Zoek op de website

Johan Huizinga’s ‘weg tot de historie’

Begon in Groningen

door Beno Hofman

De boekenweek in 2005 rond het thema geschiedenis kon natuurlijk niet heen om de Groninger Johan Huizinga. Hoewel hij zijn meeste boeken schreef in Leiden, begon Huizinga’s ‘weg tot de historie’ duidelijk in zijn geboortestad. Hier ontstond het idee voor zijn bestseller ‘Herfsttij der Middeleeuwen’. Het boek werd in vele talen uitgebracht en maakte Huizinga wereldberoemd.

Johan Huizinga wordt op 7 december 1872 op de hoek van de Oosterstraat en de Papengang geboren als tweede zoon van de medische hoogleraar Dirk Huizinga en zijn echtgenote Jacoba Tonkens. Als ‘Han’ anderhalf is, overlijdt zijn moeder.

Niet lang daarna verhuist hij met zijn vader en broer Jacob naar Lopende Diep 1. Vader Dirk hertrouwt en krijgt bij zijn nieuwe echtgenote nog een derde zoon, ook al blijkt hij als gevolg van een losbandig studentenleven te lijden aan syfillis.

Mijn weg tot de historie

In ‘Mijn weg tot de historie’ beschrijft Johan Huizinga hoe hij in de nazomer van 1879 een ‘eerste aanraking met de geschiedenis’ heeft die van ‘een zeer bepaalden aard’ is.

Hij ziet op de Ossenmarkt, bij zijn huis, een maskerade ter gelegenheid van het lustrum van Vindicat en het maakt een onuitwisbare indruk. Op de Eerste Jongensschool in het Klooster wordt Han klaargestoomd voor het stedelijk gymnasium, waar hij in 1885 wordt toegelaten.

Huizinga is op het gymnasium enkele malen de ‘primus’ - de beste - van de klas, maar is niet alleen daar mee bezig. Zo treedt Johan op als secretaris van het reciteercollege Eloquentia. Het gezin woont dan inmiddels aan de Turftorenstraat (het huidige nummer 15) en verhuist in Huizinga’s eindexamenjaar naar Hoge der A 19.

Hij wil Semitische letteren studeren in Leiden, maar vader en grootvader – een doopsgezinde predikant – hebben liever dat Johan in Groningen blijft. Daardoor begint hij in september 1891 aan een studie Nederlandse Letteren, waartoe ook geschiedenis behoort.

Johan Huizinga - staande in het midden, op de eerste rij 4e van links - met zijn eindexamenklas van 1891. [1785-30432] Johan Huizinga - staande in het midden, op de eerste rij 4e van links - met zijn eindexamenklas van 1891. [1785-30432]

Vanuit zijn eigen geschiedenis is het niet zo verwonderlijk dat Johan Huizinga in 1894 meedoet aan de organisatie van een volgende lustrummaskerade van Vindicat. In een tafelrede merkt hij overigens op ‘dat de maskerade onmiskenbare symptomen vertoonde van achteruitgang’. De cultuurpessimist Huizinga zegt er trots op te zijn met de anderen ‘dragers, de laatste, te zijn van een goed ding dat uitsterft’.

Vlak voordat Johan Huizinga in 1897 promoveert, weet hij een aanstelling als leraar geschiedenis te krijgen aan de gemeente HBS van Haarlem. Hoewel Huizinga in 1905 nog maar één historische publicatie op zijn naam heeft en zich liever bezighoudt met Oud-Indische literatuur en cultuurgeschiedenis, ziet zijn oud-professor Blok het wel in hem zitten en zorgt ervoor dat hij naar zijn geboortestad terugkeert als hoogleraar middeleeuwse en nieuwe geschiedenis.

Voornaamste productie

In de jaren die volgen, ontwikkelt Huizinga een geheel eigen kijk op de late Middeleeuwen. In tegenstelling tot de meeste historici ziet hij dit tijdperk niet als de aankondiging van iets nieuws, maar als een periode van afsterven: ‘de herfsttij der Middeleeuwen’.

Hij komt tot dit idee tijdens een van zijn zondagse wandelingen langs het Damsterdiep, waarschijnlijk ergens in 1907. Twee jaar later legt hij een werkplan voor aan Blok en begint de voorbereidingen tot wat hij later zijn ‘voornaamste productie’ noemt.

Herfsttij der Middeleeuwen

Verlengde Hereweg 183 : villa 'Klein Toornvliet',1967. Foto: D. van der Veen [1785-29761] Verlengde Hereweg 183 : villa 'Klein Toornvliet',1967. Foto: D. van der Veen [1785-29761]

In april 1911 verhuist Johan Huizinga met zijn vrouw Mary Vincentia Schorer en hun kinderen - onder wie de latere schrijver Leonhard Huizinga - van Emmaplein 4 naar Verlengde Hereweg 183.

Het huis dat zes jaar eerder is gebouwd naar een ontwerp van de Groningse architect Huurman, krijgt de naam Klein Toornvliet.

Op het echte Toornvliet – het oude familiepand van de Schorers bij Middelburg – zet hij die zomer ‘Herfsttij der Middeleeuwen’ in de steigers.

De voorbereidingen tot de viering van het derde eeuwfeest van de universiteit maken dat Huizinga voorlopig niet veel verder komt met zijn ‘herfsttij’. Het feestjaar 1914 krijgt voor hem overigens een donkere rouwrand doordat zijn echtgenote overlijdt aan een hersentumor.

Johan Huizinga blijft alleen achter met vijf kinderen en wil de nare herinneringen het liefst zo snel mogelijk uitwissen door Groningen te verlaten. In het najaar krijgt hij die kans door een benoeming tot hoogleraar algemene geschiedenis en historische geografie in Leiden. Daar maakt hij zijn ‘Herfsttij der Middeleeuwen’ af en wordt wereldberoemd.

De historicus overlijdt op 1 februari 1945 in De Steeg bij Arnhem, in het huis van zijn vriend Cleveringa.

Ludiek

Ludiek

Johan Huizinga heeft vele boeken op zijn naam staan, waarvan ‘Herfsttij der Middeleeuwen’ (1919), Erasmus (1924), In de schaduwen van morgen (1935), Homo Ludens (1938) en zijn negen delen Verzamelde Werken (1948-1953) de bekendsten zijn. De geboren Groninger leeft niet alleen voort door zijn boeken, maar ook als uitvinder van het woord ‘ludiek’. Het komt voort uit zijn ‘Homo Ludens, proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur’.