Zoek op de website

Groningen kreeg in 1945 voor het eerst een vrouwelijke wethouder

door Beno Hofman

Ze wordt in 1895 in de Oosterpoort geboren als Aleida Jantiena Jansen. Haar vader werkt bij het spoor en is vier jaar eerder met echtgenote Jeltje Hein, dochter Amalia Rosina Dorothea en zoontje Poppe van Nieuweschans naar de stad verhuisd.

De laatste is in 1895 overigens al overleden. Het grootste deel van hun jeugd brengen de zussen, die beide voor onderwijzeres gaan leren, door in de Nieuwstraat.

Leida Jansen krijgt in het najaar van 1914 een aanstelling op een school in Zuidlaren. Ze raakt in die tijd ook betrokken bij de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken.

Binnen deze drankbestrijdingsvereniging leert ze de zoon van voorzitter Aarsen – Yble – kennen, met wie ze in 1919 trouwt. Het paar betrekt een net opgeleverde woning van de ‘Maatschappij tot verbetering van woningtoestanden’ aan de Graaf Adolfstraat.

Vrouwenclubs en Arbeidersontwikkeling

Ze zet zich ook in voor de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs. In het archief van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam bevindt zich een toneelstuk in twee bedrijven ‘Schijn en Werkelijkheid’, dat waarschijnlijk door haar is geschreven.

De voorletters van de auteur zijn weliswaar L.A., maar de achternaam Aarsen-Jansen doet toch vermoeden dat het werkje van de Groningse Leida is.

Samen met echtgenoot Yble gaat ze als vrijwilliger werken voor de socialistische emancipatiebeweging ‘Instituut voor Arbeidersontwikkeling’, een voorloper van het huidige NIVON.

Zo werkt het paar in 1934 mee aan de bouw van het Natuurvriendenhuis De Hondsrug in Noordlaren. In die tijd wonen ze op Koninginnelaan 27a. Net als eerder aan de Graaf Adolfstraat zijn ze (vanaf 1925) de eerste bewoners.

van SDAP naar PvdA

Aangezien er geen kinderen komen, houdt Leida tijd over voor partijpolitiek. Zo komt ze in 1935 voor de SDAP in de gemeenteraad.

De oorlog onderbreekt haar politieke carrière en tijdelijk duikt het paar onder bij Leida’s zus en zwager in Eenrum. Direct na de bevrijding is Leida Aarsen-Jansen terug op het stadhuis en wordt op 29 oktober 1945 door burgemeester Cort van der Linden samen met 37 anderen benoemd in de ‘tijdelijken gemeenteraad’.

Tot haar verrassing wordt ze samen met SDAP-collega Molendijk, VDB’er De Wilde en RKSP’er Hulsman gekozen tot wethouder. Als enige wordt ze door de burgemeester apart toegesproken, ‘want hij is verheugd en trotsch dat Groningen als hij zich niet bedriegt de eerste gemeente is boven de honderdduizend zielen, die aan een dame het wethouderschap aanbiedt’.

Mevrouw Aarsen-Jansen, zoals ze door iedereen formeel wordt genoemd, denkt dat haar wethouderschap op zal houden zodra er een gekozen gemeenteraad is.

Als deze op 26 juli 1946 voor het eerst bij elkaar komt, wordt ze echter opnieuw wethouder.

College van burgemeester en wethouders, ca. 1951, V.l.n.r. zittend: J. de Wilde en burgemeester mr. P.W.J.H. Cort van der Linden. Staand: ir. P. van Loon; dr. M. Troostwijk; mevr. A.J. Aarsen-Jansen; ir. A.C.H.G.N. Voet en H. Roelfsema [1785-14941] College van burgemeester en wethouders, ca. 1951, V.l.n.r. zittend: J. de Wilde en burgemeester mr. P.W.J.H. Cort van der Linden. Staand: ir. P. van Loon; dr. M. Troostwijk; mevr. A.J. Aarsen-Jansen; ir. A.C.H.G.N. Voet en H. Roelfsema [1785-14941]

Net als Molendijk en De Wilde behoort ze nu tot de PvdA. RKSP (nu KVP)-wethouder Hulsman raakt zijn wethouderszetel kwijt aan de ARP’er Van Loo en de CPN’er Bosma vult de nieuwe vijfde zetel. Mevrouw Aarsen-Jansen behoudt de zware post van volkshuisvesting en openbare werken tot 1952, als ze de laatste portefeuille inruilt voor die van onderwijs.

Woningnood

Johan de Wittstraat: onthulling gedenksteen in de 1000ste woning van de katholieke woningbouwstichting Concordia door mevrouw A.J. Aarsen-Jansen, 1956. Foto: E. Folkers [1785-0639] Johan de Wittstraat: onthulling gedenksteen in de 1000ste woning van de katholieke woningbouwstichting Concordia door mevrouw A.J. Aarsen-Jansen, 1956. Foto: E. Folkers [1785-0639]

Niet lang nadat Yble Aarsen in de zomer van ’47 is overleden, verhuist Leida naar de Haddingestraat, waar ze intrekt bij de bevriende lutherse predikant Munter.

Volgens de familie heeft deze verhuizing alles te maken met het feit dat ze als wethouder verantwoordelijk is voor de bestrijding van de woningnood.

Ondanks de bouw van vele zogeheten duplex- en triplexwoningen is de nood enorm en moet ze streng en onverbiddelijk elke woensdagmorgen tijdens haar spreekuur velen nee verkopen.

De kritiek dat ze zelf wel ruim woont, trekt ze zich aan.

Pas in de loop van de jaren vijftig betrekt ze weer een eigen woning, in een nieuwe flat op de hoek van de Westersingel en Reitdiepskade.

Op 3 september 1962 gaat mevrouw Aarsen-Jansen met pensioen.

Burgemeester Jan Tuin, met wie ze sinds 1951 heeft samengewerkt, spreekt lovende woorden, maar merkt wel op dat ze ‘scherp van zich af kon bijten’.

De scheidende wethouder zelf looft de raad vanwege zijn altijd ‘tegemoetkomende houding’.

Net als Tuin betrekt ze dan een appartement in de net gereedgekomen ‘burgemeestersflat’ aan de Van Ketwich Verschuurlaan.

Wethouder Aarsen-Jansen en burgemeester J. Tuin ca. 1954. Fotobedrijf Piet Boonstra [1785-0404] Wethouder Aarsen-Jansen en burgemeester J. Tuin ca. 1954. Fotobedrijf Piet Boonstra [1785-0404]

In januari 1985 overlijdt Leida Aarsen-Jansen op 89-jarige leeftijd in het Heymanshuis.

Hoewel ze als eerste vrouwelijke wethouder van een grote gemeente toch een bijzondere positie innam, en jaren in het landelijke partijbestuur van de PvdA zat, werd er nauwelijks een woord aan haar gewijd.

Ze verdiende absoluut meer!

Vrouwelijke wethouders

Vrouwelijke wethouders

Na mevrouw Aarsen-Jansen doet het Groningse college van B&W het weer jaren zonder vrouwelijke wethouder. A.C.C. Nijhoff is namens de VVD in 1970 de volgende. Haar carrière duurt veel korter dan die van Aarsen-Jansen. Met de ‘linkse’ coupe komt er in september ’72 al een einde aan haar wethouderschap. Tonny van de Vondervoort (PvdA: 1986 tot 1994) en Joan Pieters-Stam (D’66: 1994 tot 1998) zijn de derde en vierde vrouwelijke wethouder. Na opnieuw een vrouwloze collegeperiode treedt Karin Dekker (Groen Links) in 2002 aan en in 2004 krijgt ze gezelschap van José van Schie (PvdA). 2005-2006 is Martine Visser (CDA)een klein jaar wethouder. In 2006 wordt Jannie Visscher wethouder namens de SP en in 2010 vervangt Elly Pastoor wethouder Van Schie voor de PvdA.