Zoek op de website

'Hulde aan het bruidspaar'

De bruiloft was in de zeventiende en begin achttiende eeuw een publieke aangelegenheid en werd groots gevierd. Familie, vrienden, kennissen en buurtbewoners waren allemaal aanwezig bij de festiviteiten.

De bruiloft van Kloris en Roosje van Cornelis Troost (1696-1750). Collectie Mauritshuis, Den Haag. De bruiloft van Kloris en Roosje van Cornelis Troost (1696-1750). Collectie Mauritshuis, Den Haag.

Op het schilderij van Cornelis Troost is mooi te zien hoe er muziek werd gemaakt, gedanst, gegeten en hoe een dichter zijn bruiloftsvers voordraagt aan de gasten. 

Als een paar besloot te trouwen, kon men ervoor kiezen een acte van huwelijkse voorwaarden te laten opstellen bij de notaris. Als beide partijen akkoord gingen, werd dit contract getekend. Deze gebeurtenis werd  gevierd met de zogenaamde ‘huwelyksluit-maalen’, in Groningen ook wel ‘wijnkopen’ genoemd. Op dezelfde dag of in de dagen erna vond de ondertrouw plaats. Sinds het einde van de zestiende eeuw werd in Groningen de  ondertrouw geregistreerd in het stadhuis onder toezicht van de kerk en de burgerlijke overheid. Vervolgens moest het toekomstige huwelijk op drie verschillende zondagen worden afgekondigd in de kerk. Met de plechtigheid in de hervormde kerk werd het huwelijk voltrokken. In Groningen gebeurde dit meestal in één van de drie hoofdkerken van de stad waarbij alle lagen van de bevolking in de banken aanwezig waren.

Een lijst van benodigdheden voor een bruiloft van honderd personen. Ter gelegenheid van het huwelijk van de Heer Stheeman met Mej. Titia Post op 12 mei 1814. Collectie Groninger Museum. Een lijst van benodigdheden voor een bruiloft van honderd personen. Ter gelegenheid van het huwelijk van de Heer Stheeman met Mej. Titia Post op 12 mei 1814. Collectie Groninger Museum.

Hierop kon het feest beginnen. Er werd gegeten, gedronken, gezongen en gedanst  tot wel acht uur de volgende ochtend. Uit een lijst van benodigdheden voor het huwelijk tussen de heer Stheeman en Titia Post op 12 mei 1814 kunnen we opmaken wat er zoal op het menu stond: soep, hammen, rundvlees, pruimen, appels, aardappels en ‘150 lood Coffij’. En hoeveel drank ging er eigenlijk door? De huwelijksmalen werden onder de gegoede burgerij opgevrolijkt met gedichten en zangen. Voor deze gelegenheid werd een dichter de opdracht gegeven een bruiloftsgedicht te maken, of de dichter schreef uit eigen beweging een gedicht voor het bruidspaar. De voordracht van het gedicht was voor de dichter een goede manier om zijn kunsten te vertonen aan een groot publiek.

Het schrijven en voordragen van bruiloftsverzen kent een lange geschiedenis. Deze traditie stamt uit de Griekse oudheid waar de bruidsloop, de tocht van de bruid vanuit het ouderlijk huis naar dat van de bruidegom, werd bezongen (het epithalamium genoemd). In de middeleeuwen raakt dit in onbruik. Vanaf de Renaissance kent het bruiloftsgedicht een ware bloeiperiode en groeit uit tot een genre met eigen literaire conventies. Vooral in de hogere sociale kringen als regenten- en borgfamilies werd het bruiloftsgedicht als statussymbool gezien. Dit lijkt ook te gelden voor de bundel van 49 bladzijden die werd uitgegeven voor het huwelijk tussen Petrus Geertsema en Sibilla Plantina Clant van Aykema op 15 juni 1746 in Grijpskerk. Negentien gedichten in het Latijn en Nederlands van negentien verschillende dichters bezingen deze verbintenis.

De bruiloftsgedichten werden gedrukt en konden voor een klein bedrag worden gekocht of werden uitgedeeld onder de aanwezigen. De gedichten werden opgesteld volgens vaste literaire conventies. Zo kwamen steevast de deugden van de bruid en bruidegom aan bod, de adellijke afkomst, hun maatschappelijke functies, bezit, de omgeving en werd de wens uitgesproken op spoedig nageslacht.

Een mooi voorbeeld hiervan is het gedicht dat J. de David schreef op de bruiloft Abel Coenders en Biwe Lewe in 1649. Hierin wordt verwezen naar het adellijke geslacht waar de twee uit voortkomen, de huizen Fraam en Onnema die ze door dit huwelijk tot gezamenlijk bezit mogen rekenen en hoe de gemeenschap vol blijdschap het gelukkige paar toejuicht:

Ditz adelijke schaar den vreugden-dag,
Die wy nu vyeren. noit voorwaar, en zag
’t Huys Fraam, nog Husingaas bebouwde kley,
Nog Onnemaa’s, en Sauwerts klaverwy

 

Een liever dag. ‘k Zie ’t Ommeland kryoelt,
’t Gul-hartig boeren-volck de vreugde voelt,
En vroylijk met een schelle keele uyt’t
Een zegen-wenz, aan Bruydegom en Bruyd.

Deze standaardelementen komen vooral voor in de latere gekuiste versie van de bruiloftsgedichten. Oorspronkelijk waren deze gedichten sterk erotische getint met de nadruk op de huwelijksnacht. In een huwelijksdicht  geschreven door Philipus Cnopaeus in 1650 op Ludolf Tiarda van Starkenborgh en Anna Catharina De Mepsche zijn wel zinspelingen in die richting:

Van lust en weeldrigheyt, door-mengelt met de Eer,
Van u vol-maeckte Bruydt het opperste begeer,
Wiens Suycker-soete mondt u kus op kus sal langen,
Wiens Armen als ijvoor bereydt zijn u t’ om-vangen,

 

Met sulcke lieflijckheyt als Venus hare Mars,
Met haer Robijne mondt om-heynt met purp’re kars.
Wat sult ghy in een Zee van volle blijdtschap swemmen!
Hoe sullen uwe ar’ms sigh in malkander klemmen!

 

Ha over-groote vreughd’! My dunckt ick proef het soet,
Dat u nae ’t Bruylofs-bed’ met smert verlangen doet.

Huize Vennebroek te Paterswolde. Ansichtkaart, Dr. Trenkler Co., 1906. RHC GrA (1986-14847). Huize Vennebroek te Paterswolde. Ansichtkaart, Dr. Trenkler Co., 1906. RHC GrA (1986-14847).

Ook Lucas Trip besteedde in zijn gedichten veel aandacht aan de sociale kringen van het echtpaar. Soms geeft hij een inkijkje in de locatie van het feest. Zo dicht hij dat de gouden bruiloft van Gerard Alting en Fokkelyne Blencke is gevierd ‘op den huize Vennebroek’ vanwaar ‘Martens (=Martinikerk) hooge naald hun laangezigten stuit’.

Dichters maakten daarnaast ook vaak reclame voor zichzelf door onder het gedicht te zetten wat ze gestudeerd hadden, dat ze predikant zijn of schoolmeester. Jacob Bolt, een boekdrukker- en verkoper in Groningen,  lijkt dit ook te doen. Zijn naam prijkt vaak op de titelpagina’s als drukker, maar hij schrijft ook zelf gedichten. Soms is hij zelfs drukker en dichter tegelijk, zoals bij de bundel voor het huwelijk tussen Geertsema en Van Aykema die hierboven even werd genoemd. Zo laat Bolt zien dat je bij hem terecht kunt voor drukwerk, maar ook voor gedichten.

Via deze bruiloftsgedichten werd de maatschappelijke positie van het echtpaar zichtbaar gemaakt, kon de dichter reclame voor zichzelf maken en zijn dienst bewijzen als goede relatie.

Lees verder... De laatste eer

Meer lezen?

  • ​Donald Haks. Huwelijk en gezin in Holland in de 17de en 18de eeuw. Utrecht 1985
  • Manon van der Heijden. Huwelijk in Holland. Stedelijke rechtspraak en kerkelijke tucht 1550-1770. Amsterdam: Bert Bakker, 1998
  • Marcel Kremer. Huwelijk en vermogen: Een (rechts)historische case study naar de verzorging van de langstlevende echtgenoot in de stad Groningen onder de doopsgezinden (1699-1809). Amsterdam, 2013
  • A. Pathuis en E. J. Werkman. Beschrijving van de doop-, trouw-, en begraafboeken, enz. in de provincies Groningen en Drenthe, dagtekenende van vóór de invoering van de Burgerlijke Stand. Den Haag, 1953
  • M. A. Schenkeveld-van der Dussen. “Bruiloft- en liefdeslyriek in de achttiende eeuw: de rol van literaire conventies.” In De nieuwe taalgids 67 (974), 449-461