Zoek op de website

Tegenslag en succes voor eerste Groningse Matthäus Passion

door Beno Hofman

Tegenwoordig is een uitvoering van de Matthäus Passion van succes verzekerd, maar bijna 100 jaar geleden was dat wel anders.

Doordat een aantal van de gecontracteerde uitvoerenden niet kwam opdagen, werd de Groningse première in 1909 voor dirigent Kor Kuiler een spannende onderneming.
Ondanks de tegenslag was De Harmonie twee keer meer dan uitverkocht en de uitvoering van de Matthäus Passion een daverend succes.

De in 1728-’29 door Bach gecomponeerde Matthäus Passion wordt pas vanaf 1829 regelmatig opgevoerd. Maar ook dan hebben nog veel mensen moeite met de compositie.

Zo loopt bijvoorbeeld in Königsberg in 1832 een groot deel van het publiek tijdens het eerste gedeelte weg. Het ‘zware’ karakter van de Matthäus maakt dat er voor 1909 in Groningen nog nooit een uitvoering heeft plaatsgevonden. Men kan of durft het niet aan.

Kor Kuiler

Kor Kuiler. Foto: P.B. Kramer [1785-16593] Kor Kuiler. Foto: P.B. Kramer [1785-16593]

Kor Kuiler wil daar verandering in brengen.

Hij is in 1877 in Alblasserdam geboren als zoon van een inspecteur bij het stoomwezen.

Negen jaar later verhuist de familie Kuiler naar Zwolle.

Kor krijgt daar les van de violist, zanger en componist Bokelman.

Hoewel hij ook als tekenaar en schilder talent blijkt te hebben, kiest Kuiler voor de muziek en gaat naar het Amsterdamse conservatorium.

Hier valt hij onder andere op door als negentienjarige een sonate voor viool en piano te schrijven.

Na zijn studie krijgt Kuiler per 1 januari 1900 een aanstelling als leraar aan de Groningse muziekschool. Bijna twee jaar later trouwt de musicus met Margaretha Bokelman, de dochter van zijn Zwolse leraar.

In 1903 begint zijn carrière als dirigent bij zangvereniging Euterpe in Hoogezand-Sappemeer. Na een seizoen kan Kuiler in de stad aan de slag bij de naar haar oprichter genoemde ‘Gemengde Zangvereeniging Bekker’.

In navolging van zijn voorganger K. Veldkamp heeft Kuiler de ambitie ‘Bekker’ op een hoger niveau te brengen. In Veldkamps vijf seizoenen heeft het koor Bachs ‘Magnificat’, Brahms’ ‘Deutches Requiem’ en Händels ‘Messias’ uitgevoerd.
De klassiek geöriënteerde Kuiler wil verder met Bach en in 1908 zorgt hij voor de Groningse première van diens ‘Weihnachtsoratorium’.

De uitvoering smaakt voor de dirigent naar meer. Kuiler zet zijn koor aan de Matthäus Passion. De dirigent wil geen enkel risico lopen en kiest voor de solo’s enkele van de beste Nederlandse zangers en zangeressen, allen niet-Groningers.

De bassen Johannes Messchaert en Thomas Denijs, de tenor Jacques Urlus, de alt Pauline de Haan-Manifarges en de sopraan Aaltje Noordewier- Reddingius worden gecontracteerd. De uitvoeringen zullen plaatsvinden op maandag 29 en dinsdag 30 maart 1909 in De Harmonie, waarbij de eerste eigenlijk de status heeft van generale repetitie.

Het noodlot slaat toe

De verwachtingen van de Groningers zijn hoog gespannen en beide avonden zijn meer dan uitverkocht. Maar het noodlot slaat toe. Messchaert en Noordewier worden ziek, Denijs blijkt zich in de datum te hebben vergist en organist Haring breekt zijn been.

Kuiler en het bestuur van ‘Bekker’ moeten op het laatste moment vervangers zien te vinden. Voor Denijs en Haring valt het mee. De dirigent van het jongenskoor – Schelling – is bereid de partij van de bas op zich te nemen en de organist van de Broerkerk – Gerards – wil ook wel invallen.

Groninger Orkestvereniging o.l.v. Kor Kuiler ca. 1930 [1785-19536] Groninger Orkestvereniging o.l.v. Kor Kuiler ca. 1930 [1785-19536]

Goede vervanging vinden voor Messchaert – de Christus-partij - en Noordewier is moeilijker. Kuiler slaagt uiteindelijk bij het ‘Zalsman kwartet’. Naamgever Gerard Zalsman en de sopraan Johanna van der Linde kunnen en willen op het laatste moment de opengevallen plaatsen innemen en naar het noorden komen.

Daverend succes

En zo beleeft Groningen op 29 en 30 maart 1909 voor het eerst de Matthäus Passion.

Kuiler gaat met knikkende knieën het podium op, maar de uitvoering wordt een daverend succes!

‘Kuiler heeft werkelijk eer van zijn werk, want het voornaamste van een zangvereeniging-uitvoering – de zang der vereeniging – is goed geweest’, constateert de toonaangevende Provinciale Groninger Courant op 31 maart. 

Doordat ook de solisten het er goed van af hebben gebracht, is het publiek volgens de krant ‘diep onder de indruk gekomen van dit vrome werk van den grooten Bach’. Kor Kuiler krijgt na afloop de eer die hem toekomt, ‘een krans en een ovatie’.

Kuiler zorgt voor meer Groningse premières. Nadat hij in 1910 ook de directie over het orkest van De Harmonie (de voorloper van het NNO) heeft gekregen, komt hij met ‘Damnation de Faust’(1913) en ‘Grande Messe des Morts’ (1915) van Berlioz, en Moussorgsky’s ‘Boris Godounov’ (1925). Geen van deze uitvoeringen is echter zo succesvol als de Matthäus Passion!

De Matthäus Passion van 2004

De Matthäus Passion van 2004

De Matthäus Passion van 2004 in De Oosterpoort werd uitgevoerd door Toonkunstkoor Bekker, het Roder Jongenskoor en het Noord Nederlands Orkest. Dirigent: Peter Dijkstra en als solisten traden op: Robert Overpelt, Pieter Hendriks, Renate Arends, Stefan Berghammer, Peter Schüler en de Groningse José Scholte.