Zoek op de website

Hanzesociëteit

De rijke omgeving van de Groninger gemeenteontvanger

door Beno Hofman

De leden van de Hanzesociëteit kunnen het beamen: de gemeenteontvanger zetelde in een rijke omgeving. Dat was al zo toen hij kantoor hield in het ‘collectehuis’ of Goudkantoor en dat werd er in 1913, met de verhuizing naar de Oude Boteringestraat, niet anders op. Het pand, dat onlangs door De Zwarte Hond grondig werd opgeknapt, is overigens minder monumentaal dan het lijkt.

Aangezien het innen van de generale middelen ernstig te kort schiet, wordt er in 1635 op de Grote Markt een ‘collectehuis’ gebouwd. De beeldhouwer van de gevels heeft vermoedelijk met een schuin oog gekeken naar het kort tevoren gebouwde Huis Panser aan de oostzijde van hetzelfde plein.

Hoewel dit huis – dat eeuwenlang behoorde aan de Heerensociëteit – niet meer bestaat, is vergelijking nog steeds mogelijk omdat de gevel van het Huis Panser sinds 1960 tegen de zuidkant van het Goudkantoor is geplakt.

Collectehuis

Goudkantoor (Collectehuis), ca. 1931 [1986-01918] Goudkantoor (Collectehuis), ca. 1931 [1986-01918]

Het collectehuis wordt in 1811 per keizerlijk decreet eigendom van de stad, maar een Franse ambtenaar plaatst het pand het volgende jaar doodleuk weer op de lijst van ‘Domaines nationaux’.

Omdat de stadsbestuurders dit als een vergissing beschouwen, kiezen zij de benedenverdieping van het collectehuis in 1820 voor de inrichting van een kantoor voor de gemeenteontvanger.

Doordat het bureau van waarborg van goud- en zilverwerken boven zit, krijgt het pand in de volksmond de naam Goudkantoor.

Om voor eens en voor altijd duidelijk te maken van wie het pand is, laat het stadsbestuur bij de restauratie van 1844 de provinciale wapens op de gevels vervangen door die van de stad.

Bij dezelfde gelegenheid wordt een op acht Toscaanse zuilen rustende overkapping voor de ingang afgebroken.

In 1908 heeft het college van B&W het plan om Ged. Zuiderdiep 9 aan te kopen ten behoeve van de gemeenteontvanger.

Openbare veiling

De raad wil echter eerst bekijken of het Goudkantoor niet wat doelmatiger kan worden ingericht. Als dit niet het geval blijkt en Oude Boteringestraat 19-19a openbaar wordt geveild, zijn raad en college het snel eens.

Voor 16.800 gulden wordt de gemeente op 9 december 1909 eigenaar ‘ten einde daar ter plaatse een gebouw te stichten, waarin een kantoor van den gemeenteontvanger en andere bureaux kunnen worden gevestigd’.

Het kantoor van de gemeenteontvanger, 1914. Foto: P.B. Kramer [1785-7414] Het kantoor van de gemeenteontvanger, 1914. Foto: P.B. Kramer [1785-7414]

Het wordt het begin van een langdurige discussie over de invulling van het pand.

Dat de gemeenteontvanger er zijn kantoor krijgt is duidelijk, maar eerst wordt gedacht aan een combinatie met het waterleidingbedrijf en daarna met een conciërgewoning.

Pas op 29 februari 1912 komen B&W met de definitieve voordracht.

Oude Boteringestraat 19-19a wordt verbouwd tot ‘een bureau voor de Gemeente-ontvanger met conciërgewoning en andere dienstlokalen’.

Het ontwerp voor de verbouwing wordt gemaakt door de directeur Gemeentewerken Jan Anthony Mulock Houwer.

Hoewel er dus sprake is van een verbouwing, krijgt het pand een volledig nieuw uiterlijk.

Mulock Houwer laat zich inspireren door de gevels waar de gemeenteontvanger vroeger op uit keek, die van het in 1775 afgebroken raad- en wijnhuis.

In 1913 neemt de gemeenteontvanger het pand in gebruik.

S. Snoek is de laatste ontvanger, die kantoor houdt in Oude Boteringestraat 19.

Zijn pensionering leidt op 1 januari 1974 tot integratie van het ontvangerskantoor in de gemeentelijke afdeling Financiën.
Voor de recente grote renovatie zijn de Samen op Weg-kerken de laatste gebruikers van het monumentale pand.