Zoek op de website

Stuk van de maand september

Medewerkers van de Groninger Archieven tonen hun favoriete stuk uit onze collectie. Deze maand vertelt projectmedewerker Henk Wierts over een klacht over geluidsoverlast in de Grote Kromme Elleboog.

In 1901 werd de woningwet van kracht. Deze wet had mede als gevolg dat voor verbouwingen aan woonhuizen voortaan schriftelijk een uitgebreide bouwaanvraag moest worden ingediend bij de gemeente. De aanvraag diende onder meer te worden toegelicht met deugdelijke bouwtekeningen. De RHC Groninger Archieven beheert een grote collectie bouwdossiers grotendeels ontstaan door de invoering van deze woningwet. Ze vormen een rijke bron voor degene die de recente bouwgeschiedenis van een pand wil reconstrueren. Behalve nuttige informatie over de ontwikkeling van een gebouw bevatten de dossiers ook regelmatig allerlei papieren die niet van direct belang zijn voor het achterhalen van de bouwgeschiedenis. Naast bijvoorbeeld kattebelletjes van ambtenaren en diverse rekeningen kan een onderzoeker ook brieven van huiseigenaren aan de gemeente, meldingen van huurders over achterstallig onderhoud of klachten over stank- of geluidsoverlast aantreffen in een bouwdossier. Dergelijke archiefstukken kunnen soms boeiende inkijkjes verschaffen in het verleden.

Zo bevat het bouwdossiers van het pand Grote Kromme Elleboog 4a een briefwisseling tussen de bewoner/eigenaar van een pand in de Stoeldraaierstraat en de gemeente Groningen. Het onderwerp van de briefwisseling is de overlast die de man ondervindt van zijn buren.

Op 10 oktober 1930 schrijft hij aan de gemeente dat er de laatste week een kamer is bijgetimmerd bij zijn buren en hij en zijn gezin daardoor zo'n last hebben gekregen dat "...het precies is (als die menschen aan het praten en lawaaien zijn) of ze bij ons in huis zijn". De briefschrijver vermoedt dat "...het met de bouw dier kamer niet in orde zal zijn, daar [het] door de naden der muren nu erg bij ons doortocht". De gemeente stelt een onderzoek in en legt een bezoek af aan de betreffende woning. Wat blijkt: het pand wordt bewoond door een joods gezin, dat voor de viering van het Loofhuttenfeest een tijdelijke hut op zolder heeft gebouwd. De hut staat, zoals de voorschriften willen, in open verbinding met de buitenlucht... Van een kamer blijkt geen sprake en de gemeente neemt dan ook geen verdere maatregelen.

Even aanbellen bij de buren voor een praatje en wat uitleg had waarschijnlijk papier bespaard zou je zeggen. Maar uit een andere brief in het dossier, over stankoverlast, wordt duidelijk dat wederzijdse buren niet geheel "on speaking terms" waren. De gemeente raakte hierdoor als derde partij betrokken, waardoor wij 85 jaar later iets te weten kunnen komen over ergernissen tussen buren in de jaren dertig.

Het joodse gezin was overigens het gezin van godsdienstonderwijzer Benjamin Stern en Judikje Sanders. Zij overleden in 1943 in Sobibor. Hun enige zoon Meijer overleed een jaar eerder in Auschwitz.

De klacht van de buren, geanonimiseerd (2537-9788).
De klacht van de buren, geanonimiseerd (2537-9788).
De klacht van de buren, geanonimiseerd (2537-9788).
De klacht van de buren, geanonimiseerd (2537-9788).
Het antwoord van de gemeente, geanonimiseerd (2537-9788).
Het antwoord van de gemeente, geanonimiseerd (2537-9788).