver en bibliotheekman Josef Cohen. Hij stierf op 12 juli 1965 in de stad Groningen, 79 jaar oud.

Josef Cohen met dochter Cornelia Riwka, ca. 1935. Krantenfoto (818-23567). Josef Cohen met dochter Cornelia Riwka, ca. 1935. Krantenfoto (818-23567).

De fatale hartaanval was zijn tweede. Een jaar eerder overleed zijn vrouw Corry. Hij had haar jarenlang toegewijd verpleegd. Na haar dood was hij ontredderd geweest, maar ging ook weer aan de zwerf, hoewel hij het van de dokter kalm aan moest doen.

Hij was een enthousiast wandelaar, die bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam even goed kende als Groningen. Daarnaast was hij hier een bekende stadsfiguur. Hij viel op door zijn opgewekte praatjes dwars over de straat heen en de clowneske bekken die hij daarbij trok. Mogelijk betrof het een tegendraadse reactie op de gezichten die hij zag: allemaal stijf in de plooi. Theatraliteit was hem ook niet vreemd bij de vele lezingen die hij gaf, zowel hier als elders – zelfs de simpelste verhalen gingen gepaard met imitaties en weidse gebaren.

Hij was in 1886 geboren te Deventer, waar zijn vader een meubelzaak had. Van zijn traditioneel-joodse opvoeding zou hij zich later distanciëren, tot hij zich bekeerde tot een vrijzinnig protestants christendom (1936).  Hij doorliep de HBS en werd in 1904 journalist bij De Telegraaf. In 1908 ging hij alsnog studeren: Duits in Göttingen. Lang duurde dat niet, hij keerde terug naar Deventer, probeerde te leven van de pen, kreeg kennis aan de hervormde lerares handwerken Corry van Hamersveld en zocht een vaste baan toen de wederzijdse familie bezwaren tegen hun trouwplannen had.

Het huwelijk ging door in 1914, want Cohens baan was vanaf toen het directeurschap van de ‘Openbare Leeszaal en Boekerij’ aan de Vismarkt in Groningen. Dankzij zijn flair, intelligentie, talenknobbel en literatuurkennis koos het bestuur hem uit 92 sollicitanten. De openbare bibliotheek was destijds nog een klein bedrijf, maar zou zich in de loop der jaren sterk ontwikkelen. Cohen bleek goed in klantcontacten en als leesbevorderaar, maar de administratie was niet zijn fort.

In de oorlog werd hij weldra ontslagen, maar door zijn gemengde huwelijk bleef deportatie hem bespaard. Wel moest hij in maart ’44 naar een werkkamp bij vliegveld Havelte. Zijn medegevangenen probeerde hij daar met verhalen op te beuren. Op Dolle Dinsdag nam hij de benen naar huis en dook onder. Na de oorlog kreeg hij pas met veel moeite zijn baan terug, zij het dat die qua takenpakket gehalveerd was. Hij voelde zich onrechtvaardig behandeld en voerde weinig meer uit tot zijn pensionering in 1951.

Veel bekender dan als bibliotheekman, was Josef Cohen als letterkundige. Zo verzamelde hij sagen en legenden, die hij in 1917- 1919 publiceerde in een tweedelig standaardwerk. Samen met de onderwijzer Wytze Keuning maakte hij schoolboekjes, veelal geïllustreerd door Johan Dijkstra.  Verder schreef hij poëzie, sprookjes, korte verhalen, novellen, historische en moderne romans, hoorspelen en toneelstukken. Ook vertaalde hij Duits, Engels, Frans en Spaans werk. Zijn Moord in het Dennenbosch (1926) geldt als een van de allereerste Nederlandse detectives. Aanvankelijk was zijn literaire werk stilistisch sterk geënt op de Tachtigers en het naturalisme en daarmee overdreven precieus en barok. Gaandeweg maakte de overdaad echter plaats voor eenvoud.

Volgens kritische beschouwers loopt Cohens werk in kwaliteit zeer uiteen. Waardering is er voor zijn originaliteit en experimenteerlust. Vooral zijn na-oorlogse novellen verdienen een beter lot dan vergetelheid. Bij een novelle als Wilt u rassenschennis, mijnheer? dwingt zijn zich verplaatsen in een Duitse oorlogsmisdadiger bewondering af. Aan publiek eerbetoon heeft het Cohen ook niet ontbroken, zo kreeg hij een literatuurprijs van de stad Amsterdam (1949), de Groningse Hendrik de Vriesprijs (1954)  en de Culturele Prijs van de stad Groningen (1959).  Toch zullen er maar weinigen zijn, die zijn werk nu nog kennen.

Overlijdensakte van Josef Cohen, 1965 (2111-1265) Overlijdensakte van Josef Cohen, 1965 (2111-1265)

De akte:

RHC Groninger Archieven, Toegang 2111, inv.nr. 1265.

 

Literatuur: