Zoek op de website

De sleutel van de molenbus

Soms kom je in archiefstukken opmerkelijke zaken tegen. In een enkel geval zelfs letterlijk opmerkelijk. Zo toonde een studiezaalbezoeker onlangs een ingenaaid stuk papier waar iets groots en zwaars in leek te zitten.

Het bevond zich in een pakket met ingekomen en minuten van uitgaande stukken van 28-30 november 1833, in het archief van de Gouverneur van de Provincie Groningen. Bij nadere inspectie bleek het hier te gaan om een forse ijzeren sleutel, vergezeld van een brief. De brief is gedateerd op 22 november 1833 en van de hand van Lambertus Jan Hora Siccama, toentertijd hoofdinspecteur der Directe Belastingen en in- en uitgaande Regten en Accijnzen te Winschoten. Hora Siccama verzoekt de gouverneur, op dat moment Willem Frederik Lodewijk Rengers, om een molenbus voor de te herbouwen koren- en pelmolen te Noordbroek. Bovendien stuurt hij de sleutel terug van de met de vorige molen verbrande molenbus.

De vraag is dan natuurlijk, wat is een molenbus en hoe kan het dat er nog een sleutel is, terwijl de molenbus zelf, net als de gehele molen, is afgebrand?

Een opmerkelijk voorwerp in het archief van de gouverneur van de Provincie Groningen...
Een opmerkelijk voorwerp in het archief van de gouverneur van de Provincie Groningen...
...de sleutel van de molenbus van Noordbroek! (Foto's: Marij Kloosterhof)
...de sleutel van de molenbus van Noordbroek! (Foto's: Marij Kloosterhof)

Die molenbus heeft te maken met een vorm belastingheffing. Specifieker gesteld: met de belasting op het Gemaal, die ten tijde van de Tachtigjarige oorlog door de opstandelingen werd ingevoerd om de strijd te bekostigen. De belasting op het Gemaal, in Groningen vanaf 1594, was een accijns, geheven op het bij de molenaar ter vermaling aangevoerde graan. Deze belasting was nogal fraudegevoelig. Er kwamen in de loop der tijd dan ook steeds nieuwe aanpassingen en regels om fraude en misbruik tegen te gaan. Zo werd het op een gegeven moment bijvoorbeeld niet meer toegestaan dat een molenaar tevens een bakkerij had, of meel verkocht. Hij kon dan niet stiekem graan malen en daar meteen broden van bakken.

In 1628 werden door de Staten van Groningen molenopzichters aangesteld, cherchers (op z’n Groningers sarries), omdat belastingontduikingen en fraudes bleven plaatsvinden. Deze cherchers woonden in chercherswoningen (sarrieshutten) bij de molen. Het moge duidelijk zijn dat cherchers niet zo geliefd waren, zeker niet bij molenaars.

In 1806 werd een nationaal belastingstelsel ingevoerd. De belasting op het Gemaal vormde hierin een zeer voorname inkomstenbron. In de provincie Groningen werd in dat jaar de molenbus ingevoerd. Hierin moesten de kwitanties van de betaalde belasting worden gestoken. Die kwitanties dienden overeen te komen met de administratie van de belastingontvanger. In de jaren hierna is de Belasting op het Gemaal nog een paar keer afgeschaft en al dan niet in aangepaste vorm weer ingevoerd. In 1855 werd deze belasting definitief afgeschaft.

De molenbus zat dus bevestigd aan de molen en de sleutel ervan bevond zich elders bij de belastingdienst van die tijd. Zo kan het dat de sleutel van de molenbus van Noordbroek er nog is, maar de molenbus zelf niet. In 1833 brandde de molen van Noordbroek af. In hetzelfde jaar werd een nieuwe molen gebouwd en daar was dus een nieuwe molenbus voor nodig die Hora Siccama bestelt. Deze molen was de pel- en korenmolen Aurora, die een tijdje zelfs de hoogste molen van de provincie Groningen is geweest. Daar is nu niets meer van te zien. De Aurora is in 1954 afgebroken. Alleen de straatnaam Molenberg herinnert in het dorp nog aan deze plek waar ooit molens hebben gestaan en waar dus een tijdje ook een molenbus hing.