Zoek op de website

Ooit draaiden in de stad tientallen molens rond

Korenmolen Wilhelmina, 1970. Foto: M.A. Douma [818-11102] Korenmolen Wilhelmina, 1970. Foto: M.A. Douma [818-11102]

door Beno Hofman

In het kader van het ‘Groninger Molenweekend’ draaiden zaterdag en zondag (11 en 12 juni 2005 ) alle molens van de provincie.

De stad pronkt dan met korenmolen ‘Wilhelmina’ in Noorderhogebrug.

Ooit telde de gemeente tientallen koren- en industriemolens, maar in 1904 legde de laatste molen binnen de vesting het loodje en vanaf 1922 had Groningen zelfs helemaal geen molens meer.

Alleen dankzij de annexatie van Hoogkerk en Noorddijk zijn er sinds 1969 weer twee watermolens en een korenmolen binnen de gemeentegrenzen.

Standerdmolens

In de middeleeuwen zijn alle korenmolens van een type, waarbij de hele kast op de wind moet worden gezet. Van deze zogeheten standerdmolens treffen we in de provincie tegenwoordig alleen nog exemplaren in Ter Haar en Bourtange. De laatste is overigens een kopie van de eerste, die eens op dezelfde plek bij de Bourtanger vestingwal heeft gestaan.

Om genoeg wind te kunnen vangen, worden de standerdmolens van de stad ook op ‘bergen’ in de buurt van de wallen gebouwd. Hoewel omstreeks 1600 de draaibare kap wordt uitgevonden, worden niet alle standerdmolens onmiddellijk vervangen. Zo zijn op de bekende kaart van Haubois van omstreeks 1650, alle vijftien afgebeelde molens binnen de vesting nog van het type standerdmolen.

Bovenkruiers

Aan de verschillende diepen buiten de vesting staan dan al wel zogeheten ‘bovenkruiers’. Tot ongeveer 1850 neemt het totaal aantal molens toe, maar daarna zorgt de opkomst van de stoommachine voor een teruggang.

In 1875, als de slechting van de Groningse wallen een aanvang neemt, staan er nog vijf molens binnen de vesting. Hoewel ze op eigen grond staan, zijn de molens omgeven door rijksgrond die bij de slechting overgaat naar de gemeente.

Om de voormalige vestinggronden een nieuwe bestemming te kunnen geven, onteigent de gemeente de molenaars. Zo herinneren enkele jaren later alleen de straatnamen Driemolendrift, Heerenpoortenmolendrift en Ypenmolendrift nog aan de daar gesloopte molens.

Hollantsche molen

Nieuwe Kijk in't Jatstraat en gezicht op de Hollandse- of Kijk in 't Jatsmolen in de Jatsdwinger, ca. 1874. Foto: F.J. von Kolkow [1785-12127] Nieuwe Kijk in't Jatstraat en gezicht op de Hollandse- of Kijk in 't Jatsmolen in de Jatsdwinger, ca. 1874. Foto: F.J. von Kolkow [1785-12127]

Ook de korenmolen aan het einde van de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat ruimt in die tijd het veld.

In de zeventiende eeuw wordt deze aangeduid als de ‘Hollantsche molen in de Jatsdwinger’.

Twee eeuwen later wordt de rietgedekte achtkante bovenkruier een zogeheten ‘bakkersmolen’, eigendom van de gezamenlijke bakkers.

In 1879 koopt Harm Geertsema de molen om hem in Helpman weer op te bouwen. Als eigenaar J.H. van der Molen in 1918 op electriciteit overgaat, laat hij de achtkant afbreken. Het onderstuk blijft staan en is ook nu te vinden aan de Helpermolenstraat.

De 'Noordstar'

'De Noordstar' omstreeks 1900, gezien vanaf de Nw. Ebbingestraat. Op de plaats van de molen bevinden zich nu de huizen Noorderbinnensingel 19-21 [1785-1534] 'De Noordstar' omstreeks 1900, gezien vanaf de Nw. Ebbingestraat. Op de plaats van de molen bevinden zich nu de huizen Noorderbinnensingel 19-21 [1785-1534]

De enige molen, die de ontmanteling van de vesting overleeft, is ‘De Noordstar’ van Wijbe Dooijes aan de Ebbingepoortenwal (Noorderbinnensingel).

De korenmolen staat op een molenberg net buiten de Boteringedwinger en wordt daarom, in tegenstelling tot eerdergenoemde molens, niet onteigend.
Maar de molenaar is al op leeftijd en zijn zoon wil hem niet opvolgen.

Dooijes ziet andere mogelijkheden. In december 1900 laat hij de architecten K. en G. Hoekzema een plan maken voor de bouw van elf beneden- en bovenwoningen op de plaats van zijn ‘molen, zijne behuizing en woonkamers’.

Burgemeester en wethouders willen echter geen bouwvergunning geven, omdat Dooijes zijn huizen gedeeltelijk op gemeentegrond heeft geprojecteerd. Daar komt nog bij dat het achterliggende Remonstrants gasthuis een ‘recht van overgang’ heeft op een in het bouwplan opgenomen terrein.

Als de molenaar enige maanden later overlijdt, denkt het gemeentebestuur dat het plan vervalt.

De erven Dooijes zien dat echter anders en vechten de afwijzing aan. Een raadscommissie buigt zich over de kwestie en lijkt na een uitgebreid onderzoek op 13 februari 1904 een voor alle partijen bevredigende oplossing te hebben gevonden

Het gasthuis zal voor vijftienhonderd gulden een stukje grond kopen van de familie Dooijes en afstand doen van het ‘recht van overgang’. Verder zullen beide voor vijfhonderd gulden een stuk grond van de gemeente krijgen.

Vier dagen later krijgt de kwestie een even onverwacht als verrassend vervolg: zonder direct aanwijsbare oorzaak brandt de molen volledig af. Een paard blijft in het vuur, maar de verzekeringsgelden verzachten het leed. Spoedig blijkt dat de familie Dooijes afziet van haar bouwplannen.

De resterende bebouwing wordt gesloopt en alle grond gaat in de verkoop en wordt in 1905 bebouwd door architect A.L. van Wissen.
Buiten de vesting staan er aan de diepen dan nog verscheidene industriemolens, maar dit wordt ook hard minder.

De laatste molen

De laatste gemeentelijke molen die wordt gesloopt, staat aan de noordzijde van het Hoendiep. In 1922 laat eigenaar M. Mees de betreffende koren- en pelmolen afbreken.

Afbraak molen M. Mees, 1938 [1785-3878] Afbraak molen M. Mees, 1938 [1785-3878]

De dichtstbijzijnde molen die rest, is de ‘Wilhelmina’ in Noorderhogebrug en dat is nog steeds zo.

Molenweekend ‘Wilhelmina’

Molenweekend ‘Wilhelmina’

De korenmolen ‘Wilhelmina’ in Noorderhogebrug deed zaterdag 11 en zondag 12 juni 2005 volop mee aan het ‘Groninger Molenweekend’. Het molenaarsechtpaar Berghuis zorgde ervoor dat de molen van zaterdag 10 uur tot zondag 17 uur onafgebroken open was voor publiek. Bovendien was er ’s nachts een speciale actie. In de molen gemalen volkorenmeel, bloem, griesmeel en pannekoekmeel werdt zondagmorgen tussen half twee en half vijf voor de halve prijs verkocht.