Zoek op de website

Voor wat hoort wat

Via sociale media als Facebook, Twitter, LinkedIn en WhatsApp kunnen we tegenwoordig snel de prestaties en ervaringen van familie, vrienden en kennissen volgen en daar op reageren. We onderhouden op deze manier het contact en breiden ons sociaal en professioneel netwerk uit. Dit is niet alleen van deze tijd, in de zeventiende en de achttiende eeuw werd ook volop ‘genetwerkt’. Om de familie- en vriendenkring in stand te houden, maar ook om de eigen maatschappelijke positie te handhaven en te vergroten.

Vriendschap staat tegenwoordig voor een gevoel van gezelligheid, warmte en gedeelde interesses. In de vroegmoderne tijd waren deze gevoelens een stuk minder belangrijk. De term vriendschap verwees in die tijd naar een relatie op basis van gemeenschappelijke belangen, praktische hulp, morele steun en vertrouwen. Dit sociale netwerk functioneerde daarnaast als vangnet bij tegenslagen, ziekte en ouderdom. In de periode waarover we spreken boden de instellingen van de staat vaak onvoldoende steun in moeilijke tijden. Door de sociale banden aan te halen en te onderhouden, kon men een beroep doen op vrienden en verwanten. Mensen waren op deze manier verzekerd van de steun die ze nodig hadden om verder te komen in het leven.

Johan Geertsema (1693-1758). Promoveerde in 1716 tot doctor in de rechtswetenschappen te Groningen. Foto van een schilderij door W.D. Raad, 2e helft 18e eeuw. RHC GrA (818-23693). Johan Geertsema (1693-1758). Promoveerde in 1716 tot doctor in de rechtswetenschappen te Groningen. Foto van een schilderij door W.D. Raad, 2e helft 18e eeuw. RHC GrA (818-23693).

Om iets te bereiken waren individuele prestaties minder belangrijk. Het ging erom of iemand over de juiste connecties beschikte. Vrienden, verwanten en patroons waren daarom nodig om bijvoorbeeld raadsheer of
burgemeester te worden. De regenten hadden op hun beurt deze vrienden nodig om hun machtspositie te handhaven en zichtbaar te maken. Zo ontstond een wisselwerking waar beide partijen hun voordeel uit haalden. Zo’n vriendschap bestond dan ook op basis van wederkerigheid: voor een dienst werd een tegenprestatie verwacht. Het vergde een behoorlijke hoeveelheid tijd en energie (en soms geld) om aan het verwachtingspatroon
van loyaliteit en vertrouwen te voldoen dat hoorde bij vriendschap. Deze inspanningen waren desalniettemin nodig om verzekerd te blijven van iemands hulp. Door geschenken te geven, visites af te leggen, vriendenalbums
te tekenen en door het schrijven van gelegenheidsgedichten bewees iemand zijn diensten.

 

Gelegenheidspoëzie speelde zo een belangrijke rol bij het in stand houden en uitbreiden van sociale netwerken. Geen gebeurtenis ging voorbij zonder daar aandacht aan te schenken in een gedicht: geboorte, huwelijk, overlijden, promoties, boeken en portretten werden bezongen. Bij de promotie van Johan Geertsema in 1716 werd bijvoorbeeld een bundel van 32 bladzijden uitgegeven in druk met een rijk geïllustreerde titelpagina. Hierin werd de promotie in maar liefst 34 gedichten bezongen in het Grieks, Latijn, Nederlands en Duits. Volgens zijn vrienden beschikte Geertsema over een groot redenaarstalent en zou hem zeker een functie in de stadsregering in het verschiet liggen. Geertsema beschikte echter niet over de juiste relaties in de regentenwereld en na het overlijden van zijn oom, de raadsheer Jacob Appius (1667-1717), werden zijn kansen op een regentencarrière nog kleiner. Probeerde Geertsema via de verspreiding van deze lofzangen grotere bekendheid te krijgen? Het lijkt er wel op. Kennissen als Alexander Arnold Pagenstecher (tevens zijn promotor), Ernst Willem van Gesseler en Regnerius de Cock klommen in ieder geval in de pen om deze gebeurtenis groots en publiekelijk te loven.

Pagina promotiebundel Johan Geertsema. RHC GrA (512-9). Pagina promotiebundel Johan Geertsema. RHC GrA (512-9).

Lees verder... Bewaren of weggooien

Meer lezen?

  • Willem Frijhoff en Marijke Spies.1650. Bevochten eendracht. 2de dr. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2000.
  • Luuc Kooijmans. Vriendschap en de kunst van het overleven in de zeventiende en achttiende eeuw. Amsterdam: Bert Bakker, 1997.
  • Hidde Feenstra. Spinnen in het web. Groningse regenten in relatie tot het omringende platteland in de Republiek. Assen: Van Gorcum, 2007. Over Johan Geertsema met name p. 70-72.