Zoek op de website

Bewaren of weggooien

Zoals we nu ook vaak verjaardagskaarten, nieuwjaarskaarten, uitnodigingen en dergelijke weggooien nadat het feest is gevierd, gebeurde dat ook vaak met gelegenheidsgedichten. Zodra de gebeurtenis voorbij was, had het stuk de actuele waarde verloren en werd het weggegooid of het belandde als pakpapier bij de kruidenier. Deze vorm van poëzie is dan ook typisch gebruiksliteratuur, geschreven voor een specifieke gebeurtenis.

Gelegenheidsgedichten in druk en handschrift Gelegenheidsgedichten in druk en handschrift

De gedichten werden geschreven of gedrukt op een los vel of in een klein katern van acht bladzijden. Op deze manier kon de dichter snel zorgen voor een passend gedicht voor een verjaardag, de bruiloft van een raadsheer  of de begrafenis van een familielid. Omdat voor bijna elke gelegenheid een gedicht werd gemaakt, moeten er duizenden zijn geschreven. Maar zo'n vel werd dus lang niet altijd bewaard. Door deze tijdelijke gebruikswaarde zijn veel gedichten verloren gegaan, en dus ook de woorden van de dichter.

Toch hebben deze gedichten voor sommigen een persoonlijke waarde gehad, waardoor ze wel bewaard zijn gebleven. Dit kon de familie zijn waarvoor het gedicht was geschreven, een verzamelaar en bewonderaar van het  werk van de dichter of de dichter zelf.

Rutgera Christina Elisabeth van Dongen (1739-1793), GrA (818-23711) Rutgera Christina Elisabeth van Dongen (1739-1793), GrA (818-23711)

Zo heeft Lucas Trip een grote hoeveelheid van zijn geschreven gedichten bewaard en heeft Ludolph Gockinga zijn poëzie gebundeld en in druk uitgegeven. Ook Rutgera Christina Elisabeth van Dongen vond dat haar woorden vereeuwigd moesten worden. Deze dichtende telg uit het adellijke geslacht Van Dongen, trouwde in juni 1768 met Edzard Jacob Tjarda van Starkenborgh. Via vererving kwam het stel in bezit van de Drentse havezate Dunningen en lieten daar een nieuw huis bouwen. Op deze gelegenheid schreef Rutgera het gedicht Bij gelegentheijt van ’t leggen van de eerste steen an ’t Huis te Dunningen den 9 junij 1780. Verder schreef ze gedichten op verjaardagen, huwelijken en overlijden van kennissen en familieleden, maar ook veel religieus geïnspireerde poëzie. Ook op de aankoop van een huis aan de Heerestraat in Groningen schreef ze een gedicht. Al deze gedichten heeft ze overgeschreven in een bundel. In het voorwoord schrijft ze: 'dat ik ze dan Hier inschrijve is om ze niet geheel aan de vergetelhijt op te offeren'. Zij koesterde haar gedichten. Dankzij deze dichters en families beschikken wij tegenwoordig over dit mooie stukje cultureel en literair erfgoed.

Lees verder... 'Hulde aan het bruidspaar'

 

Meer lezen?

  • M. A. Schenkeveld-van der Dussen. “Poëzie als gebruiksartikel: gelegenheidsgedichten in de zeventiende eeuw.” In Historische letterkunde. Facetten van vakbeoefening. Geredigeerd door Marijke Spies, 75-92. Groningen, 1984.
  • Over de sociale waarde van handgeschreven teksten, zie Nelleke Moser. “’Poezijlust en vriendenliefd’. Literaire sociabiliteit in handschrift en druk na 1600.” Spiegel der Letteren 49, 2 (2007): 247-264.