Zoek op de website

Pepergasthuis

maakt zich op voor 600-ste verjaardag

door Beno Hofman

Zeshonderd jaar geleden bestemden twee Groningers hun ‘hues ende hofstede’ aan de Peperstraat om er pelgrims op te vangen.

Er is in de loop der eeuwen het een en ander vertimmerd en er kwamen permanente bewoners, maar het ‘Pepergasthuis’ bestaat nog steeds. Hoewel de officiële verjaardag op 25 juli valt, werd de viering vanwege de vakantie uitgesteld tot Open Monumentendag 10 september 2005.

Poort Pepergasthuis, 1911 [1785-4543] Poort Pepergasthuis, 1911 [1785-4543]

De stichting van een Gronings gasthuis voor pelgrims is in 1405 minder vreemd dan het in eerste instantie lijkt.

Middeleeuwers hebben graag iets over voor de medemens, omdat zij er van overtuigd zijn dat deze ‘caritas’ na hun dood wordt beloond.

‘Arme ellendighe pelegrams’ zijn in de ogen van vader Berneer en zoon Albert Solleder van die medemensen die wel wat hulp kunnen gebruiken en Groningen kent er in die tijd genoeg.

De Martinikerk zegt namelijk in het bezit te zijn van een arm van Johannes de Doper.

En paus Bonifacius IX heeft net enkele jaren eerder bepaald dat het bijwonen van een openbare vertoning van een relikwie kwijtschelding van kerkelijke boete oplevert.

Dat er vele kerken zijn die beweren een arm van de betreffende Johannes te hebben, mag de Groningse pret niet drukken. De pelgrims die naar de Martinikerk komen, geloven er heilig in een echt exemplaar te aanschouwen.

Opvang voor pelgrims

De Solleders besluiten dus een opvang voor pelgrims te creeëren. De fundatie van het gasthuis vindt plaats op Sint Jacobsdag, 25 juli. Ze bepalen in hun bewaard gebleven fundatiebrief dat de pelgrims twee tot drie nachten mogen blijven.

Vermoedelijk is het gasthuis in het begin weinig meer dan een of enkele ruimtes waarin de gasten kunnen slapen en eten. Deze bevinden zich vermoedelijk in het gedeelte, waar nu de voogdenkamer, kantoor, keuken en voormalige eetzaal zijn. In deze vleugels bevinden zich namelijk enkele vijftiende-eeuwse vloeren.

Peper- of St. Geertuids Gasthuis, tekening van Stellingwerf uit 1636 [818-5679] Peper- of St. Geertuids Gasthuis, tekening van Stellingwerf uit 1636 [818-5679]

Het gasthuis wordt genoemd naar de heilige Geertruid. Deze is eeuwen eerder abdis in het Waalse Nijvel en daarna bestempeld als beschermvrouwe van de reizenden. Of de Solleders op haar naam komen of dat dit een vondst is van de na hen komende voogden, is onbekend. Wel bekend is dat er in 1482 een kapel bij het gasthuis wordt gebouwd.

In 1529 krijgt het huis voor het eerst een permanente bewoner of ‘conventuaal’. Deze Thomas Sibrandi krijgt in ruil voor al zijn bezit een jaarlijkse rente en levenslang onderhoud en onderdak.

Een nieuwe bestemming

In 1594, als de gereformeerden in Groningen aan de macht komen, krijgt het gasthuis net als alle andere katholieke instellingen een nieuwe bestemming. Het wordt nu volledig bestemd voor de huisvesting van vijftigplussers.

De gasthuiskapel wordt enkele jaren later door de gereformeerden als kerk in gebruik genomen. Op kosten van de stad wordt het gebouw in 1631 vergroot en van een orgel voorzien.

In die tijd dient het Pepergasthuis, net als overigens het Pelstergasthuis, tevens als ‘dolhuis’. Aan de oostzijde van het oude gebouw zijn daartoe, vlakbij de buiten gebruik geraakte middeleeuwse stadsmuur, vijf van tralies voorziene kamers aangebouwd. In 1702 neemt het St. Anthonygasthuis de functie van dolhuis over van de beide andere gasthuizen.

De zeventiende eeuw is voor het Pepergasthuis een ‘gouden’ tijd. Zo wordt het in 1640 voor een deel ‘nijes getimmert’, zoals een opschrift op de nieuwe hoofdpoort vermeldt. Ook aan de oostzijde krijgt het gasthuis in 1653 een poort. Deze wordt gebouwd in het straatje ‘Achter de muur’, op die middeleeuwse stadsmuur. Boven de poort komt opslagruimte en beneden een bakkerij, slagerij en/of bierbrouwerij.

Grootste uitbreiding

Binnenplaats Pepergasthuis, ca. 1957 [1986-04641] Binnenplaats Pepergasthuis, ca. 1957 [1986-04641]

In 1668 ondergaat het gasthuis de grootste uitbreiding uit zijn geschiedenis.

Er komt een tweede ‘conventshof’ met bleekveld bij. Een poort zorgt het volgende jaar voor een verbinding tussen beide hofjes.
De laatste uitbreiding ondergaat het gasthuis in de negentiende eeuw.

In 1827 en ’61 wordt er op het terrein dat oorspronkelijk net buiten de middeleeuwse stadsmuur ligt, een blokje huizen bijgebouwd.

Vanwege de blauwe geglazuurde dakpannen wordt dit het ‘blauwborgje’ genoemd.

Conventualen

Pepergasthuis: inwoners in de eetkamer, [1785-16526] Pepergasthuis: inwoners in de eetkamer, [1785-16526]

Eind negentiende eeuw wonen er ongeveer zeventig conventualen in het gasthuis.

Daarna loopt het aantal bewoners langzaam terug.

Nieuwe bewoners kunnen zich vanaf 1954 niet meer inkopen, maar worden huurders.

Hoewel de Solleders hun gasthuis niet meer terug zouden kennen, zou het hen ongetwijfeld deugd doen dat het ook na zeshonderd jaar nog een gastvrij onderdak biedt.

Op Open Monumentendag 2005 lieten de bewoners zien hoe het gasthuis er bijstaat.

2 Filmfragmenten  uit de films Sneeuw in Groningen 1979, van Tjerk Bekius (GAVA nr. AV1437) en Groningen 1984-1985, van S. Visscher (GAVA nr. DS0210)