Zoek op de website

De Hoofdwacht

de Hoofdwacht week voor wederopbouwplan Grote Markt Oostzijde

door Beno Hofman

De Hoofdwacht wordt volgens de gevelsteen ‘Justicia et pax osculate sunt anno 1509’ in genoemd jaar gebouwd als rechtbank voor kleine zaken. Dit zogeheten Nedergericht wordt geleid door een burgemeester en drie raadsheren.

Al in de zestiende eeuw wordt het gebouw aan de noord- en oostzijde uitgebreid met een wacht- en een woonhuis. In 1647 wordt het Nedergericht verplaatst naar het raadhuis en mogen de ‘hooftofficieren van de soldaten’ de benedenverdieping van het ‘olde rechthuis’ betrekken. De bovenverdieping blijft tot 1803 in gebruik bij de ambtman van het gericht Selwerd.

In 1841 wordt het gebouw door de stad overgedragen aan het Ministerie van Oorlog om als ‘hoofdwacht’ te dienen. In een artikel in de Groningsche Volksalmanak van 1900 noemt rijksarchivaris J.A. Feith de overgang ‘een ramp’, omdat ‘alle monumenten, welke in handen van de genie vallen, in korten tijd op de gruwelijksten wijze worden verknoeid’.

Zo raakt de Hoofdwacht in verval en is eind negentiende eeuw hard aan restauratie toe.

Restauratie

De Hoofdwacht voor de restauratie, 1874. Foto: F.J. von Kolkow [1785-7558] De Hoofdwacht voor de restauratie, 1874. Foto: F.J. von Kolkow [1785-7558]

De restauratie, waarbij onder andere de zestiende-eeuwse aanbouwsels en het pleisterwerk worden verwijderd, vindt in 1898-’99 plaats.

Onder leiding van de rijksbouwmeesters Van Lokhorst en Vrijman wordt het gebouw volgens genoemde Feith ‘hersteld en verjongd’.

De benedenverdieping wordt gereserveerd voor een militaire hoofdwacht, ‘telkens als vanwege de afgelegenheid der nieuwe kazerne buiten de stad omstandigheden het hebben van een wacht in de stad wenschelijk maken’.

Boven krijgen de garnizoenscommandant en de provinciale adjudant een kantoor, met daartussen een wachtkamer, die ‘zoo nodig tot kamer van arrest’ kan worden gebruikt.

Feith verwacht in 1900 dat het gerestaureerde gebouw voldoende is ‘toegerust om bij eenig geregeld onderhoud wederom vier eeuwen te kunnen trotseeren’.

de Hoofdwacht, ca. 1918 [1785-4843] de Hoofdwacht, ca. 1918 [1785-4843]

15 april 1945

Maar het loopt anders. Op zondag 15 april 1945 wordt de Hoofdwacht in de strijd om de Grote Markt door Canadees geschut getroffen. Na de bevrijding laat de Gemeentewerken-directeur Schut alle ruïnes aan het plein snel opruimen, maar van de aan het rijk behorende Hoofdwacht moet hij afblijven.

Noodgedwongen neemt de door de gemeente aangetrokken Granpré Molière het gebouw op in zijn wederopbouwplan en denkt daarbij aan een verlenging in noordelijke richting. Het gemeentebestuur heeft ook al een bestemming voor de Hoofdwacht. Het wil er graag het Bureau voor Vreemdelingenverkeer onderbrengen, dat dan nog inwoont bij Reisbureau Lindeman aan de Oude Boteringestraat.

Spoedig blijkt dat het rijk niet wil meewerken aan de gemeentelijke plannen. De Rijkscommissie voor de Monumentenzorg wijst verlenging van de Hoofdwacht af en luitenant-kolonel Meeues laat in juni 1949 weten dat het gebouw gebruikt gaat worden als ‘bureau voor de garnizoenscommandant’ en de restauratie elk moment kan beginnen. Hoewel twee jaar later uit Den Haag nogmaals het bericht komt dat het Departement van Oorlog ‘onmiddellijk behoefte heeft’ aan het gebouw, blijft restauratie uit.

Sloop

De Hoofdwacht in 1951 De Hoofdwacht in 1951

De inmiddels als opvolgers van Granpré Molière aangestelde moderne deskundigen Van Boven, Van der Steur en Van Tijen komen even later – in juli 1951 - met het plan de Hoofdwacht te slopen.

B&W hopen het gebouw, ondanks protesten van onder andere de Koninklijke Nederlandsche Oudheidkundige Bond en de Vereniging Stad en Lande, te redden door het te verplaatsen naar ‘grond ten Noorden van de Martinitoren’.

De raad gaat in oktober 1954 akkoord en bijna een jaar later laat minister Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ‘na rijp beraad’ zijn verzet tegen afbraak varen.

Alles lijkt rond, maar als het Ministerie van Oorlog geen geld wil steken in de verplaatsing, is het lot van de Hoofdwacht bezegeld.

Eind 1955 bereiken de gemeente en het rijk een akkoord, waarbij de eerste van de tweede de grond van de Hoofdwacht koopt en de ‘afkomende restauratiesteen’ aanbiedt aan Monumentenzorg. Begin juli 1956 wordt de Hoofdwacht door de Zoutkampse aannemer Bolt voor drieduizend gulden opgeruimd.

Het gemeentebestuur haalt opgelucht adem: de nieuwe rooilijn van de Grote Markt Oostzijde is een feit!

Een Hoofdwachtkopie

Een Hoofdwachtkopie

In 1915 krijgt de Zuidhornse architect Klaas Siekman de opdracht voor zijn gemeente een raadhuis te bouwen. Siekman is weinig origineel en kopieert vrijwel letterlijk de Groningse Hoofdwacht. Hoewel het gebouw later is uitgebreid en verbouwd tot een café, is het nog altijd een duidelijke Hoofdwacht-kopie. Mocht Groningen in de nieuwe oostzijde van de Grote Markt de Hoofdwacht willen herbouwen, dan is dat dus gewoon een kwestie van nog een keer kopiëren.