Zoek op de website

Het mysterieuze einde van een Groninger houtzaagmolen

door Beno Hofman

Aan de Regattaweg in Oosterhoogebrug is een futuristisch flatgebouw verrezen naast het al jaren braakliggende terrein waarop ooit een houtzaagmolen stond. Het mysterieuze einde van de molen in 1963 leek samen te hangen met een eerder bouwplan.

Het bewuste terrein ligt tot 1969 aan de grens van de gemeente Groningen, die gevormd wordt door een restant van de oude rivier De Hunze. Bij de invoering van het kadaster – in de jaren dertig van de negentiende eeuw – is het een weiland dat eigendom is van koemelker Roelf Jacobs Bronsema. Aan de Noorddijkse kant van De Hunze is, op de hoek met het Damsterdiep, dan al wat bedrijvigheid in de vorm van een kleine leerlooierij.

In 1849 komt het weiland in handen van koopman Roelof Klein, die er hetzelfde jaar een houtzaagmolen en twee huizen laat bouwen en een balkengat graaft. Hij heeft de molen gekocht van de aan het Reitdiep gevestigde houtkopers Gerrit en Gerbrand van Calcar, die zijn overgestapt op stoomkracht. De familie Klein doet de molen en bijgebouwen in 1898 over aan de uit Bedum afkomstige Harmannus Westerhoff.

Houthandel Hemmes

Houthandel J.L. Hemmes aan de Oosterhaven, 1924. Foto: P.B. Kramer [1785-1675] Houthandel J.L. Hemmes aan de Oosterhaven, 1924. Foto: P.B. Kramer [1785-1675]

In 1920 koopt houthandelaar Nicolaas Henricus Hemmes de opstallen van Westerhoffs zoon.

Hemmes is zes jaar eerder, nog geen 28 jaar oud, door het overlijden van zijn vader directeur geworden van de houthandel aan De Brink en zuidzijde van de Oosterhaven.

Omdat Hemmes op electriciteit werkt, laat hij in Oosterhoogebrug direct de molenkap met roeden en stelling verwijderen.

Na de Tweede Wereldoorlog verhuurt Hemmes de bedrijfsgebouwen aan zijn werknemer Jannes Zweep en diens zoon Willem.

Zij vestigen er de electrische loonzagerij en houthandel J. Zweep & Zn. Na een voorspoedige periode breekt voor de Zwepen omstreeks 1960 een moeilijker tijd aan. Bovendien wil Hemmes van het terrein in Oosterhoogebrug af.

De houtzaagmolen en een van de huizen gezien vanuit het noorden, 1924. Foto: E. Theijssen Czn [1785-14972] De houtzaagmolen en een van de huizen gezien vanuit het noorden, 1924. Foto: E. Theijssen Czn [1785-14972]

In het najaar van 1962 zegt Hemmes aan Zweep de huur op. Die winter zullen de gebouwen worden gesloopt, maar de strenge vorst gooit roet in het eten.

Het is de koudste januari sinds mensenheugenis, waarin zowel de Elfstedentocht als de Noorderrondritten worden gereden. Ook in de nacht van 23 op 24 januari 1963 is het koud.

Brand

Om half één ’s nachts zit Willem Zweep nog wat te lezen als plotseling het licht uit valt. Om de hoofdstoppenkast in de molen te bekijken, gaat hij naar buiten. Daar ontdekt hij dat de molen aan de kant van het balkengat in brand staat. Als hij om bijna kwart voor een de brandweer belt, staat de molen al in lichter laaie.

Volgens de Nieuwe Provinciale Groninger Courant van de 24ste is de houtzaagmolen binnen het uur een ‘smeulende puinhoop’. Hoewel de bewoners van de huizen op het molenterrein uit voorzorg worden geëvacueerd, weet de brandweer de schade te beperken door een ‘gunstige wind’. De krant weet verder te melden dat de molen verzekerd was en naar de oorzaak van de brand een onderzoek wordt ingesteld.

Omdat aan brandstichting wordt gedacht, wil de politie eigenaar Hemmes ondervragen. Maar als ze de volgende dag contact zoekt, blijkt deze die nacht een hartaanval te hebben gehad, waaraan hij is overleden!

Niet lang daarna laten Hemmes’ zonen de ruïne en de overige bebouwing opruimen en doen het terrein over aan de gemeente. Er ligt een plan om er een asfaltfabriek te bouwen, maar daar komt uiteindelijk niets van. Hemmes Hout NV zelf verhuist in 1972 naar Amsterdam.

Ook nu – 43 jaar later – ligt het oude molenterrein er nog onbebouwd bij. Slechts een restant van het balkengat, enkele bomen, het toegangshek en de oprit herinneren aan de houtzagerij. De recente bouwplannen hebben betrekking op het naburige terrein.

Literatuur o.a.

B. van der Veen Czn: De windmolens in de gemeente Groningen; in de Groningsche Volksalmanak 1931

Firma van Calcar

Firma van Calcar

Hendrik Gerrits van Calcar (1753-1797) is koopman, scheepsreder en een van de oprichters van Academie Minerva. In 1783 koopt hij twee zaagmolens aan het Reitdiep. Zijn zonen Gerrit en Gerbrand zetten de firma voort onder de naam G. & G. van Calcar. Omstreeks 1845 stapt het bedrijf over op stoom. Een van de twee molens brandt af en de ander wordt verkocht aan koopman Klein. Op 1 mei 1931 gaat Van Calcar een fusie aan met de NV Houthandel vh R. Penon en op 1 september ’38 wordt Houthandel Schrage & v.d. Goot in de vennootschap opgenomen. Het bedrijf krijgt filialen in meerdere plaatsen. Op 1 februari 1973 wordt het terrein aan de Friesestraatweg verkocht. Tegenwoordig is hier een woonwijk.

Noorderrondritten

Noorderrondritten

Deze, circa 150 kilometer lange schaatsttocht over natuurijs, werd voor het eerst verreden in 1940. Ook in 1941, ’42, ’46, ’54, ’61 en ’63 kon de tocht plaatsvinden. Al deze keren was de start en finish in Winsum. Bij de laatste vier edities – in 1985, ’86, ’87 en ’97 – lagen begin- en eindpunt in Baflo. Op 26 januari 1963 werd de wedstrijd gewonnen door Jan Uitham.