Zoek op de website

Het Ommelanderhuis

eeuwenoud onderdak voor thuis- en daklozen

door Beno Hofman

De Stichting Huis voor Thuis- en Daklozen bestaat in maart 2006 25 jaar. De laatste jaren is het Ommelanderhuis het markantste onderkomen van de jubilaris. De geschiedenis van het complex aan de Schoolstraat gaat terug tot in de middeleeuwen.

Tegen de 14e-eeuwse stadsmuur bouwden Johannieter-monniken uit Oosterwierum een refugium of vluchthuis. Nadat de Ommelander statenleden het Oosterwierummerhuis tot vergaderadres hadden gemaakt, veranderde de naam in Ommelanderhuis.

Achter de muur

De Schoolstraat is tot 1874 een van de vele Groninger straten met de naam ‘Achter de muur’.
Bij de verbouwing van het Ommelanderhuis – Schoolstraat 13 - ten behoeve van de Stichting Huis wordt in 1996 duidelijk dat het huidige pand letterlijk op het fundament van de middeleeuwse stadsmuur is gebouwd.

Tegen deze tussen 1310 en 1360 gebouwde muur staan ter plaatse aanvankelijk twee huizen. Van een is de ‘gootsteen’ en een stuk stadsmuur bewaard gebleven.

Waarschijnlijk zijn de huizen eind 15e eeuw gesloopt om plaats te maken voor het Oosterwierummerhuis. Het is de stadse dependance van het Johannieter-klooster van Oosterwierum bij Heveskes.

Refugium

Op 22 oktober 1571 wordt het pand door de monniken ter beschikking gesteld van Ommelander gedeputeerden voor het houden van een vergadering. Zij vormen sinds 1558 een eigen ‘fractie’ in de Staten als tegenwicht tegen de stadjers.

Dat het Oosterwierummerhuis in de eerste plaats echter een refugium is, blijkt duidelijk in 1584.

Doordat Staatse troepen het klooster bij Heveskes aanvallen en in brand steken, moeten commandeur Hieronymus Eminga en zijn kloosterlingen dan rennen voor hun leven.

Het Ommelanderhuis in 1786 op een aquarel van J. Bulthuis (coll. Groninger Museum) Het Ommelanderhuis in 1786 op een aquarel van J. Bulthuis (coll. Groninger Museum)

Met de verovering van Groningen door prins Maurits en zijn neef Willem Lodewijk vervallen in 1594 alle katholieke onroerende goederen aan de Staten van Stad en Lande. De beide fracties verdelen de goederen onderling en daarbij komt het Oosterwierummerhuis aan de Ommelanden.

Voorlopig mag de commandeur er blijven wonen. In 1609 worden ‘bedden, beddeclederen, linnen, wullen, tinnen en andere tilbaere goederen’ publiek verkocht. In 1610 wordt Jacobus Adriani huurder, ‘mits juffer Auke ende die preuvenier hare wooninghen daerin vry soeden beholden’.

Vier jaar later wordt het Oosterwierummerhuis de woning van de syndicus of pleitbezorger van de Ommelanders. Als de Ommelander gedeputeerden in de stad vergaderen, doen ze dat enige tijd – tot 1676 – in een eigen huis op de hoek van de Marktstraat en de Ossenmarkt OZ.

Ommelander huis

Schoolstraat, 1982. Foto: K.A. Gaasendam [1785-18388] Schoolstraat, 1982. Foto: K.A. Gaasendam [1785-18388]

Vanaf 1713 wordt het pand ‘Achter de muur’ hun vaste vergaderadres en verandert de naam in Ommelanderhuis.

Het krijgt in 1784 een nieuwe – de huidige – voorgevel.

Het bijbehorende Schoolstraat 9-11 – het vroegere stalgebouw - wordt in 1825 publiek verkocht.

Een volgende eigenaar - kachelsmid Elzinga – vergroot het pand naar achteren en verhoogt het in 1845-’46.

Samen met nummer 7 vormt Schoolstraat 9-11 in 1982 het eerste onderkomen van de Stichting Huis in de Schoolstraat.

Na de opheffing van de Ommelander fractie in de Staten in 1804, wordt nummer 13 gebruikt als kantoor van de Ommelander kas.

In 1871 volgt verkoop aan de Vrijmetselaarsloge L’Union Provinciale.

Van 1905 tot ’22 is het Ommelanderhuis onderdeel van het RKZ. Voordat het door de Stichting Huis wordt gekocht is het nog kerkgebouw van de Vrije Evangelische gemeente en balletschool.

Een grote verbouwing en uitbreiding maakt het complex tussen 1996 en ’99 tot wat het nu is, een zeer markant sociaal pension.