Zoek op de website

Onderzoek naar schepen en schippers

Groningen kende tot het begin van de 20e eeuw veel scheepvaart en scheepsbouw. De kans is daarom groot dat u in uw Groningse familiestamboom een of meerdere schippers zult aantreffen. Of misschien bent u geïnteresseerd in de geschiedenis van een bepaald schip. Schipper en schip zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zodat u altijd onderzoek zult moeten doen naar beide. Het jaar 1811 vormt een scheidslijn in het onderzoek, omdat vanaf dat jaar allerlei nieuwe vormen van scheepsregistratie werden ingevoerd. Ook het type scheepvaart waarin u geïnteresseerd bent - zeevaart of binnenvaart - bepaalt welke bronnen u kunt raadplegen.

Aardappeloogst, Veenkoloniën, ca. 1900. Foto R.H. Herwig, collectie RHC Groninger Archieven (818-19414) Aardappeloogst, Veenkoloniën, ca. 1900. Foto R.H. Herwig, collectie RHC Groninger Archieven (818-19414)

Wat u moet weten

De naam van een schip was vaak geen lang leven beschoren. Die vormt dus een weinig betrouwbaar uitgangspunt voor uw onderzoek. De beste ingang bij veel bronnen is daarom de naam van de schipper.
Omdat schippers een reizend bestaan leiden, konden ze op verschillende plaatsen akten laten opmaken of een schip kopen. Het is dus goed mogelijk dat het schip waarnaar u op zoek bent niet in de provincie Groningen is gebouwd en ook de akten kunnen in andere plaatsen zijn opgemaakt. Voor veel kleine schepen uit de 18e eeuw is de kans groter dat ze uit Groningen komen. Maar na de hoogtijdagen in de Groninger scheepsbouw, rond het midden van de 19e eeuw, werden veel schepen elders gebouwd.

Er bestaan veel bronnen met informatie over schepen en schippers. Deze zijn te vinden bij verschillende instellingen verspreid over het hele land. Voor een deel van uw scheepsonderzoek kunt u terecht bij de Groninger Archieven. Instellingen als gemeenten (na 1811), het Kadaster (na 1838), de Scheepsmetingsdienst (na 1933) en een aantal maritieme musea helpen u vervolgens verder. Speciale aandacht verdienen de archieven van gemeenten waarin scheepvaart in het verleden een belangrijke rol speelde. Inventarissen van de gemeentearchieven in de provincie Groningen kunt u inzien via www.groningerarchiefnet.nl.

De belangrijkste bronnen die u bij de Groninger Archieven vindt, bestaan uit de akten die werden opgesteld bij de aankoop, financiering en verkoop van schepen en bij het verkrijgen van een vergunning om op internationale wateren te varen. De originele documenten kwamen in het bezit van de schipper. De personen of instanties die de documenten opmaakten (met name rechtbanken en notarissen) hielden hiervan soms afschriften bij. Het hangt van de persoon of de instantie af, hoeveel informatie er werd genoteerd. De originele akten kunnen in particuliere archieven worden aangetroffen.

Scheepsbronnen na 1811

Rechtbankarchieven
In de rechtbankarchieven bevinden zich veel documenten die betrekking hebben op schepen. Het gaat om bijlbrieven, transportakten, bodemerijbrieven, scheepsverklaringen, rederijcedullen, verklaringen van eigendom, vonnissen en verslagen van veilingen van in beslag genomen schepen.

Bij de tewaterlating van een nieuw schip werd vroeger een zogeheten bijlbrief opgesteld. Dit is een verklaring van de scheepsbouwer dat een schip in opdracht en voor rekening van een bepaalde persoon werd gebouwd. De term komt nog uit de tijd dat de schepen van hout werden gemaakt en ‘schoon van de bijl’ werden opgeleverd. De oudste bewaard gebleven bijlbrieven stammen uit het midden van de 18e eeuw. Niet alle akten bevatten dezelfde soort gegevens, maar u vindt er in elk geval de naam van de schipper, de naam en woonplaats van de scheepsbouwer(s) en het scheepstype. Wanneer de capaciteit van een schip wordt genoemd, gebeurt dit in roggelasten. Sommige bijlbrieven en koopakten bevatten ook de maten van het schip, doorgaans genoteerd in voeten en duimen. In sommige gevallen werden ook akten opgesteld voor de aanschaf van tuigage, zoals de touw-, ijzer-, rondhout- en zeilbrieven. Wanneer bij de overdracht van het schip nog niet de hele koopsom was betaald, werd later nog een akte opgesteld om de afbetaling vast te leggen.

Voor de overdracht van een bestaand schip werden transportakten geregistreerd. Deze akten zijn te vergelijken met bijlbrieven. In de bijlbrief wordt de scheepsbouwer als verkoper genoemd. Hoewel in de transportakte in sommige gevallen de scheepsbouwer nog wel genoemd wordt, is de verkoper in dit geval iemand anders, meestal de laatste gebruiker van het schip. Wanneer een scheepseigenaar een bewijs van eigendom nodig had, bijvoorbeeld voor een verzekeringszaak of bij een erfrechtkwestie, dan kon hij een verklaring van eigendom laten opmaken.

Er waren maar weinig schippers die zich de volledige aankoop van een schip konden permitteren. Om die reden werden er voor de financiering vaak aandelen uitgegeven. In zo’n ‘partenrederij’ waren dus meerdere personen eigenaar van het schip. In de bijlbrieven staat informatie over eventuele aandeelhouders, maar ook in de archieven van de aandeelhouders zelf kunnen gegevens opduiken, zoals in het huisarchief Menkema en Dijksterhuis. Het aandeelhoudersbewijs werd een rederijcedul genoemd. Die term werd ook gebruikt als aanduiding voor de lijst van aandeelhouders van een schip. Helaas zijn er maar weinig rederijcedullen bewaard gebleven.

Bodemerijbrieven zijn akten waarin een geldlening werd vastgelegd ter bekostiging van schade, met andere woorden: een verzekering tegen averij. De lening werd verstrekt voor de duur van een reis. Het schip was hierbij onderpand. De geldschieter droeg hierbij het risico. Bij averij was hij zijn geld of een deel daarvan kwijt. Wanneer de reis was beëindigd, kreeg de geldschieter zijn geld, met een vastgesteld extra bedrag, terug.

Als een schip inzet was van een conflict of als een schipper voor de rechter moest verschijnen in verband met een overtreding, dan vindt u in de rechtbankarchieven natuurlijk ook de vonnissen.
In het archief van de arrondissementsrechtbank in Groningen bevindt zich verder een klein aantal verslagen van veilingen van in beslag genomen schepen uit de periode 1840-1876. Hierin is een zeer uitgebreide beschrijving van het schip opgenomen en wordt de prijs van het schip vermeld. Ook treft u hier de verwijzingen naar andere registraties van de rechtbank aan.

Notarisarchieven
In de regel werden akten van koop en verkoop en hypotheekakten na 1811 opgemaakt door de notaris. Iedere notaris hield een chronologisch register, het repertorium, bij van alle akten die door hem werden opgesteld. In deze repertoria is dus na te gaan of een schip is verkocht. Akten bij de notaris bevatten de naam van de koper en de verkoper, het scheepstype, de prijs van het schip en eventueel een afbetalingsregeling. Als de schuld voor het schip werd afbetaald, kon ook hiervoor weer een akte worden opgesteld.

Omdat het iedereen vrij stond zelf een notaris te kiezen, is het lastig te achterhalen bij welke notaris u een koop- of hypotheekakte moet zoeken. Wanneer een schip werd gekocht na 1838 kan het onderzoek beter gestart worden bij het Kadaster. Het Kadaster hield namelijk een registratie van hypotheekakten bij. De hypotheekregistratie bevat echter niet altijd de volledige tekst van de akten, maar u vindt wel de datum van de akte en het notariskantoor waar de akte is opgemaakt. Dit maakt het zoeken in de notarisarchieven makkelijker en sneller.
Meer informatie over notariële akten.

Kadaster
In 1838 ging het Kadaster zich bezighouden met de registratie van schepen in het zogenoemde scheepsregister. Wanneer een schipper zijn schip zelf kon financieren, was de inschrijving bij het Kadaster niet verplicht. Een dergelijke vrijstelling gold tevens voor schepen met een bruto-inhoud kleiner dan 20m³ en tot 1927 ook voor binnenvaartschepen. Vond er wel registratie bij het Kadaster plaats, dan werd het schip voorzien van merknummers. Bij onderzoek naar een nog bestaand schip is het verstandig eerst te kijken of deze merknummers of brandmerken terug te vinden zijn. Zo’n brandmerk is te vinden op het achterschip op een in het oog springende plaats. Het nummer staat genoteerd in de hypotheekakte. Het scheepsregister kan worden geraadpleegd bij het Kadaster te Rotterdam.

Patentbelasting
Namen van schepen en hun eigenaren zijn ook te vinden in de registers op de patentbelasting, een Rijksbelasting die van 1806-1894 werd geheven op beoefenaars van zelfstandige beroepen en eigenaars van bedrijven. De registers zijn te vinden in de gemeentelijke archieven.

Kranten
Vanaf het begin van de 19e eeuw stonden in de kranten scheepsberichten over havens in de provincie Groningen. Deze informatie is te vinden onder kopjes als ‘Nederlandse schepen die de Sont zijn gepasseerd’, ‘Aankomst en vertrek van schepen’ of ‘Zeetijdingen’. In de kranten werd ook melding gedaan van vergane schepen. Zeer interessant zijn ook de mededelingen over de doorvoer van schepen door de stad, die zo rond 1850 in de krant begonnen te verschijnen. Vaak betrof het zogeheten  ‘scheepshollen’ (nieuwgebouwde schepen zonder tuigage) uit de Veenkoloniën en veel andere nieuwe schepen, die via het Reitdiep naar zee gingen. De aan te treffen informatie heeft betrekking op de scheepsnaam, de naam van de werf, de scheepsbouwer, de eigenaar en het type. Schepen uit Pekela, die via een andere route naar zee gingen, ontbreken.

In het Noordelijk Scheepvaartmuseum zijn de scheepstijdingen uit de periode 1838-1849 te vinden in een register op scheeps- en persoonsnaam. Veel van de bovengenoemde krantenberichten uit de periode 1813-1909 die betrekking hebben op de zeevaart zijn ook verzameld in de Maritiem Historische Databank op www.marhisdata.nl.

In kranten werden ook advertenties opgenomen waarin schepen, scheepswrakken en lading werden aangeboden. Aan de hand hiervan kan in de notariële archieven het officiële verkoopprotocol worden gezocht, waarin de kosten, opbrengsten etc. vermeld staan. Ook zijn er advertenties waarin schippers hun diensten aanboden. De Groninger Archieven beheren een grote collectie kranten, die deels via microfiches in de studiezaal zijn in te zien. Dit geldt ook voor een drietal kranten waarin veel van dit soort informatie over schepen is te vinden: de Ommelander Courant, de Groninger Courant en de Provinciale Groninger Courant. Veel scheepstijdingen en advertenties van beurtdiensten zijn ook digitaal te vinden op www.dekrantvantoen.nl en www.delpher.nl.

Beeldmateriaal
De fotocollecties van de Groninger Archieven zijn gedigitaliseerd en beschikbaar op www.beeldbankgroningen.nl. Foto’s die deel uitmaken van een archief zijn vermeld in de desbetreffende inventaris. Speciale aandacht verdient de collectie van Fotobedrijf Piet Boonstra, dat gedurende de jaren 50 en 60 veel tewaterlatingen en proefvaarten heeft gefotografeerd. Het overzicht van deze negatieven is (nog) niet in de studiezaal te raadplegen. U kunt hierover informatie inwinnen bij de baliemedewerker. Naar films en filmfragmenten uit de collectie van het Gronings Audiovisueel Archief (GAVA) kunt u op titel/beschrijving zoeken met behulp van de zoekfunctie op de website van het GAVA

Scheepsbronnen vóór 1811

Rechtbankarchieven
Ook vóór 1811 besefte men dat de rechtszekerheid gediend was met een vorm van registratie van akten. Meestal werden de akten opgemaakt en met een zegel bekrachtigd door de rechtbanken. Deze akten noemt men verzegelingen. Het in- of overschrijven van deze verzegelingen in registers (het zogeheten protocolleren) vond vóór 1600 maar weinig plaats. Hoewel dit in de stad Groningen en onderhorige stadsjurisdicties al vanaf het begin van de 17e eeuw gebruik was, werd het voor de Ommelanden pas in 1749 verplicht. De rechtbankarchieven uit de periode vóór 1811 bevatten: bijlbrieven, koopbrieven, transportakten, bodemerijbrieven, scheepsverklaringen (zie onder), rederijcedullen, verklaringen van eigendom en vonnissen.

Aanvullende bronnen voor de binnenvaart en kustvaart

Scheepsmetingsdienst
Om te kunnen bepalen hoeveel patentbelasting er moest worden betaald, moesten schepen gemeten worden. Voor de binnenvaart werd de waterverplaatsing van het schip bepaald. Bij de tewaterlating moest het schip op schriftelijk verzoek van de schipper en/of eigenaar worden gemeten door de scheepsmeter of ijkmeester. Van deze meting werd voor de schipper/eigenaar een meetbrief opgesteld. Wanneer het schip werd verbouwd of een andere functie kreeg, moest het opnieuw worden gemeten. Vanaf 1899 behoorde het registreren van de metingen tot de taken van de belastingdienst, maar met ingang van december 1933 werd het de kerntaak van de pas opgerichte Scheepsmetingsdienst. Deze was aanvankelijk op meerdere plaatsen in het land te vinden, maar sinds 1988 is de dienst alleen nog maar in Rotterdam gevestigd. Bij de meting werd op een viertal plaatsen in de scheepshuid een ijkmerk aangebracht, bestaande uit een letter, die de plaats van registratie aanduidt, een volgnummer en nog een letter. Voor de administratie van de dienst werden naast een volledig signalement van het vaartuig ook gegevens over tonnage (massa), omvang, motornummers, bouwjaar en bouwplaats in een meetboekje genoteerd.

De ‘liggers’, waarin de schepen op volgorde van meting werden ingeschreven, zijn sinds oktober 2008 opgenomen in de collectie van het Maritiem Museum in Rotterdam. De liggers zijn afkomstig uit alle Nederlandse plaatsen waar schepen werden gemeten, vanaf 1899 tot ca. 1995.
De liggers  uit de periode 1899-1989 zijn te bekijken in een online database. De overige liggers kunnen op aanvraag worden ingezien bij het Maritiem Museum.

Aanvullende bronnen voor de zeevaart

Zeebrieven
Groninger schippers hielden zich vaak bezig met internationale handel. Om te kunnen varen buiten de nationale wateren had de schipper een zeebrief nodig. Het was een schipper met een zeebrief bovendien toegestaan om de landsvlag te voeren. De zeebrief werd verstrekt bij overlegging van een bijlbrief, een rederijcedul en een meetbrief. Voor zeemetingen werd niet de waterverplaatsing, maar het volume (de inhoud) van het vrachtruim gemeten. De weinige zeebrieven die bewaard zijn gebleven bevinden zich in de rechtbankarchieven. Er zijn geen zeebrieven bewaard gebleven van vóór 1802.

Scheepsverklaringen
In de rechtbankarchieven bevinden zich ook documenten waarin schippers verklaringen lieten opnemen over hun ervaringen gedurende de reis. Er werd bijvoorbeeld melding gemaakt van vertragingen door slecht weer of van het verlies van lading als gevolg van oorlogsgeweld. Uit deze scheepsverklaringen is veel interessante informatie te halen, zoals de route die een schip heeft gevaren en de lading die werd meegenomen.

Monsterrollen
In een monsterrol werd door de zegelaar vastgelegd wie de bemanningsleden waren (naam, rang, woonplaats en leeftijd) en hun afspraken met de schipper over loon, rantsoen en verplichtingen. Hieruit is dus op te maken hoeveel mensen meevoeren op het schip, en onder welke condities. Een monsterrol werd opgemaakt voor één reis. In Delfzijl werden tussen 1803 en 1810 de monsterrollen in een apart boek opgetekend. De gegevens uit alle bewaardgebleven Groninger monsterrollen zijn samengevoegd in een database die is te raadplegen via de website van het Noordelijk Scheepvaartmuseum.

Sonttolregisters
Schepen die handel dreven op de Oostzee voeren vaak door de Sont, een zeestraat tussen Denemarken en Zweden. In de Sont werd door de Deense koning tol geheven. Dit gebeurde van 1497 tot 1857. De administratie, de zogeheten tolregisters, zijn op een aantal jaren na allemaal bewaard gebleven. De gegevens zijn verwerkt in een online database op www.soundtoll.nl (beschikbaar voor de periode 1634-1857). Nederlandse commissarissen in Denemarken hielden ook een registratie bij van Nederlandse schepen die in de Sont tol betaalden. Deze Nederlandse Sonttolregisters beslaan de periode 1714-1766 en bevinden zich bij het Nationaal Archief in Den Haag. Ook deze gegevens zijn opgenomen in een online database.

Aan de slag

Om structuur aan te brengen in uw onderzoek kunt u werken met een stappenplan. Een mogelijke opzet zou kunnen zijn:

  1. Onderzoek naar de schipper en zijn familie bij de Groninger Archieven
    > Genealogisch onderzoek.
  2. Onderzoek in bestaande literatuur over Groninger scheepvaart bij de Groninger Archieven
    > Zoek in de bibliotheekcatalogus op onze website en op www.bibliografiegroningen.nl.
  3. Voor nog bestaande schepen: onderzoek naar schip en bemanning bij het Kadaster Rotterdam
  4. Voor de binnenvaart en kustvaart: onderzoek in de liggers van de Scheepsmetingsdienst.
  5. Voor de zeevaart: onderzoek naar schip en bemanning in online databases:
    > Kijk op www.scheepsindex.nl.
    > Zoek in de monsterrollendatabase van het Noordelijk Scheepvaartmuseum (beslaat de periode 1803-1937).
    > Kijk op www.marhisdata.nl (vanaf 1813).
    > Zoek in de Nederlandse Sontregisters in de online database van het Nationaal Archief en de Deense Sonttolregisters op www.soundtoll.nl.
  6. Onderzoek naar schip en bemanning bij de Groninger Archieven
    > Zie het bronnenschema schepen en schippers.
  7. Onderzoek naar schip en bemanning bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum