Zoek op de website

Botje

Griekse jachten luidden einde in voor Botje

door Beno Hofman

In het Noordelijk Scheepvaartmuseum stond begin 2004 de ‘maritieme’ familie Botje centraal.

De legendarische Berend Botje blijkt niet tot de familie te behoren, maar de Botjes van de scheepswerf en machinefabriek Botje, Ensing & Co. aan het Hoendiep en het Reitdiep wel.

Na jaren van grote bloei luidde de bouw van twee grote zeewaardige jachten voor de Griekse reder Goulandris zo’n veertig jaar geleden het einde in van het bedrijf.

Scheepswerf Botje, Ensing & Co  [818-6384] Scheepswerf Botje, Ensing & Co [818-6384]

De werf aan het Hoendiep – op de plaats van de huidige studentenflats – wordt in 1856 gesticht door Alle Gerrits Berkmeijer. In 1878 nemen kapiteinszoon Cornelis Botje en werktuigkundige Willem Ensing het eigendom over.

Met financiële hulp van Botjes schoonvader Everhard Kolk vormen zij dat jaar een ‘vennootschap tot het vervaardigen en herstellen van stoomvaartuigen en machineriën en van alles wat daarop betrekking heeft’.

Tewaterlating sleepstoomboot Hugo Hendrik, 1929 [1785-27985] Tewaterlating sleepstoomboot Hugo Hendrik, 1929 [1785-27985]

Na het overlijden van Kolk ontbinden Ensing en Botje in 1901 hun vennootschap. Voortaan heet de scheepswerf en machinefabriek ‘voorheen Botje, Ensing & Co’.

In 1906 gaat zoon Dirk Herman Botje in het bedrijf werken en als vader Cornelis drie jaar later overlijdt, krijgt hij de leiding. Onder Ir. D.H., zoals personeelsleden hem wel noemen, wordt Botje, Ensing & Co. een van de grootste bedrijven van de stad.

Botje is goed bevriend met ‘Oom Theo’ Niemeijer en hij maakt dan ook menige machine voor de tabaksfabrikant. Maar Botje heeft meer goede klanten, zoals melkfabriek De Ommelanden en het Provinciaal Electriciteits Bedrijf.

Duitse mijnenvegers en engelse 'barges'

Hoewel de werf tijdens de Tweede Wereldoorlog gedwongen wordt Duitse mijnenvegers te bouwen, krijgt de als zeer betrouwbaar aangemerkte D.H. Botje na de bevrijding van Den Haag de taak het schaarse ijzer voor de noordelijke bedrijven te verdelen.

Zijn zoon Everhard, die in de oorlog in Hamburg heeft gewerkt en daar zijn Duitse vrouw heeft leren kennen, neemt dan de leiding van de werf en machinefabriek van zijn vader over. Vader Dirk zal zich echter zijn leven lang met het bedrijf blijven bemoeien.

Tewaterlating van een landingsvaartuig voor de marine [1785-27991] Tewaterlating van een landingsvaartuig voor de marine [1785-27991]

Na de oorlog is het Engelse bedrijf ‘Elder Dempster & Company’ een belangrijke opdrachtgever voor Botje. De Groningers bouwen tientallen kleine sleepbootjes en zogeheten ‘barges’ om onder Engelse vlag in Afrika te varen.

Een andere belangrijke klant is een Zwolse baggermaatschappij, waarvoor Botje onderlossers bouwt. Everhard Botje stapt ondertussen, na scheiding, in 1954 voor de tweede keer in het huwelijksbootje en trouwt de Terschellingse Greta Oepkes.

Een tweede werf

In die tijd gaan de zaken zo goed dat Botje aan het Reitdiep een tweede werf huurt. Het is het omstreeks 1900 door de Gebroeders Bos gestichte bedrijf aan de Frieschestraatweg bij Kostverloren. Botje neemt de huur over van de scheepsbouwers Gebroeders Van Diepen.

Aan het Reitdiep heeft Botje de mogelijkheid grotere schepen te bouwen. Dat komt goed uit, want door het wegvallen van opdrachtgevers als Elder Dempster moet hij in die tijd wel andere wegen in slaan.

De Zurga in 2004 De Zurga in 2004

Zo bouwt Botje de coaster Lady Stella en eind jaren vijftig neemt hij de uitdaging aan een jacht van ruim vijftig meter te bouwen voor de Fransman Allard.

Als toezichthouder bij de bouw komt de Belgische Prins Karel enkele keren naar Groningen.

Op 19 november 1959 wordt de Triaina te water gelaten en in april 1960 is het schip helemaal klaar.

Nu Botje bewezen heeft dat hij een zeewaardig jacht kan bouwen, krijgt hij opdracht er twee van circa 55 meter te bouwen.

Dit keer voor de Griekse reder Goulandris. De bouw van de Zurga verloopt nog redelijk, maar bij de Anemos I gaat het mis. Steeds is er iets.

Dan zijn er extra kosten doordat er een hamer in een luxe badkuip valt, dan doordat de Grieken bij nader inzien ander hout willen.

‘Vrijwillige verkoping’

Nieuwsblad van het Noorden, 9-10-1965 Nieuwsblad van het Noorden, 9-10-1965

Zo kost de bouw veel meer dan voorzien en als de Anemos in de zomer van 1964 moet worden afgebouwd, blijkt het geld op.

Botje heeft dan net besloten de activiteiten in de toekomst te concentreren aan het Reitdiep en het terrein aan het Hoendiep aan de gemeente te verkopen voor de bouw van studentenflats.

Door de acute geldnood komt er van de plannen niets terecht. In 1965 blijkt de situatie zo ernstig dat niet alleen het terrein aan het Hoendiep, maar ook dat aan het Reitdiep moet worden verkocht.

Op 9 oktober van dat jaar kondigt een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden de ‘vrijwillige verkoping’ aan.

Het officiële einde van het bedrijf komt bij de Kamer van Koophandel op 31 januari 1966.

Op dezelfde dag verkrijgen de Bouwmaatschappij Groningen NV en de Stichting Studentenhuisvesting vergunning voor de sloop van de nog aanwezige gebouwen en de bouw van een hoogbouw- en een laagbouwflat.

Het terrein aan het Reitdiep wordt in gebruik genomen door Volkswagenimporteur Ben Pon en Everhard Botje begint aan een nieuwe toekomst als zelfstandig schadetaxateur.

Berend Botje

Berend Botje

Het liedje over Berend Botje is vermoedelijk in het midden van de negentiende eeuw ontstaan. Aangezien er in die tijd geen Berend Botje heeft bestaan, blijft het gissen waar de tekst op slaat. In de loop der jaren zijn er meerdere kandidaat-Berend Botjes naar voren geschoven. Zo is de in Zuidlaren geboren Graaf Lodewijk van Heiden Reinestein (afbeelding boven) een kandidaat. Na het verrichten van heldendaden in de Grieks-Turkse oorlog krijgt hij van de Grieken de bijnaam Bébé en als hij in 1832 met een schip naar zijn geboorteplaats komt, zou Bébé als Berend Botje zijn bezongen. Een andere mogelijkheid is dat Berend Botje eigenlijk de Groningse reder Berend Drenth is, die heel wat verzekeringsgeld – ‘botjes’ (oude muntsoort) – opstrijkt omdat zijn wrakke schepen in de Oostzee vergaan.