Zoek op de website

Hendrik de Vries

Dichten en reizen ‘in ruil voor het nodige ongerief’

door Beno Hofman

De Groninger dichter en Ploeg-kunstenaar Hendrik de Vries werkte bijna dertig jaar als schrijver op het Gemeentearchief.

In ruil voor dit ‘ongerief’ kon hij zijn eerste dichtbundel uitgeven en twaalf keer naar Spanje reizen.

Omdat De Vries 110 jaar geleden werd geboren, verscheen in 2006 een door Jan van der Vegt geschreven biografie over hem.

De presentatie van het meer dan zeshonderd bladzijden tellende boek vond plaats in het Groninger Museum.

Hendrik de Vries wordt op 17 augustus 1896 geboren in de Rabenhauptstraat als tweede zoon van de letterkundige Wobbe de Vries en zijn vrouw en nicht Frouwktje Opten. Drie jaar later wordt er, aan de Zuiderbinnensingel – de huidige Coehoornsingel – nog een derde zoon geboren.

De Eerste Jongensschool in ’t Klooster, waar Hendrik of ‘Hein’ naar toe gaat, wordt volgens zijn eigen schrijven ‘een aaneenschakeling van moeiten en mislukkingen’. Door zijn vaders boeken over Vondel en Bilderdijk krijgt De Vries wel al vroeg interesse in poëzie en op 7-jarige leeftijd schrijft hij zijn eerste gedicht.

Hein blijkt een ongewoon kind, dat graag leeft in een fantasiewereld en soms lijdt aan erotische driften. Dat verandert niet op de middelbare school – de RHBS aan de Grote Kruisstraat – en eigenlijk ook niet de rest van zijn leven.

De Vries heeft een tekentalent en met toestemming van zijn vader kiest hij uiteindelijk voor het kunstenaarsschap, zonder daarvoor overigens een opleiding te willen volgen.

Rijksarchief

Sint Jansstraat 2, Hendrik de Vries aan het werk op kamer 14, ca. 1937. Foto: M.M. Offerhaus [1785-0201] Sint Jansstraat 2, Hendrik de Vries aan het werk op kamer 14, ca. 1937. Foto: M.M. Offerhaus [1785-0201]

Via zijn vaders connecties krijgt Hendrik de Vries in mei 1918 een aanstelling op het Rijksarchief.

Enige maanden later gaat hij over naar het net ingestelde Gemeentearchief om archivaris H.P. Coster als ‘schrijver’ te assisteren.

Hij schrijft er zelf later over dat de aanstelling hem tenminste in staat stelt ‘de uitgave van mijn 1e dichtbundel De Nacht te financieren’.

Het vaste inkomen biedt De Vries tevens de gelegenheid in 1924 een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan. In mei van dat jaar reist hij voor de eerste keer, met de trein, naar Spanje.

Tot het uitbreken van de burgeroorlog in 1936 zal hij er in totaal twaalf keer zijn vakantie doorbrengen.

Het stierenvechten, de zigeuners, de Spaanse dans en het landschap fascineren hem buitengewoon en leiden na terugkeer tot vele gedichten en tekeningen.

Ontslag

Spanje leidt indirect ook tot zijn vertrek bij het archief. In 1947 krijgt hij van de regering de opdracht een klassiek Spaans drama te vertalen. Als De Vries hiervoor verlof vraagt en het gemeentebestuur hem dit op verzoek van de archivaris weigert, neemt hij ontslag.

Dit gebeurt mede door Hendrika Johanna (‘Riek’) van der Zee, een gymnastieklerares met wie hij de liefde voor de poëzie van Slauerhoff deelt en die in januari 1946 zijn echtgenote wordt. Hoewel Riek ook zonder baan zit, trekt ze hem over de streep en leeft Hendrik - die door haar ‘Rolf’ wordt genoemd - voortaan nog alleen van de kunst en van kritieken die hij schrijft voor de Groningse editie van Het Vrije Volk.

De gemeente Groningen eert Hendrik de Vries in 1946 door een letterkundeprijs naar de dichter te noemen en hem zelf tot eerste bekroonde te maken. De Vries woont dan overigens niet meer in de gemeente doordat hij kort daarvoor het ouderlijke huis aan de Korreweg heeft geruild tegen een huis aan de Onnerweg.

Hier in het door hen tot ’t Woeste Hoekje gedoopte pand blijven Hendrik de Vries en zijn vrouw bijna tot het eind van hun leven wonen. Voor De Vries, die wordt beschouwd als de belangrijkste romantische dichter die ons land tot nu toe heeft voortgebracht, komt dit einde op 18 november 1989 op 93-jarige leeftijd.