Zoek op de website

Boteringepoort

Muren middeleeuwse stadspoort blootgelegd

door Beno Hofman

Corps de Garde ca. 1969 [1785-10587] Corps de Garde ca. 1969 [1785-10587]

Van de middeleeuwse Boteringepoort is meer behouden dan aanvankelijk werd aangenomen.

Dat is aan het licht gekomen bij archeologisch en bouwhistorisch onderzoek in de kelder van het Hotel Corps de Garde in 2006, op de hoek van de Oude Boteringestraat en de Muurstraat.

Dat de kans op een dergelijke vondst bestond, was al eerder duidelijk geworden toen in het pand Oude Boteringestraat 72 dertiende en veertiende eeuwse stukken muur werden gevonden en in de straat het fundament van de poort werd opgegraven.

De eerste poorten

De eerste stadsmuur en stenen poorten van Groningen dateren uit de dertiende eeuw. De slechts twee kloostermoppen dikke en ongeveer vijf tot zes meter hoge muur wordt gebouwd op de uit de elfde eeuw daterende stadswal. In de Boteringestraat verrijst een van de zeven stadspoorten en de huidige Muurstraat wordt een van de vele straatjes met de toepasselijke naam ‘Achter de Muur’.

Als de stad in het begin van de zeventiende eeuw een grote uitbreiding ondergaat in vooral noordelijke richting, verliest de Boteringepoort haar betekenis. De raad van de stad besluit daarom op 1 mei 1624 bij resolutie tot afbraak van de poort. Tien jaar later wordt op de plek van de gedempte middeleeuwse gracht een wachthuis - het ‘nije Corps de guarde’ - gebouwd, naar ontwerp van stadsbouwmeester Johan Isebrants.

Onderzoek

Tien jaar geleden blijkt bij een bouwhistorisch onderzoek echter dat de sloop van de poort niet zo grondig heeft plaatsgevonden als op grond van de raadsresolutie van 1624 mocht worden verondersteld. De noordmuur van het pand Oude Boteringestraat 72 bevat namelijk dertiende en veertiende eeuwse stukken muren, die bijna een meter dik zijn!

De veronderstelling dat het hierbij gaat om delen van de oorspronkelijke Boteringepoort, wordt in 1998 bevestigd. In dat jaar wordt de riolering in de Oude Boteringestraat vervangen en worden aan de kop van de straat de fundamenten van de poort blootgelegd. Ook hier komt dertiende en veertiende-eeuws metselwerk tevoorschijn.

In Hervonden Stad 1999 wordt op basis van beide onderzoeken geconcludeerd dat de dertiende eeuwse Boteringepoort in de veertiende eeuw gedeeltelijk is afgebroken en vervangen door een groter exemplaar. Hoe groot de poort precies is geweest, is helaas op basis van de onbetrouwbare zestiende eeuwse kaarten niet te zeggen. Aan de hand van het huidige pand Oude Boteringestraat 72 is wel met zekerheid te zeggen dat omstreeks 1450 is bijgebouwd aan de westkant van het poortgebouw en er bovenop.

Hotel Corps de Garde

Een verbouwing van het ter plekke gevestigde Hotel Corps de Garde heeft nu nader onderzoek mogelijk gemaakt.
Bij het uitgraven van de kelder is in het westelijke deel van het pand de voet van de elfde eeuwse stadswal gevonden. Verder zijn er binnenmuren blootgelegd, die onmiskenbaar hebben behoord tot de Boteringepoort of aanbouwen ervan.

Doordat er tussen 1521 en ’26 voor de poort een rondeel wordt aangelegd met een ‘buitenste’ Boteringepoort, wordt de ‘binnenste’ poort voor de verdediging dan minder belangrijk.

Hoewel dit slechts van korte duur is - de buitenste poort wordt in of direct na 1569 alweer afgebroken – leidt het er wel toe dat de noordmuur van de binnenste poort in die tijd twee vensters krijgt.

Naar alle waarschijnlijkheid heeft de poort, net als andere middeleeuwse poorten, ook een funktie als gevangenis. Rudolf Prediker – de hoofdman van de veertiende eeuwse prefect van de stad – is mogelijk de bekendste gevangene. Hij is in elk geval voor de poort in 1356 ‘mijt den swerde gericht’ omdat de stadjers hem meer dan zat zijn.

En wellicht kijken de hotelgasten straks tegen dezelfde muren aan als deze zich als roofridder gedragende Prediker.