Zoek op de website

Academiegebouw

Verbrande Academiegebouw diende als basis voor nieuwbouw

door Beno Hofman

30 augustus 2006 was het precies honderd jaar geleden dat het Academiegebouw in vlammen opging. De herdenking ging gepaard met de presentatie van een boekje van Franck Smit en Wim Koops en de opening van een tentoonstelling in het Universiteitsmuseum.

Hoewel boekje en tentoonstelling vooral ingaan op de brand zelf, laten ze ook zien dat er al na een week(!) een ontwerp lag voor een nieuw gebouw. Dat ontwerper Vrijman zo snel kon, kwam doordat hij letterlijk voortbouwde op het vorige.

Het Academiegebouw dat op 25 september 1850 feestelijk doch zonder de uitgenodigde Willem III in gebruik wordt genomen, is het tweede. Het eerste doet dienst vanaf de oprichting van de universiteit in 1614 en is twee eeuwen later nodig aan vervanging toe.

Prent 'Het oude Academiegebouw, afgebroken Mei 1846',  Datum onbekend  [1785-7245] Prent 'Het oude Academiegebouw, afgebroken Mei 1846', Datum onbekend [1785-7245]

Dat nieuwbouw lang uitblijft, komt doordat de regering erover denkt de Groninger academie op te heffen.

Om dit te voorkomen, neemt het gemeentebestuur het voortouw en geeft de relatief onbekende Johan Franciscus Scheepers opdracht een ontwerp te maken.

Neo-Klassiek

Academiegebouw ca. 1900  [1986-350] Academiegebouw ca. 1900 [1986-350]

Na vier jaar praten en tekenen ligt er een plan dat ieders goedkeuring heeft.

De jonge Groninger architect heeft een neo-klassiek gebouw getekend met een bordes met zes ionische zuilen.

In de kelder komen woningen voor de conciërge en de pedel en de hele eerste verdieping is gereserveerd voor het Museum van Natuurlijke Historie.

Als in 1846 ook de rijksoverheid akkoord is, wordt het oude Academiegebouw afgebroken en begint de nieuwbouw.

De Brand

Brand Academiegebouw. Foto: P.B. Kramer [1785-7265] Brand Academiegebouw. Foto: P.B. Kramer [1785-7265]

Zestig jaar later, als de universiteit inmiddels over vele gebouwen beschikt, wordt het Academiegebouw door het schildersbedrijf van Klaas Bouman onder handen genomen.

Op 30 augustus tegen vijf uur ’s middags branden de 19-jarige Onderdendammer Josephus Jacobus Bos en de 23-jarige stadjer Klaas Wolters oude verflagen van de oostelijke gootlijst.

Bos, die deze dag voor het eerst aan het werk is, merkt dat zijn spirituslamp brand veroorzaakt.

Hij gooit er water over, maar een uur later blijkt dat dit niet afdoende is geweest.

Het houten dak en de in het museum in overvloed aanwezige alkohol maken dat het gebouw brandt als een fakkel.

De schilders, loodgieters en vele nog aanwezige en toegesnelde universitaire medewerkers, studenten, burgers en soldaten komen in actie, maar staan machteloos en concentreren zich al snel op het redden van zo veel mogelijk inventaris.

Fouten en gevolgen

Voor en na de brand [1986-00355] Voor en na de brand [1986-00355]

Hoewel ook de brandweer niet lang op zich laat wachten, schiet hun bluswerk ernstig te kort.

Commandant Tjassens Keizer heeft ruzie met hoofdman-brandwacht Minck, waardoor deze met (ziekte)verlof is en zijn vervanger Bazuin blijkt niet op z’n taak voorbereid.

Bazuin bestelt pas na een half uur de stoombrandspuit, die bovendien vanwege een nieuwe stoomketel nog een uur nodig heeft om op temperatuur te komen.

Er blijkt te weinig waterdruk en de slangen lekken doordat ze niet goed aan elkaar zijn gekoppeld. De gevolgen zijn rampzalig.

De volgende dag – Koninginnedag – zien de massaal toegestroomde Groningers een troosteloze ruïne. Ook rijksbouwmeester J.A. Vrijman en de chef van de afdeling Kunsten en Wetenschap I.A. Roijen komen die dag al een kijkje nemen

Neo-Renaissance

Academiegebouw, ca. 1915 [1986-00446] Academiegebouw, ca. 1915 [1986-00446]

Een week later is de rijksbouwmeester al terug in Groningen met een eerste gevelontwerp.

Dat Vrijman zo snel kan, is niet zo verwonderlijk als je het verbrande en het nieuw te bouwen Academiegebouw met elkaar vergelijkt.

De stijl is weliswaar verschillend – neo-klassiek en neo-renaissance – maar het grondplan blijkt hetzelfde.

Vrijman bouwt het nieuwe gewoon op de resten van het oude en past in zijn gevelontwerp ideeën toe die hij elders ook heeft gebruikt.

Terecht wordt bij de officiële bouwaanvraag van 29 april 1907 dan ook niet gesproken van nieuwbouw, maar van ‘de noodige herstellingen en vernieuwingen’.