Zoek op de website

Memories van successie

Een memorie van successie is een verklaring die na iemands overlijden wordt opgemaakt over zijn of haar nalatenschap. Zo’n memorie bevat een overzicht van de roerende en onroerende goederen van de overledene.

De successiememories zijn een uitvloeisel van een in de 19e eeuw door de landelijke overheid ingevoerde belasting op erfenissen. In de periode 1806-1817 bestond er een ‘invordering der belasting op het recht van successie’. In 1817 werd een wet van kracht die inhield dat de erfgenamen belasting over de erfenis van een overledene moesten betalen. Het betrof een heffing over de waarde van het geërfde na aftrek van de schulden van de erflater.

Wat vindt u in een memorie van successie?

In de memorie staan de naam van de overledene, de overlijdensdatum en -plaats, de erfgenamen met hun relatie tot de overledene en het eventuele bestaan van een testament en/of huwelijkscontract. Deze laatste twee typen documenten waren van belang omdat ze van invloed waren op de verdeling van de erfenis.
Verder bevat een memorie ook een opsomming van de getaxeerde goederen. Van elk onroerend goed worden aard, grootte en ligging vermeld, evenals de waarde. Gedetailleerde gegevens over verdere bezittingen staan alleen genoteerd als hierover ook daadwerkelijk successierecht moest worden betaald. Voorbeelden van dergelijk bezit zijn iemands inboedel, handelswaar, contant geld, banksaldi, erfpachten, grondrenten, lijfrenten, effecten, belangen in andere ondernemingen en inkomsten als loon, pacht, huur en renten. Ook staan alle nog uitstaande schulden van de overledene opgesomd alsmede de namen van de schuldeisers.
Vóór 1878 werd alleen successiebelasting geheven als onroerend goed werd nagelaten of als de erfenis na aftrek van schulden meer dan 300 gulden waard was en er erfgenamen waren, anders dan familie in rechte lijn (kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen). Was de boedel van een overledene minder dan 300 gulden waard, dan leverden de nabestaanden een certificaat van onvermogen in. Na 1878 waren de erfgenamen in rechte lijn eveneens belastingplichtig, mits de waarde van de erfenis – na aftrek van schulden – hoger dan 1000 gulden was.

Wat is het nut van een memorie van successie voor uw onderzoek?

Successiememories kunnen nuttig zijn bij het achterhalen van verwanten en bij het onderzoek naar iemands bezittingen. Zo blijkt uit een memorie van successie bijvoorbeeld of de overledene ooit een testament of huwelijkscontract heeft laten opmaken. Is dit het geval, dan maakt de naam van de notaris en de opmaakdatum het mogelijk zo’n akte in het archief van de betreffende notaris te achterhalen. Omdat in een memorie van successie ook verwanten van de overledene met naam, toenaam, beroep en verblijfplaats worden genoemd, is deze bron ook heel nuttig voor familieonderzoek. Is van de overledene reeds eerder een kind gestorven, dan worden – ook als er geen testament is – vaak diens kinderen genoemd. Namen van de kleinkinderen van de overledene verschaffen bijvoorbeeld inzicht in de verbanden tussen registraties uit de doop-, trouw- en begraafboeken en die van de burgerlijke stand. Niet alleen geeft een memorie inzicht in het onroerend bezit van de overledene, maar de vermelde gegevens zoals aard, grootte, ligging en kadastrale perceelnummers kunnen ook van belang zijn bij het onderzoek naar een specifiek huis of boerderij.

Waar vindt u een memorie van successie?

Alle successiememories van in de provincie Groningen overleden personen bevinden zich in de Groninger Archieven. Voor het vinden van de gewenste memorie is het nodig de plaats en liefst ook de datum of het jaar van overlijden te kennen. De belasting werd geïnd door regionale belastingkantoren waar ook de memories bewaard werden. Elk kantoor (‘inspectie’) bestreek een aantal gemeenten.

De ordening en toegankelijkheid op de memories van successie verschilt per kantoor. In de toegangen op de archieven staat de wijze van ordening vermeld. Over het algemeen zijn de memories in de eerste helft van de 19e eeuw geordend per kantoor en vervolgens vooral op boekdatum, dus de datum van inschrijving van een memorie (meestal ongeveer drie maanden na het overlijden) en soms op datum van overlijden.
In de tweede helft van de 19e eeuw zijn de memories van successie per kantoor geordend op datum van overlijden en zie je in alle kantoren alfabetische tafels verschijnen. Dit zijn indexen op naam van de overledenen – per kantoor en per jaar – met gegevens betreffende de woonplaats, aantekeningen over de afhandeling van de nalatenschap en het aktenummer. Soms worden het beroep en de geboorteplaats van de overledene vermeld. Wanneer er in de tafel een datum in de kolom ‘Dagteekening van de aangifte der primitieve memorie van aangifte’ staat, is er een memorie bewaard gebleven.

Hoe zoekt u in de memories van successie?

In de collectie van de Groninger Archieven vindt u memories van successie uit de volgende perioden:

> 1806-1811: (toegangen 40 en 41).
> 1812-1813: over deze periode zijn geen gegevens bewaard gebleven.
> 1814-1817: (toegang 1888).
> 1818-1927: Deze memories staan samen met de benodigde toegangen daarop op microfilms. Ze kunnen in zelfbediening in de studiezaal worden geraadpleegd. U vindt ze steeds in de derde lade van de kasten 60-63. Raadpleging van de memories uit deze periode gaat als volgt:

  1. Bekijk eerst het overzicht van belastinginspecties (op kast 60) en bepaal onder welke inspectie de woonplaats van de overledene viel. De kleurcode per inspectie helpt u bij het zoeken naar de juiste memories (1 stip) en de toegangen daarop (2 stippen).
  2. Zoek onder de betreffende inspectie eerst naar de alfabetische tafels. Deze vormen een handige toegang op de memories. De oudst bewaarde dateert van 1837 (Onderdendam). De tafels staan op microfilms en zijn in kast 60, lade 3 onder verschillende namen te vinden: ‘tafels van overlijden’, ‘repertorium memories van successie overledenen’ of ‘tafel V-bis’. Ontbreekt een dergelijke nadere toegang, dan zit er in veel gevallen niets anders op dan de betreffende memorie door te bladeren. Zoals gezegd, dateren veel inschrijvingen van een maand of drie na het overlijden. De memories van de inspecties Groningen en Zuidbroek uit de periode tot 1850 zijn op naam van de overledene doorzoekbaar via www.allegroningers.nl.
  3. Bepaal of er inderdaad een memorie is opgemaakt door te kijken naar kolom 10 van deze tafels V-bis. Dit is het geval als hier een datum staat genoteerd.
  4. In kolom 2 van dezelfde tafel staat onder de titel ‘register nr. 4’ het nummer waaronder de memorie zelf is bewaard. Deze staan, zoals gezegd, op de microfilms, die met 1 stip (kasten 60-63, lade 3) zijn gemerkt.