Zoek op de website

240 jaar Groote of Heeren Sociëteit

door Beno Hofman

De Groote of Heeren Sociëteit bestond in 2005 240 jaar en is daarmee de oudste gezelligheidsvereniging van Noord-Nederland.

Hoewel de meeste leden al behoorlijk op leeftijd zijn, werd dit lustrum bescheiden gevierd om over tien jaar flink te kunnen uitpakken.

Oprichting en wetten

In het midden van de achttiende eeuw is het oprichten van genootschappen, maatschappijen en sociëteiten in de mode.

Zo besluit ook een aantal Groninger notabelen, hoge officieren en bestuurders een, aanvankelijk naamloze, ‘Societeyt’ te vormen.

Op 1 november leggen de heren in een 36-tal ‘wetten’ vast hoe zij met elkaar om willen gaan. Een ander doel dan ‘conversatie’ schijnt er niet te zijn en bij onenigheid zal er door de ‘directeurs, met overroepinge van drie andere leeden der societeyt bij stemminge met briefjes in der minne worden beslist’.

De ‘wetten’ van de sociëteit spreken ondermeer over de samenstelling van de directie - ‘drie politicque en drie militairen’ – en de mogelijkheden lid te worden van de vereniging.

Artikel 19 vermeldt dat de leden elk jaar op 1 november zes guldens en zes stuivers moeten betalen.

Als zij tussen 10 uur ’s morgens en 9 uur ‘s avonds van de ‘lijste’ gebruiken, zullen hen ‘geene verteeringe hoegenaamd’ in rekening worden gebracht.

Leden die behoefte hebben een gokje te wagen, kunnen dit beter niet doen op de sociëteit want ‘hazardspelen’ worden flink beboet. Ook het meenemen van honden wordt niet op prijs gesteld.

Kennelijk gebeurt dit nog wel eens, want de directie voegt na een jaar een artikel toe waarin wordt bepaald dat voor een meegebrachte viervoeter twaalf stuivers boete moet worden betaald, ‘ten behoeve der armen dezer stad’.

In de eerste jaren van haar bestaan huurt de Groote Sociëteit een bovenzaal van herberg Het Gouden Hooft op de hoek van de Guldenstraat en de Grote Markt.

Bij het lustrum van 2000 is een uithangbord aangebracht naar het voorbeeld van het oorspronkelijke exemplaar ter herinnering aan het verblijf van de sociëteit op deze plek.

Huize Panser

Huize Panser [1785-4849] Huize Panser [1785-4849]

Doordat de club snel in ledental groeit en er meer geld binnenkomt dan er uitgaat, wordt de directie al in maart 1768 gemachtigd een eigen pand te kopen.

Zes jaar later is het zover. Het echtpaar Sibinga biedt het zogeheten Huis Panser aan de Grote Markt te koop aan.

Het lijkt geen toeval dat in datzelfde jaar het voor de Groninger bestuurders zo belangrijke wijnhuis bij het raadhuis wordt gesloopt.

In het Huis Panser komen op de benedenverdieping een biljartkamer en een grote zaal.

Jarenlang bloeit de vereniging, maar in de eerste decennia van de twintigste eeuw loopt het bezoek terug.

‘Men stelt zich thans dikwijls voor, dat het elders gezelliger is’, constateert het Gedenkboek van 1915 wrang.

Een deel van het pand wordt verhuurd aan Pictura, maar ook dit kan niet verhinderen dat de Groote Sociëteit het in 1932 moet verkopen.

Als huurder mag de sociëteit van eigenaar Vereniging ‘Hendrick de Keyser’ het Huis Panser blijven gebruiken, maar zelfs dit geeft problemen. Als de Duitsers het pand in 1940 vorderen, komt dit eigenlijk wel goed uit.

De Faun

De Faun, 1937 [1785-29545] De Faun, 1937 [1785-29545]

De Groote Sociëteit verhuist naar het in 1938 gebouwde café-restaurant De Faun.

Slechts twee jaar blijft de sociëteit hier omdat de Duitsers dan ook dit pand inpikken.

'Riche'

Restaurant Riche, 1968. Foto: E. Folkers [1785-3495] Restaurant Riche, 1968. Foto: E. Folkers [1785-3495]

Zo wordt in ’42 verhuisd naar ‘Riche’ aan de Vismarkt, waar de sociëteit tot de sluiting van het restaurant in 1969 bij elkaar komt.

In 1990 is dit adres gemarkeerd, net als de volgende twee: Hotel de Doelen 1969-’70 en Het Boschhuis 1970-’88. Markeringen van De Faun, Het Schimmelpenninckhuys (sinds 1988) en het Huis Panser ontbreken nog.

Hiervoor is waarschijnlijk het wachten op het grote lustrum van 2015!