Zoek op de website

Vrijmetselaarsloge L’Union Provinciale

Al meer dan 235 jaar Vrijmetselaarsloge L’Union Provinciale

door Beno Hofman

De landelijke vereniging van vrijmetselaren bestaat sinds 1756 en in Groningen werd 15 jaar later de basis gelegd voor de Loge L’Union Provinciale. Hoewel vrijmetselaarsloges gesloten zijn en daardoor worden omgeven door een waas van geheimzinnigheid, treden de Groninger vrijmetselaars steeds vaker in de openbaarheid. De jubilea vormden daartoe een mooie gelegenheid.

De eerste vrijmetselaarsloges ontstaan bijna 300 jaar geleden in Engeland. In 1756 richten tien Nederlandse loges een landelijke vereniging op. In Groningen duurt het tot 1771 voor er een geregistreerde vrijmetselaarsbijeenkomst plaatsvindt.

Oprichting

Op 4 december van dat jaar wordt de aanzet gegeven tot de oprichting van een loge voor stadjers en ommelanders: de Loge L’Union Provinciale. Tot ‘grootmeester’ wordt ‘uitverkoren’ de op dat moment 27-jarige militair Jan Evert Lewe, die afkomstig is van de Loge L’Inséparable te Bergen op Zoom.

De officiële ‘constitutiebrief’ van het in Den Haag gevestigd College van Grootofficieren is verloren gegaan, maar omdat het concept is gedateerd op 14 januari 1772, beschouwen de Groningers dit als oprichtingsdatum.

De eerste bijeenkomsten worden gehouden in herberg De Grote of Vergulde Helm aan de zuidzijde van de Grote Markt, op de plek van het huidige Grand Theatre.

Grote zaal concerthuis, 1930. Foto: Joël de Lange [1785-18837] Grote zaal concerthuis, 1930. Foto: Joël de Lange [1785-18837]

Spoedig blijkt de herberg, vanwege de grote drukte, geen geschikte plaats voor de logebijeenkomsten.

Met onderbrekingen wordt jarenlang gebruik gemaakt van het Concerthuis.

De inrichting van de begin negentiende eeuw gebouwde grote zaal lijkt, volgens bewaard gebleven foto’s, zelfs door vrijmetselaars bepaald.

In 1839 koopt vrijmetselaar Arend Ludolf Wichers een groot pand ten noorden van de hoek van de Oosterstraat en Papengang ten behoeve van de loge. Voordien is er in het achterhuis een katholieke schuilkerk gevestigd geweest en deze ruimte leent zich prima voor een inrichting tot zogeheten vrijmetselaarstempel of – werkplaats.

Drie jaar later wordt de loge zelfs eigenaar van het pand, maar de vreugde is van korte duur. Wegens geldproblemen wordt het in de Provinciale Groninger Courant van 18 juli 1845 te koop aangeboden.

Omzwervingen

Voor de Loge L’Union Provinciale begint weer een periode van omzwervingen, waarbij de vrijmetselaars onder andere opnieuw terechtkomen in het Concerthuis.
In 1867 vinden ze een nieuw vast onderdak in het Ommelanderhuis.
Na vier jaar huurder te zijn geweest, wordt de loge eigenaar van het eeuwenoude pand aan de Schoolstraat.

Vanwege tekortkomingen als ruimtegebrek en slechte ventilatie, kijken de vrijmetselaars na een aantal jaren uit naar iets nieuws. In 1902 deelt voorzittend meester I.J. Brugmans tijdens een bestuursvergadering mee dat er aan de Turfsingel twee huizen en een gedeelte van een tuin te koop zijn.
Het volgende jaar is het benodigde geld er en wordt de koop gesloten.

Het oude Logegebouw aan de Turfsingel WZ 1920. P.B. Kramer [1785-3528] Het oude Logegebouw aan de Turfsingel WZ 1920. P.B. Kramer [1785-3528]

Het ontwerp wordt gemaakt door de vrijmetselaars, de architecten Gerrit Nijhuis, Jan Anthony Mulock Houwer en ambachtschoolleraar Nicolaas Willem Lit. Op 17 februari 1905 zijn ruim 200 vrijmetselaars bijeen ‘om op plechtige wijze de nieuwe tempel te wijden’.

Uitbreidingsplannen van het Provinciehuis dwingen de vrijmetselaars in 1991 om hun logegebouw te verlaten. Na tijdelijk onderdak te hebben gevonden bij de doopsgezinde gemeente, kan op 1 januari 1993 het huidige logegebouw Turfsingel 46 in gebruik worden genomen.

Dit gebouw dient niet alleen als thuisbasis van de nu 235 jaar oude Loge L’Union Provinciale, maar ook van een aantal andere, veel jongere, Groninger loges.

Literatuur o.a.:

B. Lonsain in Groningse Volksalmanak 1963: De huisvesting van de loge L’Union Provinciale te Groningen
 

Ommelanderhuis, Schoolstraat 13

Ommelanderhuis, Schoolstraat 13

Eind 15e eeuw bouwen Johannieter-monniken uit Oosterwierum een refugium of vluchthuis tegen de middeleeuwse stadsmuur. In 1614 wordt het ‘Oosterwierummerhuis’ de woning van de syndicus of pleitbezorger van de Ommelanders. Als de Ommelander gedeputeerden in de stad vergaderen, doen ze dat enige tijd – tot 1676 – in een eigen huis op de hoek van de Marktstraat en de Ossenmarkt OZ. Vanaf 1713 wordt het pand ‘Achter de muur’ hun vaste vergaderadres en verandert de naam in Ommelanderhuis. Het krijgt in 1784 een nieuwe – de huidige – voorgevel. Na de opheffing van de Ommelander fractie in de Staten in 1804, wordt het pand gebruikt als kantoor van de Ommelander kas. In 1871 volgt verkoop aan de Vrijmetselaarsloge L’Union Provinciale. Van 1905 tot ’22 is het Ommelanderhuis onderdeel van het RKZ. Daarna is het nog kerkgebouw van de Vrije Evangelische gemeente en balletschool en na een grote opknapbeurt in 1996 ‘Huis voor Thuis- en Daklozen’.