Zoek op de website

Bronverwijzingen maken

Tijdens uw onderzoek vindt u gegevens die u wilt vastleggen, voor uzelf of voor gebruik in een publicatie. Op een later moment wilt u die dan weer inzien, of misschien gaat een ander op basis van uw onderzoek verder. In alle gevallen is het belangrijk dat u zo goed mogelijk noteert wat u gezien hebt en vooral waar, zodat de gegevens weer terug te vinden zijn.

Noten met bronverwijzingen zijn bedoeld om beweringen in publicaties controleerbaar te maken. Verwijzingen worden in ieder geval opgenomen:

  • bij alle citaten en parafrases (navertellingen)
  • als u een opvatting aan een andere auteur ontleent
  • als de lezer denkt: waar heeft de onderzoeker dat vandaan?

Een goede bronverwijzing zorgt dat iedereen de vindplaats zo makkelijk mogelijk kan vinden en kan zien wat u hebt gezien en gebruikt. U geeft uw eigen werk weer: waar u hebt geraadpleegd, wat u hebt gezien, in welke vorm en soms ook wanneer.

Verwijzen naar archiefstukken

Een bronverwijzing naar niet-gedrukte (archief)bronnen bestaat uit vier (soms vijf) onderdelen:

  1. De archiefdienst of de bewaarplaats waar u de betreffende stukken hebt ingezien.
  2. Het archief of de collectie waaruit onderdelen zijn bekeken. Als daar een toegang op bestaat, verwijst u middels het toegangnummer, gevolgd door de titel van de inventaris c.q. toegang die is gebruikt.
  3. Het inventaris- of catalogusnummer waarin de gevonden gegevens staan; deze verwijzingen worden aangegeven met de afkortingen inv.nr. of cat.nr. Als de collectie niet geïnventariseerd is, kunt u het beste de medewerkers van de archiefdienst vragen welke nadere aanduiding u kunt gebruiken.
  4. Een nadere omschrijving van het soort stuk om de gegevens binnen het inventaris- of catalogusnummer zo snel mogelijk te kunnen vinden. Daarvoor bestaan geen voorschriften, maar er zijn wel een paar algemene regels te geven.
    Bij delen: bladzijdenr. of folionr. (fol. xr voor de voorkant van de pagina (recto) en fol. xv voor de achterkant (verso), waarbij x staat voor het betreffende paginanummer).
    Als het deel niet is gepagineerd, staan de stukken mogelijk in een bepaalde volgorde die u kunt gebruiken om de plaats nader aan te geven, bijvoorbeeld op datum of volgnummer.
    Gaat het om een pak of doos (dozen) met losse stukken, dan kiest u zelf de beste oplossing: omschrijving van de aard van het stuk met alle belangrijke kenmerken (bijvoorbeeld: nummer of datum en eventuele afzender of ontvanger), en nadere omschrijving van de inhoud of de vorm.

Verwijzen naar reproducties

Steeds vaker zult u bronnen raadplegen middels reproducties, bijvoorbeeld op microfiches of als scan op internet. Als uitgangspunt geldt dat u verwijst naar de vorm die u zelf gezien heeft en zoveel mogelijk de gegevens van het origineel toevoegt. In de regel zijn gereproduceerde stukken wel in een inventaris beschreven en van een nummer voorzien. Daarnaar kan worden verwezen, met de toevoeging dat raadpleging heeft plaatsgevonden middels een reproductie.
Op www.allegroningers.nl staan het toegangsnummer en het inventarisnummer aangegeven onder de term ‘bron’. Op www.beeldbankgroningen.nl is dat ook het geval: de nummers zijn weergegeven in de bestandsnaam.
Bij vondsten op internet is het in alle gevallen raadzaam om behalve de pagina-aanduiding ook de datum van raadpleging te vermelden; dit medium verandert immers voortdurend. Bovendien krijgt u bij een digitale reproductie vaak een extra plaatsaanduiding, die het origineel niet bevat. Voorbeelden zijn: tijdspositie in een film of paginanummer in een deel waarvan het origineel niet gepagineerd is.

Bijschriften bij afbeeldingen van bronnen

Als u afbeeldingen van stukken in uw publicatie opneemt, geeft u een beschrijving van de afbeelding en een zo volledig mogelijke verwijzing; ongeacht of deze informatie ook in de lopende tekst wordt gegeven. Het bijschrift moet alle informatie bevatten om het afgebeelde stuk te kunnen terugvinden. Daarnaast moet bij bronverwijzingen naar beeldmateriaal als aanvullend gegeven de naam van de maker, bijvoorbeeld de kaarttekenaar, fotograaf of filmer worden opgenomen. Dit hoeft niet als u een apart overzicht van illustraties geeft – een illustratieverantwoording – waarin al deze gegevens staan. Dan kunt u de bijschriften beknopter houden.

Voorbeelden van bronverwijzingen

Bij eerste vermelding van een archiefstuk:
Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven (RHC GrA), toegangsnr. 1, Archieven van de Staten van Stad en Lande, inv.nr. 1, Resoluties, fol. 1.

Bij volgende vermeldingen:
RHC GrA, Archief Staten, inv.nr. 1, fol 2.

Foto:
RHC GrA, Fotoverzameling, toegangsnr. 2138, cat.nr. 154.

Reproducties:
RHC GrA, Huwelijksakten Appingedam, 13-05-1910, aktenr. 13 (filmcassette H7).
RHC GrA, Bevolkingsregister Groningen 1910-1920, boekdeel 8, blad 766 (fiche 281).