Zoek op de website

Wenskaarten

De oudst bekende Nederlandse nieuwjaarswens dateert van 1500.

In de 17e eeuw was het bij allerlei beroepen zoals schoorsteenvegers, lantaarnopstekers e.d.. de gewoonte om met nieuwjaar van deur tot deur te gaan. Zij hadden prenten of almanakken bij zich, die ze aan de deur verkochten. Kennelijk bezorgde dit de nodige overlast, want in november 1694 vaardigde het Groningse stadsbestuur een verbod uit om dit te doen.

Bij de Groninger Archieven bevindt zich een aantal persoonlijke nieuwjaarswensen, de meeste uit de 19e eeuw. De overgrote meerderheid is geschreven door kinderen aan hun dierbare vader/moeder/ouders/grootmoeder/grootvader/oom/tante/voogd. Alle nieuwjaarswensen zijn op rijm. Veel wensen zijn geschreven op speciaal voorgedrukt papier, meestal met sierranden.

De gedichten zijn stichtelijk van aard en zullen doorgaans niet door de kinderen zelf zijn verzonnen. Waarschijnlijk zijn ze van voorbeelden overgeschreven, een klusje dat op nieuwjaarsdag geklaard werd gezien de aanvang van één van de verzen:
De eersteling van ’t nieuwe jaar
Herindert mij mijn kinderpligt
Om u, mij onwaardeerbaar paar
Mijn wensch te bieden (in gedicht)