Zoek op de website

Het Scholtenhuis

Einde van de oorlog betekende ook het einde van het Scholtenhuis

door Beno Hofman

Het was vrijdag 15 april 2005 precies zestig jaar geleden dat het beruchte Scholtenhuis in vlammen opging. Het pand dat eind negentiende eeuw werd gebouwd door grootindustrieel W.A. Scholten was in de oorlog hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst.

Vanwege de terreur die daar plaatsvond, waren er weinig Groningers die treurden toen de ruïnes werden opgeruimd om plaats te maken voor nieuwbouw. Overigens zal ook deze nieuwbouw weer verdwijnen, als de plannen voor de Grote Markt Oostzijde doorgaan.

Ontstaan Scholtenhuis

W. A. Scholten, 1917. Foto: P.B. Kramer [1785-16296] W. A. Scholten, 1917. Foto: P.B. Kramer [1785-16296]

Tot 1878 staan er op de plaats van het Scholtenhuis drie monumentale panden.

Zo gauw industrieel Willem Albert Scholten zich in 1862 in de stad vestigt met een suikerfabriek, zet hij zijn zinnen op een groot woonhuis op de Grote Markt.

Als twee jaar later freule Van Imhoff overlijdt, koopt hij haar huis aan de oostzijde van het plein.

Vijf jaar later heeft hij een tweede pand in handen en in 1875 komt het tussengelegen huis in zijn bezit.

Na sloop van de drie panden begint in 1878 de bouw van het Scholtenhuis, naar een door Scholtens opzichter Blok bijgesteld ontwerp van architect Maris.

Als in de zomer van 1880 een paardentrambaan wordt aangelegd aan de oostzijde van de Grote Markt moet de bouwloods van Scholten het veld ruimen.

Een probleem is dat niet want het dubbele woonhuis is dan bijna klaar. Willem Albert betrekt met zijn vrouw het linkerdeel van het huis en Jan Evert gaat met zijn gezin rechts wonen.

Na Jan Everts dood in 1918 blijven zijn weduwe en enkele kinderen er wonen. Een deel van het huis wordt vanaf 1924 verhuurd, de eerste jaren aan burgemeester L.H.N. Bosch van Rosenthal.

Uitzetting

In juni 1940 zetten de Duitsers de weduwe Scholten en haar zoon Johan Bernhard uit het huis om er één van de zes Nederlandse ‘Aussendienststelles’ te vestigen, een hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst.

Ook het naastgelegen Huis Panser wordt gevorderd. Hier komt het kantoor van de hoogste Duitse bestuursambtenaar in de provincie, Hermann Conring.

In de wetenschap dat terreur tegen-terreur opwekt, opereren de bezetters en hun handlangers aanvankelijk voorzichtig. Naarmate het verzet toeneemt, treden zij echter steeds gewelddadiger op. Op het Scholtenhuis werken dertig tot veertig man, waaronder een aantal Nederlanders.

De leiding is in handen van G.B. Haase, maar verantwoordelijk voor de grootste gruweldaden is Robert Lehnhoff, die de leiding heeft over een Gestapo-afdeling. Vele verzetsmensen vinden in het Scholtenhuis of op een executieplaats elders de dood. Onder hen is Casper Naber, die op 11 november 1944 uit angst om door te slaan vanaf de beruchte ‘Scholtenzolder’ de dood tegemoet springt.

Het einde

Het einde van de terreur komt op 15 april 1945, als de Canadezen bij de bevrijding van de stad het Scholtenhuis onder vuur nemen.

Om ongeveer tien uur ’s avonds vliegt de daar aanwezige munitie met twee enorme knallen in de lucht.

Terwijl het Scholtenhuis en de naastgelegen panden uitbranden, weet een aantal beulen te vluchten naar Schiermonnikoog.

Het Scholtenhuis direct na de bevrijding. Foto: Haijer en Mees [1785-0135] Het Scholtenhuis direct na de bevrijding. Foto: Haijer en Mees [1785-0135]

Nadat de Duitsers de volgende dag hebben gecapituleerd, wordt de schade opgemaakt. Spoedig ontstaat er een ernstig conflict tussen de Provinciaal Inspecteur van Monumentenzorg A.R. Wittop Koning en de directeur Gemeentewerken H.P.J. Schut.

De eerste laat veel gevels stutten om restauratie mogelijk te maken, terwijl de tweede ze zo snel mogelijk wil neerhalen om ruimte te bieden aan stedenbouwkundige vernieuwing.

Schut trekt aan het langste eind en nadat eerst het Huis Panser tegen de vlakte gaat, volgt niet lang daarna ook het Scholtenhuis.

Mutua Fides

Vindicat, dat aanvankelijk gewoon op de oude plek aan de noordzijde van de Grote Markt wil herbouwen, krijgt op aandrang van de Grote Markt-winkeliers van het gemeentebestuur het voorstel te verhuizen naar de oostwand.

De senaat van de studentenvereniging gaat op 20 maart akkoord met dit voorstel op voorwaarde dat er ‘voldoende frontbreedte’ komt.

Mutua Fides, 1954 [1785-4988] Mutua Fides, 1954 [1785-4988]

Doordat achter de oostwand het cultuurcentrum moet komen, is er namelijk weinig diepte mogelijk.

Het gemeentebestuur gaat akkoord en zo verrijst op de plek waar eerder het Huis Panser en het Scholtenhuis hebben gestaan, het nieuwe Mutua Fides.

De eerste steen van het door de Leeuwarder architect J.J.M. Vegter ontworpen pand, wordt gelegd door het oudste erelid prof.mr. I.B. Cohen.

Op 27 februari 1954 wordt het gebouw officieel geopend.

Een plaquette ter herinnering aan het Scholtenhuis komt later ten onrechte niet op Mutua Fides maar in de Naberpassage.

Koetshuis van Scholten

Koetshuis van Scholten

Aan het Martinikerkhof staat het enige dat eigenlijk is overgebleven van het grote complex dat de Scholtens in dit deel van de stad in bezit hebben gehad. W.A. Scholten verwerft Martinikerkhof 8 in 1869 samen met een van de huizen van de oostzijde. Het oude koetshuis wordt in 1913-’14 door zijn zoon Jan Evert vervangen door het huidige pand met garage en bovenwoning. Na de oorlog staat het aanvankelijk op de nominatie om te worden gesloopt vanwege de bouw van een cultuurcentrum. Tegenwoordig is het, net als het pand op de plek van het oude Scholtenhuis, in handen van Vindicat.