Zoek op de website

Academisch Ziekenhuis

Basis Academisch Ziekenhuis lag in Franse tijd

door Beno Hofman

Ruim honderd jaar is het Academisch Ziekenhuis nu gevestigd aan de Oostersingel, maar het begin lag meer dan een eeuw eerder aan de Oude Ebbingestraat.

Evert Jan Thomassen à Theussink, hoogleraar pathologie, therapie, kliniek en medicina forensis [1785-20296] Evert Jan Thomassen à Theussink, hoogleraar pathologie, therapie, kliniek en medicina forensis [1785-20296]

Gewonde Franse soldaten brachten de Groningse hoogleraar Thomassen à Thuessink op het idee om in het Groene Weeshuis een ‘Nosocomium Academium’ te beginnen.

Vanaf 1803 was het ziekenhuisje aan de Munnekeholm gevestigd en na een fusie heette het daar: Algemeen Provinciaal Stads en Academisch Ziekenhuis.

Onder dezelfde naam werd op 29 mei 1903 aan de Oostersingel een nieuw complex in gebruik genomen.

De eerste die pleit voor de stichting van een algemeen ziekenhuis is in 1770 professor Wouter van Doeveren.

Hoewel de medische hoogleraar kort daarna naar Leiden vertrekt, lijkt het ziekenhuis er snel te komen want ook zijn beoogd opvolger Matthias van Geuns is een warm pleitbezorger voor zo’n instelling.

Maar Willem V gooit roet in het Groningse eten, want Van Geuns heeft als doopsgezinde in de ogen van de prins niet de ware (lees: gereformeerde) religie. Van Geuns vertrekt gedesillusioneerd naar de universiteit van Harderwijk en het duurt tot 1794 voor Groningen met Evert Jan Thomassen à Thuessink weer een hoogleraar krijgt, die streeft naar een ziekenhuis.

Groene Weeshuis

Het Groene Weeshuis, Aquarel A.J. van Prooijen, 1858 (Collectie Groninger Museum) Het Groene Weeshuis, Aquarel A.J. van Prooijen, 1858 (Collectie Groninger Museum)

Als Franse militairen het Groene Weeshuis in 1795 bezetten en er hun gewonden en zieken stallen, komt de professor op het idee ze voor zijn medisch onderwijs te gebruiken.

Dokter Jacob van Geuns- een zoon van eerdergenoemde Matthias – beschrijft hoe er in een zaal wel tachtig zieken liggen: ‘de lugt was pestilentieus en ten hoogste animaal’.

Matthias van Geuns waarschuwt zijn zoon en zijn oud-leerling Thomassen à Thuessink vanuit Harderwijk, ‘de inademing nimmer te doen in de nabijheid der zieken, en die nabijheid doch niet langer te doen duuren als immer noodig is’.

Academisch nosocomium

Van medisch onderwijs aan het bed komt voorlopig dus niets, maar dat verandert begin maart 1797.

Als Thomassen à Thuessink merkt dat het weeshuis een Gereformeerd Diakonie Arm- en Kinderhuis wordt, stelt hij de curatoren van de universiteit voor er ook een ‘academisch nosocomium’ in te richten.

‘Daar er zich thans eene gelegenheid aanbied, om met geringe kosten voor den Lande een klein en geschikt ziekenhuis voor deeze Universiteit te bekoomen’.

De curatoren sturen het plan onmiddellijk door naar de nieuwe politieke leiders, ‘de Representanten van het volk van Stad en Lande’.

Thomassen à Thuessink krijgt in het Armenhuis de beschikking over twee overwelfde zalen met elk ‘vier kribben, welke in en uit elkaar genomen kunnen worden, naarmate er zieken gevonden worden’.

En Jacob van Geuns wordt benoemd tot Medicus Academicus.

Moeizame start

Munnekeholm : Academisch ziekenhuis 1905 [1785-4065] Munnekeholm : Academisch ziekenhuis 1905 [1785-4065]

De start van het ‘nosocomium’ is moeizaam. De financiële middelen zijn beperkt en het blijkt moeilijk geschikte patiënten te vinden.

Bovendien wordt snel duidelijk dat het ziekenhuisje onvolledig is zonder bedden voor heelkunde en verloskunde.

Thomassen à Thuessink gaat op zoek naar iets nieuws en als het provinciaal bestuur in 1801 het voormalige West-Indische Huis aan de Munnekeholm wil verkopen, is hij er als de kippen bij.

In juni van dat jaar beslist het ‘Uitvoerend bewind’ positief op een verzoek om het huis af te staan ‘speciaal tot het inrichten niet alleen van een nosocomium voor de praxis medica maar ook voor chirurgica en obstetrica’.

Jacob Baart de la Faille [1785-20309] Jacob Baart de la Faille [1785-20309]

Doordat de Bataafse republiek in geldnood verkeert, duurt het nog tot 1803 voor het nieuwe pand in gebruik kan worden genomen en moet ook het nieuwe nosocomium het aanvankelijk doen met slechts acht bedden.

Hoewel het ziekenhuis in de loop der jaren groeit, blijft het stadsgeneesheer Jacob Baart de la Faille storen dat patiënten worden geselecteerd op hun bruikbaarheid voor het academisch onderwijs.

Daardoor krijgt Groningen in 1820 een tweede ziekenhuis. Het Stads Armen-Ziekenhuis is aanvankelijk gevestigd aan de Schuitemakersstraat, maar wegens ruimtenood verhuist het in 1834 naar de Popkenstraat.

Algemeen Provinciaal Stads en Academisch Ziekenhuis

In 1851 maken provincie, stad en universiteit een einde aan de geldverslindende situatie van twee ziekenhuizen.

Ze slaan de handen ineen en besluiten tot de vorming van een ‘Algemeen Provinciaal Stads en Academisch Ziekenhuis’ aan de Munnekeholm. Ondanks een uitbreiding tot 124 bedden, is het nieuwe APSAZ volgens de medische faculteit eigenlijk direct te klein.

De in 1865 aangestelde hoogleraar Samuel Siegmund Rosenstein schrikt zelfs zo dat hij onmiddellijk bij de minister aandringt op de bouw van een nieuw ziekenhuis. Omdat deze eerst wil wachten op een nieuwe wet op het Hoger Onderwijs - die wel eens het einde van de Groningse universiteit zou kunnen betekenen - duurt het tot 1876 voordat er een plan kan worden gemaakt.

Er volgt een eindeloze discussie tussen alle betrokken partijen over de omvang van het nieuwe ziekenhuis en de locatie. Het Zuiderpark, het Emmaplein, de Praedinius- en de Westersingel zijn in beeld, maar het wordt uiteindelijk de Oostersingel.

Groningen. Hoofdingang Academisch Ziekenhuis, 1907 [1986-04227] Groningen. Hoofdingang Academisch Ziekenhuis, 1907 [1986-04227]